Hoe jonge kinderen op diverse manieren kunnen worden bedreigd door psychoactieve medicijnen

Wat zijn psychoactieve middelen?

Onder de psychoactieve medicijnen (middelen) vallen alle soorten medicijnen die – al of niet zo bedoeld – invloed uitoefenen op het gemoed en hersenfuncties plus gedrag van een mens. Men vat ze samen onder de noemer ‘psychofarmaca’.
Dit kunnen medicijnen zijn die voor dit doel ontworpen en in de handel zijn, maar dit kan ook een ‘bijwerking’ zijn van medicijnen die voor andere doeleinden worden gebruikt. En dat is een onderschat probleem.

Veel van de chemische verbindingen die door de farmaceutische industrie worden aangeprezen als ‘geneesmiddelen’ zijn ontwikkeld op basis van amfetamine, cocaïne, methamfetamine en combinaties van deze stoffen.
Het is zelfs mogelijk dat tijdens de afbraak van een geneesmiddel – door allerlei metabole reacties – metabolieten (afbraakproducten) ontstaan die een psychoactieve uitwerking hebben.

Onverklaarbare familiedrama’s

Met zekere regelmaat worden we via de media opgeschrikt door verslagen van schokkende familiedrama’s of schietincidenten op scholen of in winkelcentra. De kindjes die in wiegjes, bedjes, ledikantjes of elders in huis dood/gedood worden aangetroffen mogen hier ook niet vergeten worden. Jonge weerloze kinderen zijn voor hun levensonderhoud en verzorging afhankelijk van hun opvoeders en het geestelijk functioneren van die verzorgers.
Omgekeerd komt het ook voor dat wat oudere tieners hun ouders/verzorgers doden.
Bij nadere beschouwing blijken de daders van deze onverklaarbare daden wel een overeenkomst te vertonen in hun medicijngebruik. Bijna zonder uitzondering gebruiken deze ‘daders’ psychoactieve middelen of middelen die een dergelijke uitwerking kunnen hebben.
Veelal gaat het hier dan om antidepressiva en/of antipsychotica, waarvan het gebruik kan leiden tot psychoses omdat ze zijn ontwikkeld op basis van amfetaminen.

En van die amfetamine-verbindingen (amfetamine-homologen) is al sinds 1978 officieel bekend – via een farmacologisch handboek – dat een overdosis amfetamine leidt tot een zogenoemde ‘amfetamine-psychose.

En het verraderlijke is hierbij dat het niet altijd hoeft te gaan om oraal ingenomen amfetaminen, maar dat een hogere spiegel van amfetaminen ook kan ontstaan door een defect aan ‘amfetamine-afbrekende leverenzymen’, bijvoorbeeld ‘Cytochroom P450 2D6’. Het overschot aan niet-afgebroken amfetamine stapelt op tot een concentratie die te vergelijken is met een oraal ingenomen overdosis. En dat leidt dan vaak tot een psychose, waarin dan een geweldsdelict wordt gepleegd. Niet zelden zijn de slachtoffers eigen gezinsleden. Omdat psychoses vaak begeleid worden door waandenkbeelden, zal duidelijk zijn dat er nogal eens slachtoffers vallen die een rol spelen in de waandenkbeelden van de psychoten. Denk aan de slachtoffers bij de zogenaamde ‘schoolshootings’ of in de openbare ruimte.

Al geruime tijd houd ik me ook bezig met een in Veenhuizen gedetineerde man van middelbare leeftijd wiens hele leven geruïneerd is geworden enkel en alleen omdat hij in een stressvolle periode naar zijn huisarts stapte met de vraag of die niet een middeltje voor hem had om ’s nachts beter te kunnen slapen. Voor ik verder ga: deze man heeft me gevraagd om zijn casus zoveel mogelijk publiek bekend te maken en dat heb ik beloofd. Hij zoekt zelf al vele jaren de publiciteit in de hoop dat het anderen tijdig kan waarschuwen.

Het gaat om een toen nog hardwerkende oprichter van een middelgroot bedrijf in landbouwmachines, in het noorden van ons land. Een man met een leuk gezin en nog veel toekomstplannen. Een gewaardeerd lid van de maatschappij.
De man kreeg een eerste verpakking mee van het antidepressiemiddel Paroxetine (Seroxat) en hoefde pas terug te komen als de verpakking leeg zou zijn. Zover kwam het niet omdat deze man achteraf – na onderzoek door prof. Ron van Schaik van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam – een genetisch defect bleek te hebben aan zijn CYP450 2D6 leverenzym. Hij mist van dat enzym een allel en is dus een slechte metaboliseerder van amfetamine. Hij stapelde een overdosis amfetamine op en kwam terecht in een zogenoemde amfetaminepsychose, die helaas gewelddadig verliep.
Gedreven door waanbeelden schoot hij 3 onschuldige personen neer, waarvan er één meteen overleed en 2 ernstig invalide overleefden. Deze man heeft zelf geen enkele herinnering aan het tragische gebeuren. Het hele drama is reeds in diverse media onder de aandacht gebracht.

Omdat niet aan het licht mocht komen hoe de man door een regulier antidepressiemiddel in een amfetaminepsychose terechtkwam, werd door enkele getuige-deskundigen verteld dat deze man handelde uit voorbedachte rade, niet verminderd toerekeningsvatbaar werd geacht en dat het onmogelijk was dat dit middel – dat nadrukkelijk een ‘selectieve serotonine-heropnameremmer’ (SSRI) werd genoemd – zulke uitwerkingen kon hebben.

Deze man werd in hoger beroep veroordeeld tot 24 jaar detentie en raakte alles kwijt: zijn gezin, zijn bedrijf, zijn zelfrespect en hele sociale omgeving. Alleen maar omdat hij voor een slaapmiddeltje naar zijn huisarts ging. Niemand – ook de huisarts niet – had hem gewaarschuwd dat hij in feite bezig was om amfetamine-homologen te slikken.
En al helemaal had niemand hem gewaarschuwd voor het krijgen van een – mogelijk gewelddadige – amfetaminepsychose als hij behept was met een defect aan CYP450 2D6.

Deze mogelijkheid werd door de huisarts ook niet nagetrokken via een lab-test, terwijl prof. Ron van Schaik al jaren aandringt op een farmacogenetisch paspoort voor elk individu in dit land, zodat slechte metaboliseerders een contra-indicatie kunnen krijgen voor bepaalde medicijnen. Deze man had nooit deze Paroxetine mogen krijgen voorgeschreven.

Antidepressiva behoren tot een klasse van medicijnen die gigantische omzetten en winsten opleveren en ze zijn geregistreerd als ‘veilig en effectief medicijn’. En daarom zitten gevangenissen vol met mensen zoals deze man, die in feite onschuldig zijn, maar worden geslachtofferd op het offerblok van de economie.

Het ware karakter van die antidepressiva – die in diverse merken te krijgen is en legaal wordt voorgeschreven – moet wel bekend zijn bij de beroepsgroep die deze middelen mag voorschrijven, maar iedereen kijkt de andere kant op of beroept zich op de verkooppraatjes van de farmaceutische industrie.

Hierna volgt een mail aan een groepje psychiaters en andere betrokkenen, zoals hoogleraar Trudy Dehue in Groningen. In deze mail leg ik de herkomst voor van de moderne SSRI’s, zoals Paroxetine en enkele andere merken SSRI. Niemand van de aangeschrevenen durfde zich te roeren in de richting van een herziening van het proces van deze man. De implicaties hiervan zouden immers aanzienlijk zijn.
En ondertussen stapelen de nieuwsberichten over andere onverklaarbare familiedrama’s en andere geweldsdelicten zich maar op. Doodslag, steekpartijen, schietpartijen, verwurging en wat er maar mogelijk is om anderen te doden, alles is mogelijk.

De mail over het ware karakter van antidepressiva (die ook door kinderen worden geslikt)

“Zeer geachte heren Denys, De Jonge, Dijkstra en mevrouw Dehue,

Ik schrijf u in de hoop dat u mijn mail ook helemaal uit leest. Er is namelijk een dringende reden voor deze mail. En het begin daarvoor ligt in de uitzending van Tros Radar van afgelopen maandagavond 2 mei 2016. Eerst zal ik mezelf voorstellen: vrouw van 70 jaar, op m’n 47-ste nog begonnen met een tweede studie (Leiden): klinische psychologie met een uitstapje naar neuropsychologie. Neurotransmitters en andere stofjes kregen steeds meer mijn interesse. Tijdens die studie zat ik op de eerste rang toen de universiteit zijn wetenschappelijke ziel verkocht aan het bedrijfsleven. Gaandeweg ontdekte ik dat er iets niet klopte aangaande het item depressie en de farmaceutische behandeling daarvan. Er klopten meerdere dingen niet. Omdat er geen financiële noodzaak bestond voor een baan, kon ik me daarna blijven wijden aan studie en een poging om te ontdekken wat in Leiden toch nog verborgen bleef. Over SSRI’s werd destijds – en ook nu nog – gezegd dat het werkingsmechanisme onbekend is …
 
Tijdens de uitzending van 2 mei bleek maar weer eens temeer dat er over depressie en die SSRI’s nog heel veel in nevelen is gehuld en dat de deskundigen in het programma niet allemaal op dezelfde lijn zaten. Dat was ook al gebleken tijdens recente rechtszaken waarbij levensdelicten tijdens gebruik van SSRI’s aan de orde waren. Bij de zaak van Aurelie Versluis – die haar 2 kinderen doodde – raakten de getuige-deskundigen met elkaar in de clinch en werden over en weer beschuldigingen geuit over belangenverstrengeling, incompetentie en vermoedelijke geestelijke gestoordheid, wat uitmondde in enkele aanklachten. Aldus de Volkskrant van 20 april 2016.
 
Afgelopen maandagavond 2 mei was prof. Gøtzsche ook te beluisteren bij de uitzending van TrosRadar over antidepressiva. Daar vertelde hij dat al vanaf 1955 de grote leugen over SSRI’s als ‘selectieve serotonine-heropname remmers’ heerst. Die leugen is bijna niet meer uit te roeien omdat er zoveel geld mee is gemoeid. In een eigen studie beschrijf ik dat het bij depressie helemaal niet gaat om een tekort aan serotonine in de hersenen. Het gaat primair om een tekort aan zink en vitamine D, die nodig zijn voor de aanmaak van primair dopamine. Tekorten aan die nutriënten (plus eventueel nog enkele andere) leidt dan tot tekort aan dopamine en daarom ook tot depressie. Amfetamine heeft de eigenschap om de hersenen aan te zetten tot de productie van dopamine. Maar dat werkt alleen naar behoren als er voldoende zink en vitamine D aanwezig zijn als grondstof hiervoor.  Bij een te groot tekort aan zink en vitamine D is de effectiviteit van SSRI’s vrijwel nihil, maar helaas kan er wel een psychose ontstaan bij een overdosis van amfetaminen en hun homologen (= overeenkomstige stoffen), als mensen door defecten aan het afbraakenzym CYP450 2D6 (e.a.) teveel van die amfetamine-achtige stoffen opstapelen. Ook prof. Anton Loonen vertelt in de rechtszaal niet wat hij tijdens zijn eigen studie ‘klinische farmacologie’ heeft geleerd!
En ook drs. Selma Eikelenboom vertelt niet het hele verhaal, zoals u hieronder zult kunnen lezen.
Eergisteren kreeg ik namelijk van een gepensioneerde Belgische apotheker in psychiatrische ziekenhuizen het zesde hoofdstuk van een handboek/studieboek over psychofarmacologie, dat handelt over stimulanten (o.a. amfetaminen). Dit boek dateert uit 1978 en bevat precies het ontbrekende officiële wetenschappelijke stukje informatie dat nodig is om de al 61 jaar oude Gordiaanse knoop van misleidingen door te prikken, zodat er helderheid kan ontstaan betreffende de ware aard van die omstreden SSRI’s.
 
Eerder had ik al enkele contacten met emeritus prof. Jacob Korf die mij schreef dat volgens hem en zijn promovendi serotonine niets te maken heeft met depressie en dat medio de vorige eeuw amfetaminen gebruikt werden als middel tegen depressie. Onderaan deze mail ziet u dan waarom hij dat zo goed wist. Volgens prof. Korf was mijn theorie omtrent de oorzaken van depressie correct (stress leidt tot verlaging van de zinkspiegel) en ging het inderdaad primair om dopamine, maar op mijn vraag naar de ware chemische aard van de huidige SSRI’s wilde hij het antwoord liever schuldig blijven. 
  Om u veel leeswerk te besparen, heb ik een samenvattinkje gemaakt van de belangrijkste opmerkingen in dat boek, die ik hier onder laat volgen:”

Psychotomimetic Drugs: Structure-Activity Relationships
Alexander T. Shulgin
Chapter 6 in Handbook of Psychopharmacology, Volume 11: Stimulants (Edited by Leslie L. Iversen Susan D. Iversen and Solomon H. Snyder), Plenum Press, New York 1978
HTML by Rhodium

As has been stated above, only one of the two major families of psychotomimetic drugs will be considered here in great detail; this is the phenethylamine group, with the logical extensions to the alpha-methyl homologs, the homologs related to the chemical structure of amphetamine. This family has been employed in the discussions on metabolism as the presentation basis for the many aspects of biotransformation presently known. It will be used here as the basis for illustrating the many nuances of dependency known between minor chemical change and resulting change in the nature of the psychological intoxication that results from these changes. The second large family of psychotomimetics are best generalized as the indoles. Although they will not be considered in detail, they should be briefly presented in summary, for reference purposes.

3. The Phenylisopropylamines
The substitution of a methyl group alpha- to the nitrogen atom in phenethylamine gives rise to the compound amphetamine, a powerful CNS stimulant as well as a peripherally active adrenergic agent, The cardiovascular and stimulatory properties were first reported by Alles (1933). The application of this excitatory property in clinical problems of narcolepsy was initiated by Prinzmetal and Bloomberg (1935). The protracted action and the oral activity of amphetamine is associated with the proximity of the methyl group to the amine function, effectively interfering with enzymatic deamination. The three-carbon chain in general increases toxicity, increases stimulation to the CNS, and decreases the purely “sympathomimetic” nature of the two-carbon chain counterpart (Gunn et al., 1939). There is also the introduction of an asymmetric center, permitting the preparation and study of optical isomers. By far, the largest subfamily of phenethylamine psychotomimetics known are the alpha-methyl phenethylamines, or phenylisopropylamines. As will be indicated they are, as psychotomimetics, in general more potent than their two-carbon counterparts, they are long-acting, and they are orally effective,
One form of psychotogenic action is known that is directly ascribable to the use of amphetamine itself. This is the “amphetamine psychosis” that results form the chronic use of large doses of amphetamine (Monroe and Drell, 1947; Connell, 1958), As the symptoms of stimulation become lost due to the development of tolerance, there is revealed a psychotic state, clinically similar to spontaneous schizophrenia (Bell, 1965). The amount of drug required to evoke this response varies widely from individual to individual (Griffith et al., 1970) but it seems not to depend upon any previous history of predisposition to mental illness (Angrist and Gershon, 1970), This “amphetamine psychosis” has been observed following the chronic abuse of related sympathomimetic stimulants (Greenberg and Lustig, 1966; Angrist et al., 1970a). The psychotropic syndrome that follows chronic drug exposure lies outside this review and will not be included within the concept of psychotomimetic action.
A caution is appropriate concerning the popular custom of referring to this family of α-methyl phenethylamines as “psychotomimetic amphetamines.” The name amphetamine designates one unique chemical and there can be no justification for its use in the plural (Shulgin, 1976b). The pharmacologist will consider the stimulant action of amphetamine and will associate it with other sympathomimetics or anorexogenics. A forensic chemist will consider the legal classifications and will probably limit his grouping to the two proscribed drugs amphetamine and methamphetamine, The synthetic chemist will envisage the phenyl ring and the three-carbon chain with the nitrogen on the beta-carbon, whether the compound is biologically active or not, The term will be avoided in this chapter, and the inoffensive substitute “phenylisopropylamines” will be used for this family, Nonetheless, many of the compounds to be discussed in this section have commonly encountered code-names that include a final “A” from this often-used family designation.
 
 
3,4-Methylenedioxyphenylisopropylamine
3,4-Methylenedioxyphenylisopropylamine (48, MDA, 3,4-methylenedioxyamphetamine) is the simplest and the best studied of the methylenedioxyphenylisopropylamines. It was first synthesized by Mannich and Jacobsohn (1910) and first explored in animal studies by Gunn et al. (1939). It was found to be the most effective stimulant of a large group of similarly substituted amphetamine derivatives (including amphetamine).
The initial human trials with MDA were directed toward possible therapeutic relief of Parkinson’s disease (Loman et al., 1941) but it was found to be detrimental. Biniecki and Muszynski (1953) observed the analeptic properties of MDA and the levorotatory isomer was clinically explored at Smith Kline and French, Co., as an appetite-suppressing drug (Cook and Fellows, 1961) and as an antidepressant. The compound was found to be equivalent to amphetamine as an anorexogenic agent, but at higher doses (up to 120 mg/day) had central stimulant properties that were found to be objectionable, although hardly classifiable as psychotomimetic (Doughty, 1964, personal communication).

Zie hierboven dus het ware karakter van de SSRI’s, waar aan al in de eerste helft en midden 19e eeuw gesleuteld werd. Men probeerde toen al met wisselend succes die amfetamineverbindingen te gebruiken als antidepressiva. Een belangrijke farmaceut in dit proces was de toenmalige Smith Kline and French, Co, nu beter bekend als Glaxo Smith Kline (GSK), de producent van paroxetine.
Bovenstaand fragmentje onderbouwt dus voldoende dat een mij bekende gedetineerde die paroxetine slikte dus in werkelijkheid een amfetamine-analoog heeft geslikt, en dat dit daardoor – volgens deze al oudere wetenschappelijke vakliteratuur – bij hoge dosis (bloedspiegels) kan leiden tot ‘amfetamine-psychose’.
Ten tijde van het schrijven van dit handboek was de functie en werking van het CYP450-leverontgiftingssysteem nog niet ontdekt.
 Zie hieronder enkele voorbeelden van deze publicaties in de wetenschappelijke literatuur.

Andreoli V. M., Danieli, B., and Tonon, G. C., 1973, Significance of methoxylated derivatives in amphetamine psychosis. Riv. Farmacol. Ter. 4(4):1a-21a (CA:81:20757c).

Angrist, B. M., and Gershon, S., 1970, The phenomenology of experimentally induced amphetamine psychosis—preliminary observations, Biol. Psychiat. 2:95-107.
 
Angrist, B. M., Schweitzer, J. W., Friedhoff, A. J., and Gershon, S., 1970b, Investigation of p-methoxyamphetamine excretion in amphetamine induced psychosis, Nature 225:651-632.
 
Ho, B. T., Tansey, L. W., Balster, R. L., An, R., Mcisaac, W. M., and Harris, R. T., 1970a, Amphetamine analogs. II. Methylated phenylethylamines, J. Med. Chem. 13:134-135.
 
Ho, B. T., Mcisaac, W. M., An, R., Tansey, L. W., Walker, K. E., Englert, L. F., Jr., and Noel, M. B., 19706, Analogs of alpha-methylphenethylamine (amphetamine). I. Synthesis and pharmacological activity of some methoxy and/or methyl analogs, J. Med. Chem. 13:26-30.

Hieronder enkele artikelen over het vaststellen van het gebruik van amfetaminen (en SSRI’s) in urine. Ik voeg hieronder een voorbeeld toe van een positieve test op amfetaminen in urine bij gebruikers van SSRI’s. (Het aantal referenties bij dit handboek uit 1978 bedraagt trouwens 285).
Uit het feit dat al in 1970 en 1974 over het testen op amfetamine-verbindingen in urine (ook in bloed mogelijk) werd geschreven blijkt waarom onlangs nog werd verboden (motie van de SP werd verworpen) dat plegers van levensdelicten zo kort mogelijk na hun daad moeten worden getest op amfetamine-verbindingen in hun bloed en/of urine. Dat zou immers aan het licht brengen dat de gebruikte ‘gedragsveranderende medicaties in een medisch kader’ (zoals voormalig minister Opstelten ze noemde) bestaan uit amfetamine-homologen en dat daarom deze middelen oneigenlijk (appels als peren benoemd) zijn geregistreerd door het CBG en daarom illegaal zijn (want onttrokken aan de Opiumwet).

Midha, K. K., 1974, Identification of two in vivo metabolites of 3,4-methylenedioxyamphetamine by gas-liquid chromatography-mass spectrometry, J. Chromatogr. 101:210-214.
 
Schweitzer, J. W., and Friedhoff A. J. 1970, Amphetamines in human urine: Rapid estimation by gas-liquid chromatography. Clin. Chem. 16:786-788.

Denk bij onderstaand artikel even aan de teksten van minister voormalig Opstelten en zijn adviesgroep waar gesproken wordt over ‘amfetaminen als gedragsveranderende middelen in een medisch kader. Ik kan u het aanvankelijk niet openbare advies van die expertgroep (waarin ook de heer Loonen zitting had) meteen toezenden. Daarin wordt door prof. Anton Loonen en een reeks collega-deskundigen (die ook vaak in rechtszaken als getuige-deskundige optreden) gesproken over ‘amfetaminen’ i.p.v. over SSRI’s.

Smythies, J. R., Johnson, V. S., Bradley, R. J., Benington, F., Morin, R. D., and Clark, L. C., 1967e, Some new behavior-disrupting amphetamines and their significance, Nature 216:128-129.

Hieronder nog enkele artikelen uit de periode dat ook prof. Jacob Korf zich bezig hield met het ontwikkelen van antidepressiva uit amfetaminen. Prof. Korf mag dus echt wel serieus genomen worden: hij was zelf bij het amfetaminekarakter van de huidige antidepressiva betrokken, al liet hij zich daar in zijn mails naar mij niet over uit.

Van Praag H. M., and Korf, J., 1976, 4-Chloroamphetamines. Chance and trend in the development of new antidepressants, Psychopharmacol. Bull. 12(3):64-74.
 
Van Praag, H. M., Schut, T., Bosman, E.. and Van Den Bergh, R., 1971, A comparative study of the therapeutic effects of some 4-chlorinated amphetamine derivatives in depressed patients, Psychopharmacologia 20:66-76.
 
Verster, J., and Van Praag H. M., 1970, A comparative investigation of methylamphetamine and 4-chloro-N-methylamphetamine in healthy test subjects, Pharmako-Psychiatry 3:239-248.

Prof. Loonen – die als getuige-deskundige optrad in de zaak-Reek en diverse andere zaken – ontleende die functie aan het feit dat hij is afgestudeerd in het vak klinische farmacologie en ‘farmacotherapie’ bedrijft. Dat betekent dat de heer Loonen expert moet zijn op het gebied van de samenstelling en het chemische karakter van de middelen die hij voorschrijft, want anders is hij een kwakzalver. En bovendien spreekt hij in de expertgroep over ‘amfetaminen’.
De heer Loonen is geboren in 1953 en dus leert een simpel rekensommetje dat hij in 1970 17 jaar was en dus (bijna?) aan zijn studie begon. En precies tijdens zijn studententijd (en al vlak daarvoor) waren de amfetamineverbindingen als nieuwe antidepressiva een hot item in de farmacotherapie bij psychiatrische patiënten (waaronder ook depressieven). 
Dit handboek stamt uit 1978, toen Loonen al 25 jaar was en ongeveer afgestudeerd. Hij behoort dit dus te weten!!!
Als de heer Loonen dus in het openbaar blijft volhouden dat die SSRI’s slechts ‘selectieve serotonine-heropnameremmers’ zijn, dan kan hij bestempeld worden als zeer incompetent (om maar te zwijgen over moedwillig misleidend ten behoeve van de inkomsten van de farmacie). Volgens de Volkskrant van 20-4-2016 zou de heer Loonen inkomsten genieten vanuit de farmaceutische industrie.
 De heer Loonen heeft mevr. Eikelenboom bestempeld als gehinderd door een onvoldoende brede kennis. Daarin heeft hij nog gelijk ook. Want als mevrouw Eikelenboom zich opwerpt als voldoende terzake deskundig om op te treden als getuige-deskundige, dan zou zij van dit ware karakter van de SSRI’s (paroxetine) toch ook op de hoogte moeten zijn.
Maar omdat Selma Eikelenboom nog bezig is om in Denver te promoveren [dit was in 2016 – red.] op de ellende met SSRI’s als er sprake is van een defect/variant van CYP450 2D6, vermijdt zij – om haar promotie niet in gevaar te brengen – elke verwijzing naar amfetaminen en amfetamine-homologen plus de daardoor veroorzaakte amfetamine-psychose. Deze dame weet ook dat de farmaceutische industrie niet staat te popelen om bekend te laten worden wat de ware aard is van die SSRI’s. En daarom schreef ze mij dat ik het – ondanks andere berichten van prof. Korf – toch volkomen bij het verkeerde eind heb…
En dat komt de toekomst van verdachten beslist niet ten goede, integendeel. Door dat onterechte geknoei met ‘acathisie’ in een verkeerde context zijn er diverse personen al onterecht en/of te hoog gestraft.
 De heer Peter Gotzsche weigert – ondanks zijn laatste boek Deadly Psychiatry and organised denial – ook om voor eens en altijd man en paard te benoemen. Ook in een mail naar mij – vorige week nog [2016 – red.] – bleef hij volhouden dat SSRI’s geen amfetaminen zijn, maar er slechts op lijken, net zoals hij in zijn laatste boek schrijft. Volgens hem lijken SSRI’s op amfetaminen, qua werking, bijwerkingen, afbraak en andere eigenschappen. Ook daarin spreekt hij van een niet nader omschreven ‘gelijkenis’. En inderdaad betekent homoloog: gelijkluidend, overeenkomstig, overeenstemmend en gelijksoortig … Net als amfetaminen zijn SSRI’s ook verslavend … Deze klokkenluider blijft zichzelf heel geraffineerd indekken tegen de farmaceutische industrie (hij kent die branche als geen ander). Maar tot m’n grote verbazing en blijdschap maakte het eergisteren opgedoken handboek van Shulgin daar opeens een echt wetenschappelijk eind aan.
Het probleem is echter dat het advies van de expertgroep van het NFI aan de minister – en de minister zelf – spreekt van ‘amfetaminen in een medisch kader’, zonder al die moeilijke chemische benamingen van de gebruikte amfetamine-homologen.
In Nederland wordt bij de registratie van de SSRI’s door het CBG slechts de fabrieksnaam van de werkzame stof en het handelsmerk vermeld, maar niet de chemische samenstelling. Dit maakt frauderen met de chemische structuur erg makkelijk. Dit probleem gaat men in België nu aanpakken door het verplicht stellen dat de chemische structuur wordt genoemd bij de registratie door de registratieautoriteit. Hierdoor kan dan niet meer de Opiumwet worden omzeild.
Met het Handbook of Psychopharmacology uit 1978 van Alexander T. Shulgin in de hand kan worden aangetoond dat de momenteel gebruikte SSRI’s nooit echt legaal zijn geregistreerd en dus eigenlijk illegaal worden gebruikt. En dat kan wereldwijd grote consequenties hebben …
Bij Radar zei Prof. Peter Gotzsche nog: “Niemand weet dus hoe het precies zit met antidepressiva. Dat is een grote tragedie.”
Hoog tijd dat aan die tragedie en manipulatie eindelijk een eind gaat komen.
Tijdens de uitzending van Radar werd opgemerkt dat er – behalve psychotherapie – eigenlijk geen alternatieven zijn voor de behandeling van depressie. Hoog tijd dus om eens een uitgebreide studie te starten naar het gebruik van zink plus vitamine D – bij gebleken tekorten – voor een veilige behandeling van depressie. Er zijn al diverse onderzoeken die een positief effect laten zien voor zink en ook voor vitamine D. Nu is het wachten nog op een gecombineerde trial …
Beide nutriënten dragen namelijk via een eigen route bij aan de aanmaak van dopamine.
 
Interessant is misschien ook nog het volgende feitje:
Een aantal jaren geleden werd het medisch handboek Drugs-Induced Nutriënt Depletion Handboek van de markt gehaald. gelukkig had ik net op tijd nog een exemplaar in Duitsland besteld, voordat het ook daar verdween. In dat boek staat een opsomming van ongeveer 100 farmaceutische middelen die de zinkspiegel verlagen  en ook een opsomming van zo’n 50 farmaceutische middelen die de spiegel van vitamine D verlagen. Een mens hoeft dus niet eens in de stress te raken of nooit meer in de zon te komen om tekorten aan die beide onmisbare nutriënten op te lopen en depressief te worden.
Ik hoop dat dit recent opgedoken materiaal uit 1978 eindelijk helder kan maken dat die SSRI’s wel degelijk behoren bij de amfetamine-familie en dat ze bij hoge bloedspiegels een gewelddadige psychose kunnen veroorzaken.

===============================================================
Zeker is in elk geval wel dat er in het handboek van Alexander Shulgin nergens het woord ‘serotonine’ voorkomt. Dit boek dateert dus nog van voordat de serotonine-leugen werd bedacht om de nieuwe generatie antidepressiva – te kunnen registreren zonder te maken te krijgen met de opiumwet.
Hoogste tijd dus dat aan die tragedie, manipulatie en leugens eindelijk een eind gaat komen.
===============================================================

Positieve urinetesten op amfetamine bij gebruik van SSRI’s:

Midshipman Dismissed from Academy: Was Not Taking Amphetamines
Saturday, February 27th, 2010
Last two paragraphs read:  “In the spring of 2008, Midshipman 1st Class Hunter Greene, who was a member of the intramural weightlifting team, found he was having trouble studying. A friend with a prescription for the psychostimulant Adderall, used to increase concentration in patients with attention deficit hyperactivity disorder, offered him a few pills. His mother, who had a prescription for the antidepressant Prozac, also offered him a few of her pills. Greene took both. When he was given a regular urinalysis test, he tested positive for amphetamines.” “Greene was dismissed from the academy just weeks short of graduation, and although he could take neither a degree nor his commission, he did get a bill for $129,000 to cover the cost of his tuition, he said.”
http://www.marinecorpstimes.com/news/2010/02/marine_athlete_022710w/
 
04-05-2004 
I have a friend who was just arrested for DUI. The police were unable to find any alcohol in his system so they took him in for a urine test, because the police said he “looked like he was on something”. The urine test was also free of alcohol, but came up with some sort of speed-like substance.Is there any way that his medication (his doctor has him on Clonazepam and Paxil) could cause a false positive on his urine test? I believe he takes his meds sporatically like he is supposed to take 1 pill 3x/day (not sure of mg amt.) and I think he takes all three at once. It’s a fairly new script for him and I think he forgets, so he messes up his dosage.A quick reply would be greatly appreciated. My friend has his arraignment in the morning and I would like to give him any information he may use in his defense. Thanks to all in advance! — JaneDoh
Read more:
http://www.healthboards.com/boards/drug-interactions-side-effects/163155-paxil-clonazepam-dui.html#ixzz3nLUZr6kD

================================================================
‘Paxil’ is de Amerikaanse merknaam voor Paroxetine. Er is bij Paxil geen sprake van een ‘vals-positieve’uitkomst van de urinetest, maar van een correcte uitkomst. Paxil is immers – net als Paroxetine – een amfetaminehomoloog. (zie hiervoor pagina 204 van het Drug-Induced Nutrient Depletion Handbook, 2001, door Ross Pelton, RPh, PhD, CCN.

De toekomst van de adelborst (marineofficier in opleiding) was ook al voorbij voordat die kon beginnen.

Tot verder contact bereid groet ik vriendelijk,
Teuni Kuiper”

Prof. Trudy Dehue reageerde per omgaande als door een wesp gestoken, maar daar bleef het bij. Toen kwam ik op het idee om me dan maar eens te richten tot de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ter attentie van de Inspecteur-Generaal mevrouw Ronnie van Diemen. En dat leverde een leuke reactie op in de vorm van een abusievelijk aan mij toegezonden interne communicatie-mail binnen de burelen van de Inspectie van de IGZ. De reeks interne mailtjes – na een vraag van de Inspecteur-Generaal aan een lagere god op de IGZ: ‘Hoe te reageren?’ – volgt hieronder. Het verdient aanbeveling om onderaan de reeks mailtjes te beginnen met lezen in de brief die ik zelf toezond aan mevrouw Ronnie van Diemen:

—–Oorspronkelijk bericht—–
Van: meldpunt@igz.nl [mailto:meldpunt@igz.nl]
Verzonden: vrijdag 27 november 2015 10:56
Aan: Mey, K. van der (Karen)
Onderwerp: 1511 3671, FW: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Hoi Karen,
Bedankt voor je mail en telefoontje. Ook erg bedankt voor het formuleren van het antwoord, ik heb mevrouw inmiddels van een antwoord voorzien (mevrouw was overigens al bekend bij de IGZ, heeft drie eerdere meldingen in WPM staan). Ik zie dat de mail de hele afdeling is doorgegaan (dat begreep ik ook al uit je telefoontje). Wellicht is het handig, als het lukt, om te communiceren dat een dergelijke mail echt bij het Meldpunt hoort (of eigenlijk bij het LMZ, vragen van burgers (en dus geen zorgaanbieders of beroepsbeoefenaren) zet het Meldpunt door naar het LMZ). Scheelt veel werk voor jullie! Desalniettemin, bedankt je antwoord.

Groeten,
Mw L. de Bruin, MSc
Medewerker Meldpunt IGZ
………………………………………………………………
Inspectie voor de Gezondheidszorg
Postbus 2680 | 3500 GR | Utrecht
………………………………………………………………
T 088 1205000
F 088 1205001
http://www.igz.nl
meldpunt@igz.nl
………………………………………………………………

27-11-2015 09:45 Mailimport,:
Sender: Karen van der Mey
Date sent: Nov 27, 2015 9:44 AM
To: _Dienstpostbus IGZ Meldpunt meldpunt@igz.nl
CC: “Jansen, R. B. (Ronald)”
Subject: FW: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Beste collega,
Zoud je onderstaande kunnen oppakken en registreren? Mevrouw Kuiper heeft op 25 november onderstaande mail naar Ronnie van Diemen gestuurd.
Kan je mevrouw Kuiper namens Ronnie antwoorden, haar mail doorsturen naar het CBG en aangeven dat een verdere inhoudelijk reactie van het CBG komt?
In het antwoord voor mevrouw Kuiper graag opnemen:
Het betreft in alle gevallen geneesmiddelen die zijn geregistreerd en waarvan de baten/risico-balans door het College is beoordeeld. U bent van mening dat bij bepaalde patiëntengroepen, namelijk patiënten met een bepaald enzymdefect, de baten/risicobalans ongunstiger is. Een inhoudelijk oordeel daarover moet primair bij de College liggen, dan wel en indien nodig de Europese counterpart van het College (de CHMP). Daarom heb ik uw bericht doorgezet naar het CBG en zullen zij verder inhoudelijk op uw bericht reageren.

Bedankt.
Als je nog vragen hebt dan hoor ik dat graag!

Groet,
K. (Karen) van der Mey
Secretaris farmaceutische bedrijven
………………………………………………………………
Inspectie voor de Gezondheidszorg
Stadsplateau 1 | 3521 AZ | UTRECHT Postbus 2680 | 3500 GR | UTRECHT
………………………………………………………………
http://www.igz.nl
………………………………………………………………

Van: Jansen, R. B. (Ronald)
Verzonden: vrijdag 27 november 2015 9:16
Aan: Mey, K. van der (Karen)
Onderwerp: FW: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Hoi Karen,
Zie onder. Kun jij voor de actie zorgen (rood aangemerkt). De meer inhoudelijke onderbouwing heb ik in geel aangemerkt.
Dank alvast en groet,
Ronald

Van: Diemen-Steenvoorde, J.A.A.M. van (Ronnie)
Verzonden: vrijdag 27 november 2015 7:07
Aan: Vries, J.F. de; Schoo, J. J. (Hans); Jansen, R. B. (Ronald)
Onderwerp: RE: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Wat mij betreft akkoord. Ik delete nu de mails, opslag bij meldpunt
Met vriendelijke groet,
Mw. dr. J.A.A.M. (Ronnie) van Diemen-Steenvoorde Inspecteur-generaal
secretariaat: Sandra Lepelblad-Schönefeld
……………………………………………………………..
Inspectie voor de Gezondheidszorg
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Stadsplateau 1 | 3521 AZ | Utrecht Postbus 2680 | 3500 GR | Utrecht
………………………………………………………………
website: http://igz.nl

Van: Vries, J.F. de
Verzonden: donderdag 26 november 2015 23:03
Aan: Schoo, J. J. (Hans); Jansen, R. B. (Ronald)
CC: Fraanje, T.A.M. (Thijske); Diemen-Steenvoorde, J.A.A.M. van (Ronnie); Beurs, P. de (Paul)
Onderwerp: RE: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Beste allen,
Ik stel voor dat ik dit door het Meldpunt laat beantwoorden (namens Ronnie) en regelen dat het Meldpunt het doorstuurt naar het CBG.

groet,
Joke
Sent with Good (www.good.com)

—–Original Message—–
From: Schoo, J. J. (Hans)
Sent: Thursday, November 26, 2015 10:57 PM W. Europe Standard Time
To: Jansen, R. B. (Ronald); Vries, J.F. de
Cc: Fraanje, T.A.M. (Thijske); Diemen-Steenvoorde, J.A.A.M. van (Ronnie); Beurs, P. de (Paul)
Subject: RE: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Beste Ronald,
Voor mij lastig inhoudelijk te beoordelen – maar ik volg je redenering.
Ik zou dit Ip een goede route vinden – maar zou wel willen voorkomen dat we mevrouw van ons naar CBG sturen.
In andere woorden kunnen we haar berichten dat wij haar mail hebben doorgestuurd met de reden waarom en dat wij in die mail laten weten van wie zij een reactie kan terug verwachten?
Mvg
Hans

—–Original Message—–
From: Jansen, R. B. (Ronald)
Sent: Thursday, November 26, 2015 04:39 PM W. Europe Standard Time
To: Schoo, J. J. (Hans); Vries, J.F. de
Cc: Fraanje, T.A.M. (Thijske); Diemen-Steenvoorde, J.A.A.M. van (Ronnie); Beurs, P. de (Paul)
Subject: RE: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Beste collega’s,
In mijn beleving is dit een vraag die wij moeten doorzetten naar het CBG. Het betreft in alle gevallen geneesmiddelen die zijn geregistreerd en waarvan de baten/risico-balans door het College is beoordeeld. De vragensteller is van mening dat bij bepaalde patiëntengroepen, namelijk patiënten met een bepaald enzymdefect, de baten/risicobalans ongunstiger is. Een inhoudelijk oordeel daarover moet primair bij de College liggen, dan wel en indien nodig de Europese counterpart van het College (de CHMP).
Mee eens?

Groet,
Ronald


Van: Schoo, J. J. (Hans)
Verzonden: donderdag 26 november 2015 7:00
Aan: Vries, J.F. de
CC: Fraanje, T.A.M. (Thijske); Diemen-Steenvoorde, J.A.A.M. van (Ronnie); Beurs, P. de (Paul); Jansen, R. B. (Ronald)
Onderwerp: RE: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Lijkt mij prima Joke.
Los hiervan, is het niet handiger dat deze vragen uit de mailbox van Ronnie via ons meldpunt of LMZ lopen? Dat is duidelijk naar de vrager toe en betekent mi gelijk dat de juiste procedure wordt opgestart. Plus Ronnie kan terug reageren hoe de vraag wordt opgepakt.
Mvg
Hans


—–Original Message—–
From: Vries, J.F. de
Sent: Wednesday, November 25, 2015 11:37 PM W. Europe Standard Time
To: Schoo, J. J. (Hans)
Cc: Fraanje, T.A.M. (Thijske); Diemen-Steenvoorde, J.A.A.M. van (Ronnie); Beurs, P. de (Paul)
Subject: FW: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

Dag Hans,
Deze mevrouw heeft al eerder een vraag gesteld aan Ronnie over SSRI’s. Paul de Beurs heeft toen een antwoord opgesteld. Nu komt dit aanvullende verhaal. Is dit wellicht ook een vraag voor de afdeling geneesmiddelen?

Groet,
Joke
met vriendelijke groet,
Joke de Vries
Hoofdinspecteur
Chief Inspector
Stadsplateau 1| 3521 AZ | Utrecht
Postbus 2680 | 3500 GR | Utrecht
Management assistant: Pilar Ajodhia-Schiffer
http://www.igz.nl

Van: Diemen-Steenvoorde, J.A.A.M. van (Ronnie)
Verzonden: woensdag 25 november 2015 18:09
Aan: Vries, J.F. de
CC: Savenije, R.E.
Onderwerp: Fwd: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties

We hebben de vraag eerder bij Paul de beurs neergelegd gezien de relatie met depressie en andere psychische verschijnselen. Vraag of dit ook niet of beter bij geneesmiddelen hoort?!
Hoe te reageren?

Ronnie
Ronnie van Diemen-Steenvoorde
Inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg


Begin doorgestuurd bericht:

Van: Teuni Kuiper
Datum: 25 november 2015 13:52:54 CET
Aan: “J. v. Diemen”
Onderwerp: Het ware chemische karakter van 10 psychoactieve medicaties
Aan de Inspecteur-Generaal van de IGZ.

Zeer geachte mevrouw Van Diemen,
Op 5-11-2015 stuurde ik u een mail m.b.t. tot de door u in een uitzending van Zembla genoemde term ‘Conspiracy of Silence’ die ik verbond aan het chemische karakter van o.a. SSRI’s. Ik mocht van u reeds een voorlopige reactie ontvangen.
Maandag 23-11-2015 ontving ik van de in mijn eerste mail aan u genoemde Belgische apotheker in psychiatrische ziekenhuizen een op zijn website geplaatste nieuwsbrief. Het blijkt dat men in België voornemens is om medicijnen voortaan te rubriceren op basis van hun chemische samenstelling, waardoor meteen duidelijk is om welke soort stof het gaat, zodat bijvoorbeeld stoffen met een amfetaminekarakter in de juiste rubriek terechtkomen en bijwerkingen eerder kunnen worden overzien. Dat is een idee dat ook in ons eigen land navolging verdient.
Zoals u kunt lezen in mijn onderhangende brief aan mevr. Kant, directeur van Lareb, is er nu een onderzoek gaande naar de link tussen defecten aan CYP450 2D6, het slikken van SSRI’s en extreme gewelds- en levensdelicten. Als men dan hierin betrekt dat SSRI’s een amfetaminekarakter hebben, dan is het plaatje helder. Een defect aan CYP450 leidt bij de normaal voorgeschreven en gebruikte dosis van SSRI’s tot een overdosis. En een overdosis amfetaminen leidt tot een psychose waarin extreem geweld kan voorkomen.
De heer Haesbrouck beschrijft in zijn nieuwsbrief van 10 medicijnen – die aangetoond veel meer agressie veroorzaken dan andere medicijnen – het chemische karakter tot in detail. Die chemische details staan vermeld in een eerdere nieuwsbrief van zijn hand, die te vinden is door te klikken op de blauwe link enkele jaartjes. Uit deze beschrijving blijkt duidelijk dat Prozac, Efexor, Seroxat (paroxetine) en andere psychoactieve stoffen behoren tot amfetamine-achtigen. En dat is iets wat de Expertgroep “Middelen en Geweld”, van het NFI, ook allang weet en waarmee deze ‘deskundigen’ bij hun advies aan de minister van Veiligheid en Justitie ook rekening houden. De expertgroep van het NFI raadt de minister dan ook aan om geen strafverzwaring toe te passen indien deze gedragsveranderende middelen – amfetamine, cocaïne en methamfetamine – door een arts in een medisch kader worden voorgeschreven. Over strafverlichting wordt niet gerept.
Uit dit materiaal blijkt duidelijk dat artsen aan hun onwetende patiënten ‘als medicijnen vermomde harddrugs’ voorschrijven. In elk geval het ministerie van Veiligheid en Justitie is hiervan op de hoogte. En ik vraag me af in hoeverre het ministerie van VWS hiervan onkundig is.
Nadat ik u op 5-11-2015 voor het eerst mailde is de Nederlandse vertaling van het boek door prof. Peter Gotzsche ( Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad – Achter de schermen van de farmaceutische industrie) gelanceerd. Deze hoogleraar probeert met zijn boek de ook door u genoemde ‘samenzwering in stilzwijgen’ te doorbreken.
Die expertgroep van het NFI houdt zich van den domme als het vindt dat de relatie tussen het gebruik en het optreden van agressie of geweld niet eenduidig is bij geneesmiddelen, die volgens de bijsluiter als bijwerking geweld of agressie hebben.
In dat advies aan de minister is doodleuk het mechanisme van de leverenzymen van CYP450 (en met name CYP450 2D6) verzwegen. En daarmee wordt handig verzwegen dat defecten aan CYP450 2D6 – door het opbouwen van overdoses – leiden tot het optreden van agressie en geweld. De ene slikker zal dus wel te maken krijgen met het plegen van agressie en geweld, en een andere slikker niet of nauwelijks. Er wordt door deskundig geachte wetenschappers inderdaad (collectief) heel wat verzwegen… Hoogste tijd dat deze dingen aan het licht gaan komen.
Als de werking van CYP450 en de ware aard van bijvoorbeeld SSRI’s algemeen bekend worden, dan kan er worden geanticipeerd op toekomstige ongelukken in de gezondheidszorg en kunnen vele vermijdbare doden worden voorkomen door het simpel vooraf testen van de conditie van o.a. CYP450 2D6 alvorens tot slikken van deze middelen over te gaan. De kennis en de faciliteiten zijn er al voor. Maar ja, dat gaat de farmaceutische industrie dan wel zo’n 5 tot 10 procent aan omzet kosten…

Ik raad u aan om te kijken (Uitzending gemist) naar de in onderstaande mail aan Agnes Kant aangehaalde uitzending van Brandpunt d.d. 31-8-2014, waarin prof. Ron van Schaik (Erasmus MC) uitlegt hoe het mechanisme van CYP450 werkt en ook kan falen en wat daar dan de gevolgen van zijn.
Forensisch arts Selma Eikelenboom vertelt in deze uitzending hoe zij van 10 plegers van zware levensdelicten via DNA-onderzoek kon vaststellen dat ze alle 10 het zelfde defect hadden aan hun CYP450 2D6 en dat ze ook alle 10 SSRI’s slikten. Dit vraagt dringend om nader onderzoek, want hier is duidelijk sprake van een ernstige misstand in de gezondheidszorg. Een misstand die niet langer mag worden genegeerd!
De nieuwsbrief van de heer Haesbrouck treft u helemaal onderaan aan.

Met een vriendelijke groet,
Teuni Kuiper – van den Bos


From: Teuni Kuiper
To: info@lareb.nl
CC: R. van Schaik; Van Oosten; S. Eikelenboom
Subject: t.a.v. dr. Agnes Kant, directeur Lareb
Date: Mon, 23 Nov 2015 20:36:33 +0100

Geachte mevrouw Kant,
Op 31-8-2014 zag ik een uitzending van Brandpunt met daarin een optreden van u, prof. Ron van Schaik, advocaat Geert-Jan van Oosten, drs. Selma Eikelenboom (forensisch arts) plus de vriend van Grietje Strijker (die werd veroordeeld na een levensdelict onder invloed van de SSRI Venlafaxine).
Centrale vraag in dit programma was hoe het toch kan dat SSRI’s toch tot zoveel agressie en het plegen van gewelds- en levensdelicten leiden.
Mevrouw Eikelenboom had 10 van die gruwelijke levensdelicten nader onderzocht en moest concluderen dat er bij alle 10 de delicten sprake was van gebruik van SSRI’s plus een defect aan CYP450 2D6.
Voor de heer Van Oosten was dat 10 op 10 en dus statistisch relevant.
De heer van Schaik legde uit dat als er iets mankeert aan die lever-afbraakenzymen van het CYP450-systeem, slikkers van medicijnen een overdosis kunnen opbouwen die tot allerlei nare bijwerkingen kan leiden. Hierdoor kan ook agressie ontstaan of extreem versterkt worden, hetgeen dan kan leiden tot die gewelds- of levensdelicten.
Maar waarom leiden juist psychoactieve stoffen – zoals SSRI’s – dan tot zoveel agressie?
Vandaag ontving ik weer eens een nieuwsbrief van een Belgische ziekenhuisapotheker (in psychiatrische ziekenhuizen). Deze man vertelt al jaren waarom deze middelen zo gevaarlijk zijn en soms zelfs tot psychoses kunnen leiden. Omdat hij ondertussen gepensioneerd is doet hij dat via een website/blog.
In het programma van Brandpunt op 31-8-2014 werd ook gezegd dat het Lareb en het Erasmus MC samen gaan proberen om die link tussen een defect aan CYP450 2D6 en het slikken van SSRI’s m.b.t. tot extreme geweldsuitbarstingen te ontraadselen en in kaart te brengen. Sindsdien is ruim een jaar verstreken en ik heb daar verder niets meer over gehoord.
Daarom leek het me nuttig om de zienswijze van die ziekenhuisapotheker – de heer Fernand Haesbrouck – eens naar u toe te sturen. Dit in de hoop dat zijn werk u kan inspireren tot een spoedige oplossing van het probleem.
Als u in onderstaande nieuwsbrief op bladzijde 2 helemaal onderaan klikt op de link in blauw: enkele jaartjes, dan komt er een nieuwsbrief uit januari 2011 tevoorschijn die van 10 ‘medicijnen’ vertelt waarom ze leiden tot veel meer agressiviteit dan andere medicatie.
Het geheim zit ‘m in het chemische karakter van die 10 psychoactieve middelen.
De schrijver van die nieuwsbrieven rept in zijn werk nog niet eens over defecten aan CYP450. Maar als middelen die een veel agressiever makende werking hebben dan andere medicijnen ook nog eens gaan opstapelen, dan is het niet meer zo moeilijk te begrijpen dat ze ook tot gewelddadige psychoses kunnen leiden, net zoals overdoses van gewone straat-amfetaminen ook kunnen leiden tot psychoses.
Interessant is ook het advies van een expertgroep van het NFI aan de minister van Veiligheid en Justitie betreffende een herziening van de wet betreffende strafverzwaring bij delicten onder invloed van gedrag-veranderende middelen. Aanvankelijk was dit advies niet openbaar, maar afgelopen zomer vond ik dat bij toeval. Die adviesgroep noemt de betreffende middelen bij naam: amfetamine, cocaïne en methamfetamine. En als aanbeveling zegt deze expertgroep dat als deze drie middelen door een arts worden voorgeschreven en volgens voorschrift gebruikt, er geen strafverzwaring moet volgen na een door zo’n slikker veroorzaakt delict.
Kennelijk houdt die expertgroep er dus al serieus rekening mee dat het kan geschieden dat slikkers van door een arts voorgeschreven psychoactieve stoffen soms gewelds- en levensdelicten kunnen begaan onder invloed van die stoffen….. Dat Advies expertgroep “middelen en geweld”, d.d. 5 februari 2013, met daarin 9 vooraanstaande leden, is op het internet makkelijk te vinden en daarin staat op bladzijde 5 van 6 o.a. het volgende te lezen:
De expertgroep vindt dat indien amfetamine is voorgeschreven door een arts, en volgens voorschrift is gebruikt, er geen sprake moet zijn van strafverzwaring. De expertgroep vindt dat de relatie tussen het gebruik en het optreden van agressie of geweld niet eenduidig is bij geneesmiddelen, die volgens de bijsluiter als bijwerking geweld of agressie hebben.

Zelf denk ik dat het optreden van geweld en agressie niet eenduidig is omdat men in dit hele advies de mogelijkheid van defecten aan CYP450 – en dus de mogelijkheid tot stapeling van deze ‘in een medisch kader voorgeschreven stoffen met een amfetamine-karakter’ – buiten beschouwing heeft gelaten.
In de hoop u met deze mail een eventueel nieuwe zoekrichting te hebben aangeboden, groet ik vriendelijk,
T.C. Kuiper – van den Bos

Waarom die nervositeit en uiterst snelle reactie op mijn mail aan de Inspecteur-Generaal van de IGZ? Waarom moest die hele afdeling op de IGZ zich met mijn mailtjes bemoeien?
En waarom moesten diverse hogere ambtenaren op de IGZ door andere ‘goden’ worden gesouffleerd?

Terug naar de titel van dit artikel:

Kinderen van ouders die psychoactieve stoffen – zoals SSRI’s – slikken lopen serieus gevaar om tijdens een amfetamine-psychose van hun ouders te worden omgebracht. Daar staat niemand bij stil. Het enige dat men in dit land doet is het onder het tapijt vegen van onwelkome ontwikkelingen in de maatschappij. De ouders – die zelf slachtoffer zijn van het medisch-economisch beleid in ons land – worden voor jaren de gevangenis ingesmeten als moordenaars met voorbedachten rade, maar het preventief beschermen van jonge kinderen tegen de gevolgen van amfetaminepsychoses, is in dit land niet aan de orde.

Studie aanvragen per contactformulier

Nadat ik in dit artikeltje wat feiten op een rijtje had gezet, kon ik me voorstellen dat lezers van dit stuk zich zullen afvragen of dit allemaal wel waar kan zijn. Deze waarheid is te bizar voor woorden. Mocht u graag uitvoeriger geïnformeerd willen worden, dan raad ik u aan om gratis via het contactformulier mijn eigen studie (326 pagina’s A4, 12 punts letter) aan te vragen:

Studie aanvragen: De ontmaskering van de serotonine-hypothese voor depressie plus van de gangbare antidepressiva (SSRI’s)

Teuni Kuiper, 2-2-2020