(A) “Preventieve polypil drukt kans op infarct fors “.( VK 23-08). (B) “Iedere 50-plusser de rest van zijn leven aan de preventieve polypil?

(A) 23-8-2019 De Volkskrant
https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/726/articles/957362/2/1 1/3
TEN EERSTE PAGINA 2 | VRIJDAG 23 AUGUSTUS 2019
Preventieve combinatiepil drukt kans op
infarct fors
Het is een grensverleggend idee dat de gangbare medische
praktijk op zijn kop zet: laat gezonde 50-plussers dagelijks een
combinatiepil slikken met daarin bloeddrukverlagers, een
cholesterolverlager en aspirine en kijk of het aantal hart- en
vaatziekten afneemt. Na vijftien jaar wetenschappelijk
onderzoek naar die zogeheten polypil is duidelijk dat die aanpak
werkt: de kans op een hartinfarct of een beroerte daalt daardoor
met eenderde.
Van ELLEN DE VISSER
23-8-2019 De Volkskrant
https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/726/articles/957362/2/1 2/3
De bevindingen, vandaag gepubliceerd in vakblad The Lancet, zijn ‘zeer
indrukwekkend en solide’, zegt Rick Grobbee, hoogleraar klinische
epidemiologie aan het UMC Utrecht. Bij de deelnemers die de pil echt
elke dag slikten (80 procent) waren de uitkomsten nog sterker: bij die
groep daalde het aantal hart- en vaatziekten met ruim de helft.
Het onderzoek werd gedaan in Iran, waar bijna 7.000 50- tot 75-jarigen in
twee groepen werden verdeeld: de helft kreeg een dagelijkse pil, de
andere helft werd regelmatig voorgelicht over een gezonde leefstijl en
werd gecontroleerd. Als de deelnemers in die groep een hoge bloeddruk
kregen, werden ze alsnog behandeld. De resultaten maken duidelijk dat
35 mensen vijf jaar lang de polypil moeten slikken om één ernstige
complicatie te voorkomen. Of de resultaten in Nederland net zo gunstig
zijn, valt te bezien omdat de zorg hier van hoger niveau is.
Desalniettemin is sprake van de eerste studie naar de combinatiepil
waarbij een grote groep mensen lang genoeg is gevolgd om het effect te
kunnen beoordelen, aldus Grobbee. ‘Deze resultaten geven de doorslag.’
De uitkomsten zetten de discussie op scherp over de vraag of gezonde
mensen vanaf een bepaalde leeftijd preventief medicijnen moeten gaan
slikken. Het risico op hart- en vaatziekten stijgt met de leeftijd, het idee
is dat ouderen met de pil hun risicofactoren laag houden en zo ziekten
voorkomen. De polypil werd in 2003 bedacht door twee Britse
hoogleraren die er zo enthousiast over waren, vertelt Grobbee, dat
gekscherend is geopperd de bestanddelen van de pil in het drinkwater te
stoppen. Op het idee kwam al snel kritiek: het risico op de ziekten kan
ook worden verkleind door gezond te leven. In antwoord op de polypil
schreven Nederlandse wetenschappers zelfs dat een ‘poly-meal’
effectiever zou zijn.
De Hartstichting laat weten geen voorstander te zijn van het preventief
voorschrijven van de polypil aan gezonde mensen. ‘Medicalisering ligt
dan op de loer’, zegt epidemioloog en beleidsadviseur Ineke van Dis. Ook
neemt de pil de oorzaken van een risico niet weg: ‘Het kan een vrijbrief
zijn om ongezond te blijven leven.’ Onderzoeksleider Reza Malekzadeh
van de universiteit van Teheran schrijft in The Lancet dat het gebruik van
de polypil een gezonde leefstijl niet kan vervangen.
Grobbee snapt de kritiek, maar zegt dat lang niet alle hart- en
vaatziekten met verkeerde leefstijl te maken hebben. ‘Het is een moreel
argument; overgewicht bestrijden we ook preventief terwijl mensen dat
zelf kunnen oplossen.’ Voorlopig denkt Grobbee dat de pil relevant kan
zijn voor de 1,3 miljoen Nederlanders die al medicijnen gebruiken tegen
hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte. Bij elke pil die patiënten
extra moeten slikken, daalt de therapietrouw met 20 procent, weet hij uit
eigen onderzoek. ‘En medicijnen die niet worden geslikt, werken niet.’
Een combinatiepil kan die therapietrouw vergroten.
23-8-2019 De Volkskrant
https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/726/articles/957362/2/1 3/3
De medicijnen uit de viercomponentenpil zijn elk allang van het patent af
en dus goedkoop. De pil veroorzaakte geen overmaat aan ernstige
bijwerkingen: het aantal maagzweren en hersenbloedingen blijkt in beide
groepen even laag. Toch blijft de Hartstichting voorstander van de
Nederlandse aanpak, waarbij alleen patiënten met een hoog risico
worden behandeld met medicatie op maat. De polypil kan volgens Van
Dis wel uitkomst bieden in landen waar de zorg niet optimaal is.


(B) Studie door T.C.Kuiper – van den Bos :

De ontwikkeling van de ‘polypil’ voor alle 50-plussers in Nederland en elders

In de studie waar dit een supplement bij is repte ik al eerder over de toekomstige invoering van de richtlijn dat alle 50- of 55-plussers dagelijks voor de rest van hun leven een zogenaamde ‘polypil’ moeten gaan slikken. Zogenaamd ter preventie tegen cardiovasculaire ellende en om iedereen zo gezond mogelijk zo oud mogelijk te laten worden.

Daarbij gaat het in Nederland om een beoogd aantal van 5 miljoen 55-plussers. Als de leeftijd inderdaad – zoals nu al zachtjes wordt gesuggereerd – wordt verlaagd naar 50 jaar, dan zal dat aantal nog groter worden.

Voor de samenstelling van deze polypil bestaan verschillende ‘ontwerpen’. Maar zeker is dat er statines, aspirine en enkele bloeddrukverlagers in zullen zitten.

Inmiddels heeft er in India een eerste grootschalige trial plaatsgevonden met ruim 2000 van tussen de 45 en 80 jaar.mensen. De invoering van de polypil komt hiermee al angstig dichtbij.

Op 6-4-2009 ontving ik van Noorderlicht Nieuws een artikeltje binnen over deze trial  Ik citeer er iets uit.

[…] Optelsom

Of het slikken van deze pil levens redt is nog niet bewezen. Daarvoor was het experiment ook niet opgezet. Het ging vooral om de vraag of de middelen elkaar niet in de weg zouden zitten. Met andere woorden: is het effect van de combinatie gewoon een optelsom van de afzonderlijke effecten?

De proefpersonen werden in negen verschillende groepen opgedeeld om hier duidelijkheid over te krijgen. Ze kregen lage doses aspirine, simvastatine, hydrochlorothiazide, atenolol en ramipril in verschillende combinaties. Waaronder dus een pil die alle vijf deze stoffen bevatte, de pil waarom het allemaal begonnen was.

Een controlegroep die niets slikte of een nepmiddel kreeg, was er trouwens niet. Dat vonden de onderzoekers niet nodig, omdat er al genoeg gegevens zijn van niet-slikkers.

Over de resultaten kunnen we kort zijn: de combinatiepil deed grotendeels wat er van ‘m verwacht werd, al ging het gehalte van het ‘foute’ cholesterol LDL iets minder omlaag dan bij mensen die de cholesterolverlager simvastatine los slikten. De mensen die de preventieve polypil dagelijks namen, verlaagden daarmee hun bloeddruk met gemiddeld 7,4 mm kwik, vertraagden hun hartslag met zeven slagen per minuut en hadden 0,70 millimol per liter LDL-cholesterol minder in hun bloed. Allemaal veranderingen die bekendstaan als gunstig voor de gezondheid […]

[…] The Indian Polycap Study (TIPS): ‘Effects of a polypill (Polycap) on risk factors in middele-aged individuals without cardiovaccular disease (TIPS): a phase II, double-blind, randomised trial’, The Lancet, 30 maart 2009 […]

Deze trial met de polypil duurde slechts 12 weken en 15% van de deelnemers stopte vroegtijdig met het slikken van deze pil. Die 15% van de deelnemers stopte waarschijnlijk vanwege al tijdens deze 12 weken naar voren gekomen onaangename bijwerkingen. Bovendien is het onderzoeksresultaat niet valide omdat er geen controlegroep was ingebouwd.

Als we dan bedenken dat van vele medicijnen de ernstigste bijwerkingen pas heel sluipend over langere termijn manifest worden, dan lijkt dit te wijzen in de richting van vele mensen die bijwerkingen zullen gaan ondervinden. Alleen al de bijwerkingenlijst van statines– zoals in de grote studie al is weergegeven, maar hieronder nog even wordt herhaald – is angstaanjagend lang. En dan had ik het in die lijst nog niet over alle klachten die kunnen ontstaan door depleties die veroorzaakt worden door de andere bestanddelen van de polypil.

Nederlandse studie met een polypil

Op 28-5-2009 publiceerde de Volkskrant over een onderzoek naar het effect van de polypil, waarbij niet gerept werd over foliumzuur als component, zoals in een veel eerdere publicatie wel werd gedaan. Ik citeer voor de volledigheid ook even dit bericht:

[…] Polypil bestrijdt hart- en vaatziekte

Mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten moeten preventief aan een pil met een combinatie van bloeddruk- en cholesterolverlagers. Zo’n polypil, stelt Diederick Grobbee van het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen van het UMC Utrecht, kan het aantal hart- en vaatziekten met minstens tweederde drukken.

Grobbee houdt zijn pleidooi voor zo’n ‘vaccin tegen hart- en vaatziekten’ vanmiddag in Utrecht tijdens de David de Wiedlezing. Hij heeft een voorstel ingediend voor een polypilstudie, waaraan de komende vijf jaar vijfduizend mensen meedoen.

Bij personen die voor zo’n polypil in aanmerking komen, moeten een of meerdere risicofactoren op hart- en vatziekten een rol spelen. Het gaat onder meer om leeftijd (boven 55 jaar), roken, geslacht, al dan niet diabetes en (hoge) bloeddruk en een (verhoogd) cholesterolgehalte.

Wereldwijd zijn er meer dan 175 miljoen mensen met een verhoogd risico op hart- en vaataandoeningen. In een polypil zitten een cholesterolverlagende statine, een of twee verschillende bloeddrukverlagende middelen en aspirine dat bloedstolsels voorkomt.

Deze middelen, aldus Grobbee, zijn goedkoop, omdat er geen patent meer opzit. Polypilmedicijnen hebben weinig bijwerkingen.

Een pil per dag vergroot bovendien sliktrouw. Veel mensen in de doelgroep slikken al verschillende pillen. Van de mensen die dagelijks één pil moeten slikken, doet 80 procent dit daadwerkelijk. In geval van zes pillen per dag, daalt de therapietrouw naar 20 procent, zegt Grobbee […]

Deze laatste opmerking rammelt aan alle kanten. Want sinds wanneer moeten gezonde 55-plussers worden onderworpen aan therapietrouw? Bovendien zullen mensen met diabetes daarvoor al een bepaalde specifieke medicatie krijgen, evenals voor hoge bloeddruk, die in bepaalde gradaties bestaat en met verschillende doses moet worden behandeld. Hierbij is eenheidsworst dus niet wenselijk. Of moet ik begrijpen dat die polypillen ook ‘op maat’ gaan worden gemaakt, afgestemd op ieders individuele toestand? En een gezond persoon, zonder enige klacht, zal volgens mij ook helemaal geneigd zijn om die polypilpil te vergeten.

Bovendien denk ik dat op die polypil zelf ook wel weer patent zal worden aangevraagd.

En dan gaat het – zoals eerder ook al werd gepubliceerd – om iedereen boven de 55 jaar PLUS iedereen die jonger is met diabetes, hypertensie, verhoogd cholesterol of die rookt.

Even terzijde:

Moet ik geloven dat er geen mensen van 55-plus meer zijn die nog steeds niet roken, geen diabetes of verhoogde bloeddruk hebben, en een gezond cholesterol hebben? Toevallig ben ik gehuwd met een man die – ondanks zijn 68 jaar – nog steeds kerngezond is en niet rookt. Moet mijn man dan ondanks zijn uitstekende bloeddruk en prima cholesterol, alleen op grond van zijn kalenderleeftijd deze waarden gaan verlagen tot onder het niveau dat gezond is? En dat dan met het risico op aantasting van zijn gezondheid door de (niet ontkende) bijwerkingen van de stoffen in die polypil?

Ernstige bijwerkingen door verborgen gendefecten

Heeft de heer Grobbee zich er bij de opzet van deze trial ook weleens rekenschap van gegeven dat er bepaald percentage van de bevolking behept is met verborgen gengebreken die kunnen leiden tot ernstige bijwerkingen van statines?

Is hij van plan om alle proefpersonen vooraf op deze gengebreken te screenen of moeten de mensen met deze genetische kwetsbaarheid alleen getalsmatig aan het eind van de trial opgemerkt worden?

En wordt er bij deze trials ook rekening gehouden met gevaarlijke interacties tussen statines en andere medicijnen? Of moet ook dat in de praktijk blijken?

Niet iedereen krijgt last van ernstige bijwerkingen van statines. Inmiddels is bekend waarom dat zo is. Op 27-9-2009 stond er in de digitale versie van het Belgische dagblad De Morgen een interessant bericht hieromtrent, waaruit ik citeer:

[…] Genetische test voorspelt neveneffecten van medicatie

Patiënten die statinen gebruiken om hun cholesterol onder controle te houden, kunnen zich voortaan genetisch laten testen om na te gaan of die pillen geen negatieve neveneffecten veroorzaken, zo meldt de Sunday Times. Dit zou de weg kunnen effenen voor ‘gepersonaliseerde geneeskunde’ waarbij de patiënten de medicijnen krijgen die zijn aangepast aan hun genetisch profiel.

Spierziekte

Steeds meer mensen krijgen statinen voorgeschreven om hun cholesterolniveau onder de grens te houden en zich zo te vrijwaren voor hartziektes of beroertes.

Maar ook die medicatie heeft een keerzijde, een ernstige zelfs, want statinen kunnen myopathie veroorzaken, een aandoening die kan leiden tot verzwakte en pijnlijke spieren en in extreme gevallen zelfs tot rhabdomyolise en daardoor nierstoornis.

Uit recent onderzoek blijkt dat dit probleem vrband houdt met variaties in een gen dat SMLCO1B1 heet en met andere varianten in de CYP-genfamilie. Die vaststelling opent de mogelijkheid om mensen op deze genetische situatie te testen alvorens hen statinen voor te schrijven. Zo kan bij risicogevallen een andere medicatie worden voorgeschreven om de cholesterol te beteugelen.

Statinen

Daarom is nu een studie op het getouw gezet die wordt uitgevoerd door Rachel Marrington, een klinisch biochemicus in Bermingham. Zij zal patiënten onderzoeken die worden behandeld in cholesterolklinieken en die getest zullen worden op de variaties in SLCO1B1 en CYP. Vervolgens zullen de genetische gegevens van patiënten met en zonder spierproblemen bij het innemen van statinen worden vergeleken.

Dr. Marrington zegt te hopen dat deze studie duidelijk zal maken of, en zoja hoe, genetisch testen op neveneffecten in bredere zin onderdeel kan vormen van de medische procedures. “Ik besloot me te gaan toeleggen op statinen omdat ze zo veelvuldig worden gebruikt”, zegt ze […]

Het zou kunnen zijn dat Dr. Marrington wilde voortborduren op een artikel over dit onderwerp, door J.D. Banga, dat reeds in 2001 verscheen als publicatie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (Ned Tijdschr Geneeskd 2001; 145(49); 2371-6). Ik citeer de info die betreffende dit artikel te vinden is op de website Arts en Apotheker.nl.

[…] De kans op ernstige bijwerkingen van statinen, rhabdomyolysis, is zeer klein. Gezien de potentiële letaliteit hiervan is een zorgvuldige indicatiestelling echter geboden. Banga betoogt dat het verstandig is een cholesterolverlagende statinebehandeling te beginnen met een lage dosering en de patiënt te instrueren over de klachten en de verschijnselen die op myotoxiciteit kunnen wijzen.

  • Rhabdomyolysis is een zeldzame, doch potentieel dodelijke bijwerking van cholesterolsyntheseremmers (statinen).
  • De bijwerking kan optreden bij daarvoor gevoelige personen en bij gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen die de afbraak van een statine verhinderen, bijvoorbeeld via de biotransformatie door het cytochroom-P450-systeem.
  • Hierdoor kunnen de plasma- en weefselspiegels van een statine en van eventuele actieve metabolieten daarvan toenemen tot waarden die toxisch zijn voor dwarsgestreept spierweefsel.
  • Van myopathie is sprake als de creatinekinaseactiviteit in plasma verhoogd is tot tenminste 10 maal de bovengrens van de normaalwaarde.
  • Spierklachten die kunnen wijzen op myotoxiciteit en daruit voortvloeiende myopathie komen voor bij 1-7% van statinegebruikers. De kans op myotoxiciteit is niet bij alle statinen even hoog, doch is bij elke statine aanwezig, vooral bij hoge doseringen.
  • De frequentie van rhabdomyolysis in relatie tot cerivastatinegebruik bleek beduidend hoger dan bij andere statinen, reden waarom cerivastatine onlangs uit de handel is genomen.
  • Bij vermoeden van myopathie dient men het gebruik van statinen direct te staken. Dit kan de ontwikkeling van rhabdomyolysis voorkomen […]

En als dan uiteindelijk het zover is dat iederen boven de 50 of 55 jaar zijn dagelijke statientjes moet slikken, wordt dan ook eerst die hele doelgroep – waaronder vele nog gezonde personen – vooraf gescreend op afwijkingen aan SLCO1B1 en CYP?

Want als dat dan niet gebeurt, is het voorschrijven van statines gelijk aan het aanzetten van de doelgroep tot het spelen van Russiche roulette.

Hieronder eerst nog even alle mogelijke bijwerkingen die kunnen voortkomen uit het gebruik van (alle soorten) statines:

Bijwerkingen van statines via verschillende mechanismen

In deze studie naar alle mogelijke directe en indirecte mechanismen waarlangs statines de gezondheid kunnen schaden kwam ik tot nu toe tot de volgende opsomming:

  • Verlaging van cholesterol > polyneuropathie en cognitieve stoornissen omdat synapsen bijna geheel uit cholesterol bestaan en myeline voor ongeveer 25% uit cholesterol bestaat, stoornissen in seksualiteit omdat cholesterol een bouwsteen is voor alle steroïden met inbegrip van cortisol en de sekshormonen aldosteron, oestrogeen en testosteron.
  • Gebrek aan vitamine D omdat deze vitamine onder invloed van zonlicht op de huid uit cholesterol wordt gemaakt. Verlaagd vitamine D is ook gerelateerd aan spierzwakte. Door gebrek aan vitamine D ontstaat ook een verminderde beschikbaarheid van calcium en fosfor. Hierdoor kan onder meer osteoporose en kanker ontstaan.
  • Verhoging van HDL-cholesterol, waardoor meer kans op een hart- of herseninfarct door arteriosclerose.
  • Verlaging van apolipoproteïne B, waardoor dyslipidemie en daardoor groter risico op hart- of herseninfarct.
  • Verlaging van galzuren > waardoor verminderde recycling van cholesterol en verminderde afbraak van vetten.
  • Verlaging van de aanmaak van coprosterol.  Door de verlaging van de galzuren wordt er minder gal omgezet in coprosterol, dat de stoelgang bevordert. Gebrek aan cholesterol leidt tot verlaging van de galzurenproductie en daardoor tot verlaging van coprosterolvorming. Het gevolg is darmtraagheid ofwel obstipatie in alle mogelijke gradaties.
  • Verlaging van Q10 > o.a. hartfalen, verminderde antioxidantwerking, benadeling van het elektronentransport, lagere energieopbrengst, gewichtstoename, kanker.
  • Verlaging van dolichol > verminderde vorming van glycoproteïnen, waardoor verlaging van insulineproductie > diabetes en verlaging van adiponectine > hypertensie, insuline-resistentie en vetzucht. (diabetes en vetzucht zijn kankerrisico’s)
  • Verhoging van type 2 helper T-cellen en daardoor ook van verhoogde interleukines 4,5, en 6, tumor necrosis factor a en immunoglobulines. Verhoging van interleukine-6 leidt hoogswaarschjnlijk ook tot insuline-resistentie.
  • Verminderde aanmaak van glycoproteïnen – die werken als moleculaire pomp – leidt tot geremde verwijdering van lichaamsvreemde (schadelijke) stoffen uit lichaamscellen, waardoor verminderde bescherming tegen vergiftigingen. Dit leidt tot een vergroting van kankerrisico door mutagene agentia. Kanker kan ook worden veroorzaakt door een falen van signaaloverdracht tussen cellen onderling, bijvoorbeeld door disfunctioneren van de signaalmoleculen uit de familie der WNT’s (wingless int). Deze glycoproteïnen – eiwitten verbonden aan een suikerketen – behoren tot het vaste vocabulaire waarmee cellen communiceren, van rondworm tot fruitvlieg, van muis tot mens. Ook bij de vorming van haarfollikels spelen WNT-signaaleiwitten een cruciale rol: zonder hen geen haarfollikels en dus ook geen haar.
  • Verlaging van ‘prenylated proteins’, die betrokken zijn bij intracellulaire signaaloverdracht . Deze ‘isoprenylation’ is onmisbaar voor de functie van eiwitten die betrokken zijn bij controle op de celdeling en celcyclus, inclusief het proto-oncogene ‘ras’. Hierdoor bestaat een grotere kans op kanker.
  • Verlaging van isopentenyl transfer RNA > waardoor benadeelde eiwitsynthese (en daardoor vergroot kankerrisico).
  • Verlaging van ubiquitine > plaques en tangles, waardoor Alzheimer en Parkinson. Net zoals bij het syndroom van Down vaker Alzheimer optreedt, omdat hier een versterkte aanmaak van endostatines optreedt doordat het gen voor de aanmaak van endostatines gelegen is op chromosoom 21. Ook de neurodegeneratieve ziekte van Huntington kan door cholesterolverlaging worden gestimuleerd (Prog Neurobiol 2006; 80:165-76)
  • Verlaging van cortisol > o.a. verminderde stressrespons, waardoor grotere kans op hypoglykemisch coma, en een verminderd effect van kalium.
  • Verlaging van kalium > o.a. verminderde spiertonus en hartdood en minder effect van GABA. Daarnaast wordt de eiwitsynthese benadeeld. Omdat kalium een essentiële cofactor is voor pyruvaatkinase, wordt ook de glycolyse van de Krebscyclus benadeeld en daardoor de aanmaak van ATP. Een verstoorde eiwitsynthese plus benadeling van de aanmaak van ATP vergroten beide het risico op kanker en allerlei andere aandoeningen.
  • Verlaging van GABA > epilepsie en psychose, verlaging van de hoeveelheid groeihormoon in het plasma. terwijl GABA ook een rol speelt in de bètacellen van de pancreas, bij de productie van insuline.
  • Verlaging van de ATP-opbrengst > vermindering van genexpressie, vermoeidheid en verminderde effectiviteit van de ATP-gereguleerde kalium-natrium-pompwerking, waardoor verminderd functioneren van de insulineproducerende beta-cellen in de pancreas en hypofuncties van andere lichaamsfuncties die van de kalium-natrium-pompwerking afhankelijk zijn.
  • Verlaging van acetylcholine > o.a. verminderde geheugenwerking door verminderde kwaliteit van geheugenopslag (door zwakker vuurpatroon in de hippocampus).
  • Verlaging van serotonine > depressie, suïcide, impulsiviteit, agressie en geweld.
  • Verlaging van melatonine> slaapproblemen en verzwakking van het immuunsysteem.
  • Verlaging van vitamine E (tocoferol). (Eur J Clin Invest. 2005 Apr;35(4):251-8) > benadeelt op indirecte manier de kwaliteit van het veldcontact, kan leiden tot onvruchtbaarheid, geboorteafwijkingen, spierklachten en verminderde anti-oxidantwerking.
  • Verlaagde activiteit van lymfocyten, waardoor o.a. vaatontsteking kan ontstaan.
  • Verminderde binding van VEGF op zijn receptoren > remming van gezonde angiogenese en vermindering van de kwaliteit van de bloedvatwanden en (borst)kanker. Verminderde binding van VEGF op zijn receptoren leidt tot verhoogde VEGF-plasmaspiegels en inmiddels is bekend dat verhoogde VEGF-plasmaspiegels kunnen leiden tot endotheliale dysfunctie. Deze dysfunctie van het endotheel kan leiden tot bloedingen en verstoppingen, ofwel tot atherosclerose. Via het VEGF-mechanisme, dat celdeling en angiogenese stimuleert, wordt ook (borst)kanker gestimuleerd. Omdat borstcellen over twee typen VEGF-receptoren beschikken, leidt de door statines veroorzaakte overcompensatie van de VEGF-remming tot een groter risico op de ontwikkeling van borstkankercellen en een nog sterkere celdeling en overlevingskracht van maligne geworden cellen.
  • Statines veroorzaken ook myopathie, artritis, artralgie, spierschade en leverbeschadiging omdat ze ingrijpen in leverprocessen. Door verminderde Q10-antioxidantwerking onstaat vaak oxidatieve spierschade, waarbij grote hoeveelheden spiereiwitten in de bloedbaan komen (rhabdomyolysis). Als de nieren bij deze grote hoeveelheid afvalstoffen in hun filterfunctie tekortschieten, kan ook nierschade ontstaan.
  • Statines kunnen leiden tot spierproblematiek in de vorm van sportblessures, zoals bijvoorbeeld de toegenomen incidentie van ‘hamstring-blessures’ bij voetballers. Daarnaast zien we ook problemen met de ogen in de vorm van een te lage spierspanning van oogspieren, waardoor de oogbewegingen beperkt worden, het vertezicht in kwaliteit afneemt, er sprake kan zijn van dubbelzien en overhangende oogleden. Een verlaagde spierspanning in de darmen kan leiden tot obstipatie
  • Statines kunnen leiden tot verhoogde serum aminotransferase-spiegels. Hierbij kan het enzym aminotransferase niet doen wat het behoort te doen, waardoor het ongebruikte enzym in het serum circuleert. Hierdoor wordt de vorming van niet-essentiële aminozuren benadeeld, hetgeen tot tal van stoornissen kan leiden.
  • Statines leiden hoogstwaarschijnlijk tot verhoogde totale systemische cysteinyl leukotriene synthese (LTC4, LTD4 en LTE4), waarvan wordt verondersteld dat ze leiden tot endotheel dysfunctioneren. Ze vergroten de doorlatendheid van het endotheel door de samentrekking van endothele cellen, hetgeen resulteert in edema en hemoconcentratie, dus tot bloedophoping in het endotheel van bloedvaten.
  • Statines benadelen door remming van het HMG-CoA reductase ook het functioneren van bindweefselfibroblasten, waardoor bindweefselstoornissen kunnen optreden.
  • Statines veroorzaken geboortedefecten, vooral met betrekking tot het centrale zenuwstelsel en ledematen. Dit wordt gedemonstreerd door ‘mevalonic aiciduria’ en het SLO-syndroom, waarbij door verschillende gendefecten respectievelijk vooraan en achteraan in de mevalonaatroute de synthese van cholesterol wordt benadeeld.
  • Statines verergeren bijwerkingen van farmaceutische middelen. Statines verminderen de hoeveelheid glycoproteïnen. Omdat glycoproteïnen werken als een ‘pomp’ die lichaamsvreemde stoffen uit de cellen pompt, wordt die pompwerking verzwakt, waardoor meer resten van medicijnen, pesticiden, hormoonverstoorders en andere schadelijke stoffen in de cellen achterblijven. Hierdoor ontstaan meer bijwerkingen van medicijnen en negatieve effecten van pesticiden, hormoonverstoorders en andere lichaamsvreemde stoffen, waaronder de meste farmaceutische middelen. Statines verhogen dus de toxiciteit van lichaamsvreemde stoffen. Deze effecten – waaronder versterkte bijwerkingen van andere medicijnen – moeten dus nog worden opgeteld bij de bijwerkingen van de statines zelf.
  • Cholesterol is onmisbaar in celmembranen en subcellulaire organellen van alle lichaamsweefsels. Vanwege zijn ‘amphipathic’ natuur speelt cholesterol a sleutelrol in het handhaven van de ‘vloeibaarheid’ van celmembranen en subcellulaire organellen in lichaamsweefsels, waardoor cholesterol invloed uitoefent op transmembraan-signaaloverdracht en andere fundamentele cellulaire functions. Gebrek aan cholesterol zal dus leiden tot versnelde aftakeling van celmembranen en subcellulaire organellen, waardoor vaker en eerder celvernieuwing nodig zal zijn. Als de celdeling in het hele lichaam wordt opgejaagd door de sterkere aftakeling van cellen, dan zal de mens eerder al zijn telomeren hebben opgebruikt en treedt de finale aftakeling in. Statines kunnen dus langs dit mechanisme de levensverwachting bekorten.
  • Statines kunnen leiden tot rhabdomyolysis. ‘Massive rhabdomyolysis’ is één van de oorzaken van ‘metabolic acidosis’, ofwel een verzuring van het bloed. Het lichaam tracht dit te compenseren door onttrekking van zuurstof uit de bloedbaan en weefsels. Hierdoor wordt de Krebscyclus in zijn functioneren benadeeld, hetgeen resulteert in een onderproductie van ATP. En dat veroorzaakt niet alleen vermoeidheid, maar ook een vermindering van de kwaliteit van het veldcontact, waardoor o.a. alle mogelijke enzym- en hormoonfuncties kunnen gaan onderfunctioneren, met allerlei disfuncties als gevolg.
  • Verminderde hemoglobine/heem A. Hemoglobine is verantwoordelijk voor het transport van zuurstof uit de longen naar de weefsels. Het bestaat uit een eiwit (globine) dat als drager van heem (ijzer) fungeert. Uit het al besproken artikel uit de NEJM van 28-6-2007 blijkt dat statines ook de aanmaak van ‘Heem A’ benadelen.  Zuurstof is noodzakelijk voor de Krebscyclus in de mitochondriën waardoor ATP-moleculen worden gevormd. Verminderd hemoglobine leidt tot kortademigheid omdat het lichaam vraagt om meer zuurstof dan met normale ademhaling kan worden aangevoerd. Verminderd hemoglobine en Q10 leiden dus dubbelop tot tot afname van energie en vermoeidheid. Hypofuncties van allerlei vitale lichaamsfuncties. Door het benadelen van de aanmaak van ‘Heem A’ veroorzaken statines dus een vorm van ‘metabole acidose’.
  • Verhoging van cholesterol. Als door statines-geïnduceerde ‘metabolic acidosis’ de ATP-productie vermindert, dan treedt daarvoor ook een compensatiemechanisme in werking, namelijk een verhoogde productie van cholesterol, dat nodig is voor het vervoer van vetzuren en de vetzuurverbranding zelf. De mitochondriën schakelen bij onvoldoende zuurstofaanbod normaliter over op de vetzuurverbranding en daardoor stijgt dus de cholesterolspiegel. Althans, voor zover dit niet door een nog hogere dosis statines wordt tegengewerkt.
  • Verzwakking van het immuunsysteem en verhoogde infectiegevoeligheid, zoals hieronder nader wordt geciteerd uit het boek The Benefits of High Cholesterol, door Uffe Ravnskov, 2004:
  • En dan vermeldde het digitale HuisartsVandaag ook nog op 29-9-2015: […] Onderzoek laat zien dat statines het verouderingsproces lijken te versnellen […] Ik kom hier nog even op terug

[…] In 1984 a study was published in the Journal of Holistic Medicine which showed that cholesterol can function as an antioxidant, protecting the body from free radicals and therefore strenghthening the immune system. Cholesterol is a precursor to vitamin D, which is a necessary nutrient for immune system function. It is also a precursor to corticosteroids, hormones that protect the body agianst stress. Stress, as we know, suppresses the immune system.

At the Division of Epidemiology at the University od Minnesota, records of 19 studies were reviewed, examining the causes of death in more than 68,000 cases. The results of these studies showed many patients who died of diseases with infectious origins also had low cholesterol levels.

To determine whether low cholesterol caused infection or if infection caused low cholesterol, Professor David R. Jacobs and Dr. Carlos Iribarren looked at more than 100,000 healthy individuals over a period of 15 years. Those who began the study with low cholesterol levels suffered from more cases of infection than those with higher cholesterol levels […]

De productiewijze van statines kan leiden tot de vorming van eiwitten met afwijkende ruimtelijke structuren (stereo-isomeren) die niet voorkomen in het oorspronkelijke plantaardige lovastatine, dat als uitgangspunt diende. Hierdoor kunnen allerlei onvoorspelbare bijwerkingen optreden die niet zijn gerelateerd aan de bovenstaande bijwerkingen die zijn terug te voeren op remming van de mevalonaatroute. Daarom worden die extra bijwerkingen ook niet als zodanig onderkend.

Om het natuurlijke lovastatine (monacoline K) te kunnen patenteren moest de farmaceutische industrie eerst zoeken naar een variant op het monacoline K-molecuul die – hoewel iets anders van chemische samenstelling – toch dezelfde werking zou hebben. Uiteindelijk lukte dit alle grote farmaceuten. (Zie hiervoor het artikel Foundations for blockbuster drugs in federally sponsored research, The FASEB Journal, 2001; 15; 1671-76, door Richard Thompson.)

Helaas had die iets andere chemische samenstelling tot gevolg dat ook de ruimtelijke structuur van het molecuul iets veranderde. Hierdoor kan het dus ook onverwachte andere werkingen hebben, zoals oneigenlijke binding aan receptoren – waardoor ze ofwel onterecht functies activeren of juist onbedoeld blokkeren – en kan het ook als een antigeen worden gezien, want het wijkt tenslotte af van de natuurlijke endogene statines die het lichaam, net als andere organismen, in een bepaalde mate zelf maakt.

Bij gebruik van een extract van de Chinese rode rijst – dat deze ‘originele, natuurlijke’ lovastatine bevat – kunnen wel de bijwerkingen uit de lijst optreden, maar is er geen sprake van allerlei andere onverklaarbare verschijnselen die te herleiden zijn op stereo-isomere eiwitten.

Door statines bestaat dus de kans op voorspelbare en onvoorspelbare bijwerkingen.

Gevaarlijke hoge suikerspiegels door combinatie van statines en antidepressiva

Zoals in het voorgaande werd besproken, kan gebruik van statines ook leiden tot depressie. Niet alleen wordt de serotonine-spiegel lager, maar ook wordt er minder ATP aangemaakt via de vetzuurverbranding. En dat is nadelig voor de kwaliteit van het veldcontact. Door een verminderde kwaliteit van het contact met de bewustzijnsvelden kan ook depressie in de hand worden gewerkt.

Bij depressies worden meestal antidepressiva voorgeschreven, de zogenaamde SSRI’s, zoals Paroxetine dat ook bekend staat als Paxil en Seroxat.

Op 3-6-2011 kreeg ik een bericht binnen dat vermeldde dat onderzzoeksgroep onder leiding van wetenschappers van de Stanford University had ontdekt dat twee normaal voorgeschreven medicaties in combinatie met elkaar de bloedsuikerspiegels van de gebruikers ervan tot gevaarlijke hoogte kunnen doen stijgen. Die twee medicaties zijn Paxil en Pravachol.

Pravachol is een statine die ook bekend staat als Pravastatin. En Paxil staat als SSRI ook bekend als Paroxetine.

Het mechanisme waarlangs dit gebeurt is al eerder beschreven. De medicijngids zegt hierover:

[…] Paroxetine remt het hepatische cytochroom P450 (CYP) 2D6. Dit zou kunnen leiden tot verhoogde plasmaconcentraties van geneesmiddelen, die via dit isoenzym gemetaboliseerd worden, wanneer tegelijkertijd toegediend met paroxetine […]

Van statines is al bekend dat ze de bloedsuikerspiegel verhogen. Dat mechanisme heb ik al eerder beschreven in mijn studie betreffende de relatie tussen statines en diabetes type 2. Deze uitwerking van statines werd bevestigd door de uitkomst van de Jupiterstudie, waar van de 176 voorheen gezonde slikkers er eentje tijdens de trial een stevige diabetes type 2 ontwikkelde. Statines tenderen dus al naar verhoging van de bloedsuiker. En als ze dan nog eens geslikt worden in combinatie met een middel dat er voor zorgt dat hun uitwerking toeneemt, dan is te begrijpen dat de bloedsuikerverhogende werking van die statines ook nog eens toeneemt.

Als we nu eens bedenken dat men aan grote groepen mensen – zoals mensen met een volgens de norm te hoge cholesterolspiegel en diabetici – preventief statines voorschrijft en dat een niet te verwaarlozen deel van deze mensen daardoor een depressie ontwikkelt, en daarvoor dan weer SSRI’s krijgt voorgeschreven waardoor de bloedsuikerspiegel sterk stijgt, dan moeten we beseffen dat er door dat preventief voorschrijven van statines mensen juist ernstig ziek kunnen worden.

Voorheen gezond functionerende mensen krijgen diabetes en diabetici worden ernstiger ziek. En juist het hebben van diabetes wordt altijd gezien als een grote risicofactor voor het krijgen van cardiovasculaire ellende.

Het voorschrijven van statines aan diabetici en anderen is dus vragen om problemen, die juist het zogenaamde beoogde doel van die statines – namelijk minder hart- en vaatziektes – voorbijschieten.

Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de doelgroep van 55-plussers die in de toekomst allemaal aan de polypil zullen moeten. Dat betekent dus dat er in de toekomst veel meer depressieve ouderen zullen zijn, dat veel van hen dus ook SSRI’s moeten gaan slikken en dat er door die combinatie velen van hen ook diabetes type 2 zullen gaan krijgen.

Voor de gebruikers van SSRI’s die dan ook nog eens statines moeten gaan slikken is het netto resultaat hetzelfde.

Genetische kwetsbaarheid voor bijwerkingen van statines

Niet iedereen krijgt last van ernstige bijwerkingen van statines. Inmiddels is bekend waarom dat zo is. Op 27-9-2009 stond er in de digitale versie van het Belgische dagblad De Morgen een interessant bericht hieromtrent, waaruit ik citeer:

[…] Genetische test voorspelt neveneffecten van medicatie

Patiënten die statinen gebruiken om hun cholesterol onder controle te houden, kunnen zich voortaan genetisch laten testen om na te gaan of die pillen geen negatieve neveneffecten veroorzaken, zo meldt de Sunday Times. Dit zou de weg kunnen effenen voor ‘gepersonaliseerde geneeskunde’ waarbij de patiënten de medicijnen krijgen die zijn aangepast aan hun genetisch profiel.

Spierziekte

Steeds meer mensen krijgen statinen voorgeschreven om hun cholesterolniveau onder de grens te houden en zich zo te vrijwaren voor hartziektes of beroertes.

Maar ook die medicatie heeft een keerzijde, een ernstige zelfs, want statinen kunnen myopathie veroorzaken, een aandoening die kan leiden tot verzwakte en pijnlijke spieren en in extreme gevallen zelfs tot rhabdomyolise en daardoor nierstoornis.

Uit recent onderzoek blijkt dat dit probleem verband houdt met variaties in een gen dat SMLCO1B1 heet en met andere varianten in de CYP-genfamilie. Die vaststelling opent de mogelijkheid om mensen op deze genetische situatie te testen alvorens hen statinen voor te schrijven. Zo kan bij risicogevallen een andere medicatie worden voorgeschreven om de cholesterol te beteugelen.

Statinen

Daarom is nu een studie op het getouw gezet die wordt uitgevoerd door Rachel Marrington, een klinisch biochemicus in Birmingham. Zij zal patiënten onderzoeken die worden behandeld in cholesterolklinieken en die getest zullen worden op de variaties in SLCO1B1 en CYP. Vervolgens zullen de genetische gegevens van patiënten met en zondeer spierproblemen bij het innemen van statinen worden vergeleken.

Dr. Marrington zegt te hopen dat deze studie duidelijk zal maken of, en zoja hoe, genetisch testen op neveneffecten in bredere zin onderdeel kan vormen van de medische procedures. “Ik besloot me te gaan toeleggen op statinen omdat ze zo veelvuldig worden gebruikt”, zegt ze […]

Het zou kunnen zijn dat Dr. Marrington wilde voortborduren op een artikel over dit onderwerp, door J.D. Banga, dat reeds in 2001 verscheen als publicatie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (Ned Tijdschr Geneeskd 2001; 145(49); 2371-6). Ik citeer de info die betreffende dit artikel te vinden is op de website Arts en Apotheker.nl.

[…] De kans op ernstige bijwerkingen van statinen, rhabdomyolysis, is zeer klein. Gezien de potentiële letaliteit hiervan is een zorgvuldige indicatiestelling echter geboden. Banga betoogt dat het verstandig is een cholesterolverlagende statinebehandeling te beginnen met een lage dosering en de patiënt te instrueren over de klachten en de verschijnselen die op myotoxiciteit kunnen wijzen.

  • Rhabdomyolysis is een zeldzame, doch potentieel dodelijke bijwerking van cholesterolsyntheseremmers (statinen).
  • De bijwerking kan optreden bij daarvoor gevoelige personen en bij gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen die de afbraak van een statine verhinderen, bijvoorbeeld via de biotransformatie door het cytochroom-P450-systeem.
  • Hierdoor kunnen de plasma- en weefselspiegels van een statine en van eventuele actieve metabolieten daarvan toenemen tot waarden die toxisch zijn voor dwarsgestreept spierweefsel.
  • Van myopathie is sprake als de creatinekinaseactiviteit in plasma verhoogd is tot tenminste 10 maal de bovengrens van de normaalwaarde.
  • Spierklachten die kunnen wijzen op myotoxiciteit en daaruit voortvloeiende myopathie komen voor bij 1-7% van statinegebruikers. De kans op myotoxiciteit is niet bij alle statinen even hoog, doch is bij elke statine aanwezig, vooral bij hoge doseringen.
  • De frequentie van rhabdomyolysis in relatie tot cerivastatinegebruik bleek beduidend hoger dan bij andere statinen, reden waarom cerivastatine onlangs uit de handel is genomen.
  • Bij vermoeden van myopathie dient men het gebruik van statinen direct te staken. Dit kan de ontwikkeling van rhabdomyolysis voorkomen […]

Statins and HIV or Hepatitis C Drugs: Drug Safety Communication – Interaction Increases Risk of Muscle Injury

Op 3-1-2012 liet de FDA een waarschuwing uitgaan betreffende het gecombineerde gebruik van proteaseremmers en statines. Ik citeer uit dit bericht:

[…] ISSUE: FDA notified healthcare professionals of updates to the prescribing information concerning interactions between protease inhibitors and certain statin drugs. Protease inhibitors and statins taken together may raise the blood levels of statins and increase the risk for muscle injury (myopathy). The most serious form of myopathy, called rhabdomyolysis, can damage the kidneys and lead to kidney failure, which can be fatal […]

Hoewel het niet in dit bericht werd vermeld, verloopt dat hierboven beschreven gezondheids-risico via Cytochroom P450. En wel via de variant CYP450-3A4,5,7. Het gaat om de statines atorvastatin, lovastatin en simvastatin die normaliter worden gemetaboliseerd door CYP450-3A4,5,7. Aanvankelijk werd in de lijst van 2003 ook nog cerivastatne vermeld, maar die is inmiddels uit de handel genomen.

Als er middelen worden geslikt die de werking van CYP450-3A4,5,7 inhiberen – zoals de hierboven genoemde proteaseremmers – dan kunnen die statines niet worden gemetaboliseerd en raakt de statine-spiegel verhoogd, met grote kans op ernstige bijwerkingen.

En dan moeten we er ook nog rekening mee houden dat een bepaald percentage van de bevolking behept is met een defect aan Cytochroom p450-3A4,5,7 en daarom die genoemde statines niet eens kan metaboliseren.

Gezien de plannen die men heeft om alle 55-plussers straks de polypil voor te schrijven – en de al heel lange lijst met bijwerkingen van statines – voorzie ik een sterke toename van allerlei aandoeningen in die leeftijdscategorie. Want de lijst met middelen die de statine-spiegel via CYP450 verhogen groeit ook gestaag.

De samenstelling van de polypil

  • De bijwerkingen van statines zijn al besproken. Een vaak voorkomende bijwerking is verhoging van de bloeddruk en het vormen van bloedstolsels (atherosclerose) in de slagaders.
  • Bloeddrukverlagers zijn dus al nodig om deze bijwerking van statines tegen te gaan.
  • Het acetylsalicylzuur in aspirine gaat het vormen van stolsels in het bloed tegen en is dus alleen al nodig om de vorming van bloedstolsels door de statine tegen te gaan.
  • Foliumzuur (vitamine B11) voorkomt een te hoog homocysteïnegehalte dat hart en bloedvaten kan beschadigen.

Het enige echt werkzame middel van de diverse experimentele samenstellingen van de polypil is volgens mij foliumzuur, dat werkzaam is op verschillende niveaus, namelijk de al genoemde werkzaamheid op het eiwitniveau plus een verbetering van de kwaliteit van het veldcontact doordat het de lichaamsvloeistof aanzuurt, waardoor de lichaamsaccu – net als de accubak van Volta en Galvani – samen met de spoorelementen zink en koper een verhoogd voltage oplevert. Foliumzuur is bewezen effectief en preventief zoals anderen al eerder bewezen. Bovendien is dit goedkoop,  maar op foliumzuur valt geen octrooi meer aan te vragen en de gevestigde wetenschap heeft zo zijn bedenkingen tegen een eventuele simpele en ongevaarlijke oplossing.  Ik citeer van Melchior Meijer:

[…] Zo heeft de Utrechtse dr. Marianne Verhaar recent bewezen dat de doorbloeding van de kransslagaderen van hartpatiënten binnen vier weken verbetert als ze extra foliumzuur krijgen. Foliumzuur verlaagt de hoeveelheid homocysteïne, een factor in het bloed die bijdraagt aan hart- en vaatziekten […]

[…] Prof.dr. A. Stalenhoef, internist en hoogleraar in de atherogenese aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en voorzitter van de Commissie Cholesterol van de Gezondheidsraad, heeft eveneens bedenkingen. Hij geeft toe dat sommige van de twaalf gemeten cholesterolfracties waarschijnlijk schadelijker voor de bloedvaten zijn dan andere, maar hij ziet geen heil in uitgebreider testen. “Veel factoren vallen in de categorie ‘wetenschap’. Ze zijn niet in follow-up-studies onderzocht; er is geen bewijs dat ze de sterfte aan hartinfarcten beïnvloeden. Het is belangrijk dat we wetenschappelijk onderzoek en de medische behandeling gescheiden houden.”

Stalenhoef meent dat een verbeterde doorbloeding van de kransslagaderen, zoals Verhaar aantoonde, niets zegt over de uiteindelijke sterfte aan hartinfarcten. Maar hij zegt er direct bij dat hartpatiënten met verhoogd homocysteïne in het bloed in het Radboutziekenhuis in Nijmegen toch met foliumzuur worden behandeld! “Dat doen we omdat toediening van extra foliumzuur zo goed als geen risico’s oplevert en weinig kost.

Prof.dr.ir. G. Schaafsma, hoogleraar voeding aan de Landbouwuniversiteit Wageningen is het met Stalenhoef en Manger Cats eens dat artsen moeten wachten op de resultaten van nieuwe studies voordat ze vitamines gaan voorschrijven, maar hij vindt wel dat Nederlanders in de tussentijd recht hebben op eerlijke voorlichting.

“Homocysteïne is hard op weg geaccepteerd te worden als risicofactor voor hart- en vaatziekten. Het is aannemelijk dat teveel homocysteïne in het bloed een boevenrol speelt en het is een feit dat extra foliumzuur die afwijking corrigeert. Tot dit alles echt is bewezen, hebben we wel de plicht de consument te informaren. Ik denk dat hier een belangrijke taak ligt voor het Voedingscentrum.”

Alleen de Groningse epidemiologe dr. Hermien de Walle gaat verder. In haar promotie-onderzoek ‘Bekendheid en gebruik van foliumzuur in Nederland, van wetenschap naar praktijk’ pleit ze ervoor om toe te staan voeding met foliumzuur te verrijken. Ze vindt dat we niet bang moeten zijn om foliumzuur in te zetten. “Veel studies laten een verband zien tussen verhoogd homocysteïne en arteriosclerose. Verder staat vast dat foliumzuur en eventueel vitamine B6 en B12 de hoeveelheid homocysteïne omlaag kunnen brengen. Foliumzuur is goedkoop en heeft zo goed als geen bijwerkingen. Bij oudere mensen kan het een gebrek aan B12 maskeren, maar dat is met een eenvoudige test op te sporen. Ik zie niet in waarom hartpatiënten vijftien, twintig jaar zouden moeten wachten tot nieuwe studies hebben aangetoond dat aanvulling van de voeding met foliumzuur inderdaad de sterfte vermindert. Wat zeggen we straks tegen die mensen als de gunstige tekenen bewaarheid worden?” […]

Wat mij bevreemdt is het feit dat een statine, zoals Crestor, na enkele klinische trials die slechts 6 tot 12 weken duurden, op een zodanig manier op de markt kan worden gebracht dat deze statine dan ook nog vrijwel meteen dwingend als primaire preventie kan worden voorgeschreven aan alle diabetici, ongeacht hun cholesterolspiegel. Kennelijk vond men de veiligheid van deze statine – ondanks alle bijwerkingen – na drie maanden kennelijk al zo goed bewezen dat de voordelen de nadelen beslist zouden overstijgen en dat men diabetici de zegeningen van dit middel niet langer mocht onthouden. En dat terwijl een natuurlijke vitamine – die normaliter al in gezonde voeding voorkomt – eerst nog tijdens jarenlange onderzoeken moet bewijzen veilig en effectief te zijn!

Hoewel de toevoeging van foliumzuur aan de polypil wel een gunstige invloed heeft op de homocysteïnespiegel, gaat een deel van de opbrengst daarvan alweer verloren aan compensatie voor de verliezen aan foliumzuur door depleties die worden veroorzaakt door andere bestanddelen van die polypil.

Zonder toeveoging van behoorlijk wat foliumzuur zal die polypil door verhoging van de homocysteïnespiegel juist het risico op cardiovasculaire ellende vergroten.

Bijwerkingen van de polypil in de zin van depleties van essentiële stoffen:

Statines: verlagen Q10

Eerder in dit supplement beschreef ik al hoe door de Jupiter-studie duidelijk werd dat alleen al statines (simvastatine – Crestor) leiden tot verhoging van de bloedsuikerspiegel en dus ook tot DM2. Van iedere 167 slikkers kreeg er – in vergelijking met de controlegroep – één extra DM2, maar hoeveel er ‘slechts’ pre-diabetes ontwikkelden werd niet vermeld. Statines leiden tot verhoging van de bloedsuikerspiegel door het verlagen van Q10, dat nodig is voor de aanmaak van insuline en adiponectine. Q10 vervult vele functies, zoals dat van antioxidant, stimuleert de mitochondriale vetzuurverbranding (dus de energievoorziening in de cellen) en is belangrijk voor de kwaliteit van het immuunsysteem. Q10 is ook belangrijk voor de spierfunctie, ook die van de hartspier, en beschermt tegen de toxische bijwerkingen van bijvoorbeeld beta-blockers en middelen voor psychiatrische stoornissen.

In het Drug-Induced Nutrient Depletion Handbook uit 2001 staat op bladzijde 320 een beschrijving van de effecten depletie van Q10 kan hebben. Ik citeer dit stukje even:

[…] Effects of depletion. Although we get a limited amount of coenzyme Q10 (CoQ10) from dietary sources, the majority of CoQ10 in humans is manufactured by our own cells. The biosyntheis of coenzyme  Q10 is a 17-step process that requires the following nutrients: riboflavin, niacinamide, pantothenic acid (B5), pyridoxine, cobalamin (B12), folic acid, vitamin C, and numerous other trace elements.

Consequently, there are many ways the complex synthesis of coemzyme Q10 can be interrupted. It is probable that many people with health problems are suffering from a coenzyme Q10 deficiency due to inadequate dietary intake of the necessary nutrients and/or ingestion of one or more drugs that interrupt the synthesis of coenzyme Q10.

Symptoms of coenzyme Q10 deficiency include congestive heart faillure, high blood pressure, angina, mitral valve prolapse, stroke, cardiac arrhytmias, cardiomyopathy, lack of energy, gingivitis, and generalized weakening of the immune system.

Since coenzyme Q10 is initiately involved in the production of energy. A deficiency of CoQ10 first affects the heart and cardiovascular system because the heart is the most energy demanding muscle in the human body. The resulys of some studies suggest that congestive heart failure is primarily a coenzyme Q10 deficiency disease […]

Aspirine: verlaagt de melatoninespiegel en geeft ook depleties van foliumzuur (B11), ijzer, kalium, natrium en vitamine C

Zoals wordt genoemd door dr. Reiter, verlaagt aspirine de melatoninespiegel. En voldoende melatonine is onmisbaar voor een goede kwaliteit van het veldcontact, voor een goed werkend immuunsysteem, voor het instandhouden van de methylering van het DNA (en dus van de epigenetische codering van het DNA) en voor een gezonde slaap. En voldoende goede slaap is weer noodzakelijk voor een goede geheugenfunctie.

Een dagelijks hoeveelheid aspirine leidt dus bij ouderen – waarbij de eigen spiegels toch al dalende zijn – ook nog eens tot een (extra) verlaging van melatonine, foliumzuur, ijzer, kalium, natrium en vitamine C.

Interessant zijn de Conclusions van het artikel Isozyme-specific induction of low-dose aspirin on cytochrome P450 in healthy subjects, door Chen XP en collega’s in Clin Pharmacol Ther, 2003 Mar; 73(3):264-71:

[…] The effect of low-dose aspirin on CYPs was enzyme-specific. Both 7-day and 14-day low-dose aspirin induced the in vivo activities of CYP2C19 but did not further affect the activities of CYP1A2, CYP2D6, and CYP2E1. The effect of low-dose aspirin on CYP3A activity awaits further confirmation. When low-dose aspirin is used in combination with drugs that are substrates of CYP2C19, doses of the latter should be adjusted to ensure their efficacy […]

In april 2011 verscheen een artikel in het blad proceedings of the National Academy of Sciences dat hier een voorbeeld van gaf. Onderzoek toonde aan dat pijnstillers als aspirine antidepressiva als Prozac een stuk minder effectief maken.

Atenolol: verlaagt coenzym Q10, melatonine en choline

De eerste twee werden al besproken. Choline is nodig voor de aanmaak van voldoende acetylcholine, een zeer belangrijke neurotransmitterstof die ook betrokken is bij de werking van het geheugen.

Hydrochlorothiazide: verlaagt zink, kalium en magnesium

Zink is nodig voor het immuunsysteem, voor een goed veldcontact en voor de aanmaak van melatonine, terwijl meer dan 220 enzymen zinkafhankelijk zijn. Ook kalium is onmisbaar voor diverse functies, zoals bijvoorbeeld de kalium/natriumpompwerking. Ook magnesium is belangrijk, bijvoorbeeld voor de botten en voor de aanmaak van melatonine.

Ramipril: verlaagt zink

Erwerd in een ander artikel gesproken over een samenstelling van: statines, drie verschillende bloeddrukverlagers en aspirine. Ook andere bloeddrukverlagers veroorzaken depleties:

Enalaprilmaleaat: verlaagt zink

Triamtereen-Hydrochloride: verlaagt vit. B11 (foliumzuur), calcium en zink

Selokeen (werkzame stof Metoprolol Tartrate): verlaagt coenzym Q10

Met de polypil zien we dus ‘opgeteld’ minstens de volgende depleties:

  • tweemaal Q10
  • tweemaal melatonine
  • choline
  • tweemaal zink
  • tweemaal kalium
  • natrium
  • ijzer
  • magnesium
  • foliumzuur
  • vitamine C

Dat leidt – naast de al genoemde bijwerkingen van statines – tot benadeling van onder meer de volgende lichaamsfuncties:

  • de bescherming tegen antioxidanten
  • de mitochondriale vetzuurverbranding
  • het immuunsysteem
  • de spierfunctie, ook die van de hartspier
  • de instandhouding van de methylering van het DNA
  • de slaap
  • de geheugenfunctie
  • de signaaloverdracht door acetylcholine
  • de werking van vele enzymen
  • de kalium/natrium pompwerking
  • de opbouw van botten en gebit
  • zuurstoftransport naar de mitochondriën en daarmee dus de energievoorziening
  • tyrosine metabolisme, ijzeropslag, activiteit van foliumzuur, de synthese van collageen, serotonine, norepinefrine, thyroxine en enkele van de corticosteroïden

Op 22-4-2009 stond in JAMA het artikel New Aspirin Recommendations, door Bridget Kuehn, JAMA, 2009; 301(16):1647.

Ik zal volstaan met een citaat uit de inleiding van het artikel:

[…] Physians and patients should carefully weigh the risks and benefits of aspirin as therapy to prevent cardiovascular problems, according to new recommendations from the US Preventive Services Task Force.

The new recommendations update those issued in 2002 based on more recent data demonstrating that the risks and benefits of preventive aspirin therapy differ between men and women (http://www.aahrq.gov/clinic/uspstf/uspsasmi.htm). Accordingly, the task force now recommends aspirin use for men aged 45 to 79 years when the potential benefit of preventing myocardial outeights the potential harm of increased risk of gastrointestinal hemorrhage and for women aged 55 to 79 years when the potential benefit of reducing ischemic stroke outweights the risk of increased gastrointestinal bleeding […]

Op 13-6-2009 stond er ook in de Volkskrant een veslag van enkele onderzoeksbevindingen betreffende de effectiviteit en nadelen van het dagelijks gebruik van aspirine. Omdat het belangrijk is om te zien dat ook Nederlandse specialisten het nut van aspirine in twijfel trekken, zal ik dat artikel in zijn geheel citeren.

[…] Gezonde diabtetespatiënt heeft niets aan aspirientje

Dat voorkomen beter is dan genezen gaat voor aspirine slikkende diabetespatiënten niet altijd op.

Het is zinloos om diabetespatiënten die geen hart- en vaatproblemen  hebben gehad, dagelijks een aspirientje te laten slikken. Dat schrijven internisten van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) vandaag in een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG).

Weliswaar wordt het risico van hart- en vaatziekten er minder door, maar nadelen als een grotere kans op maagbloedingen wegen daar niet tegen op, zeggen ze op basis van literatuuronderzoek. Twee weken geleden kwamen Britse onderzoekers van de universiteit van Oxford in The Lancet tot een vergelijkbare conclusie voor de hele bevolking: ‘De gezondheidsvoordelen van preventief slikken van een aspirientje wegen bij gezonde mensen niet op tegen de nadelen.’

Al ruim tweehonderd jaar is acetylsalicylzuur, een veredeld wilgenbastextract, op de markt als pijnstiller. Zo’n dertig jaar geleden werd ontdekt dat de stof ook het klonteren van bloedplaatjes remt en bloedpropvorming in de bloedvaten kan voorkomen. Uit tientallen onderzoeken blijkt dat plaatjesremming het risico van hart- en vaataandoeningen met meer dan 20 procent reduceert.

Bloedingen vormen de andere kant van de medaille, vooral in maag en hersenen. Of er al dan niet dagelijks een aspirientje moet worden geslikt om bloedpropvorming te voorkomen, is een wankele balans van voor- en nadelen. Bij hartpatiënten levert het slikken van een aspirientje voldoend gezondheidswinst op: zij lopen immers een grote kans opnieuw last te krijgen van hart of vaten. Uit studies blijkt dat zo’n secundaire preventie, het slikken van aspirine, het overlijdensrisico bij deze patiënten flink reduceert.

Stolselvorming

De discussie in kringen van vaatspecialisten gaat over zogeheten primaire preventie: het slikken van een aspirientje zonder dat er gezondheidsproblemen zijn geweest. In de VS krijgt een deel van de diabetici aspirine voorgeschreven. Zij lopen een verhoogd risico van hart- en vaatziekten, is het idee erachter. Maar uit recent onderzoek blijkt dat aspirine bij diabetici minder effectief stolselvorming remt, omdat basale stollingsreacties anders verlopen.

‘Uit veel studies blijkt dat de voordelen bij diabetici vaak niet groot zijn, terwijl er altijd een kans blijft op bloedingen’, zegt vaatspecialist Hugo ten Cate, een van de auteurs van het NTvG-artikel. ‘Bovendien reageert niet elke diabetespatiënt hetzelfde op aspirine: er zijn er die wellicht voordeel hebben, terwijl er ook patiënten zijn die er niets aan hebben, zij slikken zonder dat daar iets voordeligs tegenover staat, alleen maar nadelen.’

Zolang niet individueel kan worden gemeten of aspirine voldoende remmend werkt, is het niet verstandig alle diabetici preventief aspirine voor te schrijven, zegt Ten Cate. ‘Verschillend mogelijkheden worden bekeken. Vermoedelijk is over twee tot vier jaar zo’n individuele benadering mogelijk.’

Ook Britse onderzoekers laten het wankele evenwicht tussen voor- en nadelen doorslaan in een niet-slikadvies. Zij hielden zes grote studies tegen het licht, onderzoeken waarbij in totaal 95 duizend gezonde mensen zonder hart- en vaatgeschiedenis gemiddeld zes jaar waren gevolgd. ‘Nadelen als bloedingen wegen niet op tegen voordelen. Gezonde mensen met een klein risico van hart-en vaatziekten hebben geen slikvoordelen’, schreven epidemiologen van de universiteit van Oxford eind mei in The Lancet.

De kans op hart- en vaataandoeningen is niet voor ieder gezond mens hetzelfde: bij jongeren ligt dat risico onder het gemiddelde, bij ouderen is het bovengemiddeld. Sommige specifieke groepen hebben wél baat bij preventief slikken, nuanceert Ale Algra van het Julius Centrum van het UMCU het beeld in dezelfde Lancet van twee weken geleden.

‘Onder meer gezonde ouderen boven de 70 jaar; leeftijd is per slot van rekening een risicofactor’, zegt hij. ‘En ouderen boven de 60 jaar met een extra risicofactor als hoge bloeddruk of een flink hoog cholesterolgehalte.’ […]

Die aspirine die men perse aan de polypil wil toevoegen vanwege cardiovasculaire winst, bevordert dus helemaal niet de gezondheid van nog steeds gezonde 55-plussers. Dagelijks gebruik van aspirine kan leiden tot een zodanige lage spiegel van vitamine C dat er bloedingen in het maagdarmstelsel kunnen optreden. In simpele taal uitgedrukt: van die polypil kunnen mensen die al laag in hun vitamine C zitten dus ’scheurbuik’ krijgen.

Slimmer zou zijn om in plaats van aspirine gewoon vitamine C aan die – overigens om andere redenen al verwerpelijke – polypil toe te voegen.

Aspirin Myth Busted: It Does Not Prevent Cardiovascular Disease Deaths At All

Onder deze titel ontving ik op 4-5-2010 van NaturalNews.com een verslag van een recente onderzoekspublicatie die ik zonder verder commentaar hieronder zal citeren:

[…] Aspirin is unhelpful in preventing heart-related death in those ‘at risk’ of cardiovascular disease, according to a study published in the Drugs and Therapeutics Bulletin (DTB).

Doctors have long recommended that people who have survived heart attacks or strokes take an aspirin a day in order to reduce their risk of dying from another cardiovascular event. Between 2005 and 2006, however, many health professionals began to recommend the practice in people who had never suffered a cardiovascular event, but who were considered ‘at risk’ to do so – such as those over the age of 50, those with Type 2 diabetes or those with high blood pressure.

‘Current evidence for primary prevention suggests the benefits and harms of aspirin in this setting may be more finely balanced than previously thought,’ said DTB editor Ike Ikeanacho, ‘even in individuals estimated to be at high risk of experiencing cardiovascular events, including those with diabetes or elevated blood pressure.’

A recent meta-analysis of six prior studies into the risks and benefits of a daily aspirin in people considered ‘at risk’ of cardiovascular disease found that heart benefits of the treatment were minimal, and were far outweighed by the increased risk of potentially fatal gastrointestinal bleeding.

‘For those who do not have heart and circulatory disease the risk of serious bleeding outweighs the potential preventative benefits of taking aspirin,’ agreed the British Heart Foundation. ‘We advise people not to take aspirin daily, unless they check with their doctor. The best way to reduce your risk of developing this disease is to avoid smoking, eat a diet low in saturated fat and rich in fruit and vegetables and take regular physical activity.’

The DTB called for the revision of guidelines on daily aspirin use, and for a review of all patients currently undergoing daily aspirin treatment […]

Bloedingen van het maag-darmstelsel en de hersenen door aspirine

Dat aspirine bij regelmatig gebruik kan leiden tot bloedingen van het maag-darmstelsel en de hersenen wordt veroorzaakt door het feit dat aspirine aluminium bevat.

Dit werd begin 2012 tijdens een voordracht opgemerkt door prof. Exley.

Aspirine is een snel werkende pijnstiller juist omdat het aluminium bevat. Aluminium veroorzaakt – door elektroforese vanwege zijn elektroactiviteit – perforatie van celmembranen en daarom kunnen de werkzame bestanddelen van aspirine snel binnenkomen in de cellen.

Maar……de elektroforese van celmembranen  leidt er niet alleen toe dat lichaamsvreemde stoffen makkelijk in de cellen kunnen doordringen, maar ook dat de wanden van bloedvaten en slijmvliezen doorlaatbaarder worden doordat hier gaatjes in vallen. Bij chronisch slikken van aspirine blijft deze perforatie van celmembranen – en dus ook van bloevatwanden – in darmen, maag en hersenen continue bestaan en breidt zich zelfs ook nog uit.

Daarom kan het gebeuren dat op zeker moment er interne bloedingen optreden in de maag en darmen en soms ook in de hersenen.

De dubbele verlaging van zink – bij 55-plussers bij wie de zinkspiegel toch al lager wordt door veroudering – is heel gevaarlijk. Zink is namelijk ook onmisbaar voor het functioneren van het cytochroom-C-mechanisme, zoals staat te lezen op bladzijde 369 van het Drug-Induced Nutrient Handbook uit 2001.

Cytochroom-C is zeer belangrijk voor het elektronentransport en de mitochondriale energievoorziening. Zonder cytochroom-C is geen leven mogelijk en verlaging van de beschikbaarheid van zink – en daardoor ook van cytochroom-C – kan de gezondheid ernstig schaden.

De dubbele verlaging van kalium door de polypil zal ook kunnen leiden tot demineralisatie van de botten plus de ontwikkeling van het metabool syndroom en diabetes. En dat zijn dingen die toch al op de loer liggen bij het ouder worden. Ik citeer hiervoor even uit een onderzoeksverslag dat ik op 21-8-2009 ontving via NaturalNews.com:

[…] Drinking Cola Causes Muscle Weakness, Bone Loss

People who drink more than two quarts of cola per day may induce severe and possibly fatal  potassium deficiency, according to a study conducted by researchers from the University of Ioannina, Greece, and published in the International Journal of Clinical Practice.

“We are consuming more soft drinks than ever before, and a number of health issues have already been identified including tooth problems, bone demineralization and the development of metabolic syndrome and diabetes,” researcher Moses Elisaf said. Ëvidence is increasing to suggest that exessive cola consumption can also lead to hypokalemia, in which the blood potassium levels fall, causing an adverse effect on vital muscle functions.”

Researchers reviewed the cases of several patients who had consumed between two and 10 quarts of cola per day, including two pregnant women. One of these, a 21-year-old who drank as much as three quarts per day, was admitted to the hospital for persistent vomiting, fatigue and appetite loss. The other was admitted after drinking seven quarts per day for 10 months and suffering from progressive weakening of het muscles.

Both women recovered after they stopped drinking cola and were treated with intranenous or oral potassium.

Potassium plays a critical role in the functioning of the body’s nerves, muscles and heart. Critical deficiency like that experienced by the patients in the University of Ioannina study can lead to cramping, paralysis, irregular  heartbeat and even death. In one of the cases studied, a man suffered lung paralysis after drinking 10 quarts per day […]

Niet alleen gebruik van ovematige hoeveelheden coca cola leidt tot kaliumgebrek, maar ook het gebruik van statines door brave oudere mensen die in hun jonge jaren nooit cola dronken.

Daarom moeten we de verschijnselen uit het bovenstaande extrapoleren naar de mensen die straks de polypil (moeten) gaan gebruiken.

Verlaging van magnesium is ook niet zonder nadelige gevolgen. Extra magnesium wordt uitgescheiden bij stress, ziekte, suiker- en alcoholgebruik, bij veel Na, Ca en vit. D, bij het gebruik van diuretica en hartglycosiden.

Hieronder volgen de functies van magnesium in het lichaam:

  • Magnesium is betrokken bij de beenvorming.
  • Het speelt een rol bij de opbouw van lichaamseiwitten. Het is activator van veel enzymen, het is betrokken bij de koolhydraat-, vet-, eiwit-, spier- en nucleïnezuurstofwisseling en in de ademhalingsketen. Voorbeelden: het is co-factor voor co-carboxylase en co-enzym A, het is activator voor fosfatasen.
  • Het is betrokken bij de prikkelbaarheid van spieren en zenuwstelsel en de regeling van de hartspiercontractie. Is de Mg-concentratie in het serum laag, dan is de prikkelgevoeligheid hoger (tetanie). Het verlaagt de prikkelgevoeligheid nog meer dan calcium. Geeft men injecties met Mg-zouten, dan treedt verdoving op, waarbij prikkeling van motorische zenuwen geen spiercontractie meer geeft.
  • Magnesium werkt zowel op het centrale als op het perifere zenuwstelsel. Centraal werkt het kalmerend, perifeer blokkeert het de overschakeling tussen zenuw- en spierweefsel.

Tekort aan magnesium leidt dus tot tal van functiestoornissen en daarnaast ook tot osteoporose.

Op 4-8-2009 ontving ik van NaturalNews.com een artikel onder de titel Magnesium is the Underrated Master Mineral. Ik zal de inleiding hiervan even citeren:

[…] Magnesium is a very underrated, virtually ignored mineral for our diets, yet it is the most crucial and essential to over 300 bodily biochemical and cellular metabolic processes. It has been called the ‘Master Minral’ because of its central importance to so many cellular functions and proper body glucose balance. Because of poor topsoil conditions and poor eating habits, almost everyone is magnesium defiient to some extent.

The mineral that gets the most attention for supplementattion is calcium. Yet without magnesium, calcium synthesis into bones and teeth is drastically impaired. Cardiovascular and neurological issues are slao prone to surface. It’s estimated that most people have a ratio of calcium to magnesium at 3 to 1 higher, but the ideal ratio is close to 2 to 1, actually 10 to 4. In other words, your body should have about half as much magnesium as calcium.

All the symptoms related to magnesium deficiency can overlap with other health issues. So it is confusing to determine magnesium deficiency by symptoms alone.

Weakness, inappropriate fatigue, irritability, muscle spasms or twitches, muscle aches, light or sound sensitivity, chronic constipation, and ‘restless leg syndrome’, where either the legs or arms have weird sensations that van only be relieved by often changing their position, are usually directly related to magnesium deficiency […]

Juist oudere mensen met een al wat geringere magnesium-status moet men dus absoluut niet opzadelen met een daling van de magnesiumspiegel, want dan zullen we en toename zien van bovengenoemde aandoeningen, die toch al een grotere incidentie kennen onder ouderen.

Grotere infectiegevoeligheid

Q10, zink en melatonine zijn noodzakelijk voor een goed werkend immuunsysteem. Als er een tekort ontstaat van deze drie stoffen, dan verzwakt het immuunsysteem en wordt niet alleen de kans op kanker groter, maar ook de infectiegevoeligheid voor allerlei virussen en bacteriën. Normaliter zien we bij veel ouderen de kwaliteit van het immuunsysteem al iets achteruitgaan, maar door de polypil wordt dit proces nog verergerd.

De slikkers van de polypil zullen dus ook een makkelijker prooi worden voor griepvirussen en de in de laatste jaren snel om zich heengrijpende ‘ziekte van Morgellon’, die lijkt te worden veroorzaakt door het steeds royaler op de markt komende genetisch gemanipuleerde plantaardige voedsel. Bij deze gentechnieken gebruikt men namelijk vaak een bacterie genaamd Agrobacterium, die ook via natuurlijk vuil (via b.v. tuinieren) kan leiden tot besmetting.

Als tegelijkertijd steeds meer genetisch gemanipuleerd plantaardig voedsel op de markt wordt gebracht en daarnaast het toch al verzwakkende immuunsysteem van ouderen nog verder wordt uitgehold, dan vrees ik dat we kunnen wachten op een epidemie (zelfs pandemie) van de ziekte van Morgellons (zie bespreking van deze ziekte in de grote studie).

Ik heb zelfs het vermoeden dat HIV/aids niet zo wild om zich heen had gegrepen als de immuunstatus van de mensheid beter was geweest. Zoals ik al eerder weergaf, zijn melatonine en Q10 verantwoordelijk voor een goede immuunstatus – lees T-cel-immuniteit. Door de overvloed aan farmaceutische middelen die Q10 en melatonine verlagen, is al decennia lang e immuunstatus van de mens benadeeld geworden en dat maakt heel kwetsbaar voor het oplopen van infecties. Interessant is in dit verband een artikeltje door prof.dr. Frank Miedema van het UMC Utrecht in het blad Vrij Nederland van 8-4-2009. Deze internationaal vooraanstaande aidsonderzoeker zegt in dit artikeltje onder meer:

[…] ‘Vanaf 1986 hebben onderzoekers op de klassieke manier geprobeerd een aidsvaccin te ontwikkelen. Een klein beetje van het virus wordt in het lichaam gespoten en de door dit vaccin in het bloed gevormde antistoffen geven bescherming tegen de ziekte. Dit werkt bij polio, rode hond en mazelen. Maar niet bij aids. Het virus bleek te variabel en ontsnapte aan de antistoffen van het vaccin. Vanaf 1993 gingen wetenschappers zich richten op T-cellen – witte bloedlichamen die, wanneer door een vaccin opgewekt, op een andere manier bescherming kunnen bieden tegen infecties. De gedachte om voor de T-cellen te gaan, was opgekomen omdat alleen hiv-geïnfecteerde mensen die lang gezond bleven een goede T-cel-immuniteit bleken te hebben. Het was een grote gok, want geen enkel ander vaccin werkt zo. Het virus kan namelijk wel het lichaam binnenkomen en zich verspreiden, maar gevaccineerde mensen zouden het virus meteen in bedwang houden en niet ziek worden. Proeven bij apen waren positief. Gevaccineerde mensen hadden echter geen lagere virusconcentraties nadat ze geïnfecteerd waren […]

We zien drie observaties:

  • mensen met een goede immuunstatus blijven lang gezond na een hiv-infectie
  • proeven met een vaccin bij apen waren positief
  • gevaccineerde mensen hadden geen baat en de infectie breidde zich uit.

En in het licht van dit supplement over depleties door farmaceutische middelen zijn deze drie observaties ook heel consistent met elkaar:

  • Door de grote hoeveelheden farmaceutische middelen – inclusief vaccins – die mensen al vanaf hun geboorte krijgen toegediend hebben de meeste mensen ook last gekregen van depleties van één of meer stoffen die van essentieel belang zijn voor een goede immuunstatus. Van de meeste mensen is de immuunstatus dan ook niet optimaal tot ronduit slecht. Ook genotsmiddelen zoals cafeïne, nicotine en alcohol verlagen de immuunstatus door verlaging van melatonine.
  • Apen maken geen gebruik van genotsmiddelen en worden ook niet volgestopt met allerlei pijnstillers, zoveel vaccins, slaapmiddelen, antidepressiva, antihypertensia, statines, enz.  Daarom zullen apen veel minder of geen depleties hebben van stoffen die essentieel zijn voor een goede immuunstatus. Geeft men apen dus een vaccinatie en infecteert men ze vervolgens met HIV, dan is het niet de op de T-cel-immuniteit gerichte vaccinatie die ervoor zorgt dat ze niet ziek worden en de infectie onder controle houden, maar gewoon hun eigen goede immuunstatus.
  • Geeft men mensen zo’n vaccinatie dan gebeurt er niets omdat de T-cel-immuniteit primair afhankelijk is van de essentiële stoffen zoals zink, melatonine en Q10. Als daar door één of meer depleties iets aan schort, dan blijft de immuunstatus zwak en zal de infectie niet onder bedwang gehouden kunnen worden. Alle vaccinaties ten spijt.
  • Van de grote populatie HIV-geïnfecteerden worden de meeste meeste mensen na verloop van tijd ziek. Alleen een kleine groep die al voor de HIV-infectie een goede immuunstatus had en behoudt zal in staat zijn om de infectie onder controle te houden en (heel lang) gezond te blijven. Pas als door het ouder worden de spiegels van zink, melatonine en Q10 lager worden kan de infectie zich uitbreiden. En dat is ook wat de praktijk laat zien.

Misschien zou het verstandig zijn om HIV-positieve mensen suppleties te geven met zink, melatonine en Q10 om in ieder geval hun immuunsysteem in optimale conditie te brengen en/of te houden en ze daarnaast zo min mogelijk depletie-veroorzakende medicijnen en genotsmiddelen te laten gebruiken. Maar daar is bij mijn weten nog nooit een regulier onderzoek naar verricht. Daar hoeven we niet op te hopen ook, want de uitslag van zo’n onderzoek zal – hoe die ook uitpakt – nooit geld in het laatje brengen bij de farmacie en dat is de enige reden waarom andere onderzoeken – hoe kostbaar ook – wel worden uitgevoerd.

Polypil veroorzaakt indirect ook een gebrek aan vitamine D

Cholesterol is nodig om in de huid vitamine D te vormen. Omdat cholesterolverlagende statines op een indirecte manier ook nog eens viamine D – en daardoor ook fosfor en calcium – verlagen, zijn op statines – net zoals bij vaccinaties – ook nog eens de reeds genoemde risicovolle effecten van gebrek aan vitamine D, calcium en fosfor van toepassing.

Bij veel ouderen neemt de eigen aanmaak van vitamine D al af, hetgeen hen ook gevoeliger maakt voor botbreuken. Op 13-6-2009 publiceerde NaturalNews.com een verslag over enkele studies naar de relatie tussen vitamine D en osteoporose en rugpijn. Ik citeer er een stukje uit:

[…] In 22 studies of vitamin D, conducted with 3,670 participants, 48% of those with musculoskelatal pain displayed vitamin D deficiencies. With supplementation, almost all reported a lessening or complete elimination of bone and muscle pain. Another study of 360 participants with back pain showed that all had insufficient levels of vitamin D, and 95% showed relief  after three months of supplementation, assuming there was no injury, such as a slipped disc. A study at the University of Minnesota noted that the majority of those with severe deficiency were under the age of 30. Studies of over 40,000 participants taking vitamin D showed a reduction in hip fractures by 18% […]

Omdat de polypil – door zijn aandeel van cholesterolverlagende statines – ook leidt tot verlaging van vitamine D, zal deze straks via richtlijnen voorgeschreven pil voor iedereen boven de 55 jaar en allerlei risicogroepen kunnen leiden tot een enorme toename van botbreuken  door osteoporose, pijnen aan het bewegingsapparaat, kanker en andere aan vitamine D-deficiëntie  gerelateerde aandoeningen. Omdat T-helpercellen receptoren bevatten voor vitamine D, zal gebrek aan deze vitamine – door gebruik van de polypil – ook leiden tot verzwakking van het immuunsysteem, waardoor de infectiegevoeligheid toeneemt.

De relatie tussen calcium en vitamine D

Hieronder volgt een fragment uit een publicatie over het belang van calcium:

[…] When ultra-violet light hits the skin and eyes, it creates a chemical reaction with a vitamin-D-precursor called 7-dehydrocholesterol. Once this chemical reaction occurs, the result is a fatty substance called Cholecalciferol. Cholecalciferol is processed through the liver and then the kidneys where calciferol, or vitamin-D, is created for the body use in the digestion of calcium. Conversely, putting on sunscreen stops about 95% of ultraviolet light from being ansorbed into the skin and significantly hinders the body’s ability to create Vitamin D; so don’t put that sunscreen on right away, wait for a few minutes.

When you take in bioavailable calcium through foods like yoghurt, milk, spirulina and dark green, leafy vegetables the hydrochloric acid in the stomach breaks it down to its ionized state. After it leaves the stomach en moves on to the small intestine it interacts with vitamin-D and other calcium binding proteins where it is absorbed through the intestine wall and is taken to two places in the body. 99% of the calcium is placed in the bones; the final 1% of calcium left over is placed into the blood and plays a very important role in the body – the bioelectric operation of every single cell […]

Op 28-5-2009 kreeg ik een onderzoeksverslag binnen van NaturalNews.com, waaruit blijkt dat juist voor een goed cognitief functioneren van ouderen – dus de primaire doelgroep voor de polypil – vitamine D onontbeerlijk is. Ik citeer een deel uit dit verslag:

[…] Vitamin D keeps Minds of Older Men Sharp, and Fights Asthma Too

Getting a little hazy mentally and losing some cognitive function doestn’t necessarily have to happen as you grow older. Evidence continues to mount that exposing yourself regularly to a healthy dose of regular sunshine and eating certain vitamin-rich fish can help keep brains sharp – especially those of middele-aged and older man. 

The latest data comes from a new study just published in the Journal of Neurology, Neurosurgery and Psychiatry by University of Manchester scientists in collaboration with colleagues from other European centers. The researchers compared the cognitive performance of more than 3,000 men between ages of 40 to 79 years at eight test centers.

They found that the middle-aged and older men with the higher levels of vitamin D, primarily synthesized in the skin after exposure to sunshine and slao found in certain foods such salmon, showed the best cognitive function. In fact, the men with higher levels of vitamin D performed consistently better in a simple and sensitive neuropsychological test that documents an individuals attention and speed of information processing.

“Previous studies exploring the relationship between vitamin D and cognitive performance in adults have produced inconsistent findings but we observed a significant, independent association between a slower information processing speed and lower levels of vitamin D,” said lead author DR. David Lee, of Manchester’s School of Translational Medicine, ina statemant to the media. “The main strenghts of our study are that it is based on a large populaion sample and took into account potential interfering factors, such as depression, season and levels of physical activity.”

The most unexpected finding of the study was that increased vitamin D and faster information processing was more strongly associated in men over the age of 60, although the biological reasons for this remain unclear. Bottom line: the scientists concluded that vitamin D appears to have extraordinarily positive effects on the brain and the study raises th epossibility that the vitamin could minimize aging-related declines in cognition […]

Dit stuk behoeft geen nadere verklaring, behalve dan dat wel begrijpelijk is waarom juist bij mannen boven de 60 jaar er nog een sterker verband is tussen de kwaliteit van hun cognitief functioneren en de hoogte van hun vitamine D-spiegel.

Bij iedere ouder wordende mens neemt het vermogen tot absorptie en aanmaak van de voor het optimaal (cognitief) functioneren benodigde essentiële stoffen – zoals vitaminen, mineralen en spoorelementen – af. Over de hele linie nemen de spiegels van deze stoffen af. Als dan vitamine D  wel hoog scoort, dan zal deze vitamine de variable zijn die primair is geworden voor het cognitief functioneren. En daarom wordt de relatie tussen de hoogte van de vitamine D-spiegel en de kwaliteit van het cognitief functioneren dan ook sterker.

Door de polypil veroorzaakt gebrek aan vitamine D zal dan ook juist bij de 55-plussers – die de rest van hun leven die polypil moeten blijven slikken – leiden tot een achteruitgang van het cognitief functioneren. En dat is toch iets waar we in een tijd waarin seniele dementie en de ziekte van Alzheimer exponentieel toenemen, niet echt zitten te wachten. Of toch wel?????

Ik kan me zo voorstellen, dat als mensen van ruim 60 jaar door het zich suf slikken van die polypillen zichzelf niet meer cognitief staande kunnen houden, de farmacie – samen met de politiek – wel met een grandioze oplossing zal komen voor dat door henzelf geschapen ‘probleem’.

Alle cognitief niet meer volwaardige mensen worden dan ‘opgehokt’ in een soort van ‘zit-lig-batterijen’. De in deze cellen verblijvende ‘zombies’ worden dan dagelijk gevoed en van een bord vol pillen voorzien door robots die daar nu reeds voor ontwikkeld worden. Dat men bezig is om robots te ontwikkelen voor de verzorging van zieken stond half juni 2009 in de krant. Op die manier worden deze – van de farmacie en hun ophokoorden afhankelijk gemaakte – mensen dan nog jaren in leven gehouden teneinde hun dagelijkse bordje pillen te slikken, waardoor de farmaceuten hun winsten tot nog grotere hoogten kunnen zien stijgen. En de kosten van die ‘ziekenverzorging’ moeten dan worden opgebracht door het nog werkende deel van de bevolking dat door allerlei vaccinaties en andere ‘preventieve’ slikkerijen – zoals van statines voor kinderen vanaf 4 jaar – ook alvast rijp wordt gemaakt om vanaf 60 jaar een cognitief gedegenereerd en opgehokt leven te gaan leiden (lijden!).

Versnelde degeneratie door de polypil

Door de polypil worden allerlei functies benadeeld die juist bij de oudere mens – vanaf 50 jaar – onder druk komen te staan door degeneratieve processen en een verminderde absorptie en aanmaak van essentiële stoffen.

De polypil zal daarom leiden tot een snellere degeneratie en infectiegevoeligheid van de oudere mens. Alleen is dit effect nog niet significant meetbaar bij een evaluatie na 12 weken.

Volgens een reactie op een artikel in Achives of Internal Medicine van 22-6-2009 Role of Vitamin B12 in Anemie in Old Age – Reply door Wendy P.J. den Elzen, MSc hebben veel oudere mensen gebrek aan zowel vitamine B12 als ook aan ijzer en foliumzuur. De schrijfster zegt: […] They argue that vitamin B12 deficiency is of importance in old age, as clinical examinations of elderly patients with anemia often reveal combinations of iron, folate, and vitamin B12 deficiency that are easily treated ny oral or parenteral supplementation […]

De ouder wordende mens zal niet gediend zijn bij het slikken van die nog meer depleties veroorzakende polypil, maar de farmacie des te meer, want voor al die degeneratieve verschijnselen moet natuurlijk ook weer een medicijn geslikt worden enz.

In november 2008 werden de resultaten van de Jupiter-studie bekend gemaakt en daaruit bleek dat 1 op de 167 actieve deelnemers aan deze studie (met Crestor) nog eens extra diabetes ontwikkelde in vergelijking met de controlegroep. Op een totaal van ruim 5 miljoen 55-plussers zullen dan dus nog eens 30.000 mensen meer diabetes krijgen dan zonder die polypil. Tel uit je winst!!!

Die test duurde slechts een paar jaar, maar dat slikken gaat verder levenslang duren en daar komen elk jaar weer nieuwe slikkers bij. Het zal dus op termijn om nog meer mensen gaan.

En misschien is de overheid hier ook wel blij mee. Want hoe eerder ouderen versleten en dement zijn geworden, des te eerder kunnen ze willoos in lagen worden opgehokt in steeds compactere ‘verzorgingsoorden’. Hoe meer je deze mensen bij elkaar stopt in de daartoe ontwikkelde ‘kennels’, hoe meer ze elkaar kunnen infecteren met allerlei virussen en bacteriën die vanwege hun uitgeholde immuunsystemen vrijwel ruim baan krijgen. Dit zal de doorstroming in deze opberg-oorden versnellen en ertoe leiden dat velen geen erg hoge leeftijd zullen bereiken. En dat scheelt natuurlijk weer veel kosten

voor de ‘grijze golf’ die als een dikke grijze wolk boven de natie hangt.

Op 28-09-2015 ontving ik een nieuwsbericht van het Pharmaceutisch Weekblad met de kop ‘Statines versnellen veroudering’. Ik zal het bericht even citeren:

[…] Statines versnellen het verouderingsproces. Dat verklaart wellicht enkele veel voorkomende bijwerkingen, zoals geheugenverlies, spierproblemen, staar en het verhoogde risico op diabetes.

Dat stellen onderzoekers van de Tulane University in het Amerikaanse New orleans. Statines zijn net als in de Verenigde Staten het meest gebruikte medicijn bij een verhoogd cholesterolniveau. Het onderzoek is gepublicerd in The American Journal of Physiology.

De wetenschappers verzamelden stamcellen van jonge gezonde vrijwilligers (gemiddeld 38 jaar) en oudere gezonde vrijwilligers (gemiddeld 56 jaar). Al na enkele weken waren er grote effecten te zien van de twee verschillende typen statines. Stamcellen bleken minder goed in staat om beschadigde cellen te repareren en om nieuwe cellen aan te maken. Bij ouderen waren de gevolgen groter dan bij de jongeren.

“Statines verminderen aanzienlijk het vermogen van stamcellen om te groeien en om nieuwe cellen aan te maken”, concludeert Eckhard Alt, directeur van de cardiovasculaire onderzoeksgroep van het Tulane Heart en Vascular Institute in New Orleans. “In de hersenen kan het gebrek aan nieuwe zenuwcellen resulteren in geheugenverlies en vergeetachtigheid. In gewrichten kan het ontbreken van de aanmaak van kraakbeen leiden tot osteoporose.”

Alt raadt patiënten aan met de dokter goed de voor- en nadelen te bespreken van het gebruik van een statine […]

De invoering van de polypil lijkt een goede deal: de farmacie strijkt gigantische winsten op en de overheden raken op ‘fatsoenlijke’ – want bezorgde – wijze af van het gigantisceh probleem van de vergrijzing.

En net op het moment dat die polypil zijn entree gaat maken wordt de Codex Alimentarius van kracht, waardoor het erg moeilijk gaat worden om te compenseren voor de door deze pil veroorzaakte depleties, omdat voedingssupplementen door die C.A. zoveel mogelijk in de ban zullen worden gedaan.

Dat werkt dan dubbelop de eliminatie van de grijze golf in de hand. Niet alleen kan door supplementen dan niet meer worden gecompenseerd voor het normale ouder worden, maar ook kan er niet meer worden gecompenseerd voor de door de pil veroorzaakte depleties.

Statines ter preventie tegen longontsteking verhogen juist het risico op longontsteking

In het voorgaande betoogde ik al dat de preventieve polypil – met daarin o.a. statines  – juist de kwaliteit van het immuunsysteem ondermijnt en de infectiegevoeligheid verhoogt.

Op 5-8-2009 ontving ik een artikel van NaturalNews.com, dat op 14-7-2009 voor het eerst werd gepubliceerd: Statins Given toprevent Pneumonia in Elderly Actually Increase Pneumonia Risk by 61 Percent. Ik citeer een stuk hieruit:

[…] Published reports say that between 11 million to 30 million Americans are taking the supposedly wonder drugs called statins. These cholesterol lowering medications brought in over $34 billion in sales last year and have raked in a quarter of a trillion dollars since they were introduced two decades ago, according to a report published by Forbes last last fall. But this market is apparently not big enough to satisfy Big Pharma. The drugs, which are sold under familar names like Lipitor, Vitorin, Zocor, Zetia, Crestor and others, are beginning to be pushed for reasons other than ;owering cholesterol – including the alleged prevention of pneumonia.

If this use of the drug doesn’t seem to make sense to you, you aren’t alone. In fact, giving statins to elderly people to prevent pneumonia increases the risk they will get the disease.

That’s the new finding from a study of more than 3,000 Group Health patients recently published in the British Medical Journal. “Prior research based on automated claims data had raised some hope – and maybe some hype – for statins as a way to prevent and treat infections including pneumonia,” Sascha Dublin, MD, PhD, a physician at Group Health and assistant investigator at Group Health Center for Health Studies, said in a statement to the meia. “But when we used medical records to get more detailed information about patients, our findings didn’t support that approach.”

What they found was disturbing: pneumonia risk was 26 percent higher in people using a statin than in those not on the drug. What’s more, the extra risk soared up to 61 percent for severe pneumonia that landed people in the hospital […]

Het zal duidelijk zijn dat de invoering van de polypil voor ouderen beslist niet zal bijdragen aan de preventie van longontsteking, maar dat de slikkers van deze polypil een groter kans hebben om met longontsteking in het ziekenhuis te komen of er zelfs aan te overlijden.

En als de onderzoekers in deze studie rekening hadden gehouden met de depleties die door de afzonderlijke samenstellende stoffen van deze polypil worden veroorzaakt, dan hadden ze deze alarmerende uitkomst – waaraan nodeloos 3000 kwetsbaardere ouderen werden blootgesteld – gewoon van te voren kunnen voorspellen.

Ondanks dat de kennis betreffende de depleties die leiden tot een verzwakking van het immuunsysteem al in 2001 werden gepubliceerd in een medisch handboek, kan het zo zijn dat deze kennis gewoon wordt genegeerd – of weggestopt – zodat in het decennium daarop nog dit soort gevaarlijke trials kunnen worden gehouden.

Hoe Atenolol het cholesterolverlagend effect van Simvastatine weer deels teniet doet

Dat de farmacie en reguliere medische stand kennelijk geen enkel idee heeft van de farmacodynamische eigenschappen van de gecombineerde polypil blijkt uit de observatie dat de polypil het LDL-cholesterol minder verlaagde dan het los geslikte simvastatine. Toch is de verklaring heel eenvoudig.:

Atenolol verhoogt de bloedsuikerspiegel, wat tevens wil zeggen dat er in de cellen minder suikers beschikbaar zijn voor de Krebscyclus waardoor het levensnoodzakelijke ATP wordt gemaakt. Omdat ATP van levensbelang is, schakelen mitochondriën in de cellen darom bij gebrek aan energie over op de vetzuurverbranding, waarvoor cholesterol onmisbaar is. Cholesterol moet de vetzuren naar de cellen helpen vervoeren en dient zelf ook als brandstof.

Daarom gaat de lever – als compensatiemechanisme – bij een onvoldoende energievoorziening door suikers meer cholesterol maken en daardoor wordt de cholesterolspiegel hoger. (Dat wordt ook al enigszins bereikt door het slikken van bloedsuikerverhogende statines (via vermindering van Q10). Maar dat valt niet op omdat de directe verlaging van cholesterol groter is dan de weer indirecte verhoging van cholesterol doordat de bloedsuikers (meer of minder) omhoog gaan. Hier blijft sprake van een netto batig effect.

Doordat er nu een vergelijking optreedt tussen de combinatie van statines plus atenolol en statines alleen, zien we dit compensatiemechanisme wel duidelijker in beeld komen.

De eed van Hippocrates en de 100-jarige chemische leugen

Als we zien welke depleties de polypil kan veroorzaken en welke lichaamsfuncties daardoor kunnen worden benadeeld, dan moet ik er tevens aan denken dat de richtlijn voor het preventief slikken van de polypil wordt ontwikkeld door onder meer mensen die ooit de eed van Hippocrates (af een gelofte) hebben afgelegd, waarbij ze ook beloven ervoor te waken dat de aan hen toevertrouwde patiënten geen schade zullen ondervinden van hun medisch handelen.

Hoe kan het dan gebeuren dat – ondanks die gelofte/eed – men in alle ernst van plan is om de polypil in te voeren?

En hoe kan het gebeuren dat de medische stand – indachtig het paradigma van het geen schade berokkenen – al 100 jaar bezig is om de mens allerlei kunstmatige chemische stoffen – dus toxines – aan te bieden, onder de uitroep dat alle medicijnen nu eenmaal bijwerkingen hebben? Al honderd jaar worden mensen zoet gehouden met allerlei gifstoffen die hen beroven van allerlei voor een goede gezondheid essentiële stoffen. Aanvankelijk gebeurde dat nog hoofdzakelijk ter bestrijding van daadwerkelijke ziekten, maar tegenwoordig levert dat kennelijk niet meer genoeg op en heeft men de strategie ontwikkeld van ’preventie’ tegen van alles en nog wat. Daartoe wordt de bevolking eerst angst aangepraat en vervolgens komt men dan met de – godzijdank recent ontwikkelde – oplossing in de vorm van steeds meer preventieve sliksels en spuitsels, die op termijn weer leiden tot de roep om medicatie tegen de daardoor ontwikkelde aandoeningen