De grote cholesterolleugen

Te lage cholesterolwaarde is een gevaar voor de gezondheid.
(Alles over statines)

Dr.Natasha Campbell -Mc Bride trekt van leer tegen STATINES en de GROTE CHOLESTOEROL LEUGEN

Wondermiddel of tragedie?

In het AD Magazine van zaterdag 10 januari 2004 verscheen een artikel onder bovenstaande titel, door Melchior Meijer.

Het alarmerende artikel beschrijft precies hetzelfde verontrustende probleem als dat wat ik zelf door middel van eigen ervaringen onder de aandacht probeer te brengen. Ondanks de mij inmiddels bekende dynamiek heb ik het artikel – behalve vanuit herkenning – toch ook nog met verbijstering gelezen. Omdat het op alle punten precies dezelfde ervaringen beschrijft als die welke ik had tijdens het bestuderen van alle facetten van diverse andere farmaceutische producten, heb ik besloten om dit artikel hieronder in zijn volle omvang weer te geven.

[…] Medicijnen die het cholesterolgehalte verlagen, worden voorgeschreven of het aspirientjes zijn. De bijwerkingen ervan blijken inmiddels zo ernstig dat ze mensenlevens kunnen kosten in plaats van redden.

Langdurig gebruik van statines zou onder meer kanker, chronisch hartfalen en geheugenverlies in de hand werken. De eerste symptomen zijn extreme vermoeidheid en spierpijn. Later komt kortademigheid.

Geneesmiddelenfabrikanten verstaan de kunst van het marskramen. Zonder te liegen, geven ze een voorstelling van zaken die de burger – artsen niet altijd uitgezonderd – om de tuin leidt. Een kwestie van goochelen met cijfers.

‘Gebruikt u Lipitor? Gefeliciteerd! Met het gebruik van Lipitor (…) bent u op de goede weg naar gezonde cholesterolwaarden.’ Wie van de dokter een recept heeft gekregen voor de populaire cholesterolverlager Lipitor wordt op de website (www.ikgebruiklipitor.nl) van fabrikant Pfizer aangesprokenen als uitverkorene. De boodschap is duidelijk: volg de adviezen van de farmaceut strikt op (in de praktijk komt dat doorgaans neer op levenslang slikken) en de gevreesde zwarte limousine zal voorlopig aan uw deur voorbijgaan. Levenslustige babyboomers in vlotte uniseks sportpakken fietsen op de achtergrond dat het een aard heeft. Samen zullen we die vermaledijde cholesterol wel klein krijgen. Join the club!

Lipitor (atorvastatine) is een van de vele goedverkopende telgen uit de familie van de zogenoemde HMG CoA-reductaseremmers, ofwel cholesterolssyntheseremmers, ofwel statines. Farmaciegigant Merck was in 1987 de eerste die het middel onder de naam Mevacor (lovastatine) op de markt zette. Mevacor was niets minder dan een revolutie. Eindelijk was het mogelijk zelfs fors verhoogde cholesterolspiegels met een enkel pilletje per dag te ‘normaliseren’. Geen Spartaanse diëten meer, weg met de bittere poeders waar je ook nog eens hondsberoerd van werd. En wat nog mooier was: statines bleken het ‘gunstige’ HDL-cholesterol (High Density Lipoprotein), dat risico’s op hartfalen verkleint, met rust te laten.

Inmiddels heeft elk groot farmaceutisch bedrijf zijn eigen statine. De ene is wat potenter dan de andere, maar in principe doen ze allemaal hetzelfde. Miljoenen mensen over de hele wereld slikken dagelijks trouw hun Zocor, Lipitor, Lescol, Crestor, Pravachal en binnenkort ook naamloze klonen van die middelen.

“Statines zijn de nieuwe aspirine”, verkondigde onderzoeker Rory Collins onlangs zelf juichend in het medische tijdschrift The Lancet naar aanleiding van de Heart Protection Study. Uit dit zeven jaar durende, door Merck betaalde, onderzoek onder 20.000 Britten bleek namelijk dat statines iederéén enigszins beschermen tegen een hartinfarct: ouderen, jongeren, mannen, vrouwen mensen met heel hoge cholesterolspiegels en mensen met normale of zelfs erg lage cholesterolspiegels. De Nijmeegse hoogleraar atherogenese (de leer die het ontstaan van aderverkalking bestudeert) Anton Stalenhoef gaat wat minder ver dan Collins, maar is niettemin ‘denderend positief’. Hij noemt statines ‘de nieuwe penicelline’. Het moet dezer dagen leuk werken zijn bij bedrijven als Astra-Zeneca, Merck, Novartis en Pfizer. Alles wijst erop dat hun cholesterolverlagende kuurtjes á 1000.- euro per jaar een ongeëvenaarde afzet zullen vinden in onze vergrijzende bevolking.

Er zijn echter ook dokters die de zegetocht van het lucratieve wondermiddel met argusogen gadeslaan. In vooraanstaande medische tijdschriften waarschuwen ze voor nadelige consequenties bij langdurig gebruik. Hun bezwaren liegen er niet om. Blootstelling aan statines zou onder meer kanker, chronisch hartfalen en geheugenverlies in de hand werken. Bijwerkingen die uiteraard niet in de bijsluiter staan.

Een hartmedicijn dat hartfalen veroorzaakt? Begin 2002 riep een groep Australische cardiologen in het toonaangevende vakblad Journal of the American College of Cardiology op tot een grootscheeps onderzoek naar dat paradoxale verband. Chronisch hartfalen, een invaliderende aandoening waarbij de hartspier langzaam maar zeker aan pompkracht inboet, komt in de geïndustrialiseerde landen steeds vaker voor. Vaker dan kan worden verklaard door de vergrijzing en het toenemende aantal mensen dat een acute hartaandoening overleeft, menen de auteurs van de oproep. En zij voegen eraan toe dat ‘oplettende artsen over de hele wereld de kwistig voorgeschreven statines in de verdachtenbank’ plaatsen.

De verdenking komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. “Statines maken slachtoffers – véél slachtoffers – en het is onderhand aardig duidelijk hoe dat komt”, luidt het boude commentaar van cardioloog Peter Langsjoen uit Tyler, Texas (VS). Langsjoen hing een begerenswaardige praktijk in een academisch ziekenhuis aan de wilgen om zich geheel te kunnen wijden aan wat hij noemt ‘statine-geïnduceerd hartfalen’. Langsjoen: “Statines blokkeren de activiteit van het enzym HMG CoA-reductase. Dat is in het lichaam verantwoordelijk voor de aanmaak van mevalonaat, de voorloper van zowel cholesterol als Co-enzym Q10. Q10, ook wel ubiquinon genoemd omdat het betrokken is bij talloze fysiologische processen, is essentieel voor het functioneren van de mitochondriën, de energiefabriekjes in onze cellen. Iemand die een statine slikt, berooft zijn lichaam dus niet alleen van cholesterol, maar ook van het Q10 dat het normaal gesproken aanmaakt.

Hoe hoger de dosis, des te minder er van beide essentiële factoren circuleert. De cellen die Q10 het hardst nodig hebben zijn die van het zenuwweefsel en van de skeletspieren, maar vooral die van de hartspier. Hartspieren vréten Q10. Krijgen ze niet voldoende, dan laten ze het vroeger of later afweten en de patiënt meldt zich met chronisch hartfalen. Oudere statineslikkers ontwikkelen binnen een halfjaar tot een jaar een gevaarlijk Q10-gebrek, bij jongere mensen kan het enkele jaren duren. De allereerste symptomen? Vooral extreme vermoeidheid en spierpijn. Later komt kortademigheid. Ik zie in mijn praktijk twee á drie nieuwe gevallen van statine-gerelateerd hartfalen per week en het eerste wat ik dan doe is de Q10-spiegels meten en opkrikken met goedkope pilletjes uit Japan. In Japan is Q10-suppletie een standaardinterventie bij hartfalen.”

Langsjoen publiceerde vorig jaar een eigen onderzoekje waarin hij concludeert dat tweederde van de mensen al na een half jaar statinetherapie diastolische dysfunctie vertoont: het hart kan zich in de rustfase niet meer volledig ontspannen, een eerste teken van hartfalen. Langsjoen: “Dokters schrijven deze medicijnen met een verpletterende nonchalance voor. Het gaat echt om uitermate tricky spul.”

In de zomer van 2001 bezweken plotseling opvallend veel mensen die de drie jaar eerder geïntroduceerde statine Baycol (cerivastatine) slikten. Toen een agressieve ontkenningsstrategie overduidelijk ongeloofwaardig begon te worden, haalde farmacieconcern Bayer de pil, die zijn vlaggeschip had moeten worden, van de markt. Was Baycol zoveel gevaarlijker dan haar zusjes van de concurrentie?” Het was waarschijnlijk wat potenter”, zegt Langsjoen droogjes. “Maar een statine is een statine.”

Na het Baycol-incident stuurde een groep artsen en wetenschappers onder aanvoering van de Italiaanse arts en biochemicus Gian Paolo Littarru een petitie aan onder meer de gezondheidsautoriteiten van de EU. Uit die petitie: “Het is mogelijk dat de gemelde statine-gerelateerde sterfgevallen het topje van een ijsberg vertegenwoordigen (…) De omvang en gevolgen van het farmacologisch geïnduceerde Q10-gebrek mogen niet worden onderschat. Er zijn aanwijzingen dat wij dokters met de beste bedoelingen een levensbedreigende toestand creëren bij miljoenen patiënten. Gedegen onderzoek laat zien dat aanvulling met een goed opneembaar supplement de gesignaleerde tekorten volledig kan opheffen.

Zouden de farmaceutische bedrijven, met alle competentie en technologie die ze kunnen kopen, werkelijk niet weten wat individuele dokters met eenvoudige middelen vaststellen?

Beschikken ze misschien over onbekende data , waaruit blijkt dat de verontruste artsen er faliekant naast zitten? Al te grote nieuwsgierigheid van buitenstaanders wordt in de branche niet gewaardeerd. Zonder over te gaan tot illegale methoden krijgen pottenkijkers geen wezenlijke informatie boven tafel. Toch kan veilig worden aangenomen dat de industrie van het ‘manco’ op de hoogte is. Merck & Co Inc. Deponeerde namelijk op 29 mei en 12 juni 1990 de patenten US 4929437 respectievelijk US 4933165, beide met de omschrijving: ‘Geïntegreerde combinatie can co-enzym Q10 en HMG CoA-reductaseremmers.’ Merck verschafte zich dus het alleenrecht op een combinatiepil met een statine en Q10. De patenten liggen al twaalf jaar ongebruikt in de brandkast. Merck wíl kennelijk niet aan die combipil, de concurrentie kán er niet aan. “We staan aan de vooravond van de grootste medische tragedie aller tijden”, zegt cardioloog Langsjoen. “Nooit eerder bracht het medische establishment miljoenen gezonde mensen bewust in levensgevaar. Ik beschouw mijn geweldige professie de laatste tijd met een mengeling van medelijden en verachting.”

Waarom zou de farmaceutische industrie een simpele formule die op zijn best een onbeschrijfelijke hoeveelheid leed voorkomt en in het slechtste geval geen extra schade toebrengt, kennelijk van de markt houden? In het beperkte clubje onafhankelijke artsen en wetenschappers dat zich met deze problematiek bezighoudt, voert één verklaring de boventoon. ‘Zo’n combipil moet net als elk ander medicijn opnieuw klinisch worden getoetst’, e-mailt de Amerikaanse biochemicus Christian Allen, voormalig medewerker van het National Institue on Health. ‘Er moeten dan vier groepen worden gevormd. Een placebogroep, een groep die de combipil krijgt, een groep die alleen een statine krijgt en een groep die alleen Q10 slikt. Extra Q10 heeft in kleinere studies bewezen gunstige effecten te hebben op de conditie van hart- en bloedvaten. Het zou dus kunnen dat de mensen in de Q10-groep het net zo goed of beter doen dan de groepen die de combi of de statine slikken. Dat moet voor de fabrikanten een spookscenario zijn. Ze zouden dan zelf aantonen dat een ‘waardeloos’ voedingssupplement werkzamer en vooral veiliger is dan hun astronomische winsten genererende designerdrug.’

“Intussen, zo verklaren ongeruste wetenschappers de enorme professionele desinteresse, hebben veel dokters er geen benul van dat Q10 een cruciale rol speelt bij de energieproductie in de cel. Cardioloog Langsjoen: “Ze denken dat het een tovermiddeltje uit de damesbladen is, in dezelfde categorie als haaienkraakbeen en appelazijn.”

Voor alle duidelijkheid: statines bieden wel degelijk een zekere bescherming tegen doodsoorzaak nummer één, het hartinfarct. Dat effect is echter onafhankelijk van de mate van cholesterolverlaging, want mensen met lage cholesterolwaarden profiteren evenzeer als mensen met hoge waarden, terwijl degenen bij wie LDL (Low Density Lipoprotein, de ‘slechte’ cholesterol die hartfalen in de hand werkt) het minst zakt, de beste vooruitzichten hebben. Statines blijken ‘toevallig’ ook krachtige ontstekingsremmers te zijn, in staat om de atherosclerotische plaques die een infarct kunnen uitlokken te stabiliseren. Dat redt inderdaad levens. Maar geneesmiddelenfabrikanten verstaan de kunst van het marskramen. Zonder te liegen, geven ze een voorstelling van zaken die de argeloze burger – artsen helaas niet altijd uitgezonderd – om de tuin leidt. Een kwestie van goochelen met cijfers. Een aardig voorbeeld is de Woscops-studie, waarin gekeken werd naar het effect van pravastine bij gezonde mensen met een erg hoge cholesterolspiegel. Deze groep wordt in Nederland vrijwel standaard behandeld met een statine. In zijn promotiemateriaal rept de fabrikant van een indrukwekkende risicoverlaging van 25 procent. Maar wat betekende dat? Dat in de niet behandelde groep 25 procent meer hartdoden vielen? Geenszins. Van de ‘patiënten’ die Pravachol gebruikten, was 98,8 procent na vijf jaar nog vrolijk in leven. Bij de patiënten die het met een placebo hadden moeten doen, zette ‘slechts’ 98,4 procent na vijf jaar nog elke ochtend de voeten op het koude zeil. De relatieve risicoverlaging – het verschil tussen 1,2 en 1,6 – is inderdaad 25 procent. Een verschil dat nog net statistisch relevant is.

Tegenover deze bescheiden winst staat dat nogal wat studies een sinistere oversterfte aan vooral kanker laten zien. Berucht is de zogenaamde Care-studie, waarbij dertien vrouwen in de statinegroep borstkanker ontwikkelden, tegen slechts één in de controlegroep.

Een andere studie, het Exelproject met in de hoofdrol Mercks lovastatine, werd voortijdig gestaakt toen na een jaar wel erg veel Mervacor-slikkers overleden. In dierproeven leidt langdurige blootstelling aan statines vrijwel per definitie tot kanker en een voortijdig einde, maar volgens de industrie is het onverantwoord dergelijke ‘harde eindpunten’ te extrapoleren naar mensen.

Hetzelfde verweer wordt gebruikt ten aanzien van een in Nature Medicine gepubliceerde studie, waaruit blijkt dat Lipitor, Mevacor en Pravachol bij proefdieren de T-helper-cellen – de elitetroepen van het immuunsysteem – knock-out slaan. De auteurs achten de afweeronderdrukkende capaciteit van de statines zo groot, dat ze er een toepassing voor zien bij de behandeling van transplantatiepatiënten. Prachtig! Jammer alleen dat een onderdrukt immuunsysteem allerlei vormen van kanker meer kans geeft. Zit en gezonde babyboomer met een wat verhoogd cholestrol daar op te wachten?

Ruim zes jaar geleden schreven de onderzoekers Newman en Hulley in het Journal of the American Association ten aanzien van het kankerrisico: ‘Experimenten met dieren en mensen suggereren dat statinegebruik moet worden vermeden, behalve bij patiënten met een hoog en onmiddellijk risico op een hartinfarct.’

De Zweedse internist Jorgen Vesti-Nielsen opperde onlangs in een lezing nog twee mogelijke verklaringen voor het gesuggereerde kankerverwekkende effect: “Statines stimuleren in lage doses angiogenese, de aanmaak van nieuwe bloedvaatjes. Tumoren hebben voedingsstoffen en dus bloed nodig voor hun groei. Ze zijn afhankelijk van een uitgebreid netwerk van bloedvaatjes. Zonder de snelle aanleg van zo’n netwerk kunnen ze niet eens ontstaan. Elke stof die de aanmaak van nieuwe vaatjes stimuleert, werkt het ontstaan en de verspreiding van kanker in de hand. Fins onderzoek suggereert bovendien dat statines de lichaamscellen minder gevoelig maken voor insuline. Wie van u, collegae, ontkent nog dat insulineresistentie een belangrijk mechanisme is achter vele vormen van kanker?”

In erg hoge doses blijken statines de vorming van nieuwe bloedvaatjes juist tegen te gaan. Mensen met een matig risico op cardiovasculaire narigheid worden doorgaans echter levenslang op een lage dosis gezet.

Voormalig astronaut en Nasa-arts Duane Graveline raakte tot zijn ontzetting twee keer ‘volledig de weg kwijt’, nadat hij na zijn jaarlijkse keuring op Lipitor was gezet. Twee keer werd hem op de EHBO verteld dat hij een episode van total global amnesia (volledig algemeen geheugenverlies) had doorgemaakt. Een zeldzame aandoening, die in de literatuur niet wordt genoemd als relevante bijwerking van statines. De arts maakte zich dus ernstig zorgen over een mogelijk op handen zijnde dementie. Tot hij in contact kwam met Barbara A. Colomb, een epidemiologe die speurt naar onbekende bijwerkingen van statinegebruik.

Toen werd hem duidelijk dat hij beslist niet de enige statineslikker is die plotseling, zonder enige waarschuwing, in een ‘volstrekt zwart gat van enkele uren’ belandde. Colomb kreeg na een oproep honderden reacties van patiënten en artsen en staat nu voor de ingewikkelde klus het eventuele verband tussen statinegebruik en tijdelijk geheugenverlies hard te maken.

Zien Graveline, Colomb en andere dokters spoken? In de onderzoeken die geneesmiddelenfabrikanten moeten overleggen alvorens een medicijn wordt toegelaten, wordt algemeen geheugenverlies niet genoemd als serieuze bijwerking.

Een zo ingrijpend probleem zou toch aan het licht gekomen zijn? Biochemicus en lipidendeskundige Joel M. Kaufmann van de Universiteit van Philadelphia nam de onderzoeksrapporten onder de loep en vond een weinig koosjere verklaring. “Farmaceutische bedrijven hebben de gewoonte om een ernstige bijwerking die de introductie van een nieuw middel kan dwarsbomen, op te delen in zes of zeven verschillende categorieën. Dat is een beproefde methode om echt onrustbarende bijwerkingen onder de 1-procentsdrempel te houden. Algemeen geheugenverlies kan bijvoorbeeld worden opgesplitst in categorieën als verwarring, geheugenzwakte, seniliteit, dementie en verminderd cognitief functioneren.

Je maakt van één onrustbarend vaak optredende bijwerking simpelweg meerdere zeldzame bijwerkingen.” Een slimme verdwijntruc, die de controlerende instanties kennelijk niet altijd doorzien.

Slikken of niet slikken? Nefarma, de overkoepelende organisatie van onderzoek bedrijvende farmaceutische bedrijven in Nederland, zegt bij monde van een woordvoerster niet van eventuele bezwaren op de hoogte te zijn. Geconfronteerd met de brandbrief van biochemicus Littarru en collega’s, verwijst zij naar het hoofd communicatie en public relations, mevrouw Meijsing. Waarom zijn er patenten aangevraagd op een combinatiepil? Waarom zijn die twaalf jaar lang niet gebruikt? Mevrouw Meijsing blijft het antwoord schuldig, want ze is dagen achtereen ‘net even de deur uit’. Ook op e-mail wordt niet gereageerd.

“Als de dokter het voorschrijft, kun je gerust aannemen dat de noodzaak ruimschoots opweegt tegen de eventuele risico’s”, zegt een woordvoerder van het Nederlands Huisartsen Genootschap.

“Het is maar hoe je het bekijkt”, pareert Marshall E. Deutsch, een cholesterolexpert die onderzoek deed naar het nut van een vetarm dieet bij kinderen. “De totale mortaliteit in behandelde groepen is – alle bombarie ten spijt – niet lager dan in groepen die geen statine krijgen. Zelfs voor mensen met erg hoge cholesterolspiegels is de winst mager. Alles wijst er bovendien op dat de totale sterfte na een jaar of vijf van behandeling juist stijgt. Als je perse niet met een hartinfarct bij Petrus wilt aankloppen – maar liever met kanker, chronisch hartfalen, een beroerte, een strop om je nek of wat dan ook – kun je het gebruik van een statine overwegen. Als het je weinig  uitmaakt waaráán je gaat, als je meer belangstelling hecht aan de kwaliteit van je resterende jaren, kun je beter van een statine afzien. Zonder parachute uit een vliegtuig springen biedt uitstekende bescherming tegen kanker”, aldus Deutz. “Het heeft echter zulke drastische gevolgen voor de totale mortaliteit, dat geen arts het als behandeling inzet. Ik hoop dat deze vergelijking in de toekomst misplaatst zal blijken te zijn. Maar ik vrees van niet.”

Tot zover het artikel uit 2004 door Melchior Meijer. Vandaag schrijven we 2019 en in de tussentijd is er wel veel gediscussieerd, maar nooit op basis van goede motieven.

Daarom wil ik hier aandacht vragen voor een aantal ernstige (aangeboren) aandoeningen die konden ontstaan op basis van gebrek aan voldoende cholesterol. Dat tekort kan op diverse manieren ontstaan, opzettelijk door het gebruiken van cholesterolverlagers, waaronder statines maar ook enkele nieuwe middelen. Uit een studie door mezelf zal ik nu de beschrijvingen van deze mechanismen lichten en ze hierna achter elkaar weergeven. Maar dat vergt is nog en korte inleidende aanzet:

De onmisbaarheid van cholesterol en vetzuren voor een gezonde aura

Wat is cholesterol?

Volgens een biologieboek is cholesterol: […] Een sterol (vetderivaat), in dierlijke cellen aangetroffen. Cholesterol komt voor in gal, bloedlichaampjes, celmembranen, bloedplasma en eierdooier […]

Er worden twee typen cholesterol onderscheiden, namelijk LDL en HDL. LDL is cholesterol met een lage dichtheid die verpakt wordt in vetbolletjes en HDL is cholesterol die een hoge dichtheid bezit. Als er iets mankeert aan de bescherming tegen vrije radicalen kunnen de aangetaste vetbolletjes met daarin HDL-cholesterol zich vastzetten op de eveneens beschadigde endothele vaatwandcellen. Onder normale omstandigheden – en dus bij een adequaat veldcontact – is de balans tussen beide typen cholesterol in evenwicht.

Kindercardioloog Bert Wiegman zegt in een artikel in het Algemeen Dagblad van 9-6-2000:

[…] Hoewel cholesterol in onze westerse maatschappij een slechte naam heeft, vervult het ook een goede functie. Lichaamscellen en hormonen hebben het namelijk nodig voor de groei. Wel bestaat er ‘goede’ en ‘slechte’ cholesterol. Zo voert het goede cholesterol, het zogeheten ‘high-density-lipoproteïn’ (HDL) een teveel aan cholesterol af naar de lever die er vervolgens voor zorgt dat het via de darmen wordt uitgescheiden in de ontlasting. Het slechte cholesterol, aangeduid als ‘low-density-lipoproteïn (LDL) vervoert het cholesterol door het hele lichaam waar het zich kan afzetten tegen de vaatwanden […]

Cholesterol is een lichaamseigen stof die in de lever wordt aangemaakt uit vetten. Per dag maakt de volwassen menselijke lever een hele gram cholesterol aan. Via het voedsel nemen we nog een halve gram op. Als de dagelijke opname van cholesterol via het voedsel onder deze halve gram daalt, dan compenseert de lever dit door een grotere eigen productie.

We hebben dus dagelijk minimaal zo’n 1,5 gram cholesterol nodig, terwijl LDL van het grootste belang is om het hele lichaam van cholesterol te voorzien.

In zijn boek De cholesterolleugen, 2002 – 2005, zegt prof.dr. Walter Hartenbach over cholesterol het volgende:

[…] Er bestaan niet zoiets als ‘verschillende soorten cholesterol’, zodat het absurd is om van ‘goed’ en ‘slecht’ cholesterol te spreken. Er zijn alleen twee uit eiwitten bestaande vervoersstoffen voor cholesterol (lipoproteïnen):

  1. het minder benodigde HDL-lipoproteïne, voor het transport van de met het voedsel opgenomen cholesterol naar de lever, essentieel voor de vorming van galzuren; en
  2. het LDL-lipoproteïne, dat tot taak heeft om de door de lever gevormde cholesterol [ ruim 80 procent van alle cholesterol] dagelijks naar de biljarden lichaamscellen te vervoeren, opdat ze kunnen groeien en hun functies vervullen.

Het LDL-cholesterol-complex – ten onrechte ‘LDL-cholesterol’ genoemd – is dus nodig voor het functioneren van alle cellen en de vorming van de steroïde die welhaast de volledige stofwisseling reguleert; daardoor is het voor de instandhouding van ons leven onontbeerlijk. Alle lichaamscellen bezitten daarom een receptor voor het LDL-lipoproteïne […]

[…] Alle lichaamscellen zijn uitgerust met een speciale receptor voor LDL-proteïne, waardoor ze in staat zijn die stof mét haar lading (cholesterol) op te nemen. Het belandt dus in het inwendige van de cel. Dat wordt het cholesterol – dat dringend nodig is voor de mitochondriën – eruit gesplitst. Bovendien is cholesterol nodig voor de celmembranen, niet alleen voor het afdichten ervan, maar ook om de vele celwandfuncties veilig te stellen […]

Verlaging van cholesterol leidt bovendien ook tot polyneuropathie en cognitieve stoornissen omdat synapsen – die een onontbeerlijke schakel vormen in de overdracht van zenuwimpulsen –  bijna geheel uit cholesterol bestaan. Onze zenuwen worden geïsoleerd door myeline (de myelineschede, die een optimale geleiding/overdracht van zenuwprikkels mogelijk maakt) Myeline bestaat voor 25 % uit cholesterol. Minder cholesterol betekent minder myeline en daardoor een minder goede geleiding van zenuwprikkels en daarom ook een grotere kans op MS en cognitieve stoornissen.

LDL-lipoproteïne vervoert de eigen cholesterolaanmaak van de lever naar de lichaamscellen. Het HDL-lipoproteïne dient volgens mij twee doelen, namelijk het vervoer van uit het voedsel opgenomen cholesterol naar de lever plus de afvoer van ongebruikte cholesterol uit de lichaamscellen naar de lever, die zorgt voor de productie van galzuren en daarnaast voor recycling van cholesterol. 80% van de naar de lever teruggevoerde ‘HDL-cholesterol’ dient voor de aanmaak van galzuren en 20% voor de synthese van nieuwe HDL-proteïne en nieuwe cholesterol. Normaliter wordt er uit voor afvoer gebruikt HDL-cholesterolcomplex weer nieuwe cholesterol gerecycled. Dit komt nog nader ter sprake.

Ik denk dat die minimaal 1,5 gram cholesterol per dag – behalve voor instandhouding van de genoemde vitale celfuncties – nodig is om de kwaliteit van ons energielichaam te waarborgen zodat er voldoende vrije energie voorhanden is voor groei en instandhouding van ons lijf volgens de blauwdruk van onze soort, terwijl ook de kwaliteit van het contact met de andere informatieve velden wordt gediend.

Cholesterol is rijkelijk aanwezig in de dooiers van eieren waarin jonge dieren zich ontwikkelen in een toestand van afgeslotenheid van de buitenwereld, zodat ze voor hun ontwikkeling volgens de blauwdruk van hun soort zijn aangewezen op hetgeen ze meekregen in het ei zelf.

Omdat juist de embryonale ontwikkeling een optimale aanwezigheid vergt van vrije energie die – vanaf het subatomaire niveau – kan worden gebruikt voor de opbouw van nieuwe structuren, die moet plaatsvinden aan de hand van aansturing door het betreffende morfogenetische veld, moet de inhoud van zo’n ei wel voldoende ‘vrije energie’ kunnen leveren.

Het kan dan ook bijna niet anders of dat ei moet beschikken over een zelfvoorzienend mechanisme voor wat betreft het genereren van ATP-moleculen die deze vrijkomende energie kunnen opleveren. Bij die mitochondriale energievoorziening speelt cholesterol – samen met Q10 – een zeer belangrijke rol.

Een biologieboek zegt over dooiers en dooierzakken het volgende:

[…] Dooier: Het opgeslagen voedsel in eieren, bestaande uit eiwitten en vetten […]

[…] Dooierzak: De zak die met de darm van het embryo is verbonden en die zich hieruit ontwikkeld heeft. Bij reptielen, haaien en vogels bevat hij de dooier. Wanneer vogels uit het ei komen, verdwijnt de dooierzak in het abdomen van het pasgeboren kuiken. De dooier dient als voedsel voor het kuiken gedurende de eerste paar dagen, tot het in staat is zelf te eten […]

Omdat de schalen van de eieren poreus zijn laten ze zuurstof door en is er in het ei sprake van een aërobe vorm van ademhaling, dus van een energievoorziening waarbij – door verbranding van vetzuren – ATP wordt gevormd.

Het vetderivaat cholesterol is een sterol en derhalve een hoger carbonzuur ofwel vetzuur en neemt daarom deel aan de vetzuurverbranding ofwel tricarbonzuurcyclus die bekend staat als de Krebscyclus, terwijl het tevens dient als vervoerder van vetten naar alle lichaamscellen.

Omdat een pasgeboren kuiken sterft als het contact met zijn morfogenetische velden wordt onderbroken, moet er ook een voorziening zijn om hem -–zonder eigen voedselinname – toch van ATP-energie te voorzien. Tijdens de eerste levensdagen van een kuiken dient het restant van de dooier om cholesterol en de andere vetten (relatief veel onverzadigd vet en minder verzadigd vet) in zijn bloedbaan te brengen, waardoor de Krebscyclus in zijn lichaamscellen blijft voortduren en zijn energielichaam op peil wordt gehouden.

Omdat cholesterol ook nodig is voor de vorming van een goed werkend zenuwstelsel – met adequaat werkende synapsverbindingen tusen de zenuwen onderling – kan een zich ontwikkelend organisme – in een ei of in de baarmoeder – niet zonder voldoende cholesterol.

Ik veronderstel daarom dat cholesterol nodig is voor de één van de meest basale processen van een dierlijk organisme, namelijk voor de energievoorziening, voor groei, instandhouding en alle vormen van veldcontact.

Interessant is in dit verband ook de bevinding dat een sterk verlaagd cholesterol kan leiden tot geboorte defecten. Ik citeer hiervoor van de bladzijden 94-95 van The Great Cholesterol Con, 2006, door Anthony Colpo:

[…] Statins and Birth Defects

It is estimated that one to three percent of statin prescriptions are for women of childbearing age. NIH researchers analyzed fifty-two cases of first-trimester statin exposure reported to the Food and Drug Administration (FDA) from 1987 through 2001, and observed a disproportionately high occurrence of severe central nervous system defects and limb deformities. The findings, reported in the April 8, 2004 issue of the New England Journal of Medicine, showed that twenty of fifty-two babies exposed to statins in the womb were born with malformations (94). “We can’t tell whether the defects were caused by the use of statin medications, but other birth defect studies suggest that these are the kinds of problems that occur if the embryo does not get enough cholesterol in early pregnancy to develop normally,”sais one of the authors, Dr. Maximillian Muenke, a senior investigator and chief of the medical genetics branch at the National Human Genome Research Institute in Bethesda, MD.

Of the twenty babies born with malformations, four had severe central nervous system defects, and five had malformed limbs. There was also a case of a very rare birth defect called holoprosencephaly, which occurs when the brain fails to divide properly. “These are such very rare birth defects that one would not expect to find the number we found in a population this small,” Muenke said (95).

The authors pointed out that all the adverse birth outcomes were associated with the use of ‘lipophilic’ statins (those that are attracted to lipids in the body), such as cerivastatin, lovastatin, atorvastatin, and simvastatin. The lipophilic statins achieve concentrations in the embryo/placenta similar to those seen in maternal plasma, and lipophilic statins have been shown to cause birth defects in animal studies.

No malformations were reported among fourteen infants exposed to pravastatin, a hydrophilic drug that has low tissue penetration and has not caused reproductive abnormalities in animals.

Laboratory research conducted since Muenke’s report suggests that statins may indeed be toxic to the developing fetus. When Israeli researchers exposed human first trimester placental explants to a medium containing simvastatin, they observed that the drug sharply inhibited normal migration and proliferation of cells in the explants, while increasing apoptosis (celll death) (96).

Noten:

94: Edison RJ, Muenke M. Central nervous system and limb anomalies in case reports of first-trimester statin exposure. New England Journal of Medicine, April 8, 2004; 350(15): 1579-1582. See also eratum for this report: edison RJ, Muenke M. Gestational exposure to lovastatin followed by cardiac malformation misclassified as holoprosencephaly. New England Journal of Medicine, Jun 30, 2005; 352 (26): 2759.

95: Gordon S. Cholesterol Drugs Tied to Birth Defects: U.S. study finds high number of abnormalities in babies of women taking statins. HON news, Apr 7, 2004. Available online: http://www.hon.ch/News/HSN/518293.html (accessed Feb 10, 2006).

96:Kenis I, et al. Simvastatin had deleterious effects on human first trimester placental explants. Human Reproduction, 2005; 20: 2866-2872.

We zien dus twee effecten optreden, namelijk dat van sterk verlaagd cholesterol door statines – dus een indirect effect van statines – en dat van een directe toxische uitwerking van statines:

  • De ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel wordt gedupeerd door te weinig cholesterol voor de vorming van voldoende synapsen. Myeline bevat ook ongeveer 25% cholesterol.
  • Cel-migratie en proliferatie wordt in placentaweefsel (in-vitro) verhinderd. Hier is geen sprake van remming van de cholesterolaanmaak in de lever, dus moet het een directe toxische uitwerking van statines zijn. Dit kan zowel de aanleg van het centraal zenuwstelsel als de ontwikkeling van ledematen en andere organen benadelen, als embryo’s hieraan worden blootgesteld.
  • Bij echte vruchten in de baarmoeder wordt wel de eigen cholesterolaanmaak geremd, waardoor een te laag cholesterolniveau ontstaat. Cel-migratie en proliferatie worden aangestuurd door veldinformatie en die is bij gebrek aan voldoende cholesterol – en dus onvoldoende ATP-aanmaak – te zwak. Dit versterkt nog eens het toxische effect.
  • Bovendien wordt door statines ook de angiogenese geremd, waardoor de vorming van doorbloede structuren benadeeld wordt en zich afwijkingen aan het hart- en vaatstelsel kunnen voordoen.

Enerzijds zien we dat een te laag cholesterolgehalte leidt tot ontwikkelingsstoornissen en anderzijds werd ook aangetoond dat statines op zich toxisch zijn in die zin dat ze in ieder geval remmend werken op een gezonde celmigratie en proliferatie en het vaatstelsel benadelen.

Eigenlijk zijn statines nog gemener dan het middel thalidomide (Softenon) dat in het verleden leidde tot een afschuwelijke ramp en daarom ook meteen na ontdekking van de misvormende teratogene uitwerking uit de handel werd genomen. Statines daarentegen worden in Amerika zelfs gewoon over de counter verkocht, ook aan vrouwen die nog niet beseffen zwanger te zijn.

Nog erger is dat al 1986 – een jaar voordat de eerste statine (lovastatine, merknaam Mevacor) door Merck op de markt werd gebracht, de aandoening ‘mevalonic aciduria’ in een artikel werd beschreven. Dit is een genetische aandoening die wordt veroorzaak door een gendefect dat er toe leidt dat de mevalonaatroute al in het begin wordt geblokkeerd. Eigenlijk op dezelfde manier als statines ook de hele mevalonaatroute remmen.

Het abstract van het artikel – ‘Mevalonic aciduria – an inborn error of cholesterol and nonsterol isoprene biosynthesis’, G. Hoffmann en collega’s, NEJM van 19-6-1986 – begint aldus:

[…] A two-year-old boy presented with severe failure to thrive, developmental delay, anemia, hepatosplenomegaly, central cataracts, and dysmorphic features […]

Al minstens een jaar voordat de eerste statine op de markt werd gebracht was men er dus al van op de hoogte dat statines – door hun remming van de mevalonaatroute – konden leiden tot ‘dysmorphic features’, ofwel geboortedefecten!!!

Dit artikel maakt ook duidelijk dat geboortedefecten dus ook kunnen worden veroorzaakt door louter remming van de mevalonaatroute, die leidt tot gebrek aan cholesterol en Q10. En dat maakt weer aannemelijk dat dat gebrek aan cholesterol en Q10 ook heeft geleid tot een onvoldoende sterke aansturing door de morfogenetische velden, zoals ik hierboven als variabele noemde. Want hier was geen sprake van de toxische invloed van statines, zoals in het genoemde laboratorium-experiment.

Maar ook louter gebrek aan cholesterol kan op eiwitniveau al leiden tot ontwikkelingsstoornissen, nog afgezien van de component fylogenetische terugval. (fylogenetische terugval is een omgekeerde evolutionaire ontwikkeling van een soort.)

Het Smith-Lemli-Opitz syndroom (SLOS) als oorzaak voor geboortedefecten

Ook SLOS is een stoornis in de cholesterol biosynthese, maar deze veroorzaakt geen tekort aan Q10 omdat hier de fout pas op het eind van de cholesterol-synthese-route optreedt. In 1994 ontdekte men dat het gaat om een defect van het DHCR7 gen dat op 11q12.13 ligt. Ik citeer even uit het artikel dat over deze stoornis verscheen in het Ned Tijdschr Klin Chem 1997; 22: 175-179.

[…] Het Smith-Lemli-Opitz syndroom (SLOS) wordt veroorzaakt door een blok in de laatste stap van de cholesterolbiosynthese, de omzetting van 7-dehydrocholesterol naar cholesterol.

SLO-patiënten hebben een sterk verlaagde 7-dehydrocholesterol-delta-7 reductase activiteit resulterend in lage plasma- en weefsel cholesterolconcentraties met hoge concentraties 7-dehydrocholesterol.

Kenmerkende fenotypische afwijkingen zijn mentale retardatie, een afwijkend karakteristiek gelaat, orgaan-, geslachts-, en extremiteitsafwijkingen […]

[…] In 1964 beschreven Smith, Lemli en Opitz drie niet-verwante jongens met opvallend overeenkomstige kenmerken, waaronder mentale retardatie, een karakteristiek gelaat, microcefalie, groeiretardatie en afwijkingen aan de extremiteiten en genitaliën.

In de literatuur zijn inmiddels ruim 120 patiënten met dit autosomaal recessief overervende ziektebeeld beschreven. De incidentie wordt geschat op 1:20.000 tot 1:40.000 levendgeboren kinderen. Recent werd aangetoond dat het SLO-syndroom veroorzaakt wordt door een deficiëntie van het laatste enzym in de cholesterol biosynthese: het 7-dehydrocholesterolreductase. Dit geeft aanleiding tot een verlaagde concentratie van cholesterol in combinatie met een sterk verhoogde spiegel van de directe voorloper van cholesterol, het 7-dehydrocholesterol (7-DHC) in plasma en weefsels.

Naast de 7-dehydrocholesterol is bij SLO-patiënten de isomere vorm 8-dehydrocholesterol (8-DHC) aantoonbaar.

De ontdekking van het metabole defect bij het SLO-syndroom heeft belangrijke diagnostische, pathogenetische en therapeutische implicaties en zal leiden tot een grotere kennis omtrent het cholesterolmetabolisme in het algemeen.

Cholesterol vormt een belangrijke structurele component van celmembranen en celorganellen en speelt tevens een essentiële rol bij het metabolisme van vitamine d, galzuren, myeline, geslachtshormonen, mineraal- en glucocorticoïden.

Een aantal symptomen bij patiënten met het SLO-syndroom kunnen thans op basis van kennis omtrent het metabole defect beter worden begrepen.

Cholesterol bindt tijdens de embryogenese aan “Hedgegog Signaling Proteins” en heeft daardoor een sturende functie op deze eiwitten.

Hedgehog-proteïnen omvatten een familie signaalmoleculen essentieel voor een breed scala differentiatie van lichaamsstructuren en organen die intra-uterien worden aangelegd.

Voedings- en groeiproblemen van patiënten met SLO berusten tenminste deels op het tekortschieten van de galzuursynthese vanuit cholesterol waardoor malabsorptie optreedt.

7-DHC en 8-DHC verdelen zich evenredig over de cholesterolsubfracties zodat de lipidensamenstelling van het plasma wordt beïnvloed.

Voorts kan de inbouw van 7-DHC en 9-DHC in plaats van cholesterol in afwijkende membranen, myeline en steroïden resulteren.

Het neurologische beeld kan dus naast een aanlegstoornis verklaard worden uit een myelinisatiestoornis daar normaal myeline voor ongeveer 25% uit cholesterol bestaat, dat lokaal in het centraal zenuwstelsel wordt gesynthetiseerd.

De abnormale geslachtelijke ontwikkeling wordt mogelijk veroorzaakt door een verstoord metabolisme van steroïdhormonen. Verder onderzoek wordt verricht om de pathogenese van de verschillende symptomen nader te analyseren.

Het klinisch beeld bij de patiënten met het SLOsyndroom is zeer variabel en gecorreleerd aan de 7-DHC/cholesterol ratio in plasma […]

[…] De mentale retardatie kan variëren van mild tot zéér ernstig.

Hoewel SLO-patiënten een karakteristiek gelaat hebben wordt dit gezien het zeldzame voorkomen niet altijd herkend.

De voedingsproblemen zijn meestal uitgesproken, waardoor kinderen gedurende jaren zijn aangewezen op sondevoeding, veelal via een percutane gastronomie.

Afwijkingen aan interne organen, zoals hart, longen en nieren, komen regelmatig voor en variëren in vorm en ernst.

Minder frequent worden onder andere oogafwijkingen (cataract), pylorushypertrofie en postaxiale polydactylie gevonden. Alle beschreven symptomen zijn op zich aspecifiek.

Kenmerkend is de syndactylie van de tweede en derde teen die bij meer dan 95 % van de patiënten wordt gezien (inclusief bij zeer milde vormen).

De grote variabiliteit van het klinische beeld, zelfs binnen één familie, bemoeilijkt de herkenning van het SLO-syndroom […]

Cholesterolgebrek leidt dus op twee niveaus tot geboortedefecten:

  • Cholesterol heeft via binding aan Hedgehog Signaling Proteins tijdens de embryogenese een sturende invloed op deze eiwitten.
  • Cholesterol is nodig voor voldoende productie van ATP om de kwaliteit van het veldcontact te waarborgen.

Bij gebrek aan cholesterol is er dus op eiwitniveau plus op het niveau van de veldaansturing een manco en dat vertaalt zich dan in een gebrekkige ontwikkeling die tendeert naar fylogenetische terugval.

Opmerking:

Door mevalonic aciduria – dus een stoornis vroeg in de mevalonaatroute – wordt wél de aanmaak van Q10 en glucocorticoïden benadeeld.

Door SLOS – waarbij alleen de laatste enzymatische stap in de cholesterolvorming wordt gestoord – verloopt de rest van de hele mevalonaatroute goed en worden volgens mij dus ook Q10 en de glucocorticoïden niet benadeeld.

Cholesterol wordt afgeleid van squalene, terwijl Q10 en de glycocorticoïden worden afgeleid van farnesyl pyrophosphate dat een stap vroeger in de mevalonaatroute zit. De fout in de cholesterolsynthese bij SLOS zit dus pas ná de farnesyl-fase.

Niet cholesterol is essentieel voor de aanmaak van glycocorticoïden, maar een ongestoorde mevalonaatroute, zoals elders in deze studie aan de hand van het artikel over mevalonic aciduria nader wordt besproken. Statines frustreren de mevalonaatroute in het begin en zullen daarom ook  – tot nu niet gediagnosticeerde – mildere vormen van beide afwijkingen in de cholesterolsynthese aanzienlijk kunnen verergeren.