Hoe vaccins met elektroactieve stoffen de ontwikkeling van planten en andere levende organismen kunnen frustreren

Om aan te tonen dat vaccins met daarin elektroactieve stoffen – zoals aluminiumzouten – de ontwikkeling van levende organismen kunnen frustreren, besloot ik een proefopstelling neer te zetten met behulp van glazen met kraanwater en tuinkerszaden die op een horregaasje bovenin het glas gezaaid werden. En dat leverde een onthutsend resultaat op, naast enkele onverwachte maar interessante leermomenten.

Natuurlijk is een mens niet te vergelijken met een plant, maar in beide gevallen is er sprake van een opbouw van levende cellen. Wat voor effect zouden de stoffen in de vaccins kunnen hebben op de plantaardige en dierlijke cellen . En daardoor op de ontwikkeling van dierlijke cellen, zoals die van de mens?

Na wat voorbereidende testjes werd het tijd voor het eerste experiment. Humane vaccins kon ik nog steeds nergens verkrijgen, maar wel had ik al twee diervaccins gekregen van een dierenartspraktijk. Ook had ik al formaldehyde 36% in huis. Dit eerste experimentje leverde dusdanige evidenties op dat dit resulteerde in het verkrijgen van enkele humane vaccins.
Omdat ik van de tuinkersplanten een duidelijk waarneembare reactie wilde krijgen omdat dit bij mensen met vaccinatieschade aan de buitenkant niet zo snel opvalt, ging ik niet subtiel te werk. Dat wil zeggen dat ik na rijp beraad niet dat water in de glazen naar ratio met bijvoorbeeld het water in het lichaamsvocht van jonge kinderen veel geringe hoeveelheden vaccin toediende. Na een eerste significant effect kunnen dan altijd nog experimenten volgen die onder laboratoriumcondities plaatsvinden. Mijn experimenten zijn bedoeld als een eerste indicatie voor de schadelijkheid van vaccins voor levende organismen.

Dat aluminium de ontwikkeling van levende organismen frustreert was al bekend rond 1930 (vlak nadat aluminium in vaccins werd geïntroduceerd). Men deed een test met pootaardappels in grond die al of niet was ‘verrijkt’ met aluminiumzouten. De aardappelplanten in de aluminiumgrond ontwikkelden zich significant slechter dan de aardappelplanten in de gewone teelgrond.

Toch werden daaruit geen conclusies doorgetrokken naar het blootstellen van mensen en dieren aan aluminiumzouten en spoot men steeds meer aluminiumzouten in mens en dier. Alles wat wijst op de schadelijkheid van aluminiumzouten en kwik in vaccins wordt onder het kleed geveegd en zwaar ontkend.

Link tussen zuurgraad en de mate van schade door aluminium


Erg interessant in dit verband is een studie die reeds in 1989 werd gedaan. Het betreft hier een studie met vissen (regenboogforellen) die werden blootgesteld aan meer of minder zuur water plus een bepaalde hoeveelheid aluminium. Opmerkelijk was dat de schade door aluminium toenam met het stijgen van de zuurgraad van het water (dus het dalen van de pH-waarde: Aluminium toxicity to rainbow trout at low pH, door Daniel Dietrich and Christian Schlatter, Aquatic toxicology 15 (1989), 3, pp. 197-212. Ik citeer enkele delen uit het genoemde artikel:

[…] Mortality and observed symptoms
No mortality was recorded in any of the exposures without added Al (controls) with the exception of the experiment at pH 5.2 where one fish was lost due to a severe infestatio with the protozoan ectoparasite Costia necatrix. No mucus accumulation or hyperventilatory response could be detected in any of the experiments without added Al.
Coughing, increase of ventilation rate, slight darkening of the body coloration, frequent spasms interspersed with longer periods of immobility, and eventually loss of equilibrium before death could be observed in all of the Al-exposure experiments, although the intensity of the symptoms varied with pH and Al-concentration. No accumulation of mucus could be detected at pH 5.2. Slightly enhanced production of mucus was recorded at pH 5.4 and 200 mcg Al/l, while moderate and extensive mucification resulted from exposing the fish to pH 5.4 and 400 mcg Al/l, pH 5.6 and 200 mcg Al/l, and pH 5.6 and 400 mcg Al/l, respectively. Fish dying at pH 5.2 and 200mcg Al/l did not exhibit gaping opercula, although this was seen at pH 5.4 and 400 mcg Al/l, pH 5.6 and 200 mcg Al/l, or 400 mcg Al/l.
Al/l was lethal to 50% of the exposed fish within 64 h at pH 5.2, no deaths occured at pH 5.4, and three fish out of ten died within 96 h at pH 5.6.

Histopathology
Compared to fish kept at a pH 7.6 (Dietrich, 1988), the gills of the fish exposed to acid water alone revealed only minor alterations, regardless of the pH used. These alterations consisted mainly of lifting of the epithelial layer, some cell necrosis, and pyknosis of epithelial, chloride, and mucus cells.
The gills of the fish exposed to aluminium were all damaged. At pH 5.2, the damage increased with increasing aluminium concentrating and consisted predominantly of lamellar fusions, cell proliferation, and epithelial lifting leading to the loss of gill structure and congestion of the interlamellar space with cell debris and proliferating addition, enhanced mucification was observed. Almost complete obstruction of the interlamellar space with mucus was recorded at pH 5.4 and 5.6 with 400mcg Al/l.
A similar observation was made in the experiment at pH 5.6 with 200 mcg Al/l, though the micification was not as extensive. The gill tissue damage in the latter three experiments was low in comparison to the damage reported for the experiment at pH 5.2 with 200 mcg Al/l.
Liver or kidney tissue damage was not induced by exposing fish to aluminium. This observation stands in contrast to reports by Schofield and Trojnar (1980) and Tandjung et al. (1982) who found a correlation between increasing degrees of live and kidney tissue damage in brook trout exposed to aluminium concentrations > 200 mcg Al/l […]

De mens bestaat voor 65% uit water en krijgt ook aluminium ingespoten, dus mogen we de bevindingen uit dit onderzoek met de vissen ook wel extrapoleren naar de mens. Al heeft een mens geen kieuwen, toch kan een mens op weer andere manieren disfunctioneren…

Aluminiumhydroxide kan door het verlagen van calcium zelf zorgen voor verzuring van de lichaams-pH, waardoor de schadelijke effecten van aluminiumhydroxide sterker worden. Bovendien zal duidelijk zijn dat de combinatie van formaldehyde en aluminiumhydroxide in vaccins ook bepaald niet aan te raden is, want hoe lager de pH, des te ernstiger schade een bepaalde hoeveelheid aluminium aanricht.

Ik beschrijf nu eerst de gebruikte vaccins in het serieuze experiment dat ik op 11-1-2012 opzette. De zuurgraad van ons leidingwater is ruim 7 pH en ik gebruikte biologisch geteeld tuinkerszaad.

Twee diervaccins:

  • Lyomyxovax, een vaccin tegen konijnenziekte, met de volgende beschrijving:
    • Levend Shope fibroma virus (stam FB), tenminste 2,7 log 10 CCID50
    • Excipient, q.s. 0,5 ml (sucrose, runderalbumine, kaliumglutamaat, dikaliumfosfaat, kaliumfosfaat, steriel oplosmiddel)
  • Coxevac, suspensie voor injectie voor runderen en geiten, dat per 1 ml bevat:
    • Geïnactiveerd Coxiella burnetii, Nine Mile stam 72 QF Unit
    • Thiomersal, max. 120 mcg (hulpstof).
    • Hulpstoffen: thiomersal, natriumchloride, dinatrium hydrogeen fosfaat, kalium dihydrogeen fosfaat, water voor injectie.

Twee humane vaccins:

  • Engerix B voor volwassenen, een vaccin tegen hepatitis B, dat per 0,5 ml bevat:
    • Hepatitis B-oppervlakte-antigeen, 20 mcg,
    • Geadsorbeerd aan aluminiumhydroxide, gehydrateerd, totaal 0,5 mg Al3+
    • Hulpstoffen: natriumchloride, dinatriumfosfaatdihydraat, natriumdiwaterstoffosfaat.
    • Biopharma vermeldt ook nog: cesiumchloride, thiomersal en thiocyanaat.
  • Infanrix-IPV+Hib, DKTP-vaccin plus haemophilus type B, dat per 0,5 ml bevat:
    • Als werkzame bestanddelen de genoemde antigenen,
    • De antigenen zijn geadsorbeerd aan gehydrateerd aluminiumhydroxide (Al(OH)3), in totaal 0,5 milligram Al3+
    • Hulpstoffen: watervrij lactose, natriumchloride, medium 199 (aminozuren, mineraalzouten en vitamines), water voor injectie
    • Biopharma vermeldt ook nog: formaldehyde.

Lyomyxovax bevat: levend virus, maar geen elektroactieve hulpstoffen.
Coxevac bevat: geïnactiveerd virus plus thiomersal als hulpstof (max. 120 mcg per 1 ml)
Engerix bevat: oppervlakteantigeen plus 0,5 milligram Al3+ en een beetje thiomersal.
Infanrix bevat: antigenen plus 0,5 milligram Al3+

De hoeveelheid aluminium heeft bij deze laatste 2 vaccins de vorm van aluminiumhydroxide.

Ik nam 5 limonadeglazen en spande daar horregaasjes in en vulde die glazen met kraanwater met een pH van ruim 7. Vervolgens spoot ik in 4 glazen 1 dosis vaccin en de vijfde fungeerde als ‘controle’. Het water in de glazen vulde ik voorzichtig aan totdat het de onderkant van het horregaasje raakte. Daarna zaaide ik op die 5 gaasjes tuinkerszaden uit hetzelfde zakje biologisch geteeld zaad, zodat het grootste deel van de bodem van het gaasje daarna egaal was bedekt (afgestreken klein plastic theelepeltje). En de eerste dagen hield ik die zaden met de plantenspuit vochtig en daarna werd het waterniveau nog een paar keer iets aangevuld om verdamping en het opzuigen door de eerste worteltjes te compenseren.
De glazen stonden op een vensterbank op het zuid-oosten, met een radiator eronder. Op kamertemperatuur dus.

Na ruim een dag begonnen de zaadhuidjes in alle glaasjes gelijktijdig te barsten en begon de ontkieming. Na drie dagen was er reeds verschil in ontwikkeling waarneembaar:

  • Het controleglaasje plus het glas met Infanrix deden het het best.
  • Het glas met Engerix kwam wat achter bij de controle en Infanrix.
  • Het glas met Lyomyxovax deed het beduidend minder dan het controleglas.
  • Het glas met Coxevac bleef dramatisch achter bij de rest.

In de volgende dagen werd de verschillen in ontwikkeling nog groter, waarbij opviel dat – eigenlijk tegen de verwachting in – het aluminiumhoudende Infanrix het net zo goed bleef doen als het controleglas en dat ook Engerix het beter bleef doen dan de twee diervaccins, waarvan eentje (Lyomyxovax) zelfs helemaal geen elektroactieve adjuvantia of hulpstoffen bevat.

  • Dat Coxevac het (veel) minder doet dan het controleglas laat zich verklaren door het feit dat Coxevac relatief veel thiomersal bevat. En kwik is elektroactief en zal daarom – via de in het vorige hoofdstuk besproken theorie – de aansturing door het veldcontact frustreren en bovendien ook leiden tot celschade van de ontkiemende plantjes.
  • Dat Engerix ook wat achterblijft bij het controleglas en Infanrix laat zich ook verklaren door het beetje thiomersal dat volgens de productbeschrijving aanwezig is.
  • Ook het vaccin tegen konijnenziekte (Lyomyxovax) bleef erg achter en dat kan niet liggen aan elektroactieve stoffen in het vaccin. Maar… dat vaccin bevat wel een levend virus. Kennelijk roept alleen al de aanwezigheid van het levende virus zoveel stress op in de ontkiemende plantjes dat hun ontwikkeling daardoor wordt verstoord. En dat geeft dan ook meteen te denken over het BMR-vaccin, dat ook geen elektroactieve adjuvans bevat, maar wel levend (verzwakt) virus. Als die plantjes al in hun ontwikkeling geremd worden door een levend diervaccin, dan kunnen jonge kinderen ook in hun ontwikkeling geremd worden door een humaan vaccin met levende virussen. Zo bekeken is het dus helemaal niet onmogelijk dat de BMR-prik kan leiden tot ontwikkelingsachterstanden die uitmonden in niet-aangeboren autisme-achtige stoornissen.
  • Dan is er het op het eerste gezicht onbegrepen verschijnsel dat de beide humane aluminiumhoudende vaccins het evengoed of slechts iets minder goed doen dan het controleglas met alleen maar kraanwater. Als we het verschil tussen beide aluminiumhoudende vaccins herleiden op de aanwezigheid van thiomersal, dan moeten we concluderen dat het aluminium in deze vaccins niet lijkt te leiden tot negatieve effecten op de ontwikkeling van de tuinkersplantjes. En toch is algemeen bekend dat aluminium in vaccins kan leiden tot ernstige bijwerkingen. Hoe zit dat??
Van links naar rechts: Engerix, controle, Infanrix-IPV-Hib
Van links naar rechts: Coxevac, Lyomyxovax, controle
Van links naar rechts: Infanrix-IPV-Hib, Engerix, Coxevac, Lyomyxovax, controle

Waarom doet de tuinkers in de glaasjes met aluminiumhoudend vaccin het toch goed?
Deze vraag laat zich beantwoorden als we ons realiseren dat het water in de vijf glazen een Ph-waarde heeft van ruim 7 en dat aluminium slechts door plantenwortels kan worden opgenomen als de aluminiumhydroxide eerst wordt afgebroken in tamelijk zuur water met een pH van ruim onder de 6, maar liever nog van 5 of iets lager. Bij een pH-waarde van lager dan 4,5 neemt de oplosbaarheid sterk toe.
De in de natuur het meest voorkomende aluminiumverbindingen, aluminiumoxide en aluminiumhydroxide, zijn onoplosbaar in water met een neutrale pH, maar wordt het water zuurder, dan neemt de oplosbaarheid toe met het stijgen van de zuurgraad (aldus de informatie van Lenntech BV, Delft). Er wordt nog bij vermeld dat opgeloste Al3+-ionen giftig zijn voor planten omdat zij wortelbeschadiging veroorzaken.
De reden dat de aluminiumhydroxide niet schadelijk was voor de ontkiemende tuinkersplantjes is dus dat het water in de glaasjes een te hoge pH-waarde had, waardoor de aluminiumhydroxide niet kon oplossen en de plantjes geen vrije aluminium-ionen konden opnemen. Pas als de plantenwortels zelf aluminium kunnen opnemen zal het in hun plasma terechtkomen en zullen de waterstofbruggen in het wateraandeel van het plasma ‘breken’ en zal de kwaliteit van de veldaansturing afnemen, terwijl bovendien ook ladingsverschuivingen kunnen optreden die leiden tot elektroforese van celmembranen en celdood.
Voor mensen speelt dit proces van eigen opname van aluminium geen rol, want bij mens en dier worden vaccins met aluminiumhydroxide gewoon ingespoten en kan meteen de uitwerking van het elektronegatieve aluminium beginnen. (Zowel aluminium als aluminiumhydroxide zijn elektroactief (elektronegatief). Dat de pH van de mens idealiter zo’n 7,35 -7,45 is, speelt hierbij geen rol meer.

Hogere pH werkt uitscheiding van aluminium tegen

Bij mijn onderzoek naar de eigenschappen van aluminium en aluminiumhydroxide kwam ik ook het Alterra-rapport 725 tegen. Ik zal eerst van bladzijde 20 een stukje citeren:

[…] Het is in de scheikunde bekend dat de in de bodem in hoge concentraties aanwezige aluminiumhydroxide-mineralen oplossen in een zure omgeving, met name bij een pH<5. Theoretisch kunnen dus alleen zeer lage concentraties aluminium in bodemvocht of grondwater voorkomen als de pH hoger is dan 5, omdat het aluminium dan neerslaat als zeer moeilijk in water oplosbare aluminiumhydroxide-mineralen […]

Het is bekend dat de zuurgraad in het menselijk lichaam idealiter zo’n 7,35-7,45 is. Deze pH van ruim 7 is dus te hoog om aluminiumhydroxide te laten oplossen. Als het aluminiumhydroxide dus in de mens wordt gespoten, dan zal het niet oplossen en neerslaan in de weefsels. Pas als de aluminiumhydroxide oplost, dan kunnen de vrijkomende aluminiumdeeltjes door het lichaam worden afgevoerd. Een relatief hoge pH van ruim 7 bevordert het vasthouden van de opgestapelde aluminiumhydroxide in het menselijk lichaam.

Zolang de plantenwortels geen aluminium kunnen opnemen, zullen dus ook geen negatieve effecten van deze stof merkbaar worden bij de ontwikkeling van de plantjes.
Bij een volgende test zal er dus moeten worden gewerkt met aangezuurd water.

Maar hieronder eerst iets over een experiment met regenboogforellen in aangezuurd water plus een bepaalde hoeveelheid aluminiumzouten.

Link tussen zuurgraad en de mate van schade door aluminium

Erg interessant in dit verband is een studie die reeds in 1989 werd gedaan. Het betreft hier een studie met vissen (regenboogforellen) die werden blootgesteld aan meer of minder zuur water plus een bepaalde hoeveelheid aluminium. Opmerkelijk was dat de schade door aluminium toenam met het stijgen van de zuurgraad van het water (dus het dalen van de pH-waarde: Aluminium toxicity to rainbow trout at low pH, door Daniel Dietrich and Christian Schlatter, Aquatic toxicology 15 (1989), 3, pp. 197-212. Ik citeer enkele delen uit het genoemde artikel:

[…] Mortality and observed symptoms
No mortality was recorded in any of the exposures without added Al (controls) with the exception of the experiment at pH 5.2 where one fish was lost due to a severe infestatio with the protozoan ectoparasite Costia necatrix. No mucus accumulation or hyperventilatory response could be detected in any of the experiments without added Al.
Coughing, increase of ventilation rate, slight darkening of the body coloration, frequent spasms interspersed with longer periods of immobility, and eventually loss of equilibrium before death could be observed in all of the Al-exposure experiments, although the intensity of the symptoms varied with pH and Al-concentration. No accumulation of mucus could be detected at pH 5.2. Slightly enhanced production of mucus was recorded at pH 5.4 and 200 mcg Al/l, while moderate and extensive mucification resulted from exposing the fish to pH 5.4 and 400 mcg Al/l, pH 5.6 and 200 mcg Al/l, and pH 5.6 and 400 mcg Al/l, respectively. Fish dying at pH 5.2 and 200mcg Al/l did not exhibit gaping opercula, although this was seen at pH 5.4 and 400 mcg Al/l, pH 5.6 and 200 mcg Al/l, or 400 mcg Al/l.
Al/l was lethal to 50% of the exposed fish within 64 h at pH 5.2, no deaths occured at pH 5.4, and three fish out of ten died within 96 h at pH 5.6.

Histopathology
Compared to fish kept at a pH 7.6 (Dietrich, 1988), the gills of the fish exposed to acid water alone revealed only minor alterations, regardless of the pH used. These alterations consisted mainly of lifting of the epithelial layer, some cell necrosis, and pyknosis of epithelial, chloride, and mucus cells.
The gills of the fish exposed to aluminium were all damaged. At pH 5.2, the damage increased with increasing aluminium concentrating and consisted predominantly of lamellar fusions, cell proliferation, and epithelial lifting leading to the loss of gill structure and congestion of the interlamellar space with cell debris and proliferating addition, enhanced mucification was observed. Almost complete obstruction of the interlamellar space with mucus was recorded at pH 5.4 and 5.6 with 400mcg Al/l.
A similar observation was made in the experiment at pH 5.6 with 200 mcg Al/l, though the micification was not as extensive. The gill tissue damage in the latter three experiments was low in comparison to the damage reported for the experiment at pH 5.2 with 200 mcg Al/l.
Liver or kidney tissue damage was not induced by exposing fish to aluminium. This observation stands in contrast to reports by Schofield and Trojnar (1980) and Tandjung et al. (1982) who found a correlation between increasing degrees of live and kidney tissue damage in brook trout exposed to aluminium concentrations > 200 mcg Al/l […]

De mens bestaat voor 65% uit water en krijgt ook aluminium ingespoten, dus mogen we de bevindingen uit dit onderzoek met de vissen ook wel extrapoleren naar de mens. Al heeft een mens geen kieuwen, toch kan een mens op weer andere manieren disfunctioneren…

Aluminiumhydroxide kan door het verlagen van calcium zelf zorgen voor verzuring van de lichaams-pH, waardoor de schadelijke effecten van aluminiumhydroxide sterker worden. Bovendien zal duidelijk zijn dat de combinatie van formaldehyde en aluminiumhydroxide in vaccins ook bepaald niet aan te raden is, want hoe lager de pH, des te ernstiger schade een bepaalde hoeveelheid aluminium aanricht.

Medium 199 als plantenvoeding

Na twee weken zette ik het experiment stop, maakte foto’s en zag ook dat – hoewel alles zich wat verder had ontwikkeld – de tuinkers in het glas met Infanrix langere wortels had dan de controle. Ook het glas met Engerix had nog kans gezien om na een aanvankelijk tragere start toch uiteindelijk het controle glas qua wortellengte in te halen. Maar… hoe laat die langere wortellengte van Infanrix zich dan verklaren?

Zoals al blijkt uit de voorgaande beschrijving van de vaccins, zit er in Infanrix ook Medium 199, dat hoofdzakelijk aminozuren, mineraalzouten en vitamine bevat. Dat Medium 199 dient als groeimiddel bij de productie van de antigenen voor dat vaccin. Als het die antigenen kan laten groeien, dan kan het ook de cellen van plantenwortels extra groeistof bieden. Daarom hebben de wortels in het Infanrix-glas een extra groeistimulans in de vorm van ‘plantenvoeding’ die in de andere glaasjes niet aanwezig is.

Laatste experiment met vogelstrooivoer-zaad en vaccins

Nadat ik had ontdekt dat tuinkers geen aluminium opneemt uit kraanwater met een pH van 7, zette ik met dezelfde vaccins een nieuw experiment op. De glazen met aluminiumhydroxide-houdende vaccins werden zorgvuldig gezeefd en met gewone huishoudazijn aangezuurd tot een pH van 4,5. Een schoon glas kraanwater werd eveneens aangezuurd tot pH 4,5 en als controle gebruikt. Daarnaast nam ik nog een niet-aangezuurd glas water (pH 7) en dat werd een tweede controle.
Weer een stukje horregaas erover gespannen en daarin identieke hoeveelheden gemengd vogelzaad (strooivoer) gelegd.
Het zaad werd vochtig gehouden met kraanwater in de plantenspuit en zodoende werd ook het vloeistofniveau in de glazen gehouden tot net rakend aan de onderkant van de gaasjes.

Na 1 week is het zaad in de niet-aangezuurde controle nog hetzelfde van kleur, de wel-aangezuurde controle is iets donkerder van kleur geworden, maar in beide gevallen is het zaad nog heel schoon en helder en mooi vormvast gebleven. Bij het zaad in de twee glazen met de aluminiumhoudende vaccins er in trad al een begin van ‘slijmvorming’ op en was het zaad ook lichter van kleur geworden. De zaden waren ook iets opgezwollen geraakt.

Na 2 weken is er op het zaad in de twee ‘vaccin-glazen’ al witte schimmelvorming waar te nemen, terwijl dat bij de twee controle-glazen niet het geval is. De niet-aangezuurde controle loopt al lekker uit en de wel-aangezuurde nauwelijks. Bij die laatste zijn er alleen 2 ontkiemende zonnebloempitten te zien plus een sprietje, die achteraf niet eens door het gaas heen wortelen. Bij Engerix is er totaal geen teken van leven en bij Infanrix zien we dat 1 zonnebloempit probeert te ontkiemen, maar al meteen in de gebarsten zaadhuid verpieterde en later een afgerot wortelbeginseltje bleek te hebben.

Na 17 dagen was de schimmel op de twee vaccin-glazen blauwgroen gekleurd, terwijl de andere twee glazen nog steeds geen schimmel vertoonden. Het zaad in de aangezuurde controle is nog steeds stevig van vorm en niet verweekt. Het zaad in de niet-aangezuurde controle is ook nog stevig van vorm, onveranderd van kleur en deels uitgelopen, zoals dat ook te zien is bij strooivoer dat in het voorjaar soms overschiet en dan begint uit te lopen.
Het zaad in beide vaccin-glazen is niet alleen beschimmeld, maar ook verbleekt en verweekt.

Mogelijke verklaring voor de waargenomen verschijnselen in de testglazen

Doordat het aluminiumhoudende vaccin zich bevindt in aangezuurd water, lost het aluminiumhydroxide daarin op. De aluminiumdeeltjes kunnen nu wel door de zaden worden opgenomen.

Zodra de aluminiumdeeltjes in de zaden werden opgenomen begon het proces van elektroforese van celmembranen, dat gepaard gaat met ‘lekke’ celmembranen en derhalve ook met verweking van de celmembranen en de zaadhuidjes. Die zaden kunnen dan opzwellen en er kan kleurstof weglekken. We zien daarom ook al snel ‘slijmvorming’. De zaadcellen raken beschadigd en gaan dood. (Dat een te hoge zuurgraad ook de ontwikkeling van de zaden remt zagen we al bij de aangezuurde controle, maar daar trad geen verweking, verkleuring of schimmelvorming op, zoals bij de aluminiumhoudende testglazen.)
Door de lekgeraakte zaadhuidjes kunnen nu ook micro-organismen in de zaden binnenkomen en daar ‘ontstekingen’ veroorzaken, net zoals we zien gebeuren bij de gevaccineerde mens. Hier wordt dat zichtbaar gemaakt door schimmelvorming op de aangetaste zaden.

In ieder geval is met dit experiment duidelijk gemaakt dat aluminiumhydroxide in het kweekvocht voor plantaardige organismen niet bepaald gezond is te noemen en leidt tot degeneratie van zaden.

Thiomersal in een Tetanusvaccin

We komen nog even terug op het diervaccin Coxevac dat het zo erg slecht deed in het tuinkersexperiment en dat per 1 ml max. 120 microgram thiomersal bevat.
Het Tetanusvaccin (RVG 17639) bevat per dosis van een halve milliliter (0,5 ml): 1,5 mg aluminiumfosfaat en 0,05 mg thiomersal. (0,05 mg is hetzelfde als 50 microgram/mg.)
Het komt er dus op neer dat het humane Tetanusvaccin per 0,5 ml 50 mcg thiomersal bevat en het Coxevac-vaccin voor dieren 60 mcg.
Ik vrees dat – gezien het dramatisch effect op de tuinkers – thiomersal ook in de mens schade zal aanrichten, ook al is die er niet aan de buitenkant vanaf te zien, zoals bij de tuinkers.

Ik deed ook experimenten met andere inhoudsstoffen van vaccins, zoals een steriel oplosmiddel, Maalox-tabletten, antivries en formaldehyde.

Deze proefopstelling heeft 2 weken gestaan. Zie voor de resultaten de afbeeldingen hieronder.  

Foto 1: Van links naar rechts: a. water met steriel oplosmiddel, b. het complete vaccin tegen Q-koorts, c. gewoon kraanwater, d. kraanwater met een paar Maalox-tabletten (aluminiumhoudend), e. water met antivries, f. water met formaldehyde.

Foto 1: Op het linkerplaatje zie je een zijaanzicht met van links naar rechts: water met steriel oplosmiddel, het complete vaccin tegen Q-koorts, gewoon kraanwater, kraanwater met een paar Maalox-tabletten (aluminiumhoudend), water met antivries, water met formaldehyde. In formaldehydewater deden de tuinkerszaden helemaal niets (hoewel de eerste week dagelijks natgehouden met de plantenspuit).
In antivrieswater deden de zaden ietsepietsie. De zaden ontkiemden wel, maar plantjes werden het niet en de beworteling was zeer gering.
In het Maaloxwater was er ontkieming en wortelvorming, maar deze was minder dan van het controle-kraanwater ernaast. En deze verliep ook nog veel langzamer.
In het gewone kraanwater was de ontwikkeling optimaal en bereikten de wortels ook de bodem, terwijl ze steviger waren dat die in Maaloxwater.
In het vaccinwater was er wel ontkieming, maar de plantjes waren zeer klein of het kwam niet eens tot plantjes. De worteltjes waren zeer miniem. Kortom: een zeer slechte ontwikkeling. Dit vaccin bevat Thimerosal.
In het kraanwater met steriele oplossing was er ook een goede ontwikkeling die ongeveer gelijk was aan het gewone kraanwater. Wat tevens aanduidt dat gewoon kraanwater twee keer goed scoorde (want die steriele oplossing vloeistof beïnvloedde de waterkwaliteit niet en daarom mag gesteld worden dat het tweemaal ging om gewoon kraanwater. Daardoor wordt bij de goede ontwikkeling in het kraanwater toeval uitgesloten.)

Foto 2: Bovenaanzicht van de 6 glaasjes

Foto 2: Hier het bovenaanzicht van de 6 glaasjes.

Foto 3: Vergelijking in ontwikkeling van de tuinkerszaden in a. gewoon kraanwater en b. kraanwater met Thimerosalhoudend Q-koortsvaccin.

Foto 3: Hier zien we de vergelijking in ontwikkeling van de tuinkerszaden in a. gewoon kraanwater en b. kraanwater met Thimerosalhoudend Q-koortsvaccin.

Foto 4: a. Maaloxwater, b. antivrieswater en c. formaldehydewater

Foto 4: Hier zien we van links naar rechts de resultaten in Maaloxwater, antivrieswater en formaldehydewater.

Foto 5: Van links naar rechts de resultaten in a. Q-koortsvaccinwater, b. kraanwater, c. Maaloxwater en d. antivrieswater.

Foto 5: Hier zien we naast elkaar van links naar rechts de resultaten in Q-koortsvaccinwater, kraanwater, Maaloxwater en antivrieswater.

Cellen van zaden en dierlijke cellen ontwikkelen zich basaal op dezelfde manier. Als je kijkt naar de verschillen in ontwikkeling tussen die plantencellen in Thimerosalhoudend water en in gewoon kraanwater (wat ook al niet optimaal is, maar wel redelijk in de buurt komt van de kwaliteit van het water in ons lichaamsvocht), dan slaat de schrik je om het hart als je ziet welke significante mate van ontwikkelingsstoornis Thimerosal kan opleveren. Natuurlijk zouden we in een laboratorium een oplossing moeten maken die nog nauwkeuriger de hoeveelheid Thimerosal in een baby van bijvoorbeeld 2 maanden aangeeft. Maar over zulke nauwkeurige faciliteiten beschik ik niet. Echter, deze resultaten vragen wel om een vervolgonderzoek in laboratoriumomstandigheden. Ik denk dat hiermee ook duidelijk wordt dat alleen al Thimerosal in vaccins kan leiden tot zodanige stoornissen in de breinontwikkeling dat autisme daarvan het gevolg is.

Met de beschrijving en het fotograferen van de resultaten van dit experimentje beoog ik om zichtbaar te maken dat aluminiumzouten en andere inhoudsstoffen van vaccins jong ontluikend leven kunnen dwarsbomen in hun ontwikkeling. En wat geldt voor plantaardig leven, kan ook gelden voor dierlijk leven, waartoe ook de eerste ontwikkeling van nieuwe mensjes behoort.

Zelf wil ik pleiten voor meer experimenteel onderzoek naar de invloeden van aluminiumzouten op de ontwikkeling van plantaardige en dierlijke cellen.

Teuni Kuiper
9-2-2020