Zink, vitamine D, depressie, ADHD en psychoses

Hieronder volgt nog een stukje studie dat ik in de winter van 2014/2015 maakte en dat een waarschuwing wil zijn tegen het gebruik methylfenidaat (Ritalin en Concerta ) bij ADHD.

Uit deze aanvulling wordt duidelijk dat er bij deze aandoeningen primair sprake is van gebrek aan zink en vitamine D. En dat door deze basale gebreken de beschikbaarheid van dopamine en de neurotransmitter GABA worden benadeeld. Enkele recente onderzoeksartikelen werpen een heel verhelderend beeld op de mechanismen die betrokken zijn bij depressie, psychoses en ADHD.

Ik durf zelfs te stellen dat tekorten aan zink en vitamine D aan de basis liggen van heel wat ellende die in de ggz voorbij komt. En dat al die psychofarmaca – zowel antidepressiva als antipsychotica – zouden kunnen worden gemist als de medisch-psychiatrische sector eindelijk de moed bijeen zou rapen om niet meteen over te gaan tot voorschrijven van de snoepjes van BigFarma, maar eerst eens via een laboratoriumonderzoek zou kijken naar de spiegels van zink en vitamine D (en nog enkele noodzakelijke vitaminen en mineralen). Normaliseren van de spiegels van allerlei vitaminen en mineralen via de orthomoleculaire werkwijze zou wonderen kunnen verrichten op een ook nog veilige wijze die bovendien niet alleen het geestelijk functioneren, maar ook het lichamelijke functioneren kan optimaliseren.

De bij ADHD voorschreven middelen (stimulantia) zijn ontwikkeld op basis van amfetamine-homologen.

Ik zal deze aanvulling besluiten met een nog kersvers onderzoeksartikel dat op 5 mei 2015 werd gepubliceerd. Het is een artikel dat beschrijft welke rol het inhiberende GABA-systeem

speelt bij stimulantia van het amfetamine-type.

Bij gebruik van stimulantia die behoren bij de familie van de amfetaminen treden bij een bepaald percentage van de slikkers psychoses op. Deze psychoses kunnen worden veroorzaakt door afwijkingen aan het Cytochroom P450-systeem (o.a. CYP450 2D6) waardoor overdoses kunnen ontstaan van deze amfetamine-verbindingen.

Is er sprake van een defect aan CYP450 2D6 en bestaat er bovendien geen gebrek aan zink (en vitamine D), dan wordt er een overmaat aan prikkelende dopamine geproduceerd. Tegelijkertijd kan er niet genoeg van het prikkeldempende GABA worden gevormd omdat de functie van dopamine belangrijker is en daar het meeste zink en vitamine D naar toe gaat, terwijl ook de GABA-receptoren dan worden bezet door koper dat de effectiviteit van deze receptoren tegenwerkt. (Koper en zink zijn elkaars antagonisten, zodat tekort aan zink meestal leidt tot teveel koper dat de neiging heeft om oneigenlijk te binden op de receptorplaatsen voor GABA dat dan zijn functie niet kan uitoefenen.)

Overprikkeling die niet voldoende kan worden gedempt door GABA leidt op die manier dan tot een psychose.

Een defect aan het Cytochroom-systeem is meestal erfelijk, maar ook de zinkopname kan erfelijk bepaald zijn. Daarnaast is stress een zinkslurper en zijn er nog veel meer factoren die kunnen leiden tot een te lage zinkspiegel. De puberteit en vroege adolescentie zijn ook berucht om een tijdelijke verlaging van de zinkspiegel. Dit is typisch de leeftijdsfase waarin psychoses voor het eerst optreden.

Waarom een test op de spiegels van zink en vitamine D bij ADHD noodzakelijk is

Toename ADHD volgens de SFK

Interessant is een bericht dat op 23-6-2009 verscheen in de Volkskrant. Ik citeer:

[…] Aantal mensen met ADHD bijna verdubbeld

DEN HAAG – Het gebruik van medicijnen tegen ADHD blijft stijgen. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen  (SFK) die minister Ab Klink (Volksgezondheid) in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer naar het parlement heeft gestuurd.

Het aantal voorschriften bij de huisarts is de afgelopen vier jaar meer dan verdubbeld van 360.000 in 2005 tot 764.000 in 2008. Het aantal gebruikers is ook bijna verdubbeld van 51.000 in 2005 tot 94.000 in 2008. Het gebruik onder kinderen van zes tot vijtien jaar stijgt ook nog steeds.

Kinderen en pubers die aan ADHD lijden, vallen op door een overmatige drang om te bewegen, verminderd vermogen om zich te concentreren en ondoordacht handelen.

Klink wijst erop dat er verscheidene verklaringen zijn voor de toename van de stoornis, zoals een toenemende aandacht voor ADHD, een betere herkenning en veranderingen in het onderwijs die om meer vaardigheden van leerlingen vragen. ADHD-kinderen vallen daardoor sneller op […]

In HuisartsVandaag was op 13-12-2011 te lezen dat er inmiddels al sprake is van meer dan een miljoen ADHD-voorschriften per jaar!

Natuurlijk kunnen de door Klink genoemde factoren ook een rol spelen. Maar toch denk ik hij de belangrijkste causale factor over het hoofd ziet. Namelijk de toenemende hoeveelheid aluminiumhoudende vaccins die kinderen vandaag de dag te verstouwen krijgen.

Kinderen met stoornissen in hun ontgiftingssysteem, zoals het Cytochroom P450, stapelen deze aluminium op. Hierdoor doet deze aluminium een aanslag op de beschikbaarheid van vitamine D bij deze kinderen. Maar bij de meeste kinderen zien we momenteel (te) lage spiegels van vitamine D. In het uit de handel gehaalde medisch naslagwerk Drug-Induced Nutrient Depletion Handbook, 2nd edition, 2001, Lexi-Comp, staat op bladzijde 28 te lezen dat aluminiumhydroxide de spiegels verlaagt van vitamine D, calcium en fosfor.

Hyperactiviteit en toename van ‘medicatie’

Op 10-3-1999 meldde de krant dat de Gezondheidsraad onderzoekt op welke manier hyperactieve kinderen moeten worden behandeld. De raad is gealarmeerd door het sterk toegenomen medicijngebruik bij de circa 60.000 kinderen met de hersenstoornis ADHD. Onderzocht wordt of het middel Ritalin dat de kinderen tot rust brengt, nu niet te vaak wordt voorgeschreven. In het verleden werd vaker gedragstherapie toegepast. Het eindrapport werd in 2000 verwacht. In 2010 bleek dat Ritalin en verwante middelen na 2000 alleen maar vaker werden voorgeschreven.

De biochemie van depressie en ADHD

In de jaren 70 werd door de Amerikaanse biochemicus en arts dr. Carl Pfeiffer een onderzoek gedaan naar de biochemie van mensen die aan psychische kwalen leden. Hij vond onder andere hoge koperspiegels bij zowel depressieve volwassenen als bij hyperactieve kinderen. En een te hoge koperspiegel duidt tegelijkertijd op een te lage zinkspiegel (deze twee stoffen verhouden zich tot elkaar als het ‘weermannetje en het weervrouwtje’, een balans dus).

Bij ADHD is een defect geconstateerd in dopamine D2-receptoren. Er lijken te weinig van deze receptoren voor dopamine te zijn. De prikkelgevoeligheid van een cel voor dopamine is hierdoor verminderd. Verlaagd vitamine D leidt tot verlaagde aanmaak van dopamine.

In de jaren dertig bleek dat kinderen voor hun ADHD-symptomen baat vonden bij amfetamine. Een zelfde ontdekking doen veel jongvolwassen ADHD-patiënten tegenwoordig trouwens zelf ook, maar veelal volgt er dan een amfetamine-verslaving, gevolgd door verslaving aan cannabis.

Door vaccinaties ontstaat soms een blijvende verlaging van de zinkspiegel. Te laag zink doet afbreuk aan de kwaliteit van het veldcontact, waardoor ontwikkelingsstoornissen kunnen optreden, zoals ADHD.

Stimulantia zoals amfetaminen en cocaïne verhogen de prikkelgevoeligheid voor dopamine.

ADHD bestaat echt!

Recentelijk hebben enkele auteurs publicaties naar buiten gebracht waarin ze betogen dat de aandoening ADHD niet bestaat, maar slechts een verzinsel zou zijn van de farmacie, met het doel om hun omzetten te doen toenemen.

Hierbij zou de farmacie inspelen op de wens van opvoeders en leerkrachten om kinderen om te vormen tot gehoorzame standaardkinderen. ‘Creatieve’ en aandacht-vragende kinderen zouden op die manier steeds sneller het etiket ADHD krijgen opgeplakt en de bijbehorende medicatie verstrekt. Natuurlijk zal er weleens een verkeerde diagnose worden gesteld, maar alleen al aan de hand van de hierboven weergegeven effecten van aluminium hydroxide in vaccins valt niet te ontkennen dat er bij een aantal kinderen door vaccinaties iets misgaat in de hersenen. Bovendien zijn er meerdere oorzaken voor ADHD-gedrag, zoals kleurstoffen in voeding en drank en aangeboren afwijkingen.

Om de ongefundeerde uitspraken over het niet bestaan van ADHD als stoornis te ontzenuwen en daarmee ook tevens aan te tonen dat ADHD kan worden veroorzaakt door onder meer vaccinaties, zal ik hieronder enkele evidente onderzoeksuitkomsten weergeven. Op 5-9-2009 stond in de Volkskrant een stuk onder de titel: “Eindelijk helder: ADHD bestaat”. Ik zal een deel van dit artikel hieronder citeren:

[…] ADHD is meer dan ouderwets druk gedrag, blijkt uit onderzoek aan hartslag en hersengolven. En Ritalin kan helpen.

Over ADHD worden vaak drie dingen gezegd: het bestond vroeger niet, alle drukke kinderen hebben tegenwoordig zogenaamd ADHD, en druk gedrag wordt gemedicaliseerd met het voorschrijven van Ritalin.

Onderzoek waarop psycholoog Yvonne Groen woensdag promoveert, laat zien dat er wel degelijk iets aan de hand is met kinderen die de diagnose ADHD hebben.

Groen deed hersengolf- en hartslagmetingen bij kinderen met ADHD die wel en niet methylfenidaat (Ritalin) kregen, en bij een controlegroep van gezonde kinderen.

Uit haar meetresultaten blijkt niet alleen dat kinderen met ADHD slechter van fouten leren en langer behoefte hebben aan feedback, maar ook dat hun hartslag en de reacties in hun hersenen afwijken van die van gezonde kinderen. Dat duidt erop dat ze informatie anders verwerken.

Hartslag en hersengolven zijn van belang omdat volgens de ‘somatische bestempelingshypothese’ de beslissingen die we dagelijks nemen, samengaan met veranderingen in onze lichamelijke toestand, die op hun beurt weer worden teruggekoppeld naar het brein. Door deze terugkoppeling heeft ons gevoel invloed op deze beslissingen en de kwaliteit van de informatieverwerking.Als dat terugkoppelingsmechanisme hapert, heeft dat gevolgen voor hoe we informatie verwerken en beslissingen nemen. En dat is precies wat kinderen met ADHD parten speelt […]

Kinderen met ADHD hebben gemiddeld een lagere hartslag, een geringere zweetproductie en een lagere stressreactie. Bij mensen met ADD/ADHD zien we ten opzichte van normale mensen verschillen in hersenactiviteit, met name in de Theta- en Bèta hersengolven. Bij een ADD/ADHD groep wordt voornamelijk een bovengemiddelde hoeveelheid Theta-hersengolven waargenomen (Hermens et al., 2004; Mann et al., 1992; Chabot and Serfontein, 1996; Clarke et al., 1998, 2001; Lazzaro et al., 1998, 1999).

Daarnaast valt ook op dat mensen met ADD of ADHD soms veel minder hoge, snelle Bèta hersengolven produceren (Hermens et al., 2004; Clarke et al., 1998; Mann et al., 1992; Lazzaro et al., 1998, 1999). In het vakblad Journal ofthe American Academy of Child & Adolescent Psychiatry verscheen in september 2009 de uitslag van een onderzoek naar het corticaal volume bij ADHD. Daaruit bleek het volgende:

[…] Deze Amerikaanse cross-sectionele studie bekeek door middel van hoge resolutie MRI de dikheid van de cortex alsmede het volume van het hersenweefsel van kinderen met ‘attention-deficit/hyperactivity disorder’ (ADHD) vergeleken met gezonde leeftijdsgenoten.
Er werden 22 kinderen (gemiddelde leeftijd 11,7 jaar) met ADHD geïncludeerd en vergeleken met 22 leeftijdsgenoten zonder ADHD. Volume en dikte van de cortex werd vergeleken met en zonder correctie voor intelligentie.

Het bleek dat de kinderen met ADHD significant een lager hersenvolume hadden, minder grijze stof en een gemiddeld lagere corticale dikte, terwijl de witte stof toegenomen was. Deze afgenomen dikte was met name in de frontale, pariëtale, temporale en occipitale cortex, en minder in de primair sensorische regio’s.
Deze onderzoekers concluderen dat een reductie van de corticale dikte een aanwijzing kan zijn voor de diagnose ADHD, waarbij niet alleen de prefrontale en subcorticale regio’s zijn aangedaan […]

Uit deze onderzoeksresultaten blijkt dat er bij kinderen met echte ADHD iets schort aan de ontwikkeling en het functioneren van het brein. En dat is – naast andere oorzaken – ook heel goed te verklaren door de hiervoor reeds beschreven invloed van aluminiumzouten op het zich ontwikkelende brein, dat daardoor een andere vorm en een ander functioneren kan gaan vertonen. Op 20-3-2010 ontving ik een verslag van het werk van dr. David Ayoub, zoals weergegeven door dr. Mercola. Ik citeer hier enkele delen uit dit verslag:

[…] Parents of autistic children kept pointing out the fact that their children’s heavy metal toxicity profiles showed high amounts of aluminum, and they wanted to know what that meant.

Secondly, a well respected nutritionist who deals with industrial aluminum toxicity showed them toxicity profiles of middle school children who had ADHD. In his estimate, 90 percent of the children in one particular school had developed ADHD during the course of a single year, and their toxicity profiles showed massive amounts of aluminum.

In addition, he did a pilot study with Dr. Usman, who treats autism with biomedicine, and when he evaluated the aluminum burden of these autistic children, he found that high percentage of them also had very high aluminum burdens […]

De observaties van dr. Daniel Amen in relatie tot het functioneren bij ADD en ADHD Dr. Amen, kwam via SPECT-scans tot een indeling van 6 subtypen van ADD en ADHD. Ik geef hieronder weer wat ik eerder schreef over deze ‘overprikkelde’ zogenaamde hoog-sensitieve kinderen:

[…] Volgens zijn ‘SPECT-metingen’ vertoont elk ADHD-subtype een uniek patroon van hersenactiviteit. ADD is 1 van de subtypen die hij onderscheidt en zou moeten worden beschouwd als ADHD zonder hyperactiviteit, het zogenaamde ‘onoplettende type’. Deze kinderen zijn vaak stil en uiterlijk rustig, maar hebben wel last van innerlijke onrust.

Dr. Amen zag bij zijn neurologische scans bij dit type:

  • verminderde activiteit in de laterale prefrontale cortex en de basale ganglia tijdens concentratietaken en
  • weinig activiteit in het cerebellum.

Een ander subtype is het ‘temporale kwab ADHD’, het bange/boze en overgevoelige type. Niet hyperactief en dus ook een vorm van ADD. De scans gaven het volgende te zien:

  • lage (of incidenteel hoge) activiteit in de temporale kwab en
  • weinig activiteit in de prefrontale cortex tijdens concentratietaken.

Opvallend is dat dr. Amen concludeert dat voor deze twee besproken subtypen van ADHD beter geen klassieke stimulantia zoals Ritalin, Concerta en dexamfetamine kan worden gebruikt, maar dat deze kinderen beter functioneren op een anti-epilepticum, zoals Neurontin (gabapentin) of Depakote (Bij ons bekend als Depakine). Ook adviseert hij een supplement of voedingsmiddel dat de aanmaak van GABA stimuleert. (GABA is zinkafhankelijk)

Hier uit volgt dat dr. Amen heeft geconcludeerd dat er bij deze overprikkelde (hoog sensitieve) kinderen sprake is van een gebrek aan GABA en dat behandelen met een normaliter bij epilepsie voorgeschreven medicatie het beste effect heeft.

Ook voor een derde subtype van ADD/ADHD, het zogenoemde ‘intense type’ adviseert hij een anti-epilepticum of een antipsychoticum.

Ik denk dat deze ‘hoog-sensitiviteit’ en epilepsie twee kanten zijn van een door vaccins veroorzaakte medaille, die we kunnen samenvatten als een benadeeld ‘prikkeldempend ruisfilter’ doordat er te weinig GABA wordt aangemaakt.

En natuurlijk kan deze afwijking als gendefect zijn aangeboren, maar ik vrees dat er in de meerderheid van deze diagnoses sprake is van vaccinatieschade.

Bij elk van de zes subtypen van ADD/ADHD heeft dr. Amen onderling iets verschillende en soms overlappende patronen van afwijkende hersenactiviteit aangetroffen. En dat wijst er ook op dat er in de hersenen van kinderen/volwassenen met ADD/ADHD iets afwijkend aan de hand is, hetgeen conform is met de hierboven beschreven afwijkingen.

We moeten dus aannemen dat er bij deze individuen sprake is van een afwijkend functioneren van de hersenen, wat weer onderbouwt dat individuen die met ADD/ADHD worden gediagnosticeerd vaak ook daadwerkelijk lijden aan een echte en aantoonbare stoornis. Het feit dat anti-epileptica een gunstig effect hebben draagt evidentie aan voor het gegeven dat het bij deze overprikkelde kinderen gaat om een tekort aan GABA, dat volgens mijn eerdere uitleg kan worden veroorzaakt door reeksen opeenvolgende vaccinaties.

Vaccinaties vanaf kort na de geboorte kunnen er dus toe leiden dat kinderen in hun vroege ontwikkeling al kunnen worden gediagnosticeerd met ADD of ADHD. En dat veroordeelt hen dan tot jarenlang gebruik van beslist niet ongevaarlijke ‘medicatie’, zoals hierna nog wordt besproken.

Psychodiagnostiek kent geen wetenschappelijk goedgekeurde ADHD-test

Dat er vaak gezegd wordt dat ADHD slechts een verzinsel is om drukke kinderen te drogeren wordt waarschijnlijk ook in de hand gewerkt doordat er geen echt objectieve psychologische test bestaat om een goede diagnose te kunnen stellen.  In 1992 beoordeelde het Nederlands Instituut van Psychologen (N.I.P.) samen met de universiteiten van Amsterdam en Utrecht een groot aantal psychologische testen middels een vernieuwd beoordelingssysteem COTAN. Geen van de beoordeelde testen kwam als voldoende uit de bus. En dat terwijl ADHD toen al wel werd beschreven in de DSM-IV.

Het Oxford Handbook of Psychiatry, 2005, zegt dat een diagnose wordt gesteld op basis van interviews en informatie van de school. De interviews bevatten in de regel de symptomen die worden genoemd in de DSM-IV, met een 5-punts antwoordschaal en deze voldoen niet aan de eisen van de COTAN. Dus zitten de psychologen nog steeds zonder testen om objectieve ADHD-diagnoses te kunnen stellen.

Hoogste tijd dus om het eens vanuit de optiek van de biomedische hoek te gaan bekijken en erg drukke en problematische kinderen te gaan screenen op de kwaliteit van hun ontgiftingssystemen, hun belasting met aluminium en/of kwik, en de toestand van hun hersenstructuren (zoals hiervoor beschreven). Ook het meten van de hersengolven en hartslag zou handig zijn. Kortom: deze kinderen onderzoeken op de in het voorgaande beschreven afwijkingen die andere onderzoekers al wel vonden. En dan vooral aangevuld met een test in een laboratorium voor klinische chemie op de spiegels van zink en vitamine D.

Alleen moet er dan natuurlijk wel gezocht worden naar oorzaken voor de gevonden afwijkingen…….. En dan moet erkend worden dat aluminiumstapeling bij kinderen met een onderfunctionerend ontgiftingssysteem kan leiden tot afwijkingen in de hersenen. En omdat zoiets weer vervelende implicaties kan hebben voor de farmaceutische sector, houdt men liever vol dat er geen objectieve psychologische testen voorhanden zijn en dat er geen andere mogelijkheden zijn om ADHD te diagnosticeren. Want……ADHD gaat toch immers over gedrag………..en dat is nou juist de specialisatie van psychologen. Dus kan de oorzaak van echte ADHD nog erg lang onbekend blijven.

Op 13-12-2010 ontving ik een aankondiging van het derde International Congress on ADHD, From Childhood to Adult Disease, dat van 26-29 mei 2011 in Berlijn zou worden gehouden.

Aan die uitnoding was een korte geschiedenis van ADHD toegevoegd en die laat iets interessants zien als we in gedachten houden dat in 1926 werd begonnen met het toevoegen van aluminiumzouten – zoals aluminium hydroxide – aan vaccins.

[…] 1930 First Kramer and Pollhow reference tot the disorder, resulting in their article ‘Über eine hyperkinetische Erkrankung im Kindesalter (1932) […]

Nadat men in 1926 begon met het inspuiten van jonge kinderen met aluminium hydroxide, kon men rond 1930 de eerste opvallende incidenties waarnemen van hyperactieve kinderen. Een verschijnsel dat bleef toenemen, net zoals de toenemende aantallen aluminiumhoudende vaccinaties die kinderen al vanaf kort na hun geboorte te verstouwen krijgen.

Ik ben in het bezit van het second opinion-autopsierapport van een meisje dat in Nieuw-Zeeland overleed na enkele aluminiumhoudende vaccins (HPV). Dat autopsierapport vermeldt (inclusief foto’s) hersenschade plus ophopingen van aluminiumzouten.

Chemical lobotomies: A growing number of children are being prescribed antipsychotics for ADHD
Onder deze kop ontving ik op 3-4-2013 van NaturalNews een verslag over het toegenomen gebruik van antipsychotica door kinderen met ADHD. Volgens het Woordenboek van de psychologie (Reber, 1993, studenteneditie) betekent ‘lobotomie’:

[…] Een chirurgische ingreep waarbij de witte stofbanen tussen de frontale hersenkwabben en het diëncephalon worden onderbroken, in het bijzonder die van de thalamische en hypothalamische gebieden. De oorspronkelijke ingreep werd ontwikkeld door A.E. Moniz in de jaren dertig en werd zo aangeprezen als een psychochirurgische procedure voor ernstige psychologische stoornissen, dat hem hiervoor een Nobelprijs werd toegekend. Met het opstapelen van de gegevens van tienduizenden van deze zogenaamde defrontalisaties is de algemene conclusie ontstaan dat de ingreep niet werkt. Hoewel in enkele gevallen soms positieve resultaten worden geboekt, vallen deze in het niet bij de negatieve bijeffecten van apathie, ongevoeligheid, verminderde toerekeningsvatbaarheid en toevallen, die allemaal irreversibel zijn. Ze raakt de laatste jaren gelukkig steeds meer in onbruik […]

Met ‘chemische lobotomie’ wordt bedoeld het langs chemische weg verwijderen van hersencellen. En dat past men dan toe bij kinderen met ADHD op wie in feite reeds chemische lobotomie is toegepast door middel van elektro-actieve stoffen in vaccins. Eerder in een uitgebreidere studie beschreef ik al hoe kwik (snel effect) en aluminium (wat langzamer effect) allebei de dendrieten van neuronen aantasten op een zodanig manier dat die dendrieten verschrompelen en de synapsverbindingen tussen de neuronen dus verdwijnen. Tot slot kunnen ook de neuronenlichamen nog afsterven. Dit is wat chemische lobotomie doet. Ook andere neuron-vijandige stoffen – zoals antipsychotica – kunnen neuronen laten afsterven. En dan vooral van de frontale lobben (voorste hersendelen). Ik citeer nu het al genoemde verslag:

[…] Pills have become the solution to every problem. A new trend in psychiatry is the prescription of strong and toxic antipsychotic drugs to children with ADHD as well as other behavioral disorders. The ‘off label’ use of this drugs can come with a host of dangerous side effects – effects much worse than the behaveriol problems they are supposedly treating.

The type of antipsychotics being administered is considered ‘atypical’ or second-generation meaning that they have only been on the market since the 1990s. Usually they are prescribed to adults with serious mental disorders such as bipolar disorders such as bipolar disorder or schizophrenia. However, a study has shown that the amount of children being prescribed antipsychotics has increased seven-fold in an eight year period. Furthermore, adolescents are also showing increasing rates of antipsychotic prescriptions. Overall, while according to the study, every age bracket is being prescribed more antipsychotics today than in previous years, children and adolescents show higher rates of prescriptions than adults. Many of the prescriptions written to these children weren’t even written by psychiatrists, but general practioners who haven’t been trained specifically in behavioral, cognitive, or mental disorders.

There are reasons that the numbers of antipsychotics prescribed for children with behavioral disorder is skyrocketing. The drugs show drastic improvement in the hyperactivity, irritability, and defiance associated with ADHD. The reason for this seeming improvement is the fact that these atypical antipsychotics act on the frontal lobe of the brain – the area lobotomies effect.

Dr. Peter Bregin, who publicly decries the use of antipsychotics in children, has this to say:

“We have a national catastrophe. This is a situation where we have ruined the brains of millions of children … These are lobotomizing drugs. Of course, they will reduce all behavior, including irritability.”

The use of these drugs is replacing other, perhaps more effective solutions such as therapy and family counseling as the children in the study were not shown to be receiving either. The medical industry is pushing the quicker, easier, yet more toxic solution to younger people.Turning children with disruptive behaviors into chemically lobotomized zombies are not the only dangers of this drugs. The atypical class of antipsychotics is known for its list of dangerous side effects, which children are much more vulnerable to, including rapid weight gain, increase in blood pressure, metabolic abnormalities as well as a slew of disturbing neurological side effects. Tardieve Dyskinesia is a permanent, drug-induced neurological condition which manifests itself through involuntary tics and yerks, and had been attributed to atypical antipsychotics. Dystonia, which causes painful, involuntary muscle contractions, has also been noted with these drugs as well as a more serious disorder which can kill a person within 24 hours-neuroleptic malignant syndrome. The most serious risk of all; however, is the risk of death to which there have been 45 pediatric deaths between the years of 2000 and 2004, where atypical antipsychotics was the primary cause of death, the FDA reported […]

Gevaccineerde kinderen die de pech hebben om door het onderfunctioneren van hun ontgiftingssystemen (o.a. CYP450) kwik en aluminium (of andere elektroactieve adjuvantia) te stapelen en daardoor ADHD (of andere gedragsstoornissen) ontwikkelen, worden dus dubbel geslachtofferd, waarbij de farmacie dus ook dubbele winst maakt. En dat terwijl al minstens 20 jaar bekend is dat ‘defrontalisaties’ op zijn zachts gezegd niet werken en ook van de zogenaamde chemische defrontalisaties de onomkeerbare en soms dramatische bijwerkingen allang in kaart zijn gebracht…

Omdat er door de neurotoxische stoffen in de vaccins al neuronenschade is ontstaan in de hersenen, zal gedragstherapie niet effectief zijn. De door chemische lobotomie veroorzaakte stoornissen ‘behandelen’ met nog een extra chemische lobotomie is bepaald geen goed idee. De beste behandeling is ‘preventie’, dus het ophouden met het inspuiten van weerloze jonge kinderen met zwaar neurotoxische stoffen!!!

Bijwerking pillen nooit te voorkomen
Onder deze kop stond er op 21-5-2013 een bericht in de Volkskrant dat ik in dit verband citeer:

[…] Bijwerkingen van medicijnen zullen nooit helemaal zijn uit te bannen. De gedachte dat medicijnen’ specifiek’ kunnen zijn, klopt namelijk niet, blijkt uit een nieuwe theoretische verkenning in het vakblad PNAS. Bijwerkingen ontstaan als medicijnen belanden op de verkeerde plek, zoals op eiwitten waar ze niet horen. Maar daar wringt de schoen, blijkt uit een Amerikaanse modelstudie. Er zijn maar een stuk of 500 manieren waarop medicijnen contact kunnen maken met eiwitten. Daardoor zal een medicijn ook altijd op ‘verkeerde’ eiwitten inwerken, met bijwerkingen als gevolg. ‘Het idee dat een klein molecuul slechts één eiwitdoelwit kan hebben, kan eenvoudigweg niet worden ondersteund’, aldus hoofdonderzoeker Jeffrey Skolnick van Georgia Tech […]

Kinderen worden eerst gevaccineerd, hetgeen vaak al ongewenste bijwerkingen oplevert. Om die bijwerkingen te ‘behandelen’ dient men dan pillen toe die ook weer ongewenste bijwerkingen kunnen hebben. En zo verder… En dat terwijl het uitgangspunt bij die eerste dringend aanbevolen – en soms zelf ‘verplichte’ – inspuiting met neurotoxische stoffen een gezond geboren kind betreft… En dat kind belandt hierdoor dan levenslang in een cascade van pillen, pillen en nog eens pillen terwijl de oorspronkelijke geestelijke en lichamelijke gezondheid nooit meer terugkeert…

Evidentie voor het beschadigen van het brein door ADHD-medicatie

Op 21-3-2012 kwam PloS ONE 7(3) met een artikel door Shankar Sadasivan en collega’s onder de titel Methylphenidate Exposure Induces Dopamine Neuron Loss and Activation of Microglia in the Basal Ganglia of Mice. Ik citeer de samenvatting:

[…] Background

Methylphenidate (MPH) is a psychostimulant that exerts its pharmacological effects via preferential blockade of the dopamine transporter (DAT) and the norepinephrine transporter (NET), resulting in increased monoamine levels in the synapse. Clinically, methylphenidate is prescribed for the symptomatic treatment of ADHD and narcolepsy; although lately, there has been an increased incidence of its use in individuals not meeting the criteria for these disorders. MPH has also been misused as a ‘cognitive enhancer’ and as an alternative to other psychostimulants. Here, we investigate whether chronic or acute administration  of MPH in mice at either 1 mg/kg or 10 mg/kg, affects cell number and gene expression in the basal ganglia.

Methodology/Principal Findings

Through the use of stereological counting methods, we observed a significant reduction (-20%) in dopamine neuron numbers in the substantia nigra pars compacta (SNpc) following chronic administration of 10 mg/kg MPH. This dosage of MPH also induced a significant increase in the number of activated microglia in the SNpc.

Additionally, exposure to either 1 mg/kg or 10 mg/kg increased the sensitivity of SNpc dopaminergic neurons to the parkinsonian agent 1-methyl-4-phenyl-1,2,3,6-tetrahydropyridine (MPTP).

Unbiased gene screening employing Affymetrix geneChip® HT MG-430 PM revealed changes in 115 and 54 genes in the substantia nigra (SN) of mice exposed to 1 mg/kg and 10 mg/kg MPH doses, respectively. Decreases in the mRNA levels of gdnf, dat1, vmat2, and th in the substantia nigra (SN) were observed with both acute and chronic dosing of 10 mg/kg MPH. We also found an increase in mRNA levels of the pro-inflammatory genes il-6 and tnf-a in the striatum, although these were seen only at an acute dose of 10 mg/kg and not following chronic dosing.

Conclusion

Collectively, our results suggest that chronic MPH usage in mice at doses spanning the therapeutic range in humans, especially at prolonged higher doses, has long-term neurodegenerative consequences […]

Aangezien dit soort onderzoek bij muizen als representatief wordt beschouwd voor soortgelijke uitkomsten bij mensen, kunnen we aannemen dat het chronisch gebruik van Ritalin (methylphenidate) door mensen ook zal leiden tot een significante reductie van dopamine-neuronen in de SNpc en een eveneens significante toename van het aantal geactiveerde microglia in hetzelfde gebied plus een toegenomen gevoeligheid van de dopaminerge neuronen van dat hersengebied voor MPTP.

Hoe spannen we bij gezond geboren kinderen met een eigenlijk onbetekenende afwijking aan hun Cytochroom P450-leverontgiftingssysteem het paard op een desastreuze manier achter de wagen? Simpel: vaak vaccineren en daarna chronisch ADHD-medicatie laten slikken!

En als deze kinderen – met hun defecten aan het CYP450-systeem (o.a. CYP450 2D6) – door het chronisch gebruik van methylfenidaat dan psychotisch en onhandelbaar beginnen te worden, dan is er nog een zogenaamd ‘laatste redmiddel’ in de vorm van risperidon (Risperdal). Dit is een antipsychoticum dat alleen is goedgekeurd en geregistreerd voor kinderen met een verstandelijke beperking, maar veel breder off label wordt voorgeschreven.

De bijwerkingen zijn zeer ernstig: gewichtstoename, diabetes type 2, beroertes, pseudo-oestrogene invloed op geslachtsorganen, cognitieve terugval, problemen met geheugen en leren, vroegtijdig dementeren.

In feite worden kinderen – zeker kinderen met een afwijking aan hun Cyp450-systeem – door die zinloze vaccinaties, ADHD-medicatie en vaak vervolgens ook nog antipsychotica zoals risperidon tot makke zombies gemaakt voor wie er geen goed toekomstperspectief meer over blijft.

Op 27-9-2013 kwam HuisartsVandaag met het volgende bericht:

[…] Kleuters met ADHD hebben al problemen met het werkgeheugen […]

Door chemische lobotomie op kinderen met ADHD degenereren de frontale en temporale lobben, met als gevolg het ontstaan van de ziekte van Pick (frontotemporale dementie). Die kleuters met problemen met hun werkgeheugen verkeren al in het alarmerende eerste stadium van deze ziekte, waarbij afname van de geheugenfunctie eerder opvalt dan veranderingen in gedrag, zoals bij volwassenen.

En juist omdat uit dit stuk blijkt dat die reguliere farmaceutische medicatie voor ADHD zo gevaarlijk en vaak desastreus is, is het dringend noodzakelijk dat kinderen met ADHD even in een laboratorium voor klinische chemie worden getest op hun spiegels van zink en vitamine D en liefst ook hun spiegel van dopamine. En als deze te laag zijn, dan moeten we eerst proberen of suppletie met zink en vitamine D hun toestand (spiegels van dopamine, noradrenaline en melatonine) kan verbeteren zonder gebruik van die voor hun hersenen schadelijke amfetaminen en antipsychotica.

Een alternatief voor ADHD-medicatie en antipsychotica

In San Diego vond van 11-14 oktober 2014 een conferentie plaats van de AAP (American Academy of Pediatrics) die ook aandacht wijdde aan een kakelverse onderzoeksuitkomst naar de relatie tussen ADHD en gebrek aan vitamine D. Het motto van de conferentie was: ‘Explore new horizons’. Hier werd de onderstaande onderzoeksuitkomst gepresenteerd:

[…] Is High Prevalence of Vitamin D Deficiency a Contributory Factor for Attention Deficit Hyperactivity Disorder in Children and Adolescents?

Saturday, October 11, 2014
Marina Ballroom Salon E (San Diego Marriott Marquis)
Madeeha M Kamal, MBCHB, FAAP, FRCP( C), Hamad Medical Corporation, Doha, Qatar

Objectives:
The aim of this study was to investigate the association between vitamin D deficiency and attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) among school age children and adolescents.

Methods:
This is a case-control study which was conducted in school age children and adolescents below 18 years of age from June 2011 to May 2013 at the School Health and Primary Health care Clinics, in the state of Qatar. The study enrolled 1,331 cases and 1,331 controls. The data collection instrument included socio-demographic & clinical data, physician diagnosis, family history, and serum 25(OH) vitamin D, calcium, albumin, billirubin, magnesium, calcium, cholesterol, urea, triglyceride and phosphorus. Descriptive and univariate statistical analysis were performed. IRB approval was obtained by Hamad Medical Corporation review committee.

Results:
1331 of ADHD and 1,331 of healthy children gave their consent to participate in this study. Vitamin D deficiency was considerably higher in ADHD children compared to healthy children.  The mean value of vitamin D in ADHD children was lower than the normal value, a significant difference found in the mean values of vitamin D among ADHD (16.6±7.8 with median 16) and control children (23.5±9.9) (p<0.0001) and with median 23 (p = 0.006).

Conclusions:
The study showed that vitamin D deficiency was higher among school age children and adolescents with the diagnosis of Attention Deficit Hyperactivity Disorder compared to controls  […] 

Hierna vond ik nog enkele onderzoeksresultaten (2013 en 2014) betreffende de link tussen te laag vitamine D en ADHD (en depressie). Evenals het vermoeden dat vitamine D betrokken is bij de synthese van catecholaminen (zoals dopamine en noradrenaline). Hoe dat precies verloopt had ik net zelf al in kaart gebracht, zodat dit vermoeden nu wetenschappelijk onderbouwd kan worden.

Maar wat nou juist dit (waarschijnlijk meest recente) onderzoek zo interessant maakt, is het grote aantal deelnemers aan de trial: 1331 ADHD-ers plus 1331 deelnemers zonder ADHD. Dit is dus een erg betrouwbaar onderzoek (veel deelnemers en case-control) met significante uitkomst. Dat is natuurlijk ook de reden dat de AAP dit onderzoek presenteerde op deze conferentie. Dit kan als maatgevend worden beschouwd en dienen als uitgangspunt voor meer onderzoek.

In 1 van de 3 artikelen betreffende de link tussen ADHD en zinkgebrek (Arnold 2005), waarvan ik de titels al eerder noemde, testte men de zinkspiegels van 48 ADHD-ers en die bleken allemaal te vallen in de laagste 30% van de gebruikelijke laboratorium-referentiewaarden. We mogen er dus van uitgaan dat te laag zink algemeen voorkomt bij ADHD.

Bovenstaand artikel van Kamal (San Diego-conferentie) toont aan dat te laag vitamine D significant gezien werd bij 1331 individuen met ADHD.

Deze twee bevindingen bij elkaar opgeteld geven aan dat tekorten aan zink en vitamine D beide gerelateerd zijn aan ADHD. We weten al dat zink en vitamine D ook gerelateerd zijn aan elkaar, bij de synthese van dopamine. 

Het lijkt dus niet meer dan logisch dat het recente onderzoek van Kamal wordt vervolgd met een trial waarin wordt gekeken naar de spiegels van zink plus vitamine D bij ADHD en dat vervolgens wordt gekeken welk effect suppletie met zink plus vitamine D kan opleveren bij kinderen/volwassenen met ADHD – en welke doses hiervoor het meest effectief zijn. Dit laatste zal afhankelijk zijn van de mate waarin er tekorten bestaan.

ADHD en de mensen achter ‘Balans’ en de rol van staatssecretaris Martin van Rijn

Aan de hand van het in het voorgaande beschreven onderzoek door Kamal en nog diverse andere onderzoeken zocht ik contact met de ‘landelijke oudervereniging Balans’. En dat leidde tot opmerkelijke ervaringen inzake onwil om zich te verdiepen in dingen zoals gebrek aan zink en vitamine D. De focus van de dames achter deze organisatie was primair gericht op medicatie van het type ‘psychotrope stimulantia’ zoals Ritalin en Concerta.

Ik zocht contact met de hoofdredacteur van het digitale Balans-Magazine, Beatrice Keunen, die me gedurende enkele maanden aan het lijntje hield. Totdat ze me liet weten dat ze een vraag van mij (betreffende het indienen van een onderzoeksvoorstel bij ZonMw) mondeling zou voorleggen aan de directeur van Balans, mevrouw Swanet Woldhuis en mevrouw Arga Paternotte, die deel uitmaakt van de adviescommissie van de GR. Na twee weken zou ze er bij mij op terug komen met de reactie van deze dames. Omdat ik een maand later nog niets had vernomen, heb ik haar zelf gevraagd hoe het ervoor stond, omdat het digitale HuisartsVandaag die dag weer eens hamerde op het terugdringen van farmaceutische medicatie bij ADHD.

Toen ik mijn eerste brief naar Balans stuurde met informatie over gebrek aan zink en vitamine D bij ADHD stond de termijn voor het indienen van nieuwe onderzoeksvoorstellen voor een alternatieve behandeling van ADHD nog open. Maar door de vertraging die door de dames achter Balans werd veroorzaakt, bleek die termijn net verstreken toen ik me uiteindelijk maar zelf tot ZonMw wendde.

Het was duidelijk dat de dames achter Balans niet van plan waren geweest om mijn informatie betreffende zink en vitamine D in relatie tot ADHD naar ZonMw door te spelen en dat de focus vooral gericht moest blijven op de chemische farmaceutische benadering met Ritalin en Concerta.

Ook ZonMw reageerde niet en dus wendde ik me vervolgens tot staatssecretaris Martin van Rijn, die zelf zijn ‘Kamerbrief Standpunt Gezondheidsraad ADHD en medicatie’ naar buiten bracht met aanbevelingen voor onderzoek naar effectieve demedicalisatie bij ADHD.

Omdat direct contact met de staatssecretaris niet mogelijk is, verzond ik mijn brief via de Rijksoverheid, die me de volgende dag – 5-1-2015 – een ontvangstbevestiging mailde. Mijn brief was doorgezonden naar het ministerie van VWS. Op 13-7-2015 had ik nog geen reactie ontvangen. Omdat ik na dat halfjaar ook geen reactie meer verwacht, geef ik deze brief plus het bericht van de betreffende publieksvoorlichter hieronder weer:

Uw kenmerk is E3191547

Geachte mevrouw Kuiper – Van den Bos,

Hieronder volgt een reactie op uw e-mail gericht aan staatssecretaris Van Rijn, waarin u aangeeft dat u in november 2014 een theorie heeft afgerond die suggereert dat bij AD(H)D sprake kan zijn van tekorten aan zink en vitamine D. Suppletie van zink en vitamine D zou een veilige en effectieve behandeling kunnen zijn. Bovendien ook relatief goedkoop. U licht dit onderzoek verder toe.

Wij danken u voor de moeite die u heeft genomen om uw opmerkingen en dit onderzoek onder de aandacht te brengen, mevrouw Kuiper – Van den Bos. Wij hebben uw e-mail ter informatie doorgestuurd naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Indien er naar aanleiding van uw bericht aanvullende informatie gewenst is, dan neemt de betreffende beleidsafdeling contact met u op.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,
Imke Reintjes
Publieksvoorlichter Informatie Rijksoverheid

Mocht u naar aanleiding van dit bericht nog een vraag hebben of heeft u een andere vraag over de algemene wet- en regelgeving, dan kunt u hiervoor het contactformulier op onze website via onderstaande link gebruiken.
www.rijksoverheid.nl

— Original Message —
From: Teuni Keuiper
Received: 1/4/15 1:28:54 PM CET
To: Informatie Rijksoverheid
Subject: Onderzoek naar de effecten van suppletie van zink en vitamine D bij AD(H)D in het kader van demedicalisatie

Referring website: http://www.rijksoverheid.nl/contact

Aard van uw vraag: Privé
Aanspreekvorm: Mevrouw
Naam: T.C. Kuiper – van den Bos

Onderwerp: Onderzoek naar de effecten van suppletie van zink en vitamine D bij AD(H)D in het kader van demedicalisatie

Vraag: Betreft:
Onderzoek naar de effecten van suppletie van zink en vitamine D bij AD(H)D in het kader van demedicalisatie

Zeer geachte heer Van Rijn,

Op 3-7-2014 publiceerde de Gezondheidsraad een advies getiteld ADHD: medicatie en maatschappij . Hierop reageerde u met de ‘Kamerbrief Standpunt Gezondheidsraad ADHD en medicatie’. In deze brief doet u aanbevelingen voor ONDERZOEK. Onder meer naar het RED-dieet.

In november 2014 rondde ik een theorie af – op basis van oudere en vooral recentere wetenschappelijke onderzoeksuitkomsten – die suggereert dat bij AD(H)D sprake kan zijn van tekorten aan zink en vitamine D. Suppletie van zink en vitamine D – na aangetoonde tekorten – zou een veilige, effectieve behandeling kunnen zijn bij ADHD. En bovendien relatief goedkoop.
Bij ADHD is sprake van een verstoring van de dopaminehuishouding. Tekorten aan dopamine worden veroorzaakt door tekorten aan zink en vitamine D. Dit onderliggende biochemische mechanisme heb ik uitgebreid beschreven in een paper die ik u op verzoek kan toezenden. Hieronder een eerste evidentie voor de link tussen gebrek aan vitamine D en ADHD:

Van 11-14 oktober 2014 vond in San Diego een conferentie plaats van de AAP (American Academy of Pediatrics), waar men onderstaande onderzoeksuitkomst presenteerde:

[…]
Is High Prevalence of Vitamin D Deficiency a Contributory Factor for Attention Deficit Hyperactivity Disorder in Children and Adolescents?
Saturday, October 11, 2014
Marina Ballroom Salon E (San Diego Marriott Marquis )
Madeeha M Kamal, MBCHB, FAAP, FRCP( C), Hamad Medical Corporation, Doha, Qatar

Objectives: The aim of this study was to investigate the association between vitamin D deficiency and attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) among school age children and adolescents.

Methods: This is a case-control study which was conducted in school age children and adolescents below 18 years of age from June 2011 to May 2013 at the School Health and Primary Health care Clinics, in the state of Qatar. The study enrolled 1,331 cases and 1,331 controls. The data collection instrument included socio-demographic & clinical data, physician diagnosis, family history, and serum 25(OH) vitamin D, calcium, albumin, billirubin, magnesium, calcium, cholesterol, urea, triglyceride and phosphorus. Descriptive and univariate statistical analysis were performed. IRB approval was obtained by Hamad Medical Corporation review committee.

Results: 1331 of ADHD and 1,331 of healthy children gave their consent to participate in this study. Vitamin D deficiency was considerably higher in ADHD children compared to healthy children. The mean value of vitamin D in ADHD children was lower than the normal value, a significant difference found in the mean values of vitamin D among ADHD (16.6±7.8 with median 16) and control children (23.5±9.9) (p<0.0001) and with median 23 (p = 0.006).

Conclusions: The study showed that vitamin D deficiency was higher among school age children and adolescents with the diagnosis of Attention Deficit Hyperactivity Disorder compared to controls […]

Wat dit meest recente onderzoek zo interessant maakt, is het grote aantal deelnemers aan de trial: 1331 ADHD-ers plus 1331 deelnemers zonder ADHD. Dit is dus een erg betrouwbaar onderzoek (veel deelnemers en case-control) met significante uitkomst. Dat is natuurlijk ook de reden dat de AAP dit onderzoek presenteerde op deze conferentie. Dit kan dienen als uitgangspunt voor meer onderzoek.

Eerder al (Arnold 2005) werd aangetoond dat van een groep van 48 ADHD-ers alle deelnemers aan een test bleken te vallen in de laagste 30% van de laboratorium-referentiewaarden. Te laag zink lijkt algemeen voor te komen bij ADHD.
Deze twee bevindingen (Kamal 2014 en Arnold 2005) zijn beide gerelateerd aan de synthese van dopamine (en noradrenaline) zoals ik beschreef in mijn paper.

Deze onderzoeken moeten worden vervolgd met een trial waarin wordt gekeken naar de spiegels van zink plus vitamine D bij ADHD en dat vervolgens wordt bekeken welk effect suppletie met zink plus vitamine D kan opleveren bij kinderen/volwassenen met ADHD – en welke doses hiervoor het meest effectief zijn.

Gezien het feit dat zowel de GR als het ministerie van VWS aandringt op demedicalisering en terughoudendheid met chemische medicatie (psychostimulantia met amfetamine-karakter) bij ADHD, ligt het voor de hand dat men in eigen land zo’n trial organiseert. Of meerdere trials: ‘suppletie met zink en vit. D als monotherapie’ en als ‘additieve therapie naast een lagere dosis methylfenidaat’. Interessant zal ook zijn om te zien wat suppletie met zink en vitamine D voor effect heeft naast een orthopedagogische aanpak die ook wordt genoemd in uw Kamerbrief.

Met een vriendelijke groet,
Teuni Kuiper – van den Bos

Dat ik van Martin van Rijn niets zou vernemen verbaasde me totaal niet. Staatssecretaris Van Rijn van VWS was immers in 2007 betrokken bij de oprichting van het Apollo Netwerk, waarin de multinationals GlaxoSmithKline en Janssen Cilag spreken met de top van het ministerie, ziekenhuisdirecties etc. In mijn uitgebreidere studie sprak ik al eerder over die ‘geheime’ Apollo-club die natuurlijk primair de belangen dient van de farmaceutische industrie. Samen met minister Edith schippers dient Martin van Rijn dus de belangen van dat clubje en bij die belangen horen wel het zo mogelijk vergroten van de omzetten van Ritalin en Concerta, maar niet het vervangen van deze psychostimulanten door suppleties met o.a. zink en vitamine D. En dat weten de dames achter Balans ook heel goed…

Ik zal een poging doen om de non-reactie van de dames achter Balans en staatssecretaris Van Rijn helder in beeld te brengen:

Op 11-10-2014 was er een radio-uitzending door Argos (VPRO/VARA), met als onderwerp: Concerta verboden door Europese autoriteit. Sandra Kooij negeert CBG.

Sandra Kooij is de hoofdonderzoeker van het bewuste onderzoek dat door de EMA werd afgekeurd. (Het CBG neemt normaliter het oordeel van de EMA over.)
Ondanks dat Concerta niet is goedgekeurd – en dus niet is geregistreerd voor gebruik door volwassenen – wordt het offlabel toch massaal voorgeschreven.
De NvvP (Nederlandse vereniging voor Psychiatrie) is ten tijde van de uitzending zelfs voornemens het middel als eerste keuze in de nieuwe richtlijn op te nemen. Sandra Kooij is de voorzitter van de commissie adhd van de NvvP.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg schaart zich achter Sandra Kooij. Ook de NvvP en de Gezondheidsraad weigeren zich te conformeren aan de autoriteit van het CBG en de EMA.
Sandra Kooij heeft nauwe financiële banden met farmaceut Janssen Cilag. En diezelfde farmaceut sponsort ook Balans voor wat betreft media-uitingen en informatie over medicatie.
In 2006 stond Janssen Cilag garant voor 120.000 euro aan reclame van Balans in een actie voor vergoeding van Concerta.
Sandra Kooij is bevriend met Arga Paternotte van Balans, en diezelfde Arga Paternotte zit in de GR in een adviescommissie voor ADHD. Naar aanleiding van die Argos-uitzending heeft het kamerlid Pia Dijkstra (D66) op 16-10-2014 vragen gesteld aan minister Schippers (VWS). Ik citeer de laatste vraag en beantwoording daarvan door Edith Schippers d.d. 18-11-2014:

Vraag 10

Vindt u het noodzakelijk dat er nieuw wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan, nu de bestaande onderzoeken voor verschillende interpretaties vatbaar blijken? Zo nee, waarom acht u dat niet nodig?

Antwoord 10

Ik wacht eerst af wat het oordeel van de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie wordt. Het is voorbarig om hierover nu al te speculeren.

Dat oordeel van de NvvP was al bekend: de NvvP wil Concerta inzetten als eerste keuze. En dat wil de NvvP op dringend advies van Sandra Kooij die wordt betaald door de fabrikant van Concerta, namelijk Janssen Cilag. Deze grote farmaceut maakt deel uit van het Apollo-Netwerk dat mede door staatssecretaris Martin van Rijn werd opgericht en waarin Edith Schippers nu nog zitting heeft. Het is duidelijk waarom de dames van Balans geen enkele belangstelling hadden voor een mogelijk veilige en effectieve alternatieve (niet farmaceutische) behandeling van ADHD. In het bestuur van Balans hebben trouwens ook geen mensen met ADHD zitting. Alle informatie naar de leden wordt van bovenaf geregeld (lees: door de sponsorende farmacie).

Op 19-10-2014 wijdde Brandpunt ook een uitzending aan hetzelfde onderwerp over Concerta en ADHD. In deze tv-uitzending werd een reclamefilmpje getoond, waarin Sandra Kooij zegt:

“De beste behandeling, die veilig is en goed onderzocht, is medicatie voor ADHD.”

Jammer genoeg wilde Sandra Kooij niet in de uitzending komen reageren.

In die uitzending van Brandpunt kwam wel prof.dr. Trudy Dehue aan het woord en die zei onder meer het volgende:

[…] “Ik heb de website Psychiatrienet bestudeerd. Dat is een voorlichtende website voor psychiaters. Daar staat alleen maar informatie op die gaat in de richting van ‘deze middelen zijn goed en veilig en moeten meer worden voorgeschreven’. Er staat geen enkele link op naar artikelen van mensen die anders denken. En als je dan kijkt wie maakt die website van Psychiatrienet, ja, dat zijn dan weer de mensen die ook in de reclame van Janssen Cilag optreden. Ik heb moeten constateren dat de grens tussen reclame en wetenschap eigenlijk gewoon grotendeels weg is in dit veld” […]

Belangenverstrengeling

Wat de reportages van Argos en Brandpunt laten zien is het politieke spel waarmee het bedrijf Janssen Cilag onder leiding van Sandra Kooij allerlei instanties beïnvloedt, zoals de NvvP en zo via de achterdeur toch als eerste keuze middel in de richtlijnen terecht wil komen.

Maar daarbij wordt Sandra Kooij dan wel ondersteund door de welwillende medewerking van minister Edith Schippers die samen met Janssen Cilag in dat door Martin van Rijn opgerichte Apollo-Netwerk zit en in antwoord op Kamervragen doodleuk zegt dat ze zich zal verlaten op het oordeel van de door Sandra Kooij gesoufleerde NvvP.
En Martin van Rijn speelt ondertussen een leuk afleidend toneelstukje dat bij het domme publiek de indruk moet wekken dat VWS er alles aan doet om te komen tot demedicalisering van kinderen/volwassenen met ADHD. En niemand die verder weet dat hij daarbij een door mij opgestuurde belangrijke – maar voor hem en de hele farmacie onwelgevallige – onderzoeksuitkomst uit San Diego heeft genegeerd en nooit beantwoord.

Deze zelfde verwevenheid tussen farmaceutische grootmachten en de politiek zien we ook inzake de zeer winstgevende SSRI’s.
Deze hele verkennende studie sluit af met een recente wetenschappelijke aanbeveling tot het verdere onderzoek naar – en het gebruik van – vitaminen, mineralen en spoorelementen, dus nutriënten als therapie bij stoornissen zoals onder andere depressie en ADHD, zodat eindelijk het inzicht doorbreekt dat deze aandoeningen gezien moeten worden als symptomen van gebreksziekten.

Hoelang zullen VWS, alle betrokken autoriteiten en patiëntenverenigingen de in het laatste hoofdstuk van mijn uitgebreidere studie beschreven trend nog kunnen tegenhouden, ten nadele van die patiënten en ten voordele van de farmaceutische industrie en zijn trouwe vazallen?

Op 14-7-2015 las ik in het digitale HuisartsVandaag:

[…] ‘Gebruik van psychofarmaca bij demente ouderen in verpleeghuis blijft hoog’ […]

Meestal gaat het hier dan om anti-psychotica om deze mensen ‘mak’ tehouden. Deze middelen verergeren slechts de conditie van deze ouderen. Wel is al heel lang bekend dat met het klimmen der jaren de opname van nutriënten terugloopt en oudere mensen last krijgen van gebreksaandoeningen. Ik denk daarom dat deze demente bejaarden geen antipsychotica moeten krijgen, maar dat er eerst eens bekeken moet worden of er bij hen geen gebrek bestaat aan zink, vitamine D en/of andere voor een goed functioneren noodzakelijke stoffen.

En misschien dat vervanging van dure psychofarmaca door vitaminen en mineralen dan ook eindelijk eens kan zorgen voor de besparing op de kosten voor de gezondheidszorg waarover Schippers en Van Rijn vanonder hun dubbele petten al tijden blaten… Op 16-4-2015 overhandigde de NVVP een boodschap namens de kinderpsychiaters aan staatssecretaris Martin van Rijn. Deze luidde dat geneesmiddelen tegen ADHD zoals Ritalin en Concerta minder vaak moeten worden voorgeschreven. Het gebruik onder kinderen van 4 tot 18 jaar was namelijk de afgelopen 10 jaar verviervoudigd. Uit een rapport van de Gezondheidsraad bleek dat het in 2014 ging om 135 duizend kinderen.

Heeft u een kind dat werd gediagnosticeerd met ADHD of een verwante aandoening, en werd aan uw kind ADHD-medicatie voorgeschreven, aarzel dan niet om eerst zelf uw kind te laten screenen op eventuele tekorten aan zink en vitamine D.

En als er sprake blijkt te zijn van tekorten aan deze nutriënten, dan eerst te beginnen met een experimentje met deze beide vrij verkrijgbare supplementen, die ook onder behandeling bij een orthomoleculaire arts/therapeut kunnen worden aangevuld.

Bijwerkingen van methylfenidaat bij overdosis/stapeling door defecten aan CYP450 2D6.

De bijwerkingen van methylfenidaat zijn hetzelfde als van een overdosis amfetaminen. Bekende bijwerkingen zijn verminderde eetlust en groei-achterstanden. De Jellinek-kliniek zegt hierover o.a.:

[…] OVERDOSERING

Zonder medisch toezicht bestaat de kans op overdosering. Overdosering heeft mogelijk nare gevolgen waaronder braken, agitatie, trillen, spiertrekkingen, convulsies (eventueel gevolgd door coma), euforie, verwarring, hallucinaties, delirium, zweten, hoofdpijn, oververhitting, hartritmestoornissen, bloeddrukverhoging enz.

Op 7-2-2020 kwam HuisartsVandaag met een bericht over de gebleken bijwerkingen van Ritalin (methylfenidaat) voor studenten (zonder ADHD/ADD) die Ritalin gebruiken als pepmiddel om door tentamens heen te komen. Zie dat artikeltje hieronder:

Steeds meer studenten grijpen naar prestatieverbeterende middelen om deadlines te halen of ’s nachts door te kunnen werken. Ook in de advocatuur en de muziekwereld is het slikken van prestatieverbeteraars alsmaar normaler geworden. Zorgt deze doping er niet voor dat de prestatienorm in de maatschappij steeds verder verschuift?

Door Laurens Landeweerd
30 januari 2019

Sommige mensen zullen beweren dat als iets wetenschappelijk of medisch mogelijk is, er automatisch gebruik van gemaakt zal worden. In dit tijdsgewricht ligt de nadruk steeds meer op competitie en zelfredzaamheid. Maar de maatschappij heeft hier ook een morele verantwoordelijkheid in. Moeten we het wel normaal vinden dat grote groepen mensen zich wenden tot medicatie om naar de norm te kunnen presteren?

Steeds meer studenten grijpen naar pillen voor een concentratie-boost
Het aantal studenten dat gebruikmaakt van zogeheten cognitieve verbeteringsmiddelen groeit. Medicatie voor cognitieve dysfuncties als ADHD, ADD en Shiftwork Sleep Intolerance (SSI), lijkt in sommige gevallen ook bij ‘normale’ mensen een effect te hebben op bepaalde cognitieve vaardigheden. De concentratie, creativiteit, alertheid, focus en het associatief vermogen verbeteren met Ritalin, Adderall en Modafinil.

Medicalisering van normale persoonskarakteristieken
De diagnoses ADD en ADHD worden te vaak gesteld. Iedereen lijkt zich het makkelijkst te voelen bij de medicalisering van het slecht presterende kind: ouders omarmen diagnostiek omdat het probleem niet aan de opvoeding ligt, de docent omdat het niet aan falend onderwijs ligt, en het kind zelf omdat het niet zijn of haar schuld is.

Maar de diagnose van deze syndromen staat onder kritiek: worden hier niet normale variaties in persoonskarakteristieken gemedicaliseerd, terwijl de eigenlijke problematiek eerder elders te vinden zou kunnen zijn? In bijvoorbeeld de toenemende werkdruk in het onderwijs of de invloed van iPhones en sociale media op onze cognitieve vermogens.

De verlokking van instant intelligentie draagt risico’s in zich
Daarbij is de normalisering van medicijngebruik in onderwijscontexten niet zonder controverse. Moeten we ons niet dezelfde vraag stellen bij off label gebruik (gebruik voor een indicatie, toepassing of patiëntengroep waarvoor een medicijn niet is geregistreerd) van dit soort middelen? Zou de onderwijscontext niet op de student moeten worden aangepast in plaats van dat de student wordt aangepast aan die context?

Door de tegenwoordige druk op studenten om op tijd af te studeren is de belofte van een instant concentratiemiddel erg verlokkelijk. Er wordt dan ook gretig gebruik van gemaakt. Middelen als cafeïne hebben, zij het marginale, positieve cognitieve effecten, maar niemand zal veel bezwaar maken tegen het drinken van koffie. Recreatief of strategisch gebruik van Ritalin en andere cognitieve verbeteraars is echter niet zonder risico.

Je wordt er niet slimmer van, maar mogelijk wel depressief en angstig
Ritalin werkt bij mensen zonder cognitieve disbalans weliswaar opwekkend en concentratie verhogend, maar het leidt ook tot nervositeit en slapeloosheid, vermindert de eetlust, remt de groei bij jonge kinderen en kan in sommige gevallen leiden tot depressie. Het gebruik van Adderall kent soortgelijke bijeffecten. Modafinil reguleert het slaapritme, maar ook dit middel kan leiden tot angsten en depressie.

Daarbij is het de vraag of deze middelen echt werken: al zijn er lichte verbeteringen in concentratievermogen te vinden, slimmer word je er niet van. En het effect op concentratie is weinig duurzaam. Tegelijk romantiseren we middelen die in het verleden werden gebruikt om prestaties te verhogen: de impressionisten dronken vaak absint, en Goethe rookte marihuana om zijn creatieve vermogens te verhogen.

Bovennormaal functioneren, wordt zo de norm
Onder musici worden op grote schaal bètablokkers geslikt om de zenuwen tijdens belangrijke optredens, audities en concerten te remmen. Eerlijkheid is hierbij geen criterium. Dit ligt echter anders voor het gebruik van prestatiedrugs door studenten. Hier speelt een discussie over eerlijkheid, indirecte dwang en maatschappelijke druk wel een rol.

Als studenten in toenemende mate medicatie nemen, off label, voor het vergroten van hun concentratie tijdens het studeren, verandert daarmee niet automatisch de norm voor iedereen? Wat eerst bovennormaal functioneren was, wordt erdoor immers genormaliseerd. We dienen ons maatschappijbreed af te vragen hoe wenselijk dit is.

Moeten we niet gewoon accepteren wie we zijn?
Hoe kunnen we het individu beschermen tegen collectieve druk? En hoe waarborgen we een veilige werk- en studieomgeving? Moeten we niet gewoon accepteren wie we zijn en genoegen nemen met niet altijd de hoogste prestaties? Nu lijkt de neiging te overheersen om mensen aan te passen op de ideale samenleving: iedereen moet in gezonde competitie met alle anderen het beste van en in zichzelf nastreven. Optimale prestatie tijdens een studietraject hoort hierbij.

Laurens Landeweerd is filosoof bij het Institute for Science in Society van de Radboud Universiteit.

Teuni Kuiper, 7-2-2020