Broodproblemen (deel 1) – Hoe (on)gezond is ons dagelijks brood (en andere graanproducten)?

Halmverkorters en fungiciden in relatie tot modern volkorenbrood en het prikkelbaredarmsyndroom en andere aandoeningen

Daling van intelligentie in relatie tot het gebruik van halmverkorters bij de teelt van broodgraan.

(Dit is deel 1 van een tweeluik over brood. Het tweede deel gaat over een mogelijk verband tussen pesticiden en misvormingen )

Vorig jaar schreef ik een alarmerend stuk over het gebruik van halmverkorters en fungiciden bij de teelt van het graan waarvan ons brood wordt gebakken. Nadat dit gereed was, ontving ik onderstaand artikel uit België, dat ook nog eens beschrijft dat teruglopen van het IQ een feitelijk gegeven is. Met mijn eigen stuk – dat hier achter volgt – probeer ik uit te leggen dat het gebruik van halmverkorters en antischimmelmiddelen (fungiciden) mede aan de basis zou kunnen liggen van die teruggang in intelligentie. 

Die fungiciden behoren tot de zogenoemde pseudo-oestrogenen ofwel ‘hormoonverstoorders’, die ook in dit artikel van de Humo (28 mei 2019) worden besproken.

SOS IQ: Worden we alsmaar dommer?  (HUMO)

Decennialang ging het gemiddelde IQ van de mens in stijgende lijn, maar die trend lijkt nu te keren. Uit steeds meer onderzoeken blijkt dat het gemiddelde IQ in sommige Westerse landen aan het dalen is. Worden wij dommer? Het recente onderzoek naar taalvaardigheid bij hogeschoolstudenten lijkt dat te bevestigen. Heeft het Westerse IQ zijn piek bereikt? Sommigen zullen het zich, na de verkiezingsuitslagen, afvragen. Waaraan zou die groeiende dommigheid kunnen liggen? Wij poogden met ons ijlings teruglopende en sowieso al zeer beperkte verstand één en ander uit te zoeken. Marc van Springel / Illustraties Leo Timmers

De Nieuw-Zeelandse moraalfilosoof James Flynn ontdekte in de jaren 80, nadat hij IQ-gegevens uit meer dan 35 landen had onderzocht, dat het wereldwijde IQ in de loop der jaren almaar steeg. Hij werd op slag wereldberoemd, en het naar hem genoemde Flynn-effect werd door later onderzoek bevestigd. Maar de laatste jaren verschenen er studies die aangaven dat het gemiddelde IQ in sommige West-Europese landen sinds halverwege de jaren 90 niet langer stijgt, en zelfs achteruitgaat. Een fenomeen dat intussen in zoveel landen is vastgesteld dat men over een ‘negatief Flynn-effect’ is gaan spreken.

En vorig jaar nog kwamen ook Noorse onderzoekers van het Ragnar Frisch Centre for Economic Research met een spraakmakende studie op de proppen. Een analyse van meer dan 700.000 IQ-tests, afgenomen bij dienstplichtigen tussen 1962 en 1991, wees uit dat het gemiddelde IQ in Noorwegen sinds halverwege de jaren 70 met liefst zeven IQ-punten per generatie was afgenomen. Gegevens uit onder meer Nederland, Frankrijk, Duitsland, Australië en andere Scandinavische landen lijken die trend te bevestigen. Wat is er aan de hand? Worden we écht dommer? Vinden we ‘Nonkel Jef’, ‘Gert Late Night’ en ‘Rucki Zucki’ straks het mooiste en beste wat de mensheid ooit heeft voortgebracht? Pertinente vragen voor Dimitri van der Linden, bijzonder hoogleraar psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Mocht u ons hier en daar op een domme vraag betrappen: wij hebben een excuus!

Dimitri van der Linden «Beroemde negentiende-eeuwse wetenschappers als Charles Darwin en Francis Galton speculeerden al over een dalend gemiddeld IQ. Daarna is het idee wat in de vergetelheid geraakt, tot het in 2013 werd opgerakeld door een artikel van de Britse onderzoeker Michael Woodley. De titel van dat artikel was: ‘Waren de victorianen slimmer dan wij?’ In de victoriaanse tijd (1837 tot 1901, red.) bestonden er nog geen IQ-tests, maar Galton had wel een eenvoudige test uitgevon-den om de reactietijd van proefpersonen te meten. Mensen moesten daarbij op een knop drukken wanneer een lamp ging branden. Woodley en co. hebben die test herhaald en daaruit bleek dat de reactietijd nu opmerkelijk genoeg trager was dan die van de proefpersonen meer dan honderd jaar geleden. De reactietijd geeft aan hoe snel je hersenen werken. En het vermogen om snel informatie te verwerken, hangt voor een deel samen met intelligentie. Woodley berekende dat het IQ er sinds de victoriaanse tijd 1,23 punt per decennium op achteruit was gegaan, of 14 punten in totaal.

»Op die resultaten kwam natuurlijk een hoop kritiek, bijvoorbeeld over hoe de meetapparatuur van de negentiende eeuw totaal anders was, maar Woodley heeft die makkelijk kunnen weerleggen. Zijn bevindingen sloten ook aan bij andere vaststellingen die op een daling van het gemiddelde IQ wezen, onder andere de toename van kleurenblindheid en autisme.»

HUMO Wat heeft kleurenblindheid met IQ te maken?

van der Linden «Het vermogen om details te onderscheiden, bijvoor-beeld subtiele kleurverschillen, hangt samen met intelligentie. Het lijken allemaal kleine dingetjes, maar als je het grotere plaatje bekijkt, lijkt er wel degelijk iets aan de hand te zijn.»

HUMO U hebt in 2016 meegewerkt aan een artikel waarin alle studies over ‘het negatieve Flynn-effect’ werden geanalyseerd. Zo wilden jullie achterhalen wat de oorzaak van de IQ-daling zou kunnen zijn.

van der Linden «We hebben studies uit Estland, Nederland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Denemarken en Noorwegen gevonden die een daling van het gemiddelde IQ vaststelden. Het effect is nog niet heel sterk, maar je kunt er niet omheen: jarenlang is het IQ in die landen gestegen, en nu is die stijging gestopt of is er een daling.»

HUMO Gaat het om een grote daling?

van der Linden «Het varieert per land, van zo’n 0,5 tot 3 IQ-punten per decennium. Dat lijkt niet superveel, maar als de trend zich doorzet, wordt het over zoveel jaar natuurlijk wél substantieel.»

HUMO Welke mogelijke oorzaken hebben jullie bekeken?

van der Linden «We hebben onderzocht of het misschien zou komen omdat mensen op latere leeftijd kinderen krijgen, omdat de kans op afwijkingen dan groter is. Maar daar hebben we geen aanwijzingen voor gevonden.

»We hebben ook het verschil tussen mannen en vrouwen bekeken. Uit sommige studies zou namelijk blijken dat vrouwen iets lager scoren op IQ-tests dan mannen. Als dat klopt – wat wij overigens helemaal niet be-weren – en er nu verhoudingsgewijs meer vrouwen zouden zijn, kan dat ook een effect hebben. Maar zo’n effect bleek niet te spelen. Dat het IQ van mannen en vrouwen zou verschillen, heeft overigens al voor veel discussie gezorgd. Iedereen lijkt het er wel over eens dat mannen wat beter zijn in ruimtelijk inzicht en vrouwen waarschijnlijk iets hoger scoren op verbale tests, maar of er tussen de twee seksen ook een verschil is in algemene intelligentie, is lang niet duidelijk.

»We hebben ook onderzocht – en dat is misschien een nóg delicater punt – of migratie een invloed kan hebben. Sommige studies tonen aan dat bepaalde landen op IQ-tests gemiddeld relatief lager scoren en andere gemiddeld wat hoger. Voor die verschillen zijn al diverse verklaringen geopperd: het zou kunnen liggen aan omgevingsfactoren, voeding, culturele invloeden, of stimulansen om goed te studeren, of echt fundamentele verschillen tussen mensen. Voor elk van die argumenten is er wel wat bewijs en onder wetenschappers wordt er nog altijd druk over gediscussieerd. Maar ook voor deze these konden we geen bewijs vinden.»

HUMO Onderzoek naar intelligentie is zeer beladen. Het valt op hoe-veel onderzoekers als pseudowetenschappers of zelfs halve nazi’s worden weggezet.

van der Linden «Alles wat met erfelijkheid te maken heeft, ligt zeer gevoelig. Je hebt nu eenmaal niet graag het idee dat je het product bent van aangeboren eigenschappen waar je zelf geen vat op hebt. Vooral omdat die van mens tot mens verschillen en dus niet iedereen met gelijke mogelijkheden aan de start komt. Dat je jezelf kunt verbeteren en je voor een groot deel maakbaar bent, is een veel plezieriger idee.

»De geschiedenis heeft ook uitgewezen dat theorieën over genetica tot rare en schadelijke denkbeelden kunnen leiden. Het is niet zonder risico om met dit onderwerp bezig te zijn. Je kunt de raarste dingen naar je hoofd krijgen, en het wordt alleen maar erger. Misschien heeft het wel met sociale media te maken, waar mensen elkaar opzwepen zonder veel kennis van zaken. Daarom is er ook zo weinig onderzoek naar intelligentie. Terwijl mensen het vreemd genoeg wel een interessant onderwerp vinden.»

Extremisten

HUMO Volgens sommigen heeft de daling van het IQ te maken met de digitalisering van de wereld. De vele schermpjes waarmee we ons omringen, zouden onze cognitieve functie en ons concentratievermogen hebben aangetast.

van der Linden «Het probleem is dat je oorzaak en gevolg moeilijk kunt vaststellen. Scoren mensen slechter op een IQ-test omdat ze te veel met schermpjes bezig zijn? Of worden mensen die sowieso slechter scoren op zo’n test gewoon meer aangetrokken door zulke schermpjes?»

HUMO Zou het dan kunnen liggen aan de afnemende kwaliteit van het onderwijs? In Vlaanderen is dat al enige tijd een thema.

van der Linden «Ook hier stelt zich weer de vraag wat oorzaak en gevolg is. Misschien is het feit dat het onderwijs achteruitgaat net een weerspiegeling van de daling van het IQ. En niet de oorzaak.»

HUMO Waar zou het dan wél aan kunnen liggen?

van der Linden «De meest gangbare hypothese is dat het met onze genen te maken heeft. We weten dat intelligentie voor een groot stuk erfelijk bepaald is. Hoogopgeleiden hebben gemiddeld minder kinderen dan laagopgeleiden: dat kun je gewoon terugvinden in de statistieken. We weten ook dat er een sterke samenhang is tussen opleidingsniveau en intelligentie. Als je dat bij elkaar optelt, kan het niet anders dan dat het gemiddelde IQ daalt.

»Het rare is dat het lang omgekeerd was. Mensen met een hogere sta-tus, en dus vaak ook een hogere intelligentie, hadden vroeger juist méér kinderen. Zij hadden meer overlevingskansen en konden dus meer kinderen succesvol grootbrengen. Halverwege de negentiende eeuw keerde dat: door de industriële revolutie en de verbeterde levensomstandigheden daalde de kindersterfte en kregen lageropgeleiden meer kinderen.

»Daarnaast heb je nog genetische effecten. Mensen met bepaalde geestelijke of lichamelijke afwijkingen overleefden vroeger vaak niet. Omdat onze levensomstandigheden sterk verbeterd zijn, treedt die natuurlijke selectie niet meer op. Intelligentie is bovendien sterk erfelijk, maar in het DNA dat wordt doorgegeven, kunnen foutjes sluipen. Als die zich ophopen, kan dat leiden tot een achteruitgang van bepaalde eigenschappen, onder andere ook intelligentie.

«Er waren dus twee bewegingen: het gemiddelde IQ daalde, maar tegelijk stegen de IQ-scores. Dat valt niet met elkaar te rijmen, maar die twee curves lopen gewoon door elkaar heen. De IQ-scores stegen omdat onze levensomstandigheden – onderwijs, voeding, opvoeding – veel beter werden en, volgens Flynn, omdat ons brein door de wereld waarin we leven ook steeds vaardiger is geworden in het oplossen van het soort puzzels en opgaven dat je in IQ-tests krijgt. En de daling die al veel langer aan de gang was, hebben we lang niet opgemerkt, omdat de stijging door omgevingsfactoren sterker was. De daling in sommige landen zou kunnen betekenen dat de stijging haar limiet heeft bereikt, en de factoren die voor een daling zorgen de overhand krijgen.»

HUMO Volgens een andere hypothese zou in bepaalde landen het gemiddelde IQ zijn maximum bereikt hebben en kunnen mensen daar niet intelligenter worden.

van der Linden «Daar lijkt het op. Het effect treedt op in landen waar het leven heel goed is.

«Je kunt het vergelijken met de lengte in Nederland. Nederlanders zijn gemiddeld de langste mensen ter wereld. Jarenlang is die lengte blijven toenemen, maar de laatste tijd blijkt die trend te stoppen en misschien zelfs een beetje terug te lopen. Op een bepaald moment stopt het gewoon.»

HUMO De onderzoekers van de vorig jaar verschenen Noorse studie zagen ook een daling van het IQ van generatie op generatie binnen dezelfde familie. Hun conclusie was dat de daling dus niet te wijten kon zijn aan genetische factoren, maar wel aan omgevingsfactoren zoals onderwijs, veranderde voeding, leesgedrag en online gespendeerde tijd.

van der Linden «De studie sluit de genetische hypothese niet uit. Als het gemiddelde IQ bij de bevolking afneemt, betekent dat ook dat je kinderen partners krijgen uit een familie bij wie het gemiddelde mogelijk lager ligt. Op die manier kun je een daling binnen families zien optreden. Men heeft ook nooit beweerd dat genetica de enige verklaring is. Integendeel, we gaan er nog altijd van uit dat verschillende factoren een rol kunnen spelen.»

HUMO In welke mate kunnen omgevingsfactoren een invloed hebben op het IQ?

van der Linden «Voeding kan een relatief sterk effect hebben. Als je als kind ondervoed bent, kan dat later een aantal IQ-punten schelen. Ook fysiologische factoren als stress kunnen een rol spelen. Stress heeft bij kinderen sterke effecten op het lichaam, de ontwikkeling en op de hersenen.»

HUMO Obesitas zou ook een negatieve invloed hebben.

van der Linden «Dat is dan vooral bij volwassenen. Als je ouder wordt, daalt je IQ sowieso een beetje. Dat komt onder andere omdat de doorbloeding van je hersenen minder wordt. Mensen met obesitas hebben over het algemeen óók een wat mindere doorbloeding, waardoor de achteruitgang eerder kan optreden.»

HUMO Blijft het IQ, los van die lichte daling op latere leeftijd, tijdens ons leven gelijk?

van der Linden «Op jonge leeftijd ken je natuurlijk een grote stijging. Ergens in je twintigerjaren bereik je je piek, en dat blijft een tijdje zo, tot het op oudere leeftijd een beetje begint af te nemen. Maar over het algemeen blijft het stabiel.»

HUMO Volgens sommigen zou het ook aan de meetmethode kunnen liggen. Er zijn vragen over de betrouwbaarheid van de IQ-test. In het beste geval is zo’n test een momentopname: als iemand slecht heeft geslapen of ’s morgens niet heeft gegeten, kan dat een invloed hebben op het resultaat. Mensen kunnen zich ook oefenen in het soort opgaven waaruit IQ-tests bestaan, waardoor ze hoger scoren en hun IQ kunstmatig kunnen opkrikken.

van der Linden «Akkoord, als je moe bent, kan het misschien een paar punten schelen. En je kunt je een beetje trainen, dat klopt. Maar dat zijn geen argumenten om te zeggen dat de test niet werkt. De data spreken voor zich: mensen met een hogere IQ-score doen het gemiddeld beter op school, hebben later beter werk of een hogere status.»

HUMO Er zijn ook stemmen die vinden dat IQ-tests te veel de nadruk leggen op logische en wiskundige vaardigheden. Eigenschappen als motivatie, persoonlijkheid en creativiteit – ook mogelijke tekenen van intelligentie – worden niet gemeten.

van der Linden «Moeten al die eigenschappen onder intelligentie vallen? Als je praat over intelligentie, heeft bijna iedereen wel een idee wat je daarmee bedoelt. Ook al zeggen ze dat ze het niet zo belangrijk vinden: iedereen weet wel of iemand slim is of niet, en wat dat min of meer betekent. Anders gezegd: als je laag scoort op een IQ-test, heb je over het algemeen minder kans om dokter of advocaat te worden.»

HUMO Nog een terugkerende kritiek: we leven in een technologische wereld die andere vaardigheden vereist en waarin intelligentie zich ook anders uitdrukt dan pakweg dertig jaar geleden. IQ-tests zijn daar niet aan aangepast.

van der Linden «Dat denk ik niet. Intelligentie draait om het vermogen om problemen op te lossen, de juiste beslissingen te nemen en informatie snel en efficiënt te verwerken, en dat blijft van alle tijden.»

HUMO Heeft men ooit onderzocht welke maatschappelijke en economische gevolgen een daling van het gemiddelde IQ zou kunnen hebben?

van der Linden «Volgens sommige studies zou er een samenhang zijn tussen de gemiddelde intelligentie en de economische vooruitgang van een samenleving. Vooral de intellectuele toplaag speelt daarbij een rol: zij, de allerslimsten onder ons, moeten ervoor zorgen dat de boel economisch, technologisch en juridisch blijft draaien. In de complexe wereld waarin we leven, is het zeer belangrijk om genoeg mensen te hebben die met ingewikkelde problemen kunnen omgaan. De theorie is dat de hele samenleving daarvan profiteert. Een hogere welvaart is goed voor de sociale relaties en voor het welbevinden van een samenleving. Hoe hoger het IQ, hoe beter ook de jobs die mensen kunnen krijgen en hoe hoger hun inkomen. Hoe intelligenter mensen zijn, hoe productiever en efficiënter ze ook zijn op hun werk, en hoe beter dat is voor de economie.»

«Als het gemiddelde IQ daalt, dan krijg je een omgekeerde beweging: minder verstandige geesten aan de top, onderaan de ladder minder mensen die een goeie baan vinden of zelfs werkloos blijven, een lagere productiviteit en dus ook minder economische vooruitgang. Er zouden ook meer mensen zijn die sneller hulpbehoevend worden en niet meer zelfstandig kunnen leven, wat de samenleving een hoop geld zou kosten.»

«De hele maatschappij zou worden aangetast, en dat kan zelfs een weerslag hebben op de politieke stabiliteit. Dat wordt door ander onderzoek bevestigd: landen met een gemiddeld lager IQ kennen meer sociale en politieke onrust. Men heeft ook onderzoek gedaan naar de intelligentie bij extremisten, aan beide kanten van het spectrum, en daaruit zou blijken dat mensen met een hoger IQ daar toch iets minder vertegenwoordigd zijn, om het diplomatisch uit te drukken.»

HUMO Sommige wetenschappers leggen een verband tussen het dalende IQ en het aantal belangrijke uitvindingen dat wordt gedaan.

van der Linden «Als we echt minder intelligent worden, zou dat betekenen dat er helemaal aan de top van de piramide ook minder superintelligente mensen zijn. En het zijn vaak net die mensen die voor grote doorbraken zorgen. En ja, het aantal grote uitvindingen lijkt af te nemen. Maar het zou ook kunnen dat we alle grote dingen gewoon al hebben uitgevonden. In de victoriaanse tijd was er een explosie van spectaculaire uitvindingen, maar toen viel er natuurlijk ook nog veel te ontdekken.»

HUMO Hoe zorgbarend is die mogelijke daling nu? Is er een scenario denkbaar waarbij het IQ gestaag blijft dalen en we op een bepaald moment een kritische drempel bereiken?

van der Linden «Woodley en co. zijn redelijk negatief en verwachten inderdaad dat ons IQ zal blijven dalen, met alle mogelijke catastrofale gevolgen van dien. De geschiedenis kent tal van voorbeelden van grote beschavingen die op een bepaald moment zijn ingestort.

»Maar uit de geschiedenis is ook gebleken dat de mens meestal toch een oplossing vond toen het er slecht uitzag. Kijk naar de zogenaamde overbevolking. Toen ik jong was, waren er vijf miljard mensen op aarde, van wie de helft ondervoed was. Wat zou dat wel niet worden als we met zeven miljard waren? Dat leek een onheilspellend scenario, maar we zijn nu effectief met zeven miljard en het aantal mensen dat honger lijdt, is sinds die tijd gehalveerd.»

HUMO Voor hetzelfde geld begint het IQ in landen waar nu een daling wordt vastgesteld straks ook weer gewoon te stijgen.

van der Linden «In het licht van de theorieën die we nu hebben, zou het wel heel gek zijn dat het nu weer spontaan gaat stijgen. Met die mogelijkheid houden we best niet te veel rekening, denk ik.»

288 Miljard Euro

Er is nog een andere mogelijke verklaring voor een daling van het gemiddelde IQ: steeds meer wetenschappers wijzen in de richting van hormoonverstoorders, een groep chemische stoffen die een invloed zou hebben op de werking van onze hormonen én op de hersenontwikkeling van ongeborenen, baby’s en jonge kinderen. Wat de mogelijke effecten van de talloze andere chemische stoffen zijn waarmee we dagelijks in aanraking komen, is nog onduidelijk. Professor gynaecologie en fertiliteitsexperte Petra De Sutter maakt zich al jaren grote zorgen. En poogt er als politica – ze trok de Europese lijst voor Groen – ook iets aan te doen.

Petra De Sutter «In een rapport uit 2012 noemde de Wereldgezond-heidsorganisatie hormoonverstoorders de grootste bedreiging voor de volkgezondheid. Zeker op lange termijn en voor de volgende generaties. Uit dierproeven blijkt alvast met zekerheid dat ze de cognitieve functies ernstig kunnen aantasten.»

HUMO Hoe?

De Sutter «Als de schildklierfunctie van een zwangere vrouw niet goed werkt, bijvoorbeeld omdat ze een tekort heeft aan jodium, zal het brein van de foetus minder goed ontwikkelen. In de negentiende eeuw stelde men vast dat in Zwitserland opvallend veel kinderen geboren werden met cretinisme. Kinderen met die aandoening hebben geen schildklierfunctie en een zware mentale beperking. In de twintigste eeuw heeft men dan ontdekt dat een tekort aan jodium bij de moeder de oorzaak was. Jodium vind je in kustgebieden, maar niet in de bergen. Door zwangere vrouwen jodiumtabletten te geven, was het probleem opgelost en werden er geen kinderen met cretinisme meer geboren.

«Nieuw onderzoek heeft nu aangetoond dat hormoonverstoorders de schildklierfunctie tijdens de zwangerschap kunnen verstoren. Het WHO-rapport uit 2012 stelt dat er de voorbije twintig à dertig jaar een toename is van het aantal kinderen dat geboren wordt met autisme en gedragsstoornissen als ADHD, en dat hormoonverstorende stoffen daarvan de oorzaak zouden kunnen zijn.»

HUMO Over welke stoffen gaat het dan?

De Sutter «Bekende hormoonverstoorders zijn pcb’s: stoffen die al jaren verboden zijn, maar vroeger werden gebruikt als koelvloeistof, brandvertrager, verf, inkt en lijm. Omdat ze heel traag afbreken, zitten ze nog overal in het milieu. Men heeft ze zelfs in het vetweefsel van ijsberen en pinguïns teruggevonden, zozeer zijn ze over de aardbol verspreid.

»Daarnaast zijn er nog hele groepen nieuwe hormoonverstoorders waar-van we de werking en de toxiciteit nog niet kennen. Men schat dat er een achthonderdtal zijn. Stoffen als bisfenol en ftalaten, die onder andere als weekmakers in plastic worden gebruikt, heeft men al onderzocht. Maar over de meeste andere stoffen weten we nog relatief weinig. Intussen blijven die stoffen alomtegenwoordig: in onze voeding, in het water dat we drinken en zelfs in de lucht die we inademen.»

HUMO Zijn die stoffen alleen schadelijk voor ongeborenen? Of hebben ze ook later nog een effect?

De Sutter «Voor baby’s en jonge kinderen zijn ze ook schadelijk. Ze zijn het gevaarlijkst in de periode dat het lichaam nog in volle ontwikkeling en dus het kwetsbaarst is. De hersenen zijn pas volledig volgroeid op de leeftijd van 25 jaar.»

HUMO Gaat het alleen om hormoonverstoorders, of zijn er nog andere stoffen die een invloed hebben op het IQ?

De Sutter «Er zijn ook chemische stoffen die inwerken op de neurotransmitters, de chemische boodschappers van de hersenen. En bepaalde pcb’s kunnen in hoge concentraties cellen doden, en dus ook hersencellen. Al die effecten kunnen door elkaar voorkomen.

»Misschien moet er ook wel een bepaalde genetische voorbestemdheid zijn om vatbaar te zijn voor die effecten, en is de ene mens gevoeliger dan de andere. Je levensstijl kan ook een factor zijn. Er zijn bijvoorbeeld mensen die gevoeliger zijn voor het effect van roken op het ontstaan van longkanker.»

HUMO Er lijkt op Europees vlak wel iets te bewegen: het Europees Parlement nam vorige maand een resolutie aan waarin het de Europese Commissie vraagt om tegen juni 2020 een wetgeving voor te stellen die de bevolking beter moet beschermen tegen hormoonverstoorders.

De Sutter «Geen moment te vroeg. De Europese Commissie heeft jaren geleden al gezegd dat er een wetgeving rond hormoonverstoorders moet komen.

Klassieke chemische stoffen zijn meestal gewoon giftig: hoe meer je ervan binnenkrijgt, hoe groter het effect op de gezondheid. Hormoonverstoorders werken echter op een totaal andere manier: ze verstoren de werking van onze hormonen en de effecten daarvan zijn veel moeilijker aan te tonen, ook omdat ze pas op langere termijn merkbaar zijn. Je hebt ook zogenaamde cocktaileffecten, waarbij de negatieve effecten van combinaties van stoffen elkaar kunnen versterken. In tegenstelling tot de klassieke chemische stoffen kunnen lagere dosissen soms ook schadelijker zijn dan hogere. Dat maakt het moeilijker om die stoffen te reguleren, want welke concentratie is dan aanvaardbaar? Men zoekt al lang naar een goeie manier om ze te reguleren, met als gevolg dat er nog altijd weinig of geen wetgeving is. Ook al omdat sommige landen flink tegenspartelen uit vrees dat hun chemische industrie getroffen wordt.»

HUMO De Hoge Gezondheidsraad heeft ook in ons land al aan de alarmbel getrokken. Kan men op nationaal niveau geen maatregelen nemen?

De Sutter «Uiteraard. België kan op dat vlak zelfs een voortrekkersrol spelen. De Senaat heeft vorig jaar nog een rapport goedgekeurd waarin de regering wordt opgeroepen de bevolking tegen deze stoffen te beschermen en strenger te zijn dan wat Europa oplegt. Frankrijk en Denemarken doen dat ook.»

HUMO De resolutie van het Europees Parlement kwam er onder andere na een stevig rapport van de Frans-Britse biologe en endocrinologe Barbara Demeneix. Bij de presentatie van dat rapport zei Demeneix dat we nog heel veel niet weten over deze stoffen.

De Sutter «Als we wachten tot we alles weten, zullen nog een paar generaties serieuze gezondheidsschade oplopen. Als er genoeg argumenten zijn om bepaalde stoffen te verbieden of aan banden te leggen, vind ik het schuldig verzuim om dat niet te doen. Kijk naar asbest, tabak of naar het DES-hormoon (dat aan zwangere vrouwen werd gegeven, red.). Ook in die gevallen waren er al lang vermoedens of zelfs bewijzen dat ze schadelijk waren, maar heeft het zeer lang geduurd voor men ingreep. Waarom? Omdat een aantal bedrijven er zeer rijk van werd. Die fout mogen we niet opnieuw maken. Zelfs als we nu optreden, zullen er veel kinderen aan die stoffen blootgesteld zijn die er de rest van hun leven de gevolgen van moeten dragen.

»De kost van de gezondheidsschade die hormoonverstoorders veroorzaken, is ook enorm: het gaat om 46 tot 288 miljard euro per jaar, alleen al voor de Europese Unie. Ter vergelijking: het Europese budget is 155 miljard euro.»

HUMO Ondertussen blijven die stoffen mogelijk hersenschade aanrichten. Hoe ernstig moeten we de situatie inschatten?

De Sutter «Belangrijk is nu dat we goed onderzoeken wat er aan de hand is. We moeten de zaak ernstig nemen. Maar ik zou toch niet panikeren. Ik verwacht niet dat we over twintig of dertig jaar allemaal zwakbegaafd zullen zijn.»

Verkennende studie

Hoe (on)gezond is ons dagelijks brood (en andere producten van graan)

In de Gezondgids van februari 2017 las ik de aankondiging dat prof. dr. Fred Brouns (universiteit van Maastricht) – samen met de universiteit van Wageningen en het Nederlands Bakkerijcentrum onderzoek gaan doen naar brood.

In dat artikel wordt genoemd dat het boek Broodbuik wereldwijd de belangrijkste aanleiding hiertoe is in ons land. En ook De voedselzandloper heeft veel invloed gehad. Maar in beide boeken zouden veel onjuistheden staan. Er gaat volgens dit artikel veel onzin rond over brood, maar toch zien we steeds meer artikelen verschijnen in reguliere en alternatieve media, zoals bijvoorbeeld:

  • Brood, Wie is Er Niet Groot Mee Geworden ?! Of: Brood Wie is Er Niet Ziek Van Geworden?!
  • Cardioloog: “Moderne tarwe is ziekmaker”  (Gezondheid 8 januari 2016)
  • Het nog steeds onverklaarbare “Prikkelbare Darmsyndroom”.
  • Moderne Tarwe is het ‘perfecte chronische gif’ (24 november 2013 in Voeding).
  • ‘Tarwe proteïnen de boosdoeners bij ontsteking en non-coeliakie glutenovergevoeligheid’.

Feit is dat veel mensen zeggen dat hun gezondheid verbetert als ze minder tot geen brood meer eten. En dat zijn niet allemaal mensen die gediagnosticeerd zijn met coeliakie.

De vijfde titel in het opgesomde rijtje is een artikel dat ik hieronder weergeef:

Nieuwe studie linkt tarweproteïnen -die geen gluten zijn- aan ontsteking bij chronische ziekten

GoedGezond

Nieuwe studie linkt tarweproteïnen aan ontsteking bij chronische ziekten. De studie laat zien dat de consumptie van bepaalde tarweproteïnen, die geen gluten zijn, kan leiden tot ontsteking in weefsels achter de darmen. Ook kan de inname bijdragen aan de ontwikkeling van een non-coeliakie glutenintolerantie. De ontstekingsreacties kunnen overslaan naar organen buiten de darmen, wat bepaalde chronische ziekten verergert.

Tarweproteïnen de boosdoeners bij ontsteking

Een proteïne in tarwe lokt ontsteking uit bij chronische ziekten zoals Multiple Sclerose, astma en reumatoïde artritis en draagt bij tot de ontwikkeling van non-coeliakie glutenovergevoeligheid, volgens een nieuwe studie die gepubliceerd is in United European Gastroenterology.

Ontstekingscondities ook buiten de darmen

Amylase-trypsine inhibitors

Bij eerdere studies lag de focus meestal op gluten en de impact hiervan op het spijsverteringssysteem. Dit onderzoek werpt echter een licht op een andere familie van tarweproteïnen: amylase-trypsine remmers (ATI’s). De consumptie van ATI’s kan leiden tot het ontwikkelingen van ontstekingscondities achter de darmen, waaronder die van lymfeklieren, nieren, milt en ook de hersenen. Ook laat het bewijs zien dat ATI’s ziekten als reumatoïde artritis, multiple sclerose, astma, lupus en de non-alcoholic vette lever verergeren, net als inflammatoire darmziekte.

Meer dan 4% van de tarweproteïnen bestaat uit ATI’s. En hoewel dit geen hoog percentage is, kan het wel heftige immuunreacties binnen de darmen uitlokken. Deze reacties kunnen overslaan naar andere weefsels in het lichaam.

Senior auteur van de studie, professor Detlef Schuppan (Johannes Gutenberg University) legt uit:

“We geloven dat ATI’s niet alleen bijdragen aan darm gerelateerde ontstekingscondities, maar ook dat ze ontsteking bevorderen van andere immuun gerelateerde chronische condities buiten de darmen. Het type darmontsteking dat gezien wordt bij non-coeliakie glutensensitiviteit verschilt van de ontsteking die coeliakie veroorzaakt. We denken niet dat dit getriggerd wordt door glutenproteïnen, maar hebben aangetoond dat ATI’s uit tarwe specifieke immuuncellen in de darmen en andere weefsels activeren. Hierdoor verergeren symptomen van pre-existente ontstekingsziekten drastisch.”

Klinische studies beginnen nu te onderzoeken welke rol ATI’s spelen op chronische ziekten. “We hopen dat dit onderzoek ons richting een ATI-vrij dieet kan brengen, om serieuze immunologische stoornissen te behandelen”, aldus Schuppan.

Non-coeliakie glutenovergevoeligheid

Behalve tot ontstekingscondities buiten de darmen kunnen ATI’s ook bijdragen aan non-coeliakie glutensensitiviteit. Deze conditie is nu een geaccepteerde medische diagnose voor mensen die geen coeliakie hebben, maar baat hebben bij een glutenvrij dieet. Symptomen zoals buikpijn en een onregelmatige stoelgang worden vaak gemeld, en dit maakt het lastig om de aandoening te onderscheiden van PDS (prikkelbare darmsyndroom). Extra intestinale symptomen zoals hoofdpijn, eczeem en gewrichtspijn kunnen helpen bij een diagnose. Deze symptomen verschijnen na de consumptie van voeding met gluten en verbeteren snel op een glutenvrij dieet. Maar volgens dit onderzoek lijken het geen gluten te zijn die de problemen veroorzaken. (vette tekst door mezelf.)

Behalve tot ontstekingscondities buiten de darmen kunnen ATI’s ook bijdragen aan non-coeliakie glutensensitiviteit. Deze conditie is nu een geaccepteerde medische diagnose voor mensen die geen coeliakie hebben, maar baat hebben bij een glutenvrij dieet. Symptomen zoals buikpijn en een onregelmatige stoelgang worden vaak gemeld, en dit maakt het lastig om de aandoening te onderscheiden van PDS (prikkelbare darmsyndroom). Extra intestinale symptomen zoals hoofdpijn, eczeem en gewrichtspijn kunnen helpen bij een diagnose. Deze symptomen verschijnen na de consumptie van voeding met gluten en verbeteren snel op een glutenvrij dieet. Maar volgens dit onderzoek lijken het geen gluten te zijn die de problemen veroorzaken. (vette tekst door mezelf.)

Schuppan hoopt dat het onderzoek zal helpen om de non-coeliakie glutenovergevoeligheid te herdefiniëren.

De studie is gepresenteerd op de UEG Week Vienna 2016 (Oktober 15-19).

Wat zien we hier over het hoofd?

En bovendien is die kennelijke en door velen gerapporteerde overgevoeligheid voor tarwebrood iets van de laatste decennia. En het zou gaan om (over)gevoeligheid voor tarwe-eiwitten. Waarom hoorden we daar in de vorige eeuw eigenlijk nauwelijks over???

Ik ben afkomstig uit een familie van akkerbouwers die al zolang ik me heugen kan graangewassen – waaronder veel tarwe – verbouwt. En de teelt van tarwe is de laatste decennia nogal veranderd en ‘moderner’ geworden. Die ontwikkeling heb ik tijdens contacten met de familie meegekregen.

En toen ging me ineens een licht op, wat ik na dat artikel in de Gezondgids van februari 2017 verder ben gaan onderzoeken.

Een verslag van wat ik ontdekte zal ik hieronder trachten weer te geven. Maar het wordt een verontrustend verhaal dat gelinkt is – maar niet als enige variabele – aan neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte van Alzheimer, de ziekte van Parkinson, ALS, ADHD, MS, autisme en verminderde vruchtbaarheid van de man. Daarnaast hoort een lager worden van het IQ van kinderen tot de mogelijkheden.

Zeer verontrustend allemaal, maar helaas heb ik voor deze opsomming wel reeds de nodige onderbouwingen vanuit eerdere studies. En dus zal ik deze in kaart moeten brengen.

Maar… brood op zich is al eeuwen wel gezond geweest voor de mens en zou dat ook weer kunnen worden als we weten wat er fout gaat bij de zogenaamd geoptimaliseerde teeltmethoden.

En de grap is dat ik de oorzaak voor de broodellende nou eens niet vond in een bakkerij of bij de universiteit van Wageningen of in een ziekenhuis, maar op een plek waar niemand zomaar gaat zoeken, namelijk het bedrijf Lenntech in Delfgauw, dat een lijst heeft samengesteld met voor alle bekende elementen van het Periodiek Systeem de Elektronegativiteit, compleet met een beschrijving van de elementen.

Op deze lijst staat als elektronegatieve waarde voor Chloor vermeld: 3,16 en voor Fluor 3,98. Fluor en Chloor behoren bij de Halogenen en behoren tot de meest elektronegatieve elementen van het Periodiek Systeem.  (Zuurstof zit er nog tussen met de waarde 3,44.)

En het nare is nu dat er in ons moderne tarwe residuen van fluor en chloor zitten… en dus ook in ons dagelijks brood. En dat fluor en chloor stapelt zich ook nog eens op in ons lichaam.

Hoe is het mogelijk dat ons dagelijks brood vergiftigd is met sporen van fluor en chloor?

In deze studie richt ik me primair op de aanwezigheid van residuen van deze twee stoffen omdat ik denk dit de belangrijkste oorzaak is van de pseudoglutenintolerantie die nog steeds niet begrepen wordt.

In de loop der jaren kwamen er ‘steeds betere en geavanceerdere’ pesticiden bij die helaas meestal fluor bevatten. En daarnaast ging men ook werken met zogenoemde ‘halmverkorters’ die chloor bevatten. Het resultaat was een veel efficiëntere teeltwijze met hogere opbrengsten.

Dat kort voor de oogst veel boeren hun gewassen nog met glyfosaat bespuiten is ook niet gezond, maar dat aspect laat ik hier buiten beschouwing omdat hierover al veel meer geschreven is.

Helaas komen residuen van deze stoffen in de graankorrels terecht en dus ook in het daarvan gemalen meel en het dagelijks brood dat er mee wordt gebakken.

De giftigheid van fluor en chloor via het misvormen van lichaamseiwitten

De giftigheid van fluor en chloor voor de mens is een onzichtbare invloed die in het menselijk lichaam als een sluipmoordenaar optreedt, door het misvormen van allerlei lichaamseiwitten, die vervolgens niet meer normaal kunnen functioneren.

Die giftigheid komt voort uit de sterke elektronegativiteit van fluor en chloor, waardoor de ruimtelijke structuren van eiwitten veranderen. Hierover bestaan al diverse boeken en het principe wordt al genoemd in een oud HBS-B-boek van halverwege de vorige eeuw: de zogenoemde Van der Waalskracht. Ook diverse artikelen over dit onderwerp bestaan al enige tijd, zoals hieronder.

Op 1-12-2010 ontving ik van PNAS het abstract van het artikel Structure and folding of a designed knotted protein, door Neil P. King en collega’s. Ik citeer even dit abstract:

[…] A very small number of natural proteins have folded configurations in which the polypeptide backbone is knotted. Relatively little is known about the folding energy landscapes of such proteins , or how they have evolved. We explore those questions here by designing a unique knotted protein structure. Biophysical characterization and X-ray crystal structure determination show that the designed protein folds to the intended configuration, tying itself in a knot in the proces, and that it folds reversibly. The protein folds to its native, knotted configuration approximately 20 times more slowly than a control protein, which was designed to have a similar tertiary structure but to be unknotted. Preliminary kinetic experiments suggest a complicated folding mechanism, providing opportunities for further characterization. The findings illustrate a situation where a protein is able to succesfully traverse a complex folding energy landscape, though the amino acid sequence of the protein has not been subjected to evolutionary pressure for that ability.

The succes of the design strategy – connecting two monomers of an intertwined homodimer into a single protein chain – supports a model for evolution of knotted structures via gene duplication […]

Ik denk dat we hier een voorbeeld zien van wat ‘niet-natuurlijk in het lichaam voorkomende elektro-actieve stoffen’ kunnen doen met de natuurlijke structuren van eiwitten.

Deze eiwitten ontstaan doordat er onder invloed van die elektro-actieve stoffen (lees: elektronegatieviteit) ladingsverschuivingen optreden in de samenstellende aminozuren van een eiwit.

De vouwing van eiwitten komt namelijk altijd tot stand onder invloed van de verschillende ladingen van de verschillende aminozuren die samen zo’n eiwitmolecuul vormen.

Als die afzonderlijke ladingen van de aminozuren veranderen doordat er extra elektro-actieve krachten op inwerken, dan verandert ook de vouwing van zo’n eiwit.

Verdwijnt die ‘niet natuurlijke elektro-actieve invloed’ weer, dan keert de vouwing van dat eiwitmolecuul weer terug naar zijn oorspronkelijk bedoelde staat, maar alleen als die invloed van tijdelijke aard is.

Doordat de niet natuurlijke elektro-actieve invloed door de evolutie niet is ingecalculeerd, raken eiwitten door die onnatuurlijk geforceerde vouwing gewoon ‘in de knoop’ en worden ze disfunctioneel.

Ook kan het problematisch worden om zulke eiwitten af te breken.

Protein misfolding diseases

Dat verkeerd gevouwen eiwitten al langer onderwerp van onderzoek zijn, zien we ook in het artikel Nanotools for Megaproblems: Probing Protein Misfolding Diseases Using Nanomedicine Modus Operandi, door Vladimir N. Uversky en collega’s, (J Proteome Res. 2006 October; 5(10): 2505-2522). Het artikel heeft 220 wetenschappelijke publicaties als bronnen. Ik citeer van dit artikel even het Abstract:

[…] Misfolding and self-assembly of proteins in anoaggregates of different sizes and morphologies (nanoensembles, primary nanofilaments, nanorings, filaments, protofibrils, fibrils, etc.) is a common theme unifying a number of human pathologies termed protein misfolding diseases.

Recent studies highlight increasing recognition of the public health importance of protein misfolding diseases, including various neurodegenerative disorders and amyloidoses. It is understood now that the first essential elements in the vast majority of neurodegenerative processes are misfolded and aggregated proteins. Altogether, the accumulation of abnormal protein  nanoensembles exerts toxicity by disrupting intracellular transport, overwhelming protein degradation pathways, and/or disturbing vital cell functions. In addition,, the formation of inclusion bodies is known to represent a major problem in the production of recombinant therapeutic proteins. Formulation of these therapeutic proteins into delivery systems and their in vivo delivery are often complicated by protein association. Thus, protein folding abnormalities and subsequent events underlie a multitude of human pathologies and difficulties with protein therapeutic applications.

The field of medicine therefore can be greatly advanced by establishing a fundamental understanding of key factors leading to misfolding and self-assembly responsible for various protein folding pathologies. This article overviews protein misfolding diseases and outlindes some novel and advanced nanotechnologies,, including nanoimaging techniques, nanotoolboxes and nanocontainers, complemented by appropriate ensemble techniques, all focussed on the ultimate goal to establish etiology and to diagnose, prevent, and cure these devastating disorders […]

De Concluding Remarks van dit artikel zijn ook interessant en ik citeer daar een stukje van:

[…] The last couple of decades witnessed a remarkable improvement in our understanding of the pathology of numerous human diseases at the molecular level. In many cases, the etiology of a disease is traced to a key protein, and it is recognized now that many devastating disorders, including neurodegenerative diseases, amyloidoses, cataracts, arthritis, and type 2 diabetes, belong to the family of so-called protein misfolding or conformational diseases. These disorders, while representing a group of heterologous disorders, are united by a molecular mechanism where an underlying host protein undergoes a change in its native conformation.

The mentioned conformational changes are accompanied by loss of normal function, gain of new and often toxid function, aggregation, and misfolding. These proteins could be misfolded or predisposed to misfolding as a ressult of point mutations, alternative splicing, or other genetic alterations. For example, such proteins might contain mutations that primarily decrease protein conformational stability but do not affect their expression of function. This mutation-induced conformational instability can intermittently cause the affected protein to partially unfold, then misfold, and then undergo aggegation causing cumulative cell damage. Alternatively, even normal proteins can undergo some post-translational conformational alterations induced by changes in their environments or as a result of toxic insult […]

En onder zo’n ‘toxic insult’ kunnen we ook verstaan ‘inname van elektronegatieve stoffen zoals fluor en chloor, waardoor er ineens een verandering wordt veroorzaakt in de elektrische lading van de omgeving van eiwitten en de eiwitten zelf. In feite hebben alle soorten brood met daarin elektro-actieve bestanddelen deze uitwerking. Zeker als er sprake is van een chronische inname van deze stoffen. Het is wel zo dat die elektronegativiteit langzaam opbouwt door chronische inname van brood.

In relatie tot bovengenoemde artikelen wil ik ook nog noemen het boek Protein Folding and Misfolding: Neurodegenerative Diseases, in de serie Focus on Structural Biology 7. De auteurs zijn Judit Ovádi en Ferenc Orosz. Het is een uitgave van Springer Science – Business media BV, 2009.

Interessant is ook de vermelding van de Series Editor. Dat is Rob Kaptein, van Bijvoet Center for Biomolecular Research, van de Utrecht University, The Netherlands.

De Universiteit van Utrecht is dus betrokken bij de uitgave van dit boek. Het lijkt me dus dat in eigen land het principe van de verkeerd gevouwen eiwitten niet meer kan worden genegeerd.

Pesticiden en halmverkorters

Dan nu over die pesticiden en halmverkorters, die niet alleen schadelijk zijn voor de mens, maar ook voor het andere leven op de akkers en in de aangrenzende waterpartijen en sloten.

In het wisselvallige weer in Nederland met zijn vele wind en regenbuien bestaat voor opgroeiend en rijpend graan het gevaar dat de halmen plat slaan op de akkers, waardoor de nog onrijpe aren verrotten op het land en niet meer goed oogstbaar zijn. Om dit te verhinderen bedacht men de zogenaamde ‘halmverkorters’, die zorgden voor kortere en stevigere stengels, waardoor het gewas niet meer zo snel zou platslaan (legering).

In het boek Techniek in Nederland in de twintigste eeuw, Deel 3. Landbouw, voeding (2000), door H.W. Lintsen en mede-auteurs wordt op bladzijde 195 beschreven hoe men de eerste halmverkorters introduceerde:

[…] Om verder aan het legeringsprobleem tegemoet te komen, kwam in de loop van de jaren zestig ook het gebruik van groeiregulerende middelen, de zogenaamde ‘halmverkorters’, op, hormoonachtige stoffen die de lengtegroei reguleerden en zo meehielpen legering te voorkomen. De halmverkorter die hier algemeen in gebruik kwam, was het middel Chloor Choline Chloride, kortweg CCC, met de handelsnaam Chloormequat. De eerste publicatie over de effecten van CCC op de lengtegroei van gewassen verscheen in 1960 en was van de hand van de Amerikaanse onderzoeker N.E. Tolbert. In ons land werden de eerste, oriënterende proeven met CCC gedaan in 1963. De werking van groeiregulatoren zoals CCC berust op het afremmen van de celstrekking, waardoor de halmleden korter worden. Doordat er tegelijk in de celwanden meer steunweefsel wordt afgezet, wordt de stengel aan de voet bovendien dikker en daardoor sterker. Met name bij tarwe – meer dan bij andere granen, waar het effect meestal kleiner was en van voorbijgaande aard – bleek dat met CCC een belangrijk stengelverkortend effect kon worden bereikt. Door de verkorting en (gelijktijdige) verdikking van de halmleden bereikte men een grotere strostevigheid, en nam de kans op legering af, waardoor meer stikstof productief werd gemaakt ten behoeve van de korrelopbrengst. Bij vergelijkende proeven uit de eerste helft van de jaren zeventig bleek dat zónder CCC een maximale opbrengst van 4300 kg werd bereikt bij 80 kg N/ha, terwijl mét CCC 5200 kg bereikt kon worden bij 120 kg N/ha (zie tabel 12.4).91 De toepassing van halmverkorters bracht overigens ook nadelen met zich mee. Op correcte wijze toegepast, verkortte en verdikte het middel de stengel van het gewas weliswaar, maar het verkorten van de stengel met 10 cm of meer bracht de aren dichter bij de grond én bij de kafjesbruinschimmel, die daar op de loer lag om toe te slaan. CCC maakte een tarwegewas dus vatbaarder voor deze ziekte, die kon resulteren in lagere opbrengsten als gevolg van kleinere en slecht gevulde aren. Daarom noodzaakte het gebruik ervan de boer dus ook vaak om tegelijkertijd tegen deze schimmelaandoening te spuiten […].

En waar die halmverkorters dus stoelden op chloor, komen we nu bij de fungiciden en herbiciden aan.

Als voorbeeld noem ik Diflufenican met de molecuulformule C19 H11 F5 N2 O2. Zoals aan de formule  is af te lezen bevat deze stof fluor.

De IUPAC-naam is voluit:N-(2,4-difluorfenyl)-2-[3-(trifluormethyl)fenoxyl]-3-pyridinecarboxamide.

Diflufenican is een herbicide voornamelijk voor landbouwgebruik, dat rond 1985 op de markt kwam. Het wordt meestal in combinatie met een of meer andere herbiciden gebruikt, zoals bromoxynilisoproturonflufenacet of glyfosaat. In België zijn er tevens verscheidene herbicidepreparaten voor particulier gebruik in de handel met diflufenican als actief bestandsdeel.

Diflufenican werd ontwikkeld door May & Baker Ltd uit Engeland (later Aventis CropScience en tegenwoordig Bayer CropScience), dat octrooiaanvragen indiende 1981 in Europa[2] en 1984 in de Verenigde Staten.[3] De octrooibescherming is inmiddels verlopen en er zijn nu ook andere producenten van diflufenican op de markt.

Diflufenican kan voor of na het uitkomen van het onkruid gespoten worden. Het wordt voornamelijk opgenomen door de scheuten van jonge plantjes. De werking berust op de inhibitie van een specifiek enzym dat nodig is voor de biosynthese van carotenoïden. Door die remming verbleken de planten.

Diflufenican wordt gebruikt bij de teelt van graangewassen (tarwegerstroggetriticalespelt).De stof is werkzaam tegen eenjarige tweezaadlobbige onkruiden; in het bijzonder ereprijs– en viooltjessoorten en sterbladigenzoals kleefkruid. In de graangewassen wordt diflufenican snel afgebroken en heeft het geen nadelige effecten.

En dan is er ook nog een verbinding die als fungicide wordt gebruikt en zowel chloor als fluor bevat.

De molecuulformule is C17 H13 CL F N3 O en laat zowel chloor als fluor zien.

Epoxiconazool (ISO-naam) is een fungicide dat gebruikt wordt in de landbouw, onder meer voor de bescherming van suikerbieten en graanteelten tegen bladziekten, veroorzaakt door ascomycetenbasidiomyceten en deuteromyceten. Het wordt meestal verkocht als een geconcentreerde suspensie, die met water moet gemengd worden en dan verspoten. Het werkt zowel preventief als curatief.

Epoxiconazool behoort tot de triazool-fungiciden en is ontwikkeld door BASF, dat het verkoopt onder de merknaam Opus (dit is een suspensieconcentraat van epoxiconazool in solventnafta). De octrooibescherming[1] op de stof is verlopen en er zijn ook andere producenten en leveranciers van producten met epoxiconazool op de markt, bijvoorbeeld Cheminova.[2] Epoxiconazool wordt ook dikwijls gecombineerd met een ander fungicide.

Epoxiconazool is opgenomen in de lijst van gewasbeschermingsmiddelen die in de Europese Unie kunnen toegelaten worden.[3] Producten met epoxiconazool, alleen of in combinatie met andere fungiciden, zijn in de meeste lidstaten van de Europese Unie erkend.

Epoxiconazool is weinig acuut toxisch voor de mens. Bij proeven op ratten werd een verhoogde kans op leverkanker vastgesteld, evenals effecten op de voortplanting, waaronder verminderde vruchtbaarheid.[4] Uit in-vitro- en in-vivoproeven is gebleken dat epoxiconazool een endocriene disruptor is die kan aanleiding geven tot misvormingen bij de voortplanting.[5] Deze stof breekt langzaam af in de bodem.

Van de vele soorten en merken pesticiden en fungiciden zal ik er nog eentje noemen die ook bestaat uit een chloor-fluor-verbinding: Aviator Xpro ofwel Bixafen, met de formule C18 H12 Cl2 F3 N3 O.

Bixafen (ISO-naam) is een fungicide dat in 2006 door Bayer CropScience werd geïntroduceerd.[1] De chemische structuur is verwant aan die van boscalid.

Bixafen is bedoeld om op tarwe en andere graanteelten versproeid te worden, en zou een effectieve controle van onder meer Septoriaschimmels en bruine roest mogelijk maken, ook van soorten die resistent zijn tegen strobilurines. De stof zal enkel in combinatie met een andere actieve stof worden geleverd, met name het triazoolfungicide prothioconazool. Deze combinatie blijkt bij veldproeven een hogere opbrengst en een langere bescherming op te leveren.[2] Een merknaam was in 2009 nog niet bekend: de codenaam van Bayer voor de combinatie was BAYF869. De stof kwam later op de markt in de producten Aviator Xpro (bixafen en prothioconazool), Skyway Xpro en Evora Xpro (allebei bixafen, prothioconazool en tebuconazool).[3]

Dit spul is zo giftig dat het alleen mag worden verkocht aan mensen met een geldige spuitlicentie.

Bespuitingen met chloormequat chloride en fluorhoudende fungiciden leiden meestal tot residuen in de graankorrels, dus ook in de korrels van broodtarwe

Ik ben opgegroeid in het gezin van een rijkelijk met allerlei soorten gif spuitende tuinder, waar we regelmatig de producten die naar de veiling gingen niet zelf mochten eten.  Met dat gegeven in het achterhoofd ging ik eerst op zoek naar evidentie voor het vermoeden dat er in de korrels – en dus ook het meel – van die broodtarwe residuen zouden zitten van die chloormequat en fluorhoudende fungiciden. En die evidenties waren makkelijk te vinden. Ik begin even met chloormequat:

[…] Chloormequat heeft de eigenschap om zich op te hopen in de stengels en vruchten. Regelgeving: Chloormequat is een stof die al sedert de jaren ’60 op de markt is. De Europese Commissie plaatste ze in 2009 op de lijst van toegelaten middelen. Hierin werd het gebruik beperkt tot graangewassen. Begin 2010 werd dit uitgebreid tot niet-eetbare planten. Onder meer in België en Nederland zijn producten met chloormequat-chloride erkend. De stof is matig toxisch bij inslikken […]

Ik vond op internet het document d.d. 7 april 2017: EU MRL EN RESIDU DEFINITIE WIJZING CHLOORMEQUAT CHLORIDE. (https://eurofinsfoodtesting.nl/en/change-residue-definition-chlormequat/)

Er worden ook voorbeelden gegeven van deze EU MRL wijzigingen vanaf 3 november 2017, in twee kolommen: Reg. (EU) 737/2017 en Reg. (EU) 2017/639.

Voor tarwe zijn die waarden onder die kolommen resp.: 0.05 mg/kg en 4.00 mg/kg.

Bron: Verordening (EU) 2017/693 (https://www.diervoederketen.nl/images/europese-regelgeving/nieuw2017/apr 17/CELEX 32017R0693 NL TXT.pdf).

Nu kijken we nog even naar eventuele residuen van fluorhoudende fungiciden.

Ik vond d.d. 18 juni 2010 een Wijziging van Richtlijn 91/414/EEG teneinde sulfurylfluoride op te nemen als werkzame stof. In bijlage 1 bij Richtlijn 91/414/EEG worden aan het einde van de tabel de volgende meldingen toegevoegd:

De betrokken lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kennisgever bij de Commissie nadere informatie indient en met name gegevens ter bevestiging van:

de nodige verwerkingsomstandigheden in de maalderij om ervoor te zorgen dat de residuen van fluoride-ion in meel, zemelen en graan de natuurlijke achtergrondgehalten niet overschrijden;

Bij deze algemene evaluatie moeten de lidstaten bijzondere aandacht schenken aan:

het risico dat wordt gevormd door anorganisch fluoride via verontreinigde producten, zoals meel en zemelen die tijdens de fumigatie in de maalderijmachines zijn achtergebleven, of graan dat in silo’s in de maalderij is opgeslagen. Er moeten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat dergelijke producten niet in de voedsel- en voederketen terechtkomen;

Hierboven wordt gesproken over residuen van fluoride-ionen in meel, zemelen en graan die men liever niet in de voedsel- en voederketen laat terechtkomen. Dat lijkt er op te duiden dat men rekening houdt met fluor-residuen in graan…

Ik denk dat we er dan ook vanuit mogen gaan dat de broodtarwe ook residuen van fluorhoudende fungiciden bevat en dat men probeert die hoeveelheid residuen onder een door de EU vastgestelde norm te houden. Maar hoe veilig is die norm???

Gevolgen van de fluoridering van ons dagelijks brood bij chronische inname.

Bovengenoemde stoffen blijven als residuen achter in graankorrels, onzichtbaar en ze verspreiden geen geur maar zijn toch aanwezig. Ook de geur van versgebakken brood verraadt deze aanwezigheid niet. Het gaat om kleine hoeveelheden residuen, maar een dagelijkse inname ervan leidt op termijn toch tot stapeling en een opbouwend effect.

Nadat we in de vorige eeuw – na WOII – eerst te maken kregen met fluoridering van het drinkwater hebben we daarna te maken gekregen met fluoridering van ons dagelijks brood.

Hoe de sterk elektronegatieve elementen chloor en fluor kunnen leiden tot misvormingen van de ruimtelijke structuur van eiwitten en daardoor allerlei functies nadelig kunnen beïnvloeden, besprak ik al in het begin van deze mini-studie. Een factor is ook nog dat broodeiwitten moeilijker kunnen worden afgebroken en kunnen leiden tot het ‘prikkelbaredarmsyndroom’.

En dan moeten we nog eens terugdenken aan de intro van het eerste artikel dat ik weergaf:

[…] Nieuwe studie linkt tarweproteïnen aan ontsteking bij chronische ziekten-  De studie laat zien dat de consumptie van bepaalde tarweproteïnen, die geen gluten zijn,  kan leiden tot ontsteking in weefsels achter de darmen. Ook kan de inname bijdragen aan de ontwikkeling van een non-coeliakie glutenintolerantie. De ontstekingsreacties kunnen overslaan naar organen buiten de darmen, wat bepaalde chronische ziekten verergert […]

Die bepaalde tarweproteïnen die geen gluten hoeven te zijn kunnen ook heel goed misvormde tarwe-eiwitten zijn die onder invloed van chloor en fluor vervormd zijn en onherkenbaar geworden voor het menselijk lichaam.

De sterk elektronegatieve chloor en fluor kunnen ook leiden tot het ‘lekke-darmsyndroom’.

Elektroactieve stoffen leiden bij voldoende opstapeling (tengevolge van een polymorfisme van Cytochroom P450, en/of gebrek aan Glutathione S-Transferase en chronisch gebruik) tot een ladings-verschuiving in de moleculen van celmembranen, waardoor ook de onderlinge cohesie van die cellen verbroken wordt en er lekjes ontstaan. Niet alleen vindt dit plaats in de darmen, maar ook de bloed-brein-barrière (BBB) kan hierdoor getroffen worden, zodat ongewenste stoffen en pathogenen in de hersenen kunnen binnendringen. Bij een onderzoek onder autistische kinderen vond men dat 99% van hen een disfunctionerend metallothioninen-systeem (ontgifting via het MTN-mechanisme) had. Dat MTN-systeem heeft voldoende zink nodig om te kunnen functioneren. Bij onvoldoende beschikbaar zink gaan gifstoffen zoals zware metalen (bijvoorbeeld chloor en fluor in brood en kwik en aluminium in vaccins) zich opstapelen en worden de ladingsverschuivingen en ‘lekken’ ernstiger. 

Verstoorde afbraak van fytinezuur door fytase en daardoor verminderde opname van zink

In het voorgaande noemde ik al dat door de elektronegatieve lading van chloor- en fluorverbindingen

De ruimtelijke structuur van eiwitten kan worden misvormd, waardoor ze disfunctioneel kunnen worden.

In enkele nummers van het blad Ortho uit 2006 en 2007 stonden artikelen over de observatie dat door het consumeren van volkorenbrood tekorten aan ijzer en zink kunnen ontstaan. En dat zou dan te wijten zijn aan de aanwezigheid van fytinezuur (ofwel fytaat) dat niet in voldoende mate wordt afgebroken door het enzym fytase. Als voedsel teveel fytinezuur bevat, dan worden mineralen als zink, ijzer, magnesium en calcium eraan gebonden, waardoor deze niet meer door de darmwand kunnen worden opgenomen. Het gevolg is dan tekorten in het lichaam van deze stoffen, met als gevolg gebreksziekten. Fytinezuur wordt daarom ook wel een anti-nutriënt genoemd. Dit speelt vooral als er dagelijks volkorenbrood wordt geconsumeerd.

De Wageningse onderzoeker dr. Klaas Bos dook in deze problematiek en kwam na onderzoek tot de conclusie dat allerlei gezondheidsproblemen te herleiden kunnen zijn op zinktekorten, waarbij fytinezuur onmiskenbaar een rol speelt. Hij noemt bijvoorbeeld chronische verkoudheden, allergieën en huidproblemen als eczeem en psoriasis. Ook verminderde vruchtbaarheid is vaak mede terug te voeren op zinkgebrek. Fytinezuur vergroot verder de tekorten aan ijzer bij personen met een lage vleesinname, met alle gevolgen van dien.

Dr. Klaas Bos vindt het onverstandig om de Nederlandse bevolking aan te moedigen meer volkoren graanproducten te eten. Toch is het pas van de laatste tijd dat mensen menen gezondheidsklachten te ervaren door het eten van volkoren producten, zoals ons dagelijks brood.

Bij mij viel er toen een kwartje. Het is pas van de laatste decennia dat mensen bewust gezondheidsklachten zijn gaan relateren aan het consumeren van volkoren graanproducten en het is ook pas sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw dat men bij de graanteelt elektronegatieve halmverkorters en fungiciden is gaan gebruiken. En die stoffen kunnen eiwitten doen misvormen.

Bij de moderne broodtarwe is sprake van teveel fytinezuur dat had moeten worden afgebroken door het enzym fytase. Enzymen bestaan uit eiwitten en een niet-eiwitkoppeldeel. Stel nu dat de elektronegatieve residuen in de tarwe-aren/korrels de eiwitten van fytase misvormen, zodat die dan niet meer functioneel kunnen zijn, dan kan die fytase ook niet meer zorgen voor een optimale afbraak van fytinezuur. En blijft er teveel fytinezuur(fytaat) over in de korrels en het daarvan gemalen meel. En dat fytinezuur is gekoppeld aan zink, ijzer calcium en magnesium, dat daarna niet meer in ongebonden staat kan worden opgenomen door de darmen.

In theorie is het dus mogelijk dat het gebruik van de halmverkorters en fungiciden – dus de elektronegatieve invloeden daarvan – leidt tot het onvermogen van fytase om het fytinezuur adequaat af te breken. En dan dus het gebruik van die halmverkorters en fungiciden uiteindelijk leiden tot tekorten aan zink, ijzer enz. en is dus verantwoordelijk zijn voor een aantal gebreksziekten en chronische aandoeningen waar wede laatste decennia in steeds sterkere mate mee geconfronteerd worden.

Hoewel gezondheidsautoriteiten hierover bagatelliserend de schouders ophalen, denk ik toch dat een diepgaand onderzoek hiernaar wel geboden is. En misschien moet daarna wel de teelt van granen/broodtarwe over een andere boeg gegooid gaan worden.

Behalve het blokkeren van de afbraak van fytinezuur door fytase, spelen die chloor- en fluorverbindingen ook nog een hormoonverstorende rol, zodat er aandoeningen kunnen ontstaan door een optelsom van tekorten aan broodnodige nutriënten plus hormoonverstoring.

Hieronder volgens nog enkele fenomenen die de laatste decennia worden geobserveerd.

Afname van de mannelijke en de vrouwelijke vruchtbaarheid

Ik gaf ook het volgende weer over het gebruik van de fluorverbinding Epoxiconazool:

[…] Epoxiconazool is weinig acuut toxisch voor de mens. Bij proeven op ratten werd een verhoogde kans op leverkanker vastgesteld, evenals effecten op de voortplanting, waaronder verminderde vruchtbaarheid.[4] Uit in-vitro- en in-vivoproeven is gebleken dat epoxiconazool een endocriene disruptor is die kan aanleiding geven tot misvormingen bij de voortplanting […]

En dat brengt me meteen bij enkele fenomenen die de laatste tijd nogal vaak worden besproken, namelijk de afname van het IQ van de populatie plus een trend naar afnemende vruchtbaarheid van de man.

De residuen fluor die in brood aanwezig zijn kunnen we vergelijken met het fluor dat aanwezig is in sommige typen antidepressiva, zoals Seroxat. Daarom volgt hieronder even een artikeltje uit 2008:

Fluor in antidepressivum schaadt de mannelijke vruchtbaarheid

Momenteel zien we mondiaal een achteruitgang van de vruchtbaarheid, vooral bij mannen. Daarvoor zijn verschillende causale variabelen aan te wijzen. Eén daarvan is het – al of niet bewuste – gebruik van fluor in medicaties.

Op 25-9-2008 verzond Noorderlicht Noorderlog ‘t bericht Antidepressivum schaadt sperma:

[…] Het sperma van gezonde mannen die voor een onderzoek het antidepressivum Seroxat slikten, was ogenschijnlijk gezond. Maar het aantal zaadcellen met gebroken DNA was na vier weken ruim verdubbeld.

Een team van het Cornell Medical Center in New York (VS) onderzocht de spermakwaliteit van 35 gezonde, niet-depressieve mannen en liet ze vervolgens Seroxat slikken. Na vier weken werd het sperma opnieuw onder de loep genomen. Aan het aantal cellen was er niets veranderd, en ook hun vorm en beweeglijkheid waren nog als vanouds. Maar toch was er iets mis, leerde een blik op het DNA. Het percentage spermacellen met DNA-breuken was gestegen van 13,8 naar 30,3 procent.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat zoveel DNA-schade samengaat met een verminderde vruchtbaarheid. De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet in de wetenschappelijke pers gepubliceerd, maar worden al wel besproken in het populair-wetenschappelijke blad New Scientist. Onderzoeksleider Peter Schlegel zal de resultaten in november toelichten op een congres in San Francisco.

Seroxat is een selectieve serotonine heropnameremmer (SSRI). Het lijkt waarschijnlijk dat ook andere antidepressiva uit deze veelgebruikte klasse van geneesmiddelen slecht kunnen uitpakken voor het sperma. Dat kan een extra reden zijn om het slikken af te bouwen. In overleg met de behandelend arts uiteraard […]

Fluorfenyl (zie diflufenican) als pseudo-oestrogene stof is een hormoonontregelaar

Dat Seroxat (paroxetine) fluorfenyl bevat is waarschijnlijk de verklaring voor het brede scala van bijwerkingen die van deze stof gemeld wordt.

Over de fenylgroep zegt de scheikunde: De groep C6H5- die afgeleid is van benzeen. Het is dus een koolwaterstof en koolwaterstofverbindingen staan bekend om hun hormoonverstorende werking, ook wel samengevat onder de noemer van ‘pseudo-oestrogene stoffen’. Afhankelijk van de individuele gevoeligheid kunnen diverse hormoonsystemen in het lichaam verstoord raken doordat deze hormoonontregelaars op verschillende oneigenlijke manieren de receptoren van de cellen kunnen beïnvloeden. Ze zijn verwant aan de fenolen die inwerken op de oestrogeenreceptor. Meer informatie hierover is samengevat in het boek Stervend Sperma door Deborah Cadbury (1997).

Er is niet veel fantasie voor nodig om te begrijpen dat de combinatie van fluor en fenyl een zeer gevaarlijke is, die op verschillende manieren het gezond functioneren van de mens kan bedreigen.

En als fluor in een antidepressivum de mannelijke vruchtbaarheid kan bedreigen, dan kunnen ook fluorresiduen in tarwebrood dat doen.

Depleties door fluor in SSRI’s

Ik begon mijn zoektocht met het bekijken van de depleties zoals die staan vermeld in het Drug-Induced Nutrient Depletion Handbook uit 2001. Dit handboek vermeldt zeer veel farmaceutische middelen waarachter in de meeste gevallen de depleties worden vermeld die ze veroorzaken. Helaas is niet van alle middelen gedocumenteerd óf – en zo ja – voor welke stoffen er depleties worden veroorzaakt.

Omdat fluor een stof is die in diverse landen aan het drinkwater wordt toegevoegd en daarnaast ook dringend wordt aanbevolen door tandartsen – in de vorm van fluortandpasta, fluorpilletjes en fluorspoelmiddelen én er ontzettend veel recepten voor het antidepressivum fluoxtine (Prozac) worden voorgeschreven, keek ik eens op bladzijde 129 en volgende pagina’s of er ook depleties werden vermeld door fluorhoudende medicaties. En dat was schrikken.

Op bladzijde 129 vond ik de neusspray Flunisolide en Fluocinolone en op de volgende bladzijden trof ik middelen Fluocinonide en Fluticasone aan. Om er zeker van te zijn dat ik echt te maken had met vier verschillende fluorverbindingen zocht ik er de scheikundige formule van deze stoffen bij. Het klopte, de respectievelijke formules zijn in dezelfde volgorde als de opsomming van de stoffen: C24H31FO6,  C24H30F2O6,  C26H32F2O7 en C22H27F3O4S.

Voor Fluoxetine (Prozac) – fluoxetine (N-methyl-3-[a,a,a-trifluor-p-tolyl]-oxyl) propylamine-hydrochloride (=Prozac) – zijn geen depleties gedocumenteerd, maar we kunnen aannemen dat deze fluorverbinding dezelfde depleties te zien geeft als de vier hiervoor genoemde en dat ook aan drinkwater toegevoegde fluoride en fluortabletten leiden tot dezelfde depleties.

Het rijtje door deze fluorhoudende stoffen veroorzaakte depleties is indrukwekkend. Voor elk van deze vier stoffen worden de volgende acht (en overeenkomstige) depleties opgegeven:

[…] Calcium, Folic Acid, Magnesium, Potassium, Selenium, Vitamin C, Vitamin D, Zink […]

Hoe depressie en zinkspiegel gerelateerd kunnen zijn leg ik uit in een studie die geheel aan depressies is gewijd. Hoewel men de generieke fluoxetine niet voorschrijft aan kinderen jonger dan 18 jaar, mag de ‘echte’ fluoxetine – onder de naam Prozac – wel worden voorgeschreven aan jonge kinderen vanaf 8 jaar.

Slikkers van Prozac en andere fluorhoudende SSRI’s kunnen op termijn tekorten krijgen aan acht onmisbare stoffen. En dat kan dan weer leiden tot allerlei ‘gebreksziekten’.

En datzelfde kan ook gelden voor de dagelijkse eters van brood dat gebakken is met traditioneel geteeld graan.

Sperma bestaat uit water, suiker, calcium, chloor, magnesium, stikstof, kalium, vitaminen B12 en C en zink.

Als we kijken naar de micronutriënten die worden verlaagd door fluor, dan zien we dat van de stoffen die in sperma voorkomen al worden verlaagd: calcium, magnesium, kalium, vitamine C en zink.

Dat houdt dan in dat sperma dat gevormd wordt onder invloed van fluor, niet optimaal van samenstelling kan zijn en ook een nadelige invloed kan hebben op de mannelijke vruchtbaarheid.

Zink als belangrijk spoorelement voor de opbouw van gezond sperma

In het blad Fertility and Sterility 2002; 77(3):491-498 stond een interessant artikel onder de titel:

Effects of folic acid and zinc sulfate on male factor subfertility: a double-blind, randomized, placebo-controlled trial. Door Wong WY, Merkus HM, Thomas CM, Menkveld R, Zielhuis GA, Steegers-Theunissen RP.

Een verslag van dit artikel vond ik terug in het archief van het orthomoleculair magazine ORTHO onder de titel Meer spermacellen door suppletie met zink en foliumzuur.

Onthoud dat onder invloed van fluor ook foliumzuur wordt verlaagd.

Ik citeer het hele verslagje van dit onderzoeksresultaat:

[…] Meer spermacellen door suppletie met zink en foliumzuur

Nederlands onderzoek van het Universitair Medisch Centrum in Nijmegen laat zien dat suppletie van foliumzuur en zink bij mannen met vruchtbaarheidsproblemen het aantal spermacellen verhoogt. Dr Wai Yee Wong deed een dubbelblinde, placebogecontroleerde interventie bij 103 mannen met vruchtbaarheidsproblemen en 108 mannen zonder vruchtbaarheidsproblemen. Beide groepen kregen gedurende 26 weken één van de volgende behandelingen: foliumzuur, zink, foliumzuur en zink of een placebo. De supplementen bevatten 5 milligram foliumzuur of 66 milligram zink. Voor en na de interventie werden bloedmonsters en spermamonsters afgenomen. De concentraties van zink en foliumzuur in het bloed waren voor het onderzoek bij beide groepen gelijk. Gevonden werd dat mannen met vruchtbaarheidsproblemen 74% meer spermacellen hadden na de suppletie met zink en foliumzuur. De verhoging was significant. Bij vruchtbare mannen werd tevens een lichte verhoging van het aantal spermacellen waargenomen als zij zink en foliumzuur of alleen zink kregen. De onderzoekers concluderen dat een behandeling met zink en foliumzuur het aantal spermacellen verhoogt bij vruchtbare mannen en bij mannen met vruchtbaarheidsproblemen. Hiermee is echter niet bewezen dat suppletie de vruchtbaarheid verhoogt. Daarvoor is meer onderzoek nodig.

Duidelijk is wel dat zink gerelateerd is aan een gezonde hoeveelheid sperma en dat bij de mannen met vruchtbaarheidsproblemen het aantal spermacellen significant toenam.

Het is dus niet onmogelijk dat door het eten van volkorenbrood – waarbij waargenomen is dat de hoeveelheid zink afneemt – ook het aantal spermacellen beneden peil is en dat derhalve ook de vruchtbaarheid niet optimaal zal zijn.

Bekend is ook dat in de testis en prostaat normaliter veel zink wordt gevonden. Zink is niet alleen goed voor de algemene gezondheid, maar ook speciaal nodig voor de biologische werking van de mannelijke geslachtsorganen. Voor een goede beweeglijkheid van de spermacellen (spermazotoiden) is voldoende zink nodig.

Per ejaculatie verliest een man ongeveer 5 mg zink. Er zit niet voor niets zo’n grote hoeveelheid zink in sperma: Zink speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het buitenste membraam en de staart van de spermacellen. Zonder zink kunnen deze spermacellen zich niet voldoende ontwikkelen en zijn ze niet krachtig genoeg om de reis door de baarmoeder te maken.

Gebrek aan zink leidt bij mannen dus tot een verminderde hoeveelheid spermacellen per ejaculatie, terwijl ook de beweeglijkheid van die spermacellen afneemt, hetgeen zal leiden tot een verminderde vruchtbaarheid.

Gebrek aan zink schaadt ook de vrouwelijke vruchtbaarheid

In het Orthomoleculair magazine ORTHO, nummer 3, van  juni 2018 staat een onderzoeksbericht dat bekend gemaakt werd op het congres van de American Physiological Society dat gehouden werd in april 2018 in de Verenigde Staten in San Diego.

Het gaat om een zeer interessante onderzoeksuitkomst, vooral in het kader van het huidige item over brood en het door volkoren tarwebrood veroorzaakte zinktekort.

Omdat de laatste decennia de vruchtbaarheidsproblematiek toeneemt, lijkt het me belangrijk om ook deze laatste onderzoeksbevinding toe te voegen aan deze ministudie over modern brood.

[…] Een adequate hoeveelheid zink blijkt al in een vroeg stadium noodzakelijk voor de vruchtbaarheid. Zink is namelijk van invloed op de ontwikkeling van eicellen (oöcyten). De resultaten van de studie werden gepresenteerd tijdens het jaarcongres van de American Physiological Society.

In het experiment werd gebruikgemaakt van kleine pre-antrale follikels afkomstig van muizen. Tijdens de groei van de follikels in de eierstokken ontstaat een vergroting van de eicel die zich in de follikel bevindt. In eerdere studies werd gebruikgemaakt van grotere (antrale) follikels.

Humane follikels groeien normaliter negentig dagen alvorens ze klaar zijn voor de ovulatie. De wetenschappers van Pennsylvania State University maakten een vergelijking tussen follikels die groeiden in een zinkarme omgeving dan wel in een omgeving met een adequate hoeveelheid zink.

Het bleek dat de aanwezigheid van follikels in een zinkdeficiënte omgeving gepaard ging met kleinere eicellen en een onvoldoende ontwikkeling omringende cellen in de follikels. Ook leidde een zinktekort tot een onvermogen van de eicel om zich te delen (meiose), een noodzakelijk stap voor de bevruchting. Wanneer op een later moment alsnog voldoende zink werd toegevoegd, bleek dit de tekortkomingen niet meer te kunnen herstellen.

In eerdere studies werd gekeken naar het effect van zink tijdens het moment van meiose, bevruchting en ontwikkeling van de embryo. De resultaten van de huidige studie tonen dat een tekort aan het mineraal al negatieve effecten heeft wanneer de eicellen zich nog in een zeer vroeg ontwikkelingsstadium bevinden […]

We zien nu dus dat de vruchtbaarheid – en daarmee het voortbestaan van de menselijke soort  – van zowel mannen als vrouwen afhankelijk is van de kwaliteit van ons dagelijks brood.

Waar de vruchtbaarheid van mannen gedupeerd wordt door de residuen van fluor in het volkoren tarwebrood, wordt de vrouwelijke vruchtbaarheid benadeeld door het hebben van een zinktekort, dat kan worden veroorzaakt doordat door het elektronegatieve chloor en fluor de afbraak van fytinezuur door misvormde fytase-eiwitten in de weg staat, waardoor er onvoldoende zink kan worden opgenomen door de darmen.

Hoewel langs twee – gerelateerde – mechanismen de menselijke vruchtbaarheid wordt bedreigd, is in beide gevallen wel de teeltwijze van de tarwe voor het dagelijks brood daarvan de oorzaak.

Hoe het IQ van de huidige jongste generatie de laatste decennia kan zijn gaan afnemen

Ik wil beginnen met het noemen van een publicatie over de ontdekking dat fluor kan leiden tot het verlagen van het IQ van kinderen:

[…] The study referred to in this interview was published in Environmental Health Perspectives, in September 2017.  It is titled: “Prenatal Fluoride Exposure and Cognitive Outcomes in Children at 4 and 6-12 Years of Age.”  It is often referred to as the Bashash study, after its first listed author.

The study concluded: “…higher prenatal fluoride exposure, in the general range of exposures reported for other general population samples of pregnant women and nonpregnant adults, was associated with lower scores on tests of cognitive function in the offspring at age 4 and 6-12 y.”

In short, pregnant women exposed to fluorides give birth to children who later show up with lower IQ […]

Al in mei 2008 publiceerde Medisch Dossier een stukje over fluoride en de schildklier:

 

[…] Fluoride en de schildklier

In Nederland wordt al sinds 1976 geen fluor meer aan het drinkwater toegevoegd omdat mensen de vrijheid moeten hebben al of niet fluor te gebruiken. Wel bevat onze tandpasta gemiddeld 1 mg fluoride per cm en die van onze peuters (die hem vaak opsnoepen) ongeveer de helft daarvan. In Amerika dringen momenteel 900 artsen, tandartsen en milieudeskundigen er bij het US Congress op aan niet langer fluor aan het drinkwater toe te voegen, totdat er meer zekerheid is over de veiligheid ervan. Deze groep van experts haalt nieuw onderzoek aan waaruit blijkt dat er gezondheidsrisico’s kleven aan fluoridering. ‘Fluoride kan schadelijk zijn voor de botten, tanden, nieren, hersenen en meer,’ zegt advocaat Paul Beeber, voorzitter van de New York State Coalition Opposed tot Fluoridation.
Fluoride kan, zelfs in concentraties die we als veilig beschouwen, tevens schadelijk zijn voor de schildklier. De Amerikaanse National Research Council zegt in een verslag over de veiligheid van drinkwaterfluoridering dat vooral mensen met een jodiumtekort vatbaar zijn voor die schade. ‘Wanneer mensen een lage concentratie schildklierhormoon hebben, lopen zij een groter risico van een hartaandoening, een verhoogd cholesterol, depressie en, bij zwangere vrouwen, verminderde intelligentie van de nakomeling,‘ zegt Kathleen Thiessen, een van de auteurs van dat verslag […] (vette tekst van mezelf)

Fluor kan schadelijk zijn voor de schildklier en voor de ontwikkeling van de hersenen en dat bracht een recent artikeltje in herinnering dat ik op 6 maart 2018 las op Foodlog:

‘We worden een beetje dommer als gevolg van jodiumtekorten en pesticiden. We worden langzaam maar zeker een beetje dommer. De laatste 20 jaar neemt ons IQ jaar na jaar af. Onderzoekers willen weten hoe dat komt. En misschien nog belangrijker: kunnen we daar iets aan doen?’

Tot de jaren ’90 nam de intelligentie uitgedrukt in IQ van de mensen in ontwikkelde landen jaarlijks met 3 tot 5 punten toe. Dit fenomeen staat in de psychodiagnostiek bekend als het Flynn-effect. Na de jaren ’90 is een bergafwaartse trend ingezet, waarvan het eind nog niet in zicht is. Momenteel zit het gemiddelde IQ weer op het niveau van de jaren ’80. Die trend is in meerdere landen te zien en is met name aangetoond in een onderzoek onder 500.000 Deense mannen. Van 1959 tot 2004 werd bij deze mannen bij de start van de militaire dienst het IQ gemeten. De eerste jaren nam het IQ toe, maar sinds het eind van de jaren ’90 neemt het IQ af. Het is gissen naar de verklaring voor het afnemende IQ, maar de schildklier en de hormoonhuishouding van de schildklier lijken een belangrijke rol te spelen.

Jodiumgebrek en hormoonverstorende stoffen zouden de hersenontwikkeling van een ongeboren kind remmen, waardoor de kans groter is dat een kind een lager IQ heeft.

Er zijn allerlei theorieën in omloop waarom het IQ afneemt. Mogelijk hebben we gewoon de top van onze evolutie bereikt en kan de mens simpelweg niet intelligenter worden. Maar er zijn ook hypotheses dat onze voeding en omgevingsstoffen een rol spelen. Jodiumgebrek en hormoonverstorende stoffen zouden de hersenontwikkeling van een ongeboren kind remmen, waardoor de kans groter is dat een kind een lager IQ heeft.

Tekort aan jodium
De link tussen jodiuminname en de afname van het IQ wordt steeds duidelijker. Een gebrek aan jodium bij de moeder al vanaf de eerste week van de zwangerschap leidt tot een minder optimale ontwikkeling van het brein van haar kind. “Dit bewijs is vrij sterk,” vertelt Robin Peeters, hoogleraar schildklierziekten van het Erasmus MC. “Jodium is een essentieel onderdeel van het schildklierhormoon. Dit hormoon is heel belangrijk voor de ontwikkeling, met name van die van de hersenen. In de eerste helft van de zwangerschap is het kind volledig afhankelijk van schildklierhormoon en dus het jodiumgehalte van de moeder. Ook subtiele tekorten aan schildklierhormoon kunnen tot ontwikkelingsstoornissen leiden. Logischerwijs heeft dat ook te maken met jodium”, aldus Peeters.

Endocriene verstoorders
Een ander mogelijk probleem zijn hormoonverstorende stoffen. In Nederland is daar nog weinig aandacht voor, maar in het buitenland is er al wel oog voor. De televisiezender Arte besteedde hier aandacht aan in een documentaire over cretinisme als gevolg van schildklierproblemen; ook de Franse film “Demain, tous cretins?” belicht de negatieve effecten van endocriene verstoorders.

De Franse endocrinoloog Barbara Demeneix van het Centre national de la recherche scientifique doet onderzoek naar endocriene verstoorders. “Broom, chlorine en fluor hebben dezelfde structuur als schildklierhormonen en kunnen op die manier de hormoonstofwisseling verstoren”, vertelt Demeneix ons. “Deze stoffen zitten in allerlei producten als verf, kunststoffen, brandvertragende stoffen en pesticiden en zijn dus overal in onze omgeving aanwezig. Hoewel PCB’s verboden zijn sinds de jaren ’80, zijn ze nog terug te vinden in vlees, vis en de bodem.” Via onze omgeving komen deze stoffen in het menselijk lichaam terecht. “Zelfs in het vruchtwater zijn lage concentraties van endocriene verstoorders vastgesteld. Dit is een teken dat ze daar dus ook hun verstorende werking kunnen uitoefenen en via het schildklierhormoon de ontwikkeling van de hersenen kunnen verstoren”, vervolgt Demeneix.

Een hypothese van onderzoekers als Demeneix en Peeters is dat een tekort aan jodium -in Europa vooral te zien in landen als Frankrijk, Italië, Zwitserland en Groot-Brittannië- en de alomtegenwoordige endocriene verstoorders elkaar versterken en zo leiden tot meer autisme, gedragsstoornissen en een lager IQ.

Ontkenning
“Er is overtuigend wetenschappelijk bewijs dat ons IQ 5 tot 10 punten is afgenomen door het gebruik van PCB’s. Verschillende overheden maken zich terecht zorgen, maar er zijn nog steeds mensen die het ontkennen.” Toch gaat Demeneix er vanuit dat ook dit probleem de aandacht krijgt die het verdient en dat pesticiden door al het wetenschappelijk bewijs op een gegeven moment verboden zullen worden. “Vijftig jaar geleden wilde ook niemand aan de relatie tussen longkanker een roken, en kijk eens hoe ver we daar nu in zijn gekomen.”

Wat valt eraan te doen?
Peeters maakt zich vooral zorgen over de verminderde broodconsumptie van bepaalde bevolkingsgroepen in Nederland. “Ernstig jodiumtekort komt in Nederland nauwelijks meer voor door het toevoegen van jodium aan bakkerszout. Maar er zijn groepen mensen die brood uit hun voedingspatroon schrappen. Dat is een groep waar we ons wel echt zorgen over maken. Die mensen zou ik toch dringend aanraden om een voedingssupplement met jodium te nemen, zeker als ze zwanger willen worden of zwanger zijn.”

Ook Demeneix benadrukt de rol van een gezond voedingspatroon. “Zeker vrouwen moeten echt zorgen voor voldoende jodium. Dat doe je met een gebalanceerd dieet, waar ook brood en zuivel in zitten, want dat zijn belangrijke bronnen van jodium. Kook je eigen eten op basis van verse producten en gebruik zout waar jodium aan toegevoegd is, dus geen zeezout. Kies verder voor biologische producten, omdat daar minder bestrijdingsmiddelen in zitten en vermijd voedsel wat in plastic is verpakt, vanwege stoffen als BPA.”

Ondertussen houden de wetenschappers zich bezig met het verzamelen van meer bewijs om meer inzicht te krijgen in de exacte biologische werking van de stoffen en criteria vast te stellen. Dan wordt het probleem steeds tastbaarder en kunnen er maatregelen genomen worden. Peeters: “Want dat iemand 2 of 3 punten inlevert op het IQ merk je op individueel niveau niet. Maar als de intelligentie van een gehele bevolking afneemt, heeft dat grote gevolgen voor de maatschappij en wordt het wel problematisch.”

Op 13-6-2018 verscheen er een bericht op de Belgische nieuwssite Het laatste nieuws (HLN) dat ook rept over lager worden van het IQ. Ik zal het in zijn geheel weergeven:

We worden allemaal dommer, en da’s een dure zaak

SINDS 1975 GAAT ONS IQ ACHTERUIT, BEWIJST NIEUW ONDERZOEK

Na 1975 geboren? Dan is de kans reëel dat je dommer bent dan je oudere broer of zus, zo blijkt uit Noors onderzoek. Sinds 1975 daalt ons IQ gestaag. “En dat zal onze samenleving geld kosten.”

In Noorwegen is het IQ de voorbije decennia gedaald, met ongeveer zeven punten per generatie, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Nochtans zag het er lange tijd goed uit voor onze intelligentie. Jaar na jaar steeg ons IQ. Het werd het ‘Flynn-effect’ genoemd, naar moraalfilosoof James Flynn, die aangaf dat we niet per se slimmer werden, maar misschien gewoon beter in het oplossen van IQ-testen. Maar de gouden jaren van die testen liggen blijkbaar achter ons. Ook in andere landen werden stagneringen en dalingen opgemerkt. Zo bleek uit onderzoek bij 500.000 jonge Deense mannen tussen 1959 en 2004 dat die hun beste IQ-prestaties eind jaren 90 hadden behaald. Daarna ging het langzaam terug naar het niveau van de jaren 80. Het ‘omgekeerde Flynn-effect’ wordt het genoemd.

Migratie

Het probleem: niemand weet hoe dat precies komt. Dankzij het nieuwe Noorse onderzoek weten we wel al wat niét de oorzaak is. “In hun studie weerleggen zij de twee meest omstreden verklaringen”, zegt Wouter Duyck, professor cognitieve psychologie (UGent). “Namelijk de genetische component en de invloed van migratie. Zo werd in het verleden verwezen naar het feit dat mensen uit lagere sociale klassen meer kinderen krijgen of dat migratie een negatieve invloed kan hebben op pakweg de kwaliteit van het onderwijs.”

Maar doordat de Noorse onderzoekers verschillen hebben ontdekt binnen families, gaan die verklaringen dus niet meer op. “Zo merkten ze dat kinderen die na 1975 geboren waren een lager IQ hadden dan hun oudere broers of zussen”, legt Stuart Ritchie uit, autoriteit op het vlak van IQ (Universiteit van Edinburgh). “Dan kun je niet beweren dat het iets genetisch is of dat de impact van migratie hier voor iets tussen zit.”

Hoop doet leven

Zowel de stijging van IQ als de daling ervan heeft volgens de Noorse onderzoekers vooral met de omgeving te maken. “Maar wat precies? Eerlijk, we weten het niet”, geeft Ritchie toe. “Heeft het met onderwijs te maken? Met gezondheid? Andere voedingsgewoonten? Onze mediaconsumptie? Dat zal verder onderzoek moeten uitwijzen. Allerlei factoren kunnen een rol spelen. Onderwijs kan er op termijn sowieso voor zorgen dat we opnieuw hoger scoren, dus misschien heeft het daar wel iets mee te maken.”

Volgens Ritchie kunnen we de dalende trend wél omkeren, eens we de precieze oorzaak kennen. “Dat is hoopvol.”

Want zo onschuldig is het helemaal niet dat we met zijn allen een tikkeltje dommer worden. “Enkele IQ-punten lager: dat heeft wel degelijk een effect”, zegt Ritchie. “Niet dat we opeens allemaal idioten zijn, maar als een hele generatie net iets minder scoort, dan zullen die ook kleinere foutjes maken op het werk, net iets minder efficiënt zijn… En dan zal ons dat als samenleving dus best wat geld kosten.” (SV)

De heer Peeters maakt zich zorgen om het afgenomen gebruik van brood omdat we zo minder jodium zouden binnenkrijgen. Maar ik denk dat er over het hoofd wordt gezien dat we via ons dagelijks brood juist meer pesticiden zoals fluor en chloor binnenkrijgen. Fluor is schadelijk voor de schildklier die daarom misschien wel minder schildklierhormoon produceert.

Al met al lijkt er toch vanuit verschillende optieken te worden gedacht aan verlaging van het IQ door de pesticiden die we ook in brood aantreffen.

Toename van depressie en overgewicht/diabetes type 2

De residuen van fluorverbindingen van de fungiciden waarmee groeiend graan wordt behandeld zijn ook te vergelijken met de minieme hoeveelheden fluor die hier en daar nog worden gebruikt voor de fluoridering van water. In het hieronder weergegeven onderzoeksverslag wordt een link gelegd tussen fluor in drinkwater en het vaker voorkomen van depressie en overgewicht. Zoals we weten kan overgewicht het risico op diabetes type 2 doen toenemen. En juist de laatste decennia – waarin de fluorhoudende fungiciden bij de graanteelt gebruikt worden – zien we een duidelijke toename van depressie en diabetes type 2, zozeer zelfs dat men al spreekt van een epidemie van deze twee aandoeningen.

Studie: Fluoride in drinkwater gelinkt aan depressie en gewichtstoename

in Gezondheid 25 februari 2015 15:00

In verschillende landen wordt fluoride nog op grote schaal toegevoegd aan drinkwater. Daarnaast bevatten veel tandpasta’s fluoride. Uit een nieuwe studie is gebleken dat fluoride depressie en gewichtstoename kan veroorzaken, zo meldt het gezaghebbende BMJ.

In gebieden in Engeland waar het meest wordt gefluorideerd hebben mensen 30 procent vaker last van een traag werkende schildklier. Dat zou inhouden dat 15.000 mensen onnodig lijden aan schildklierproblemen, die kunnen leiden tot depressie, gewichtstoename, vermoeidheid en spierpijn.

Afgelopen jaar publiceerde Public Health England een rapport waarin staat dat fluoride ‘een veilige en effectieve’ manier is om tandgezondheid te verbeteren. Uit nieuw onderzoek van de Universiteit van Kent blijkt juist dat het aantal gevallen van een trage schildklier piekt in gebieden waar veel wordt gefluorideerd.

“De verschillen tussen de West Midlands, waar wordt gefluorideerd, en Manchester, waar geen fluoride aan het drinkwater wordt toegevoegd, zijn met name opvallend,” zei hoofdonderzoeker Stephen Peckham. In West Midlands waren bijna twee keer zoveel gevallen met schildklierproblemen.

“Een traag werkende schildklier kan op de lange termijn leiden tot andere gezondheidsproblemen,” ging hij verder. “Ik denk dat gemeenten nog eens goed moeten nadenken over het fluorideren van drinkwater. Er zijn veel veiligere manieren om tandgezondheid te verbeteren.”

Fluoride komt van nature voor en wordt ook gevonden in bepaalde voedselproducten zoals thee en vis. Eerdere studies hebben laten zien dat het mineraal de productie van jodium verstoort. Zonder jodium kan de schildklier zijn werk niet doen. De schildklier, die in de nek gelegen is, reguleert het metabolisme evenals vele andere systemen in het lichaam.

Public Health England houdt voet bij stuk en zegt dat fluoride in drinkwater veilig is. Het onderzoek is gepubliceerd in het Journal of Epidemiology and Community Health.

Gelet op de laatste zin in het bovenstaande artikeltje lijkt het nuttig om ook vooral eens te lezen in het boek door Christopher Bryson: The fluoride deception uit 2003.

Op bladzijde 9 wordt gesproken over de negatieve lading van fluoride-ionen, die schade kunnen berokkenen aan DNA en eiwitten.

Het voorwoord in dit boek is van dr. Theo Colborn, coauthor van het boek Our Stolen Future: Are We Threatening our Fertility, Intelligence, and Survival?

Op basis van het voorgaande materiaal lijkt het me geen gek idee om eens een goed gefundeerd en diepgravend onderzoek uit te voeren naar de teeltwijze van het graan dat gebruikt wordt voor het bakken van ons dagelijks brood en daar dan ook het gebruik van halmverkorters en pesticiden bij te betrekken.

Teuni Kuiper
20 augustus 2019

In Broodproblemen (deel 2) – Het mysterie van de baby’s zonder handen of armen lees je over het gebruik van pesticiden en hoe die misvormingen kunnen veroorzaken.