Het nut van de griepprik en de 22-weken-kinkhoestprik voor zwangeren

Het  nut van de griepprik en de 22-weken-kinkhoestprik bezien door Lukas Stalpers en Hans van der Linde, in een lezersbrief in Het Parool en een opinie in het Reformatorisch Dagblad.

Huisarts Hans van der Linde in Capelle aan den IJssel schreef al op 30-11-2018 over de kinkhoestvaccinatie en de griepprik onder meer het volgende in het Reformatorisch Dagblad:

“Ook rond de geplande kinkhoestvaccinatie worden de elementaire eisen van veiligheid en effectiviteit genegeerd. Zwangeren en pasgeborenen zijn dan gewoon proefpersonen. Dit brengt nog meer schade toe aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP).

De overheid zet binnenkort een stap die de vaccinatiebereidheid van de bevolking voorspelbaar opnieuw zal laten afnemen. Den Haag volgt namelijk het advies van de Gezondheidsraad om zwangeren met ingang van 2019 te gaan inenten tegen kinkhoest. Dit advies is echter gebaseerd op speculaties, onvoldoende tot afwezig bewijs en de aanname dat een negatief neveneffect wel zal meevallen. Dat is de kern van een artikel op de website (ge-bu.nl) van het Geneesmiddelenbulletin. Twijfels over nut en veiligheid van inentingen ondermijnen het vertrouwen in andere vaccinaties. We kennen dat verschijnsel inmiddels. Kinkhoestvaccinatie van zwangeren als beschreven in het Geneesmiddelenbulletin zal daar ook een bijdrage aan leveren.

Griepprik

De gang van zaken rond de griepvaccinatie vertoont duidelijke parallellen met de ophanden zijnde kinkhoestvaccinatie. Griep (influenza) is een onschuldige aandoening die, net als veel andere bacteriële en virale infecties, om onopgehelderde reden in zeldzame gevallen dodelijk kan verlopen bij kerngezonde mensen. Er is geen bewijs dat vaccinatie daartegen beschermt.

Mensen verliezen het vertrouwen in griepvaccinatie als ze merken dat medische zorgverleners zich niet laten vaccineren. Die weten blijkbaar beter. We hebben geen flauw idee hoeveel mensen er per jaar overlijden aan influenza. Dat er duizenden doden zouden vallen, is een verzinsel dat succesvol als vaccinatie-argument wordt gebruikt door financieel belanghebbenden en door artsen met conflicterende belangen. Evenmin is er bewijs dat zogenaamde risicopatiënten, zoals ouderen en mensen met diabetes, longziekten, hart- en vaatziekten, kanker en een verminderde weerstand, minder risico lopen als zij worden ingeënt. Een deel van hen loopt mogelijk wel een hoger risico, maar bescherming door vaccinatie is niet aangetoond.

Griepvaccinatie valt onder het begrip primaire preventie, wat betekent dat mensen die niet ziek zijn toch uit voorzorg worden behandeld. Voor die preventie geldt onverbiddelijk de stelregel dat toegepaste medicatie/vaccinatie bewezen veilig en effectief is.

De effectiviteit van griepvaccinatie is niet bekend. We kennen de omvang van het probleem niet eens, dus alleen al op grond daarvan valt de effectiviteit niet te bepalen. Het beschermend effect van het vaccin is evenmin bekend. Het enige wat wij weten, is de mate waarin vaccinatie leidt tot het vormen van antistoffen tegen het influenzavirus. Die is uitgesproken slecht. Maar nog belangrijker is dat we niet weten of die antistoffen bescherming bieden. Voeg daaraan toe dat meestal tegen het verkeerde influenzavirus wordt gevaccineerd.

Van een bewezen effectiviteit voor de griepprik is dus geen sprake.

Krachtige bijval voor die stelling kwam onlangs van de directeur infectieziekten van het RIVM, Jaap van Dissel. Het artsenblad Medisch Contact publiceerde dat heel geniepig als kadertje. Van Dissel acht het nut van vaccinatie ‘biologisch aannemelijk, ook al is er geen hard bewijs’.

Minister De Jonge van VWS zei op 1 oktober tijdens een talkshow van Twan Huys op RTL tegen mij dat hij vertrouwde op het RIVM. Welaan, het nut van griepvaccinatie is volgens het RIVM dus slechts ‘biologisch aannemelijk’. Alleen al het gebruik van deze aanduiding is te treurig voor woorden als motivatie voor massale vaccinatie. De omschrijving voldoet geenszins aan de eisen van de Gezondheidsraad in een rapport uit 2013 onder de titel ‘Het individuele, collectieve en publieke belang van vaccinaties’. Dat rapport geeft glasheldere criteria voor opname van vaccinaties in een publiek programma. De omschrijving ‘biologische aannemelijkheid’ voldoet daar dus van geen kant aan. Met name niet aan de effectiviteit en doelmatigheid van vaccinaties, zoals genoemd in het rapport geeft glasheldere criteria voor opname van vaccinaties in een publiek programma.

En dan besluit Hans van der Linde met zijn eigen opinie:

[…] Met betrekking tot het vaccinatiebeleid wordt er geadviseerd door mensen die zich niet impopulair willen maken bij vaccinproducenten. Vroeg of laat werken ze met hen samen of wordt hun onderzoek bekostigd. Zolang we luisteren naar wetenschappers met deze conflicterende belangen, zal er sprake blijven van megaverkwisting door vaccinaties die niet voldoen aan de voorwaarden van primaire preventie.

Het wachten is op een minister van Volksgezondheid die (als leek) de politieke moed opbrengt om een onafhankelijke advisering zonder belangenverstrengeling te realiseren. De mare dat zulks niet goed mogelijk is, is een mythe […]

De auteur is huisarts in Capelle aan den IJssel.

Hans van der Linde schreef al een mooie inleiding voor de Lezersbrief die Lukas Stalpers op 17 januari 2020 in het Parool liet plaatsen. De titel van de bijdrage van Stalpers is: “De griepprik is nutteloos bij gezonde mensen.”

Deze radiotherapeut bij het Amsterdam UMC schrijft in zijn ingezonden brief dat je met een griepvaccinatie van ziekenhuispersoneel geen patiëntenleven redt.

Op 23-1-2020 berichtte het digitale HuisartsVandaag: […] Een derde van de ziekenhuismedewerkers heeft de griepprik gehaald[…] Ik zal proberen om uit die ingezonden brief door Lukas Stalpers enkele interessante fragmenten te citeren.

[…] In zijn column in Het Parool van zaterdag 11-1-2020 trok Marcel Levi een vergelijking tussen handen wassen en een griepvaccinatie van zorgpersoneel. Echter: waar het nut van handen wassen groot is, is dat van vaccinatie gering.

In de negentiende eeuw werd duidelijk hoe groot het belang van hygiëne was. Drie bekende voorbeelden: de torenhoge zieknhuissterfte daalde met vele tientallen procenten dankzij handen wassen (Semmelweis, 1847), desinfectie (Lister, 1865) en het dragen van operatiehandschoenen (Halsted, 1895).

Het bewezen effect van hygiëne staat haaks op dat van vaccinatie, waarvan nog steeds niet duidelijk is of het wezenlijk heeft bijgedragen aan de sterftedaling. De inmiddels overleden Thomas McKeown, een Britse professor in de scociale geneeskunde, allerlminst een ‘quack’, vond dat al in 1962. Hij bevestigde dat in ’76 en vlak voor zijn dood in ’88. Werken moderne vaccins dan beter? […]

[…] Levi heeft ongelijk

Lam e.a. publiceerden in 2016 een Cochraneoverzicht van alle studies die keken naar het nut van vaccinatie van zorgpersoneel. Ook zij vonden geen significante daling van de ziektelast voor het personeel; met een beetje goede wil kom je uit op gemiddeld 2 uur minder ziekteverzuim per jaar per gevaccineerd personeelslid. Dat is kosteneffectief, maar niet indrukwekkend. Over een veronderstelde daling van ziekte of sterfte bij patiënten waren alle studies duidelijk: het werd niet gevonden.

Wat Levi stelt, lijkt logisch en waar. Maar dat is het niet: met griepvaccinatie van ziekenhuispersoneel red je geen patiëntenlevens. Zelfs als het vaccin echt zou werken, meet je dat nooit, omdat het risico op influenza bij gezonde werknemers zeer laag is.

Dat maakt griepvaccinatie van gezond personeel erg inefficiënt.

Er zit voor ziekenhuisbestuurders als Levi wel een risico aan het opdringen van maatregelen die niet werken; het kan ertoe leiden dat personeel gaat twijfelen aan maatregelen die wél werken, zoals handen wassen […]”

Lukas Stalpers, radiotherapeut bij Amsterdam UMC, gepromoveerd op wiskundige modellen voor het evalueren van medische beslissingen.

23-1-2020