Rusteloze benen

In Trouw (de Verdieping) van 17 mei 2019 las ik in een artikel van Judith Harmsen dat ruim een op de twintig Nederlanders last heeft van rusteloze benen. Door onaangename tintelingen is het simpelweg onmogelijk om stil te zitten. Toch is er nog weinig bekend over deze aandoening. Wat weten we wel en wat wordt nog onderzocht?

Patiënten zeggen dat het voelt alsof er wormen door de benen kruipen. Of alsof er mieren door de bloedvaten marcheren. Of bruisende cola door de aderen stroomt. Wie last heeft van rusteloze benen kan door onaangename tintelingen de benen onmogelijk stilhouden. Duizenden Nederlanders worden door het zogenoemde Restless Legs Syndrome (RLS) regelmatig uit hun slaap gehouden. Maar onderzoekers hebben nog veel vragen over deze aandoening. RLS is een neurologische aandoening, waarvan de precieze oorzaak onbekend is. “Maar er zijn natuurlijk wel hypotheses”, vertelt Roselyne Rijsman, neuroloog en somnoloog bij het Haaglanden Medisch Centrum (HMC). “De huidige hypothese is dat RLS wordt veroorzaakt door een verstoring in het neurotransmittersysteem, die ervoor zorgt dat signalen uit de hersenen van zenuw naar zenuw worden overgedragen.” Patiënten met RLS ervaren een vervelende sensatie in de benen en de onbedwingbare neiging die te bewegen. De ene patiënt beschrijft de sensatie die optreedt bij RLS als tintelingen, de ander als jeuk en de derde als ‘een brandend gevoel’. De klachten zijn ’s avonds het ergst en treden vooral op als de patiënt rustig zit of ligt. Bewegen geeft verlichting.

Er zijn zelfs medicijnen waarvan bekend is dat ze ‘rusteloze benen’ kunnen uitlokken.

En dat zijn dan medicijnen die leiden tot verlaging van de zinkspiegel, zoals ik in dit item zal uitleggen. In 2001 verscheen het Drug-Induced Nutrient Depletion Handbook ( Ross Pelton en collega’s) op de markt dat voor een grote verscheidenheid van medicijnen laat zien welke noodzakelijke nutriënten hierdoor worden verlaagd, met gebreksziekten als gevolg. In dat boek staan 99 medicijnen die zinkverlagend werken.

Over het Restless Legs Syndrome bestaat niet erg veel literatuur, maar ik vond een tamelijke recente studie uit 2017 die een helder licht werpt op dit item.

Restless Legs Syndrome: From Pathophysiology to Clinical Diagnosis and Managment, published online 2017 Jun 2. In Front Aging Neuroscience 2017; 9: 171, door Shiyi Guo en collega’s.

Ik citeer even de Background van deze studie:

[…] The symptoms of the RLS were first described by Willis (1685) and then published by Ekbom (1960). Despite being introduced hundreds of years ago, it ’s still a poorly recognized disorder because of the unclear pathophysiology and relatively low morbidity, resulting in limited recognition by primary care physicians and common misdiagnosis and under-diagnosis. RLS is considered as a common neurological sensorimotor disorder that manifests as an irresistible urge to move the body tot relieve the uncomfortable sensations. There’s a significant circadian rhythm of the RLS, as it commonly worsens at night […]

Pathophysiology
The pathophysiology of RLS is still partially understood. The most accepted pathways include genetics variants, abnormal iron metabolisms, dopaminergic dysfunction, and central opiate system.

Iron
It’s widely accepted that the local brain iron level plays an important role in RLS pathophysiology, however, the mechanism is still unclear. Recent studies demonstrated that the iron deficiency in brain was related to the function of blood-brain interface, as BBBs endothelial cells acted as an iron reservoir for the brain. A dysfunction of iron regulatory protein in the microvasculature incited dysregulation of iron transport across the BBB, resulting in a decrease of iron storage in endothelial cells (Lee et al., 2001). Biochemical studies on the effect of iron in brain indicated that several proteins containing iron were included in various processes like oxidative phosphorylation, oxygen transportation, myelin production and the synthesis and metabolism of neurotransmitters (Ward et al., 2014). Therefore, iron deficiency can lead to cellular damage by oxidation and modification of cellular compounds such as lipids, carbohydrates, protein, and DNA from hydroxyl radical production (Ward et al., 2014). The interactions between impaired neuronal iron uptake and the functions of the neuromelanin-containing and dopamine-producing cells play important roles in RLS pathophysiology (Michaud et al., 2004). Decreased extracellular dopamine, DAT, D1 and D2 receptors are found in iron deficiency, indicating that iron affect the brain dopaminergic transmission in different ways (Dauvilliers and Winkelmann, 2013).

Dopamine
A large number of pharmacological studies and clinical findings have provided evidence for the important role of dopaminergic system dysfunction in RLS (Winkelmann et al., 2001Paulus and Trenkwalder, 2006Galbiati et al., 2015). An improvement of RLS symptoms was found in patients receiving low-dose dopaminergic medications (Paulus and Trenkwalder, 2006Galbiati et al., 2015) while a worsening of RLS symptoms in patients receiving dopamine antagonists (Winkelmann et al., 2001). The need for dopaminergic agonists to cross the BBB to be effective in RLS symptoms indicated that dopaminergic system in central nervous system was entailed in RLS pathophysiology rather than in peripheral nervous system (Garcia-Borreguero and Williams, 2014). Tyrosine hydroxylase is a rate-limiting step enzyme for the conversion of levodopa to dopamine. As iron is a cofactor of this enzyme, iron deficiency can alter the dopaminergic system in the brain (Dauvilliers and Winkelmann, 2013). Dopaminergic A11 cells, located in the midbrain and close to hypothalamus, have long axons and project diffusely throughout the spinal cord (Clemens and Hochman, 2004). They are the major source of dopamine in spinal cord. A11 cells arrive in the dorsal horn, then project to the motoneuronal site (Holstege et al., 1996). It’s found that stereotaxic bilateral 6-hydroxydopamine lesions into the A11 nucleus can result in an increased average number of standing episodes and total standing time comparing to the sham rats (Ondo et al., 2000), suggesting an important role of A11 dopaminergic cells in pathophysiological pathways in RLS. A significantly decreased N-acetylaspartate, creatinine ratio, and N-acetylaspartate concentrations were found in the medial thalamus of RLS patients in a recent study using proton magnetic resonance spectroscopy (Rizzo et al., 2012). Functional MRI and PET studies concluded an important role of medial thalamic nuclei in RLS pathophysiology. The medial thalamic nuclei are part of the limbic system, which is modulated by dopaminergic afferents. Another study found thalamic activity changes in the thalamocotrical circuit (Goulart et al., 2014). Therefore, it was hypothesized that the dopaminergic dysfunction might lead to an impairment of the medial pain system (Garcia-Borreguero and Williams, 2014Goulart et al., 2014) and then caused the uncomfortable symptoms of RLS. Pharmacological studies also demonstrated that opioids had a protective effect in some RLS patients. An in vitro study in rats found that iron deficiency can cause cell death, mainly dopaminergic cells in substantia nigra and opioids could protect them from cell death under the condition of iron deprivation (Sun et al., 2011). The authors concluded from this result that an intact endogenous opioid system and opioid treatment could prevent the dopamine system from dysfunction in iron deficiency patients (Sun et al., 2011). A study of tsDCS in RLS patients showed supportive evidence of spinal cord hyperexcitability (Heide et al., 2014).

Uit het voorgaande blijkt dat dopamine een belangrijke rol speelt bij het RLS, dat gekenmerkt wordt door overprikkeling van het CZ (centrale zenuwstelsel). Dus kijken we hieronder eerst nog even naar dopamine, zoals beschreven in een oudere studie van me.

Zink, vitamine D, dopamine en psychoses

[…] Drugs als cocaïne en medicatie zoals methylfenidaat vertragen de recycling van dopamine, waardoor een overstimulatie van de dopaminebanen (vooral het mesolimbische circuit) plaatsvindt. Deze drugs stimuleren eveneens zogeheten opiaatreceptoren. Hun cellen hebben de eigenschap dat zij de inhiberende werking van bepaalde neurotransmitters (zoals GABA) opheffen […]

[…] Het belang van de neurotransmitters GABA en glutamaat blijkt uit onderzoek naar de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor de behandeling van schizofrenie […]

Psychoses kunnen ontstaan als er in de kleine hersenen een tekort aan de inhiberende (prikkeldempende) neurotransmitterstof GABA optreedt. En ik denk dat bij dit tekort aan GABA o.a. zink en vitamine D een rol kunnen spelen. Beide stoffen zijn immers betrokken bij de aanmaak van dopamine. Maar hoe zou dit werkingsmechanisme dan kunnen verlopen?

Eerst wil ik nog even opmerken dat een te lage spiegel van vitamine D leidt tot een verlaging van de zinkspiegel. Ik zal beginnen met een fragment uit een al oudere studie:

De mogelijke relatie tussen koemelk-caseïne en schizofrenie en autisme
Onderzoeksresultaten aan de universiteit van Florida (1999) lieten  zien dat koemelk door de caseïne die daarin aanwezig is darmklachten kan geven. Helaas beschik ik niet over uitgebreidere informatie zoals een onderzoeksrapport. Het over dit onderzoek gepubliceerde artikeltje vertelt het volgende:

Normaal wordt deze koemelk-caseïne in het maagdarmkanaal afgebroken, maar bij sommige mensen gebeurt dit echter niet. Nu vermoedt men een relatie tussen deze gestoorde caseïne-afbraak en schizofrenie en autisme.

Als die koemelk-caseïne namelijk niet wordt afgebroken in het maagdarmkanaal, dan ontstaat een morfine-achtige stof die hersencellen negatief beïnvloedt. Men heeft die ‘koemelk-morfine’ aangetroffen op die plekken in het brein die betrokken zijn bij schizofrenie en autisme.

Bij 81 procent van de onderzochte autistische en schizofrene kinderen vindt men 100 maal de normale hoeveelheid van deze koemelk-morfine – in de vorm van peptiden (afbraakproducten van proteïnen) – in het bloed en de urine. Morfine is een opiaat.

Opiaten als morfine en heroïne passen op receptoren die zich normaal aan endorfinen en enkefalinen binden. Dat brengt het ‘beloningscircuit’ in werking dat de plotselinge toestroom van dopamine veroorzaakt.

Bij een dieet zonder melk- en melkproducten vertoonden 8 van de 10 patiënten plots geen symptomen meer. Na drie dagen is de koemelk-caseïne uit het biologisch systeem verdwenen en zijn de peptideniveaus weer gedaald. Hoewel men dit opmerkelijk vindt, veronderstelt men bij deze aandoeningen toch ook wel een genetische factor.

Hoewel een incidentie van ongeveer 80 procent niet wijst op een algemene primaire oorzaak, lijkt er toch wel een nauwe relatie te zijn. Wellicht is nog een ander mechanisme aan te wijzen.

Met het voorgaande in het achterhoofd denk ik nu dat die koemelk-morfine (opiaten) bindt aan de opiaatreceptoren, waardoor de inhiberende (pikkeldempende) werking van GABA wordt benadeeld. En dat werkt dan weer (door overprikkeling) psychoses in de hand.

Zowel een tekort aan GABA als een melkintolerantie kan gerelateerd zijn aan een zinkgebrek, zoals ik in een andere studie beschrijf. Bij autisme en depressie wordt vaak een verlaagd zink gezien. Dat betekent dat zinkgebrek een onderliggende factor kan zijn voor het ontstaan van psychoses, via een tekort aan (de werking van) het prikkeldempende GABA. Het is algemeen bekend dat GABA wordt gevormd uit glutamine en dat voor die omzetting zink nodig is. Gebrek aan zink zal dus ook leiden tot een tekort aan GABA.

Dopamine daarentegen werkt juist prikkelverhogend en voor de aanmaak daarvan is ook zink nodig. Er blijkt dan dus zink nodig voor voldoende dopamine en voor voldoende GABA.

Koper, zink en GABA

Teveel koper kan de werking van GABA blokkeren. Bij teveel koper zien we altijd een verlaagd zink, dus zinkgebrek. Koper en zink zijn zogenaamde antagonisten. Onderzoek heeft al uitgewezen dat suppletie met voldoende zink ertoe kan leiden dat dit zink het koper van de GABA-receptoren terugdringt, waardoor dat GABA weer normaal zijn prikkeldempende functie kan uitoefenen. (Zinkgebrek leidt op twee manieren tot overprikkeling van het zenuwstelsel.)

Teveel dopamine zou een psychose in de hand werken, terwijl GABA dat op zijn beurt door prikkeldemping moet tegengaan. Dopamine heeft voor zijn vorming voldoende zink nodig, terwijl GABA ook zink nodig heeft om de door dopamine opgewekte prikkels te kunnen dempen.
Voor voldoende dopamine is ook vitamine D nodig, zoals ik eerder al beschreef.

En toen las ik in GGZnieuws van 21 juli 2014 het volgende:

[…] Vitamine D gerelateerd aan psychose
Personen met een psychose hebben – in vergelijking met gezonde leeftijdgenoten – eerder kans op een vitamine D-tekort.

Bij 69 personen die voor het eerst een psychose doormaakten werd de vitamine D-spiegel bepaald. Dit werd vergeleken met en groep van 69 gezonde proefpersonen met eenzelfde leeftijd, geslacht en etniciteit. Er was sprake van een vitamine D-deficiëntie bij een concentratie lager dan 25 nmol/l.

De gemiddelde vitamine D-spiegel was significant lager bij personen die een psychose hadden doorgemaakt in vergelijking met de gezonde proefpersonen  (37 nmol/l versus 54 nmol/l). Bij 35% van de personen mét een psychose was sprake van een vitamine D-tekort. Bij gezonde proefpersonen bedroeg dit percentage 15%. De prevalentie van een inadequate vitamine D-status (tussen 25 en 50 nmol/l was in beide groepen gelijk.

Vitamine D heeft een neuroprotectieve werking. Een tekort aan deze vitamine werd reeds eerder gezien als risicofactor voor het ontstaan van een psychose en schizofrenie.

Andersom hebben personen met psychosen een verhoogde kans op een tekort door onvoldoende blootstelling aan zonlicht en een slechte voedingsstatus.

Crews M., Lally J.L.L., Gaughran F.: Vitamin D deficiency in first episode psychosis: A case-control study, Schizophr Res 2013; 15012-31:533-7 […]

Vervolgens vond ik een stuk van de hand van Honor Whiteman (23-7-2014) dat op 8-8-2014 door Marcel Pol was vertaald voor Anoiksis (Vereniging van en door mensen met een psychosegevoeligheid).

[…] Kan vitamine D-tekort het risico op schizofrenie verhogen?
Onderzoek in het verleden heeft vitamine D tekort in verband gebracht met verhoogde botveroudering, hoger risico op chronische pijn onder mannenn en zelfs een verhoogde kans op overlijden van allerlei oorzaken. Nu suggereert een nieuw onderzoek dat individuen met vitamine D tekort een hoger risico lopen op schizofrenie.

Schizofrenie is een mentale gezondheidsconditie die zo’n 2,4 miljoen Amerikaanse volwassenen treft. Het wordt gekarakteriseerd door hallucinaties, wanen, dysfunctionele gedachten en geagiteerde lichaamsbewegingen. Wat precies de oorzaak is, dat is onduidelijk, alhoewel eerdere onderzoeken hebben gesuggereerd dat onbalans in chemische reacties in het brein, genetica en omgevingsfactoren een rol kunnen spelen.

De onderzoekers van dit laatste onderzoek, inclusief Ahmad Esmailzadeh, PhD, van de Isfahan Universiteit van medische Wetenschappen in Isfahan, Iran, wilden onderzoeken of er een verband is tussen vitamine D tekort en schizofrenie.

Vitamine D is een vet-oplosbare vitamine die in bepaald voedsel wordt gevonden, zoals vette vis. De hoofdbron voor het lichaam is echter de zon. Volgens het team komt schizofrenie meer voor in koudere klimaten met grotere hoogtegraden. Vitamine D wordt voornamelijk beïnvloed door blootstelling aan zonlicht. Dit gegeven heeft hun onderzoek versneld.

Individuen met vitamine D tekort ‘hebben 2,16 meer kans op schizofrenie’

Hun resultaten zijn onlangs gepubliceerd in het tijdschrift Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism (JCEM). Om deze resultaten te bereiken hebben Esmailzadeh en zijn collega’s 19 observerende onderzoeken geanalyseerd. Deze onderzoeken keken naar het verband tusen vitamine D en mentale gezondheidscondities, waaronder schizofrenie.

Alle onderzoeksdeelnemers, inclusief 2.804 volwassenen met of zonder mentale gezondheidscondities, ondergingen bloedonderzoek dat de hoeveelheid vitamine D in hun bloed weergaf. Esmailzadeh zegt dat het onderzoek ‘de eerste uitgebreide meta-analyse is’ om het verband tussen vitamine D en schizofrenie te onderzoeken.

De onderzoekers vonden dat, vergeleken met gezonde deelnemers, individuen met schizofrenie een veel lager niveau van vitamine D in hun bloed hadden.

Rond de 65% van de patiënten met schizofrenie had vitamine D tekort, volgens de onderzoekers. Meer gedetailleerd, ze vonden dat het vitamine D niveau bij individuen met schizofrenie 5,91 ng/ml lager was dan bij gezonde deelnemers. De onderzoekers berekenden dat deelnemers met vitamine D tekort een 2,16 keer hogere kans hadden om schizofrenie te hebben, vergeleken met hen die een normaal niveau van vitamine D hadden.

Reagerend op de bevindingen van het team, zegt Esmailzadeh:

“Er is een groeiende trend in het veld van de voedingswetenschappen om vitamine D te bekijken en zijn relatie met condities als diabetes, kanker, hart- en vaatziekten en depressie.

Onze bevindingen ondersteunen de theorie dat vitamine D een significante invloed kan hebben op psychiatrische gezondheid. Meer onderzoek is nodig om te onderzoeken hoe het groeiende probleem van vitamine D tekort invloed kan hebben op onze algemene gezondheid.”

Esmailzadeh vertelde Medical News Today echter dat het ook mogelijk is dat schizofrenie een vitamine D tekort kan veroorzaken in plaats van het tegenovergesteld effect.

“Door het sterke observationele karakter van onderzoeken uit onze meta-analyses, kunnen we niet sterk stellen dat vitamine D tekort schizofrenie veroorzaakt”, zegt hij.

“Echter bevestigen de bevindingen van twee belangrijke epidemiologische onderzoeken door Mcgrathh en anderen (neo-natale vitamine D status en risico op schizofrenie, en vitamine D toevoeging gedurende het eerste levensjaar en risico op schizofrenie) dat een lager niveau van vitamine D in een vroege levensfase een risicofactor is voor het ontwikkelen van schizofrenie later in het leven.

Ook hebben verschillende onderzoeken met dieren aangetoond dat vitamine D tekort een oorzaak kan zijn van hersenbeperkingen die kunnen leiden tot schizofrenie. Daarom zijn er meer vooruitziende onderzoeken en gecontroleerde klinische testen nodig in dit opzicht.

Esmailzadeh vertelde ons dat de volgende stappen volgend op dit onderzoek kunnen zijn om de rol van vitamine D toevoeging onder schizofreniepatiënten te onderzoeken, of om te kijken naar het verband tussen maternaal en neonataal vitamine D niveau en het risico op schizofrenie later in het leven.

Medical News Today schreef kortgeleden over een onderzoek met muizen dat gepubliceerd is in het tijdschrift Cell Stem Cell, dat gedetailleerd weergaf hoe zekere genetische variaties het risico op schizofrenie kunnen verhogen. Een ander recent onderzoek vond dat een gen met de naam SETD1A een belangrijke rol zou kunnen spelen in de ontwikkeling van schizofrenie […]

Uit deze twee laatste citaten blijkt in elk geval dat gebrek aan vitamine D een rol kan spelen bij psychosegevoeligheid, net zoals zinkgebrek dat ook kan.

Volgens het uit de handel gehaalde Drugs Induced Depletion Handboek zouden er in 2001 reeds 50 reguliere medicijnen bekend zijn geweest die elk leiden tot verlaging van de spiegel van vitamine D.

Dat er bij psychoses wellicht sprake kan zijn van een onbalans tussen dopamine en GABA wordt duidelijk uit het artikel dat op 28-10-2012 verscheen in The Cellular Scale: Dopamine and GABA working together:

[…] Dopamine and GABA working together
Until recently, the neurotransmitters of the brain have thought to be generally separate. That is, if a neuron is inhibitory, it releases GABA, and if it is neuromodulatory, it releases something else, dopamine perhaps. But two new papers show that specific neurons release both GABA and Dopamine. I briefly mention these new findings here.

First a subset of cells that were mainly thought to be GABAergic turn out to release dopamine as well. In 2010, Ibanez-Sandoval et al. found that there are interneurons in the striatum that stain positive for Tyrosine Hydroxylase. Tyrosine Hydroxylase is a precursor molecule needed for the creation of dopamine, and is a telltale sign of a neuron that can make and release dopamine. The autors found that these neurons release GABA and inhibit nearby cells. In this paper they did not confirm that the cells actually release dopamine, just that they have the machinery for it.

This is weird for a few reasons. 1. Why would the striatum need dopamine in its interneurons? The main source of dopamine to this brain region is the substantia nigra pars compacta, and it pretty well covers the entire striatum with dopamine when it wants to. 2. Why would a cell release dopamine and GABA at the same time?

Second the canonical dopaminergic neurons of the substantia nigra turn out to release GABA as well. In 2012, Tritsch et al., found that when stimulated with light, the dopaminergic neurons of the substantia nigra cause inhibitory responses in the cells in the striatum.

The authors did extensive control experiments to make sure that they were indeed seeing GABA release from dopaminergic axons. They used carbon fiber amperometry to measure dopamine, and confirmed that dopamine was being released, and they blocked GABA receptors to make sure that it was GABA that was causing the inhibitory response.

Finally they tested whether these cells were directly releasing GABA or perhaps stimulating other cells that released GABA. They did this by adding TTX, a sodium channel blocker, to prevent action potentials. In this condition, they could still evoke neurotransmitter release by light-based activation of these axons, confirming that these neurons directlyrelease both dopamine and GABA.

So what’s with this mash up?

Within two years it’s been shown that GABA cells might release dopamine and dopamine cells do release GABA. Why? Neither paper speculates much on why GABA and dopamine might be co-released, or what the consequences of such partnership might be.

Ibánez-Sandoval O, Tecuapetla F, Unal B, Shah F, Koós T, & Tepper JM (2010). Electrophysiological and morphological characteristics and synaptic connectivity of tyrosine hydroxylase-expressing neurons in adult mouse striatum. The Journal of Neuroscience: the official journal of the Society for Neuroscience, 30 (20), 6999-7016 PMID: 20484642.

Tritsch NX, Ding JB, & Sabatini BL (2012). Dopaminerge neurons inhibit striatal output through non-cananical release of GABA. Nature, 490 (7419), 262-6 PMID: 23034651 […]

Zelf krijg ik het vermoeden dat de in dit artikel beschreven ontdekking te maken heeft met het beurtelings leven in een droomwereld en in een toestand van waakbewustzijn.

In droomtoestand krijgen we allerlei prikkels ongedempt binnen, maar tijdens ons waakbewustzijn zijn veel van deze prikkels ongewenst en worden als ‘ziekmakend’ ofwel psychose-veroorzakend beschouwd.

Dromen doet de mens meestal in het donker en als men dan bij het licht worden ontwaakt, dan worden deze droomprikkels weer afgeremd doordat de prikkelstimulerende dopaminecellen tevens de gewenste hoeveelheid GABA gaan produceren om alles onder controle te houden.

En als er door teveel GABA sprake is van te weinig prikkels, dan zorgen de GABA-producerende cellen dat er meer prikkelstimulerende dopamine wordt vrijgemaakt om een normaal helder waakbewustzijn te genereren.

Op die manier regelt het brein zelf op een perfecte manier het gezond geestelijk functioneren van de mens. Maar daarvoor heeft het dan wel voldoende zink en vitamine D nodig.

En als het aan zink en/of vitamine D schort, dan gaat dat schitterende zelfregulerende systeem falen en kunnen er depressies en psychoses ontstaan.

Voldoende zink zou leiden tot voldoende dopamine en voldoende GABA. Tekort aan zink leidt tot tekort aan dopamine en tekort aan GABA.

Te kort aan vitamine D kan leiden tot tekort aan dopamine en een groter risico op psychoses. Worden die psychoses dan veroorzaakt door een tekort aan (de werking van) GABA? Of door een tekort aan dopamine plus GABA, die in wisselwerking functioneren? We zien tenslotte ook psychoses optreden bij mensen met een depressie, waarvan de uitkomst was dat een depressie kan worden veroorzaakt door zowel een gebrek aan zink als aan vitamine D.

Misschien is het een idee om mensen met een psychosegevoeligheid  – liefst tijdens hun eerste psychose – te testen op hun spiegels van zink en vitamine D? Bij bewezen tekorten aan zink en/of vitamine D zou dan kunnen worden uitgeprobeerd of suppletie van zink en vitamine D de toestand van deze mensen kan verbeteren.

Als dat inderdaad zo zou zijn, dan kan gestopt worden met de niet ongevaarlijke antipsychotica en ligt er een betere toekomst in het verschiet voor mensen met deze psychosegevoeligheid. Misschien zal dan ook blijken dat het niet waar is wat veel mensen – en ook artsen – denken, namelijk dat het niet mogelijk is om medicatie (antipsychotica) af te bouwen.

Volgens mij zijn depressie en psychosegevoeligheid te zien als vormen van gebreksziekte, namelijk gebrek aan – in elk geval – zink en vitamine D. Gebrek aan zink kan ook veroorzaakt worden door allerlei vormen van stress. Daarom is stressreductie in de vorm van psychotherapie ook een manier om – naast suppletie met zink – de zinkspiegel te normaliseren. Bij de opname van zink en vitamine D uit de voeding (en de aanmaak van vitamine D uit zonlicht) komt ook een genetische component om de hoek kijken.

Het via stressreductie en suppletie normaliseren van de spiegels van zink en vitamine D is niet een vorm van medicaliseren, maar van normaliseren van een gewenste biologische toestand.

Eigenlijk zou het letten op gewenste spiegels van onmisbare nutriënten – zoals vitaminen, mineralen en spoorelementen – op termijn de hele farmaceutische medicalisatie van de geestelijke gezondheidszorg kunnen vervangen. En behalve voor het geestelijk functioneren is normaliseren van onmisbare nutriënten ook heilzaam voor het lichamelijk functioneren. Op deze manier zou de mens dan weer kunnen terugkeren naar een gezonde geest in een gezond lichaam.

Op 7-4-2015 ontving ik een artikel met de titel Vitamin D status linked to mental functioning and mood among patients with psychosis. Bron:  Melville N. Low Vitamin D Common in Early-Stage Psychosis. Medscape, 2015. (http://www.medscape.com/niewarticle/842746#vp_1)

De onderzoekers concludeerden:

“The idea of vitamin D as potentially neuroprotective in psychosis deserves exploration.” 

Natuurlijk zullen de financiële belangen van de farmaceutische industrie nadere grootschaliger onderzoeken in de weg staan, maar wie belet individuele behandelaars om psychosegevoelige mensen aan te raden om zich in een laboratorium te laten onderzoeken op hun spiegels van zink en vitamine D? En deze mensen bij gebleken tekorten aan deze stoffen suppletie van zink en vitamine D aan te raden. Eventueel via een erkend orthomoleculair arts?

Dan zal vanzelf wel blijken of normalisering van de gewenste nutriëntentoestand effect heeft.

En daarmee kan gewoon vandaag al worden begonnen… zodat binnen vijf jaar die hele medisch/farmaceutische ontsporing met psychotrope middelen tot het verleden kan gaan behoren.

De rol van de inhiberende neurotransmitter GABA bij chronisch gebruik van amfetamine-achtige stoffen

In deze studie betoog ik dat moderne antidepressiva behoren tot de familie van de amfetamineverbindingen en dat dit – samen met gebrek aan zink en vitamine D en/of een defect aan CYP450 2D6 – de reden is voor de psychoses die we bij een percentage van de gebruikers van die SSRI’s waarnemen.

Natuurlijk rept dit artikel niet over die antidepressiva die de slikkers ervan ook tot chronische – maar ‘legale’ – gebruikers van amfetaminen maakt, maar richt men zich op mensen die deze amfetaminen als illegale drugs gebruiken.

Nadat ik in het voorgaande al de rol van GABA besprak, is het heel bevestigend dat dit splinternieuwe artikel ook nog eens de rol van GABA belicht in relatie tot psychoses. En vooral inzake psychoses bij chronisch gebruik van amfetamineverbindingen. Het is een zeer uitgebreid artikel waarvan ik de korte samenvatting en het eerste stuk van de conclusie zal weergeven.

Deze studie is tot stand gekomen door financiering door enkele Chinese wetenschappelijke instituten en er wordt nadrukkelijk gezegd:

[…] The funders had no role in the preparation of the manuscript, or selection […]

Dat GABA inderdaad een rol speelt bij RLS wordt duidelijk als we zien welke medicijnen men daarvoor probeert voor te schrijven, namelijk Gabapentin, Levodopa en Pregabalin.

Voldoende zink zou leiden tot voldoende dopamine en voldoende GABA. Tekort aan zink leidt tot tekort aan dopamine en tekort aan GABA.

We zouden dus om te beginnen bij RLS eens kunnen kijken of de zinkspiegel wel op orde is. En anders zijn er ook nog een reeks variabelen die zouden kunnen leiden tot zinkgebrek en daardoor RLS.

Dopamine is een zinkafhankelijk hormoon. GABA en dopamine kunnen allebei niet zonder voldoende zink worden geproduceerd.

Non-pharmacological Treatment
Sleep hygiene should be corrected before all the pharmacological treatment. Sleep deprivation, sleep disturbances and factors that can result in insomnia should all be avoided. Another common but easily neglected disorder is OSAS. Early treatment for OSAS is beneficial for improving sleep for RLS patients. Other non-pharmacological treatments have been proven to be effective in RLS. tsDCS showed a short-lasting clinical improvement in idiopathic RLS patients (Heide et al., 2014), while high-frequency rTMS resulted in an significant improvement in the motor symptoms and sleep disturbances in RLS patients (Lin Y.C. et al., 2015). But these non-pharmacological treatment for RLS studies are scarce. They show some advantages in symptomatic RLS patients who do not respond to or do not tolerate the classic pharmacological treatments. It may bring brand new solutions to these patients. On the other hand, these methods are non-invasive and safe, no significant side effects have been observed yet. Developing these new methods can be a great benefit for RLS patients.

Conclusion
There have been a lot of advances in the fields of RLS in recent years, as the diagnostic criteria have been revised in 2012. A deeper insight in pathophysiology of RLS has put iron metabolism dysfunction in an important position, as well as dopaminergic system dysfunction, has been demonstrated. Guidelines of long-term treatment of RLS are published by IRLSSG in 2013 to help with the treatment of RLS for clinicians. Prevention and management of augmentation for long-term treatment has been improved through clinical experience and researches. More researches should be done to discover the pathophysiology, and to find better treatment and management of augmentation of RLS.

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5454050/

T.C. Kuiper
4-6-2019