Kan ijzersuppletie – in de vorm van injecties – gevaarlijk zijn bij zwangerschap?

Naar aanleiding van het artikel over de ‘rusteloze benen’ ontving ik een interessante reactie die de moeite waard was om nader te bestuderen. Hieronder volgt eerst die reactie:

[…] Ik zou graag wat vermelden over het gevaar van ijzersuppletie.
Tijdens de zwangerschap van mijn dochter, zestig jaar geleden, heb ik vele ijzerinjecties gehad, toegediend door mijn huisarts, omdat ik bloedarmoede had. Dit heeft geresulteerd in ernstige afwijkingen bij mijn dochter. Uiteraard zou ik haast zeggen, werden deze afwijkingen niet gerelateerd aan genoemde ijzerinjecties.
Voor het jaar 1930 werd aan ijzersuppletie bij zwangeren koper toegevoegd.
Ik vond een publicatie getiteld: High Iron causes Copper deficiency. ncbi.nlm.nih.gov. PMCID 4990348.
En de slotalinea van deze publicatie luidt: Interestingly, iron supplements containing extra copper were promoted for the anemia of pregnancy in the 1930’s but their use seems to have ended sometime shortly after […]

(Accentuering door mezelf)
Deze mail is zo waardevol in mijn eigen beschrijving van het mogelijke mechanisme van geboorteafwijkingen van kinderen waarvan de moeder tijdens de zwangerschap ijzersuppletie heeft gehad. Het gaat nu met die vaccinaties precies dezelfde kant uit, dit kan alleen maar fout aflopen, zij het dat men vlak na 1930 wat sneller reageerde met het op de eerdere schreden terugkeren van een fout.

Ik zal daarom proberen uit te leggen langs welk mechanisme de dochter met geboorteafwijkingen ter wereld kwam. In het mailtje lezen we dat hoog ijzer kan leiden tot laag koper. Laag koper leidt tot hoger zink en daarom leidt hoog ijzer ook tot hoger zink, mits dat beschikbaar is. Bij suppletie via injecties kan het uit de hand lopen en kan de spiegel van ijzer ook (tijdelijk) hoger worden dan noodzakelijk. Bij suppletie van ijzer via injecties kan er sprake zijn van een schommelende ijzerspiegel. Voegt men nu koper toe aan ijzersuppleties – met het doel tijdig de te veroorzaken kopersuppleties te compenseren – dan is men tegelijk bezig om de zinkspiegel te verlagen. Want hoe hoger koper hoe lager zink.
Het is deels het paard achter de wagen, want men probeert de ijzerspiegel te verhogen, maar tegelijk verlaagt men eigenlijk koper en zink. Koper en zink vervullen voor ons lichaamsvoltage de functies van de koper- en zinkplaten in het ‘element van Volta en Galvani’, ofwel een accu. Die koper- en zinkplaten wekken in een aangezuurde vloeistof een bepaald voltage op. Als de balans tussen de hoeveelheid koper en zink zoek raakt, dan stort ook het voltage in.

Lichaamsvoltage en morfogenetische ontwikkelingsinformatie

Dat lichaamsvoltage is noodzakelijk voor de manier waarop levende organismen hun aansturing (functionering en ontwikkeling) ontvangen vanuit morfogenetische (vormgevende) velden. Deze informatie-overdracht verloopt via het DNA/RNA.
Betreffende dit mechanisme schreef ik een studie over ‘Veldcontact’, waarin dit wordt uitgelegd. Zich ontwikkelende embryo’s/foetussen zijn bij hun ontwikkeling primair afhankelijk van die aansturing – via hun DNA en RNA – vanuit de morfogenetische (vormgevende) velden.

Als in deze fase er iets mankeert aan de optimale functie van dit door mij zo genoemde ‘Veldcontact’ (ontwikkelingsinformatie in informatieve velden), dan kunnen (afhankelijk van het betreffende ontwikkelingsstadium van de vrucht) stoornissen optreden in de ontwikkeling van de embryo’s/foetussen die leiden tot ernstige geboorteafwijkingen en beperkingen. Ook de expressie van hormonen wordt gereguleerd door de kwaliteit van het Veldcontact (dat weer afhankelijk is van de hoeveelheid en verhouding van koper en zink).

Die geboorteafwijkingen lopen nogal in het oog en kunnen niet genegeerd worden. Als er kort (2 tot 3 jaar) na de invoering van de extra toevoeging van koper aan de ijzersuppleties al aan het licht komt dat er significant meer geboorteafwijkingen zich voordoen, dan behoort men met deze maatregel te stoppen. Dit is wat men in de jaren dertig ook heeft gedaan.

Datzelfde zou men in dit tijdsgewricht ook moeten doen met vaccineren, over de bijwerkingsmechanismen waarvan ik al ruim 1300 bladzijden hebt uitgetikt. Maar rond 1930 waren de belangen van de farmaceutische industrie – en alles wat daar bij hoort – nog niet zo groot als nu. Toen telden kinderlevens nog wel…

Geboorteafwijkingen door ijzerinjecties, vaccinaties en het eten van modern brood

De aluminiumzouten die als adjuvantia in de vaccins zitten leiden bij gevaccineerde kinderen en zwangere vrouwen tot een sterke verlaging van de zinkspiegel en dus ook tot een verstoring van de balans van koper en zink in de ‘lichamelijke accubak’. Elke verstoring van het normale lichaamsvoltage leidt tot een verzwakking van de overdracht van ontwikkelingsinformatie bij het jonge kind of die foetus. Hierdoor kunnen ontwikkelingsstoornissen optreden, die zich manifesteren als aangeboren afwijkingen.

Ik denk dat het correct is om de afwijkingen bij die dochter te relateren aan die ijzerinjecties van de zwangere moeder. Want die injecties leidden waarschijnlijk tot een (periodiek) wat hogere ijzerspiegel en daardoor lagere koperspiegel en dientengevolge ook een lager lichaamsvoltage. Als het lichaamsvoltage gedurende de zwangerschap op en neer gaat, dan kunnen periodiek de dan actuele ontwikkelingsprocessen van de foetus verstoord worden en leiden tot verschillende afwijkingen.

Dat men in de jaren ’30 kort na invoering van die kopertoevoeging al stopte toen de omvang van het probleem duidelijk werd, zou men ook zo snel mogelijk moeten doen met het terugdraaien van nieuwe teeltmethoden voor het broodgraan. Vorig jaar begon er zich in graanteeltgebieden een levensgroot probleem af te tekenen met de 56 maal hogere geboorte van kinderen die misvormingen of afwezigheid vertonen aan handen en armen. Voor dat moderne graan gebruikt men halmverkorters (chloorverbindingen) plus fungiciden (fluorverbindingen) die allebei teratogeen zijn en dus leiden tot verstoringen in de ontwikkeling van embryo’s/foetussen.

Vorig jaar al kon ik geen medewerking of belangstelling opwekken bij vier grote onderzoeksinstituten in ons land. Een van de aangeschrevenen vertelde onomwonden dat onderzoek naar dit fenomeen niet aan de orde zou komen en ongewenst was om economische redenen.

Over dat telen van modern (kort) graan staat al een schrijfsel op Oervaccin en het vervolg daarop met de geboortegebreken (handjes en armpjes) hoort daar nog bij omdat het ook in die gevallen gaat om de invloed van chloorverbindingen en fluorverbindingen die worden gebruikt bij dat telen van modern graan.

Kort na 1930 was men nog zo verstandig om met die desastreus gebleken toevoeging van koper aan de ijzerinjecties te stoppen. Negentig jaar later negeert men hardnekkig het optreden van vele gevallen van vaccinatieschade en prikt men hardnekkig door, onderwijl nog meer vaccins bedenkend terwijl men die vaccinatieschade probeert te verbloemen.

T. C. Kuiper
5-11-2019