Kritische kanttekeningen bij het proefschrift ‘Vaccine-preventable diseases’ van Dr. Nicoline van der Maas (RIVM) door Dr. T. Weisenborn

Beste Nicoline van der Maas,

U gaf te kennen dat de conclusies die ik op grond van het artikel van Dianne Griffin [1] getrokken heb [2] niet juist zijn, omdat de auteur in de laatste regel van het Abstract een uitspraak doet die niet met mijn conclusies overeenstemt. Nadat ik beargumenteerd had dat deze uitspraak verwarrend en deels onjuist is beval U mij aan om het hoofdstuk over vaccinatie uit het werkboek van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde over kinderinfectieziekten te lezen [3]. Dat heb ik gedaan, met bijzondere aandacht voor wat mijn conclusies zou logenstraffen. In het onderstaande geef ik weer welke relevante informatie ik in het hoofdstuk heb aangetroffen. Ik vind het een gemis dat het werkboek geen hoofdstuk bevat met de beschrijving van het ziekteverloop van de erin genoemde kinderinfectieziekten en de daarop volgende immuniteit.

In het hoofdstuk over vaccinatie wordt doormaken van en immuniteit voor mazelen niet expliciet besproken. In de sectie getiteld “Immuniteit en vaccinatie” wordt over doormaken van infectieziekten in het algemeen slechts het volgende gezegd.

“Infectie met een bepaald micro-organisme levert daarnaast vaak ook activatie van het adaptieve immuunsysteem op, waardoor specifieke immuniteit wordt ontwikkeld. Dankzij deze specifieke immuniteit is een individu na een primaire infectie voor een bepaalde tijd beschermd tegen een secundaire infectie met, of ziekte door, hetzelfde micro-organisme.”

Voor mazelen is deze “bepaalde tijd” levenslang, dus feitelijk onbepaalde tijd. Na doormaken van kinkhoest is de teweeg gebrachte immuniteit niet altijd levenslang, maar 30 jaar is geen uitzondering. Dat is een bepaalde tijd, en een veel langere tijd dan dat vaccinatie tegen kinkhoest een vorm van bescherming biedt. In het hoofdstuk wordt niets gezegd over de duur van de “bepaalde tijd” voor specifieke kinderinfectieziekten.

In de volgende alinea komt optimale immuunrespons aan de orde. Daar wordt gesteld dat de optimale immuunrespons een samenspel is van T-cellen, B-cellen en/of antistoffen met niet-specifieke immuuncellen en systemen. De T-cel afhankelijke B-cel respons wordt in enig detail besproken. Voor mazelen wordt deze respons ook door Griffin in haar artikel uitgebreid besproken.

Voor mazelen wordt de optimale immuunrespons bij de tweede en elke volgende infectie teweeg gebracht door T-cellen en zijn de B-cellen en hun antilichamen overbodig [4-5]. Tijdens de genezing van mazelen na de eerste infectie zijn een aantal T-cellen (door)ontwikkeld tot geheugen-T-cellen die levenslange immuniteit geven. Is er een optimalere immuunrespons mogelijk dan na doormaken van mazelen, dus de respons waarbij zowel de primaire infectie als alle volgende infecties voor 100% geblokt worden? Het betoog lijkt dit te suggereren.

In de volgende alinea wordt gesteld dat T-cel gemedieerde immuniteit in de praktijk moeilijk te meten is. Dat blijkt ook uit het artikel in 2018 van Flaxman en Ewer [6]. Daarom wordt als maat voor de bescherming na vaccinatie gewoonlijk de antistofconcentratie of titer gebruikt. Gebruik van de titer zou geen bezwaar zijn als er een één-op-één relatie is tussen de T-cel gemedieerde immuniteit en de titer, en als boven een bepaalde titer de T-cel gemedieerde immuniteit dezelfde is als die na doormaken van mazelen. Uit de literatuur blijkt dat het laatste niet het geval is. Volledig gevaccineerde kinderen met een als voldoende geldende titer zijn na een periode van typisch een paar jaren weer vatbaar voor mazelen [7]. Daaruit kan geconcludeerd worden dat, hoe hoog de titer ook was, de specifieke geheugen-T-cellen die levenslange immuniteit tegen mazelen verschaffen door vaccinatie niet zijn geactiveerd of (door)ontwikkeld.

Ik heb door de lezing van dit hoofdstuk en de afwezigheid in het werkboek van een hoofdstuk over het ziekteverloop van de erin genoemde kinderinfectieziekten de indruk gekregen dat dit werkboek bedoeld is voor diegenen die vaccinatie zien als de enige of als de enig juiste mogelijkheid om een mate van immuniteit voor kinderinfectieziekten teweeg te brengen. Diegenen die, zoals ikzelf, de kwaliteit van deze mate van immuniteit willen afwegen tegen de immuniteit na doormaken van de ziekte – geholpen indien nodig met gerichte voeding en extra vitaminen – zullen in dit werkboek maar één kant van het verhaal vinden. Dit is de norm in de politiek: daar moet je bij de opponent zijn om de andere kant van het verhaal te horen en zo het hele verhaal te kennen. Dit hoort evenwel niet zo te zijn in een boek waaruit de kinderartsen in Nederland hun kennis putten: dat boek hoort het hele verhaal te bevatten.       

Referenties

[1] The Immune Response in Measles: Virus Control, Clearance and Protective Immunity,  Diane E. Griffin, Viruses, 2016, Vol. 8, 282.

www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27754341

[2] www.facebook.com/groups/621998737904971/permalink/2179246878846808/

[3] werkboeken.nvk.nl/kinderinfectieziekten/Antibiotische-behandeling-en-preventie/Vaccinaties?fbclid=IwAR2lfQTB12KPDVXQg-K3W2qn_v7YXIH00BvtMXiKREcviMF22O9YT8O3eck

[4] Measles as an Index of Immunological Functioning, F.M. Burnet, The Lancet, 14 September 1968, 610-613.

Uitsluitend voor educatieve doeleinden beschikbaar op de volgende link

www.facebook.com/download/preview/504892316587991

[5] Disturbances in Gamma Globulin Synthesis as “Experiments of Nature”, Robert A. Good en Solomon J. Zak, Pediatrics, 1956, Vol. 18, 109-149.

pediatrics.aappublications.org/content/pediatrics/18/1/109.full.pdf

[6] Methods for Measuring T-Cell Memory to Vaccination: From Mouse to Man, Amy Flaxman en Katie J. Ewer, Vaccines, 2018, vol. 6, 43.

www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6161152/

[7] Outbreak of Measles Among Persons With Prior Evidence of Immunity, New York City, 2011, Jennifer B. Rosen, Jennifer S. Rota, Carole J. Hickman, Sun B. Sowers, Paul A. Rota, William J. Bellini, Ada J. Huang, Margaret K. Doll, Jane R. Zucker en Christopher M. Zimmerman, Clinical Infectious Diseases, 2014, vol. 58, 1205-1210.