Discussie over het nut van vaccinatie: inzicht in het functioneren van ons immuunsysteem onontbeerlijk

Door Dr. Toon Weisenborn

Huidige stand van het inzicht in de immuunrespons op mazelen

[Dit is een bijdrage aan de discussie over het nut van vaccinatie. Voor die discussie is inzicht in het functioneren van ons immuunsysteem onontbeerlijk.]

In 2016 publiceerde Diane Griffin in het tijdschrift Viruses het artikel “De immuunrespons op mazelen: controle over het virus, opruiming en beschermende immuniteit” [1]. Hier geeft zij wel een overzicht over de voortgang in dit onderzoeksgebied, maar geen lijst met conclusies die getrokken kunnen worden op grond van de beschikbare resultaten. Ik vind het artikel zozeer de moeite waard dat ik in deze bijdrage de vier belangrijkste conclusies geef.

———-

1. Levenslange immuniteit na doormaken van mazelen

Niets in het artikel weerspreekt de conclusie die Nobelprijswinnaar Geneeskunde 1960 Frank Burnet in zijn baanbrekende publicatie in 1968 in The Lancet heeft getrokken en onderbouwd ten aanzien van de vrijwel altijd levenslange immuniteit na doomaken van mazelen [2]:

“Het hele patroon van het ziekteverloop van mazelen en de immuniteit heeft duidelijk te maken met de T.-D. [T voor thymus] immunocyten; mazelen is in feite een complexe en intense, vertraagde overgevoeligheidsreactie. Het G.-D. systeem [= B-gedeelte, met B voor bursa van Fabritius] en haar antilichamen zijn nevenverschijnselen, bijproducten, van weinig of geen belang.”

Het is merkwaardig dat Burnet’s zeer relevante publicatie door Griffin niet wordt aangehaald. Zij haalt wel het artikel aan van Robert Good and Solomon Zak [3] waarin over mazelen het volgende wordt gezegd.

“Een 7-jarige jongen met agammaglobulinemie (E.S.) die nooit gamma globuline had gekregen, had de typische rubeola toen hij 5 jaar oud was. De ziekte uitte zich door neusontsteking, gekuch, de typische huiduitslag en koorts tot 39.8 ºC. Hij genas van deze infectie na de gewoonlijke 6 dagen met stormachtige koorts. In zijn 6e en 7e jaar, toen hij in onze kliniek onderzocht werd, werd hij opnieuw in contact gebracht met besmettelijke gevallen van mazelen bij 3 verschillende gelegenheden. Hij kreeg geen gamma globuline. Ondanks zijn immunologische beperking kreeg hij geen mazelen na elk van deze blootstellingen.”

“Eenzelfde blootstelling gebeurde bij een 6-jarige jongen met agammaglobulinemie (W.A.) die de mazelen nog niet had gehad. Hij vertoonde de typische rubeola 14 dagen na blootstelling aan een van dezelfde patiëntjes waaraan E.S. was blootgesteld. Zijn ziekteverloop week in niets af van dat van een aantal kinderen die de infectie opliepen door blootstelling aan hetzelfde contact.”

Kinderen met agammaglobulinemie – het onvermogen om antistoffen aan te maken – genezen van mazelen en worden er levenslang immuun voor. Dit leidt tot de volgende conclusie.

Conclusie 1. Voor genezing van mazelen en de erop volgende levenslange immuniteit zijn antistoffen niet noodzakelijk.

Dit laat de mogelijkheid open dat al aanwezige of ter plekke aangemaakte antistoffen een onderschikte rol kunnen spelen tijdens het genezingsproces.

————

2. Opruimen van het virus

Het opruimen van het virus wordt door T-cellen gedaan. Die kunnen dit werk af zonder hulp van antistoffen. Bij kinderen in Zambia werd ontdekt dat het virus zelf niet meer detecteerbaar was op het moment dat de laatste huiduitslag verdween, maar dat RNA van het virus tot 4 maanden later aantoonbaar bleef op een aantal plaatsen in het lichaam. Aangenomen mag worden dat de kinderen daarna volledig mazelenvrij en levenslang immuun waren. Deze belangrijke vaststelling wordt niet expliciet in het artikel vermeld.

Evenmin wordt in het artikel vermeld of – en zo ja, hoe lang – bij kinderen in West-Europa en Noord-Amerika – waar de levensomstandigheden veel beter zijn dan in Zambia – viraal RNA aantoonbaar bleef na verdwijnen van de laatste huiduitslag. Wel wordt opgemerkt dat modelering van experimentele resultaten met makaken suggereert dat bij deze makaken zowel T-cellen als antistoffen nodig waren om het opruimen van het RNA te verklaren. Dit impliceert dat makaken met agammaglobulinemie niet volledig kunnen genezen van mazelen. Mensen met agammaglobulinemie kunnen echter wel volledig genezen. Als het theoretische model adequaat is dan zijn de experimentele resultaten met makaken niet van toepassing op mensen.

Conclusie 2. Voor het opruimen van zowel het virus als eventueel resterend RNA zijn bij kinderen in goede levensomstandigheden de T-cellen voldoende. Er zijn aanwijzingen dat bij kinderen in landen met slechte levensomstandigheden en bij primaten zoals makaken en rhesus apen antistoffen nodig zijn bij het opruimen van resterend RNA.

Verder onderzoek zal moeten uitwijzen onder welke omstandigheden antistoffen tegen mazelen een wezenlijke rol spelen bij opruimen van resterend RNA.

—————

3. Onderdrukking van de immuunrespons

In het artikel wordt een verband verondersteld tussen de aanwezigheid van viraal RNA en de onderdrukking van de immuunrespons. Met “onderdrukking” wordt de verminderde aanwezigheid van T-cellen aangeduid in dezelfde periode waarin het resterende virale RNA wordt aangetroffen.

De in het laboratorium waargenomen onderdrukking van de immuun-respons heeft geen tegenhanger in de alledaagse werkelijkheid: gezonde kinderen krijgen steeds maar één kinderziekte tegelijk. Dit wijst erop dat het verminderd voorkomen van T-cellen in het bloed wel een verminderde immuunrespons in het bloed veroorzaakt maar dat de beschermende werking van huid en slijmvliezen daardoor niet wordt beïnvloed. In het artikel wordt dit niet opgemerkt.

Evenmin wordt in het artikel opgemerkt dat artsen en andere verstrekkers van het BMR vaccin door hun gedrag aangeven ze de in het laboratorium waargenomen onderdrukking van de immuunrespons in de praktijk van geen belang vinden. Als de mazelen-component, die bij een klein deel van de ontvangers mazelen (of minstens een aantal verschijnselen daarvan) veroorzaakt, zonder bezwaar samen wordt gegeven met twee andere ziekteverwekkers, dan wordt ervan uit gegaan dat de mogelijk optredende onderdrukking van de immuunrespons door mazelen geen gevaar voor het kind oplevert. Het immuunsysteem van het kind moet immers in de tijd dat de onderdrukking optreedt afrekenen met twee andere ziekteverwekkers.

Conclusie 3. Onderdrukking van de immuunrespons is een interessant onderzoeksterrein in het laboratorium zonder praktische consequenties in de alledaagse werkelijkheid.

—————–

4. Beschermende werking van antistoffen

In het artikel wordt vermeld dat uit epidemiologische studies is gebleken dat er bij blootstelling aan “wild-type” mazelen een hoger niveau van antistoffen vereist is voor bescherming tegen infectie dan voor bescherming tegen het krijgen van de huiduitslag. Wat de duur en het percentage niet-geïnfecteerden bij de eerstgenoemde bescherming is wordt er niet bij gezegd.   

T-cellen geven onmiddellijke bescherming aan individuen met weinig antistoffen, aldus het artikel. Dan wordt de volgende onjuiste uitspraak gedaan.

“Omdat T-cellen niet onmiddellijk een infectie tegenhouden maar vooral reageren bij controle en opruiming van virus-geïnfecteerde cellen als infectie heeft plaatsgevonden, wordt de bijdrage van T-cellen aan bescherming in het algemeen als klein beschouwd in vergelijking met neutraliserende antistoffen.”

De auteur ziet over het hoofd dat na genezing van mazelen T-cellen zorgen voor levenslange immuniteit. De uitspraak kan dus uitsluitend juist zijn voor de eerste infectie. Voor alle volgende infecties zijn de T-cellen als enigen van belang en spelen antistoffen geen enkele rol.

Waar de auteur evenmin acht op slaat is dat er in de literatuur wel talloze artikelen zijn over volledig gevaccineerden met titerwaarden boven de geldende normen die toch mazelen krijgen (zie [4] en [5] als illustratie), maar geen enkel artikel waarin gekwantificeerd wordt welke titerwaarde voor hoe lang bij welk percentage gevaccineerden ervoor zorgt dat ze geen mazelen krijgen. Daardoor heeft het begrip “kleiner” in de onjuiste uitspraak geen concrete inhoud.
 

Conclusie 4. De beschermende werking van antistoffen tegen infectie en ziekte wordt wel genoemd maar niet gekwantificeerd. De beschermende werking van T-cellen is daarentegen volkomen kwantificeerbaar: de eerste infectie wordt niet geblokkeerd, de ziekte wordt genezen en elke volgende infectie wordt 100% geblokkeerd.  

———

De auteur eindigt haar artikel met de volgende conclusie.

“Daarom vereisen het teweegbrengen van zowel opruiming [van virus en achtergebleven RNA] als langdurige bescherming de ontwikkeling van zowel effectieve en duurzame mazelen-virus-specificieke antistoffen als CD4+ en CD8+ T-cel response.”

Een aantal conclusies van dit type ontsieren het artikel. Deze conclusie is een voorbeeld van verwarringzaaiende vermenging van twee op zich staande conclusies die nagenoeg niets met elkaar te maken hebben en waarvan er een onjuist is.

Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat in het artikel het verband tussen opruimen van achtergebleven RNA en het teweeg brengen van levenslange immuniteit wel wordt gesuggereerd maar niet wordt aangetoond. De levenslange immuniteit na doormaken van mazelen vereist inderdaad een T-cel response. De opruiming van eventueel achtergebleven viraal RNA is deel van het normale genezingsproces, dat gezonde kinderen met alleen agammaglobulinemie net zo doormaken als kinderen zonder deze immunologische handicap. Daarvoor zijn dus geen antistoffen vereist.

———

Referenties

[1] The Immune Response in Measles: Virus Control, Clearance and Protective Immunity,  Diane E. Griffin, Viruses, 2016, Vol. 8, 282.

www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27754341

[2] Measles as an Index of Immunological Functioning, F.M. Burnet, The Lancet, 14 September 1968, 610-613.

Uitsluitend voor educatieve doeleinden beschikbaar op de volgende link

www.facebook.com/download/preview/504892316587991

[3] Disturbances in Gamma Globulin Synthesis as “Experiments of Nature”, Robert A. Good en Solomon J. Zak, Pediatrics, 1956, Vol. 18, 109-149.

pediatrics.aappublications.org/content/pediatrics/18/1/109.full.pdf

[4] Failure to Reach the Goal of Measles Elimination: Apparent Paradox of Measles Infections in Immunized Persons, Gregory A. Poland en Robert M. Jacobson, Archives of Internal Medicine, Augustus 1994, 1816-1818.

[5] Outbreak of Measles Among Persons With Prior Evidence of Immunity, New York City, 2011, Jennifer B. Rosen, Jennifer S. Rota, Carole J. Hickman, Sun B. Sowers, Paul A. Rota, William J. Bellini, Ada J. Huang, Margaret K. Doll, Jane R. Zucker en Christopher M. Zimmerman, Clinical Infectious Diseases, 2014, vol. 58, 1205-1210.

_____________________________________________

Deze tekst mag gedeeld worden.

Dr. A.J. (Toon) Weisenborn,
Nordhorn, Duitsland.