Broodproblemen (deel 2) – Het mysterie van de misvormde baby’s zonder handen of armen

Aangeboren misvormingen aan handen/armen bij kinderen en verontreinigingen via de longen.

(Dit is een aanvulling op Broodproblemen (deel 1) – De studie over het prikkelbaredarmsyndroom door modern geteeld graan.)

Op 02-11-2018 stond er in de Belgische krant De Standaard een artikel over een vreemde observatie betreffende een nogal grote incidentie van aangeboren afwijkingen bij baby’s: onderontwikkelde handen of armen. De observaties hadden betrekking op kinderen in een Frans graanteeltgebied.

Op 14-09-2019 stond er in de Belgische krant Het Laatste Nieuws een soortgelijk bericht over een observatie in Duitsland. De kop luidde: ‘Raadsel voor Duitse artsen: 3 baby’s met misvormde hand geboren op korte tijd.’

Een paar dagen later bleek dit aantal aanzienlijk hoger te liggen. Vertaald luidde een artikel daarover:

“Een vroedvrouw maakte openbaar dat binnen 4 maanden 3 kindjes zonder een handje werden geboren in een ziekenhuis in Gelsenkirchen. Ze vroeg aan andere ouders in Duitsland om zich te melden. Binnen een dag hadden 30 ouders van kindjes met een misvorming van een hand gereageerd. Sinds er geen registratie bestaat voor misvormingen is het onbekend om hoeveel kindjes het echt gaat.”
https://www.rtl.de/cms/babys-ohne-haende-geboren-30-betroffene-meldeten-sich-in-den-letzten-24-stunden-4404139.html

“Door ervaringen met elkaar te ruilen, hebben de drie families op betrouwbare wijze de bekende factoren bij het ontstaan van deze misvormingen uitgesloten: genetische afwijkingen, het gebruik van bepaalde geneesmiddelen of geneesmiddelen tijdens de zwangerschap. Dit laat de hypothese van milieuvervuiling achterwege.Dit is een factor die al in aanmerking is genomen bij vergelijkbare concentraties van gevallen elders in Frankrijk, alle in plattelandsgebieden. In Mouzeil in Loire-Atlantique, in februari 2013, werden drie gevallen van kinderen die naar een kleuterschool gaan en lijden aan de agenesie van de bovenste ledematen geïdentificeerd.” (Agnesie betekent: niet aangelegd zijn)
https://www.francetvinfo.fr/sante/maladie/enfants-nes-sans-main-des-malformations-inexpliquees_2970707.html

Op 18-09-2019 vond ik in de Volkskrant een publicatie van een Belgisch onderzoek met de kop:
‘Belgisch onderzoek: luchtverontreiniging kan doordringen tot in de baarmoeder.’
De ondertitel luidde:
“Luchtverontreiniging kan via de longen van zwangere vrouwen doordringen tot in de baarmoeder en daar mogelijk schade toebrengen aan ongeboren kinderen. Dat blijkt uit een dinsdag gepubliceerd onderzoek in wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.”

Zou er een link bestaan tussen die teratogene afwijkingen en ingeademde bestrijdingsmiddelen?
Er is wel sprake van die aangeboren misvormingen in bepaalde regio’s, maar niet gelijkmatig over hele landen verdeeld. En dan met name in gebieden waar landbouw – en dan met name graanteelt – wordt gezien. In Duitsland ging het om een bepaalde wijk in Gelsenkirchen, nabij Essen. Essen staat van oudsher bekend om zijn grote industriële activiteiten.

In een vorige studie betreffende de nadelige effecten van het gebruik van halmverkorters en fungiciden bij de teelt van moderne broodgranen was al duidelijk geworden dat die stoffen een teratogeen en mutageen effect konden hebben.
Industriële activiteit kan tot gevolg hebben dat er sprake is van meer of minder luchtverontreiniging. En zoals uit het Belgische onderzoek bleek, kan dat via de longen van de zwangere vrouw ook in de baarmoeder terechtkomen en vervolgens in de bloedbaan van de foetus, waar het ontwikkelingsschade kan veroorzaken.

Het spuiten van halmverkorters (chloorverbindingen) en fungiciden (fluorverbindingen) op akkergebieden zou je ook kunnen vergelijken met de uitstoot van luchtverontreiniging in industriegebieden.

Deze drie observaties bij elkaar opgeteld rechtvaardigen volgens mij een nader onderzoek naar een eventuele betrokkenheid van bijvoorbeeld halmverkorters en fungiciden bij de incidentie van de beschreven onderontwikkeling van handen en armen bij kinderen die aan dit soort stoffen zijn blootgesteld.

Om te beginnen zal ik eerst het artikel in De Standaard van 02-11-2018 in z’n geheel weergeven.

Het mysterie van de baby’s zonder armen
In drie Franse dorpen werden, op een periode van enkele jaren, abnormaal veel kinderen geboren zonder hand(en) of arm(en). Pas jaren nadat het fenomeen voor het eerst gesignaleerd is, komt er een grondig onderzoek.
Van onze redactrice Karin De Ruyter

Het was de epidemiologe Emmanuelle Amar die in 2014 aan de alarmbel
trok. Zij is de directrice van het ‘Register van aangeboren afwijkingen in
de Rhône-Alpes’ (Remera), een instelling die in kaart brengt waar er kinderen met afwijkingen geboren worden. Amar had vastgesteld dat er in het departement van de Ain, in het oosten van Frankrijk, tussen 2009 en 2014 en in een straal van 17 kilometer rond het dorp Druillat zeven kinderen geboren waren met een afwijking aan hun bovenste ledematen. De baby’s hadden maar één hand, geen onderarm of helemaal geen arm(en). Dat waren veel gevallen op zo’n kleine oppervlakte, vond Amar. 56 keer meer dan statistisch verwacht kon worden, berekende Remera. Ze signaleerden het fenomeen aan het nationale agentschap Santé Publique France (SPF). Zonder gevolg.

Pesticiden?
Intussen bleken er ook clusters van gelijkaardige misvormingen aan de
andere kant van Frankrijk te zijn opgedoken. In Guidel, een gemeente
met zo’n tienduizend inwoners in Bretagne, werden tussen 2011 en 2013
vier dergelijke baby’s geboren. In Mouzeil, in de Loire-Atlantique, waren
het er drie, in 2008 en 2009. Ook die gevallen werden gemeld aan Parijs,
toen ze ontdekt werden.
Pas begin oktober van dit jaar, nadat er berichten in de pers waren verschenen, kwam Santé Publique France met rapporten over wat een eerste onderzoek had opgeleverd. Het aantal gevallen in Bretagne en Loire-Atlantique was inderdaad abnormaal, luidde de conclusie.
Maar in de Ain zag het agentschap geen probleem. Volgens SPF had Remera methodologische fouten gemaakt in het onderzoek en was het aantal gevallen statistisch gezien níét abnormaal. Dat leidde tot een aanslepende en bitsige wetenschappelijke welles-nietesdiscussie. Volgens de krant Le Monde werd het Emmanuelle Amar in Parijs vooral kwalijk genomen dat ze met het verhaal naar de pers was gestapt. De ‘klokkenluidster’ dreigde bovendien haar instelling te moeten sluiten, omdat haar financiering afgesloten zou worden.

De ouders van de baby’s hebben inmiddels nog altijd geen verklaring
voor de afwijkingen. Uit lange vragenlijsten die ze beantwoordden over
hun levenswijze, beroep, voeding, alcohol-, drugs- en medicijnengebruik
tijdens de zwangerschap, bleek geen enkele overeenkomst af te leiden
tussen de getroffenen. Behalve dan dat ze (bijna) allemaal op het platteland, midden in de velden, woonden. Zou het gebruik van een of andere pesticide de oorzaak kunnen zijn van het probleem, zoals Emmanuelle Amar al vermoedde? Of lag het misschien aan een product dat in de diergeneeskunde gebruikt wordt? Het antwoord is er nog altijd niet.

Nog meer gevallen
Pas toen er vragen gesteld werden in het parlement, kwam er wat meer
schot in de zaak. Begin vorige week kondigden de minister van Volksgezondheid en zijn collega van Milieu aan dat ze, gezamenlijk, op zoek zouden gaan naar de oorzaak van de afwijkingen.
Intussen blijkt het probleem nog groter dan gedacht. Dinsdag maakte Remera bekend dat er een achtste geval ontdekt is van een kind dat, ook
tussen 2009 en 2014, geboren is zonder armpjes in dezelfde streek rond
Druillat. Enkele uren later volgde een mededeling van het SPF dat het
agentschap in de Ain nog elf andere ‘verdachte gevallen’ ontdekt heeft, waarvan een aantal geboortes tussen 2000 en 2009. Maar die kinderen zouden moeilijk of niet traceerbaar zijn, omdat de namen en adressen van hun ouders niet geregistreerd zijn.

Het gaat dus om nog meer kinderen dan aanvankelijk werd gedacht en die zijn bijna allemaal te lokaliseren in gebieden met graanteelt of industrie. Dat is een zorgelijke gedachte die om nader onderzoek vraagt. Zouden die eerste observaties soms dienen als ‘de kanarie in een kooitje in een kolenmijn’?

Er was ook een foto bij van dat landelijke gebied met rondom velden met goudgeel graan. Ik dacht meteen aan de invloed van stoffen die kunnen leiden tot misvormingen tijdens de zwangerschap en daar horen ook chloorverbindingen en fluorverbindingen bij. Die zijn ook pseudo-oestrogeen.
Eerst heb ik gezocht op het gebied in Frankrijk omdat we daar zelf al eens waren. Dat is het gebied waar ook de beroemde kippen en kalkoenen van Bresse vandaan komen, die zelfvoorzienend gefokt worden met meestal graan uit de eigen regio. Het is vochtige omgeving waarin men niet graag ziet dat de halmen op de grond terecht komen met slecht weer, want dan zijn meteen de korrels waardeloos vanwege schimmel. Ik vond 2 documenten van de EU waaruit blijkt dat die granen in dat gebied gewoon traditioneel (dus ook met halmverkorters en fungiciden) worden geteeld. Dat werd interessant.
Die halmverkorters worden op de akkers gespoten in een speciaal stadium van de groei, net zoals die fungiciden (worden ook wel eens tegelijk gespoten).

Toen bedacht ik hoe het kan gebeuren dat boerinnen in hun prille zwangerschap in aanraking kunnen komen met de spuitnevels van die chloorverbindingen en fluorverbindingen (een invloed die ook nog eens synergetisch kan zijn).
De huizen en bedrijfsgebouwen van die graan/kippenboeren staan immers midden tussen de akkers. En afhankelijk van de wind (sterkte en richting) hangt die spuitnevel ook over het erf en soms tot in de woningen toe. (Ik spreek uit eigen ervaring in de agrarische sector.)

Het kan dus ook gebeuren dat zo’n spuitbehandeling van het graan precies moet gebeuren als de boerin nog maar enkele weken zwanger is.
Dus toen opgezocht in welke periode van de zwangerschap de armen en handen worden aangelegd. Dat is in de periode van de vijfde tot de achtste week. De armen en handen worden eerst aangelegd voordat de benen en voeten aan de beurt komen. Armen en benen worden dus na elkaar aangelegd. De armen en handen het eerst, vanaf de vijfde week. (Het staat tot op de dag nauwkeurig vermeld, keurig met plaatjes). De ene beschrijving was wat gedetailleerder dan de andere.

Bij deze 7 vrouwen kan het dus gebeurd zijn dat ergens in die vijfde tot achtste week het graan bespoten moest worden met die halmverkorters en fungiciden (tegelijk of kort na elkaar). En dus werden er geen of afwijkende armpjes en/of handjes aangelegd, afhankelijk van op de hoeveelste dag tijdens de zwangerschap het gebeurde. Op andere tijdstippen tijdens de zwangerschap kunnen er ook andere organen gedupeerd raken.
Maar het waren juist die afwijkingen aan de armen/handen die deze oplettende epidemiologe opvielen. Dat is al heel wat. En een incidentie van 56 maal vaker dan normaal is nogal wat op dat relatief kleine gebiedje.

Hoe het gesteld in andere Franse graangebieden wordt niet vermeld en ook niet hoelang die epidemiologe al in de regio werkte en of ze er nog steeds werkt.

Maar ik denk wel dat dit de meest voor de hand liggende risicovariabele is voor deze tragische geboortedefecten. Ik ben benieuwd naar de cijfers voor geheel Frankrijk en andere landen waar halmverkorters en fluorhoudende fungiciden worden gebruikt. Als daar tenminste ook statistieken van worden bijgehouden. Deze geboortedefecten zouden dan bijvoorbeeld ook in Zweden moeten zijn toegenomen na 2011.

Vervolgens kreeg ik een artikeltje van De Standaard binnen. Nederlandstalig deze keer. Het blijkt dat het aantal van invalide kinderen veel groter is dan 7 (over een groter stuk van Frankrijk).
Aan de hand van dit artikeltje kwam ik via allerlei zoekwegen terecht bij ‘Eurocat’ , dat allerlei misgeboorten in kaart brengt. Ook in ons land. Daar heb ik al een paar rapporten over gevonden, ook van TNO.

In de provincie Antwerpen wordt die deformatie aan de armen ook gezien. Er is nu een onderzoek naar de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Waar ook veel akkerbouw plaatsvindt. Ik ben benieuwd. In dat artikel uit de krant staat dat bijna alle misvormde kinderen op het platteland – midden in de velden – woonden.

Er moet dus uit te vinden zijn waar er in Nederland en België dit soort geboortedefecten gezien worden en hoeveel. Er is een uitgebreid register waarin alle mogelijk geboortedefecten zijn gerubriceerd. En misschien is dat wel handig, want dat chloor en fluor teratogeen zijn houdt natuurlijk niet op bij alleen de ledematen. Die missende handjes en armpjes waren de wake up call om nog verder te kijken. Al naar gelang de duur van de zwangerschap kunnen allerlei orgaanstelsels verstoord raken in hun aanleg.
Dat bericht over die ontbrekende armpjes/handjes was misschien wel de ‘kanarie in de kolenmijn’ omdat zulke dingen erg opvallen en misvormde organen aan de binnenkant van de mens wat minder aandacht krijgen.
 
Die moderne en zeer gangbare teeltwijze van broodtarwe (en ander graan) kan misschien wel leiden tot veel meer ellende dan gebrek aan zink, ijzer en nog wat nutriënten. Dat verlaagt ook de intelligentie en kan – als ik gelijk krijg – ook verantwoordelijk zijn voor vele verschillende gevallen van geboorteafwijkingen door het gebruik van dat teratogene chloor en fluor.

Als de teeltwijze van het moderne graan er – via de noodzakelijk geachte bespuitingen – toe kan leiden dat zwangere vrouwen via de longen verbindingen van chloor en fluor doorgeven aan de foetus, die daardoor teratogene misvormingen (ontwikkelingsstoornissen) oploopt, DAN IS HET DE HOOGSTE TIJD dat die teratogeniteit van chloor- en fluorverbindingen eens serieus en onafhankelijk wordt onderzocht.

Datzelfde geldt ook voor de theoretische/hypothetische uitwerking van chloor- en fluorverbindingen in het dagelijks brood, zoals al besproken in het stuk voorafgaand aan dit: Broodproblemen (deel 1) – Hoe (on)gezond is ons dagelijks brood (en andere graanproducten)?

En als dan zou blijken dat de moderne teeltwijze van graan – met behulp van halmverkorters en fungiciden – gezondheidsgevaren inhoudt voor de hele populatiebreedte, omdat brood geldt als dagelijks basisvoedsel, dan moet er gestopt worden met deze teeltwijze.

T.C. Kuiper
28-10-2019